Zes kindjes

Begin dit jaar loop ik op een avond naar mijn yogastudio. Ik denk over vanalles na – zoals altijd. Ineens overvalt het besef me: ik ben gewoon 6 keer zwanger geweest. Ik ben vaker zwanger geweest dan wie ik ook ken. Op mijn oma’s na dan.

Zwaarder

Na de dood van Tieme lijkt het alsof mijn 4 miskramen zwaarder zijn gaan wegen. Eerder voelde het niet zo. Er was altijd die hoop dat het nog goed ging komen. Dat we over vijf jaar terug zouden kijken op een hele moeilijke periode. Maar dat we dan twee gezonde kinderen hadden, en wisten waar we het allemaal voor hadden gedaan.  

Toen we hoorden dat we waarschijnlijk afscheid moesten gaan nemen van Tieme veranderde dat. Alles in mij schreeuwde ‘Nee, niet weer! Niet voor de 5e keer. Hoe kan het in hemelsnaam dat we voor de 5e keer afscheid moeten gaan nemen van een kindje?!’

Opstaan en weer doorgaan

Een miskraam is heftig. Dat weet ik. Toch ben ik nooit compleet verdronken in het verdriet. Mijn zorgen waren altijd vooral om het fysieke deel. Mijn eerste miskraam was namelijk nogal een drama, met 2 spoedopnames en uiteindelijk een curettage tot gevolg. De miskraam duurde daardoor wel een week of 5. Met daarna nog een aantal weken hersteltijd, want m’n lijf was er flink van ondersteboven.

Door die eerste ervaring waren alle miskramen daarna heel spannend. Ben ik er mentaal ook wel stuk van geweest, maar dat was dan vooral de stress over hoe de miskraam dit keer zou zijn. Je leest weleens dat een vrouw een periode heel lang heel verdrietig is over haar miskraam. Dat heb ik dus nooit zo sterk gehad. Wel heel veel verdriet, uitgesmeerd over de afgelopen jaren. Maar niet na een miskraam gewoon eens goed de tijd en ruimte genomen om er eens helemaal stuk van te zijn. Ik kreeg wel vaak de opmerking ‘Wat ben je toch sterk’. En ‘Je mag wel huilen en verdrietig zijn, dat is helemaal niet gek’. Maar die tranen kwamen gewoon niet zo makkelijk. Ik weet niet of dat eigenlijk wel zo goed is. Dat niet huilen. En sterk zijn. Want het verdriet zit er echt wel. Maar blijft misschien daardoor juist wel binnen. Blijft, uitgesmeerd over de tijd, op momenten naar buiten komen. Waardoor het steeds veel pijn blijft doen.

Ergens voelde ik ook een bepaalde haast: niet miepen, zo snel mogelijk herstellen, aan het werk, doorgaan. En op naar de volgende poging. Ik ben opgegroeid in een gezin waar niet gezeurd werd. Waar je niet zomaar naar de huisarts ging. Mijn vader was namelijk zelf huisarts, en van het soort ‘Gaat vanzelf weer over’.  Wat met ontzettend veel dingen ook zo is. Misschien dat daar die ‘opstaan en weer doorgaan’ instelling vandaan komt. Ik weet in ieder geval vrij zeker dat daar mijn aversie tegen artsen en medicatie vandaan komt 😉

Ruimte voor het verdriet

Iedereen die weleens een zwangerschapstest heeft gedaan en die positief mocht vinden zal het herkennen: het gevoel van blijdschap. Ongeloof. Het berekenen wanneer je kindje ongeveer geboren wordt. Bij welke leuke dingen je de komende maanden met dikke buik zal aansluiten. Of wat je juist moet laten schieten. En sinds Lumen: de hoop dat ze dan toch eindelijk een broertje of zusje zal krijgen. Dat ze niet op zal groeien als enig kind.

Door de eerdere miskramen waren we altijd ontzettend voorzichtig, en afwachtend. Durfden we er echt niet vanuit te gaan dat het goed zou gaan. Maar toch. Alle bovenstaande dingen had ik toch. Hoe graag ik het ook wou, ik hield het niet tegen. Dus is het dan wel zo eerlijk tegenover mezelf om, als het toch weer mis ging, te denken: maar ik hield er al rekening mee? Maar ik wist dat het mis kon gaan? Maar ik raak in ieder geval heel snel zwanger, dus op naar de volgende poging?

Nee. Ik denk eigenlijk van niet. Ik denk niet dat ik bewust verdriet weggestopt heb. Ik denk wel dat het beter was geweest als ik er meer ruimte voor had gemaakt. Er meer bij stil had gestaan wat het met me deed. Dat ik het eigenlijk echt heel kut vond. Blijkbaar had ik Tieme, en dat enorme verlies, nodig om dat te leren.

Wat er in de tussentijd gebeurde

Ondertussen draait de wereld om ons heen natuurlijk gewoon door. Drie maanden na mijn ski-ongeval zouden we trouwen. En vanaf dat moment hoopten we kindjes te mogen krijgen. Iets waar we toen eigenlijk al best een tijd aan toe waren. Maar waar we wegens mijn revalidatie toen nòg 2 jaar mee moesten wachten. Vanaf dat ski-ongeval, inmiddels 8 jaar geleden, was kindjes krijgen dus al een beladen onderwerp.

Want in die tijd kreeg wel iedereen om ons heen kindjes. In de tijd tussen dat ski-ongeval en Lumen werden er in onze vriendengroep en bij goede vriendinnen van mij 6 kindjes geboren. Tussen Lumen en Tieme kwamen er nog 7 kindjes in onze directe omgeving. En sindsdien is er nog een jongetje geboren, en komt er zeer binnenkort weer een jongetje bij.

De 4 kindjes vlak in de buurt van Lumen waren niet moeilijk. Alle andere kindjes wel. Elf moeilijke geboortekaartjes. Elf moeilijke kraamkadootjes. Moeilijke kraambezoekjes. Al konden we dat niet bij allemaal aan. En dat zijn dan alleen nog maar de kindjes in onze echt directe omgeving. Dan heb ik het nog niet over de weet ik hoeveel andere kindjes die net-iets-verder-weg vrienden en kennissen, neven, nichten en collega’s kregen… Hoe ontzettend ik het iedereen ook gun. Het is gewoon moeilijk. Je gunt het jezelf ook zo.

De andere kindjes

Na Tieme blijk ik dus ineens veel meer bezig te zijn met die eerdere miskramen. En dat laat ik er dan ook maar zijn. Ik voel de behoefte om ook die eerdere kindjes de ruimte te geven. Ook al heb ik ze tot nu toe niet eens echt als kindjes gezien. ‘Want we hebben geen hartje zien kloppen’ (bij eentje wel, en dat maakt eigenlijk helemaal geen verschil). ‘Want het was nog zo vroeg’ (bij twee van de 4 wel, maar ook dat maakt weinig verschil). ‘Want zo’n zwangerschapstest zegt ons inmiddels niet meer zo veel, het is alleen maar het eerste stapje van vele’. Er zijn zoveel manieren waarmee ik – onbewust – mijn verdriet heb weggeredeneerd.

Elke miskraam is anders. Heeft haar eigen verhaal. Haar eigen dingen die in die periode gebeurden, of die juist niet gebeurden door de miskraam. Je wordt er echt niet beter in ofzo.

Het eerste kindje. Waarvan ik me maar een week echt zwanger heb gevoeld. Daarna voelde ik nauwelijks wat. Maar het was mijn eerste zwangerschap, dus ik wist niet wat normaal was. En ik hoopte natuurlijk gewoon dat het goed zat. Het kindje waarvan we met de 8w echo hoorden dat er geen kloppend hartje was. Wat, na de tweede controle echo een week later, met 9w en een beetje een miskraam werd. Dachten we. Waarvan dat stiekem de miskraam nog niet was, maar waar ik een aantal dagen later ineens veel te veel bloedverlies kreeg. Een spoedopname in het ziekenhuis volgde. Twee weken daarna een ontsteking van een rest, waar ik heel ziek van werd. Weer een spoedopname met alsnog een curettage tot gevolg. Met deze miskraam zijn we uiteindelijk zo’n 5 weken bezig geweest. En daarna moest mijn lijf nog herstellen.

Het derde kindje, de eerste zwangerschap na Lumen. Na de zwangerschap van Lumen had ik heel lang en veel pijn met zitten en last van mijn bekken. Dit had dit enorm veel effect op mijn hele leven: Lumen niet goed kunnen dragen, Lumen niet op schoot kunnen hebben, altijd liggend borstvoeding geven (dus nooit ergens even tussendoor ‘op locatie’), niet goed kunnen werken, niet gezellig bij iemand eten, niet naar onze ouders want die woonden te veel zit-afstand weg, niet naar de kroeg, niet naar de bioscoop…. We hebben heel lang gedacht niet geweten in hoeverre dat zou herstellen. En daardoor lang gevreesd dat een tweede misschien niet meer mogelijk was. Daarnaast wist ik niet of ik het überhaupt nog wel aandurfde. Maar de wens was tè groot. Het duurde anderhalf jaar voordat ik de knoop durfde door te hakken, maar toen besloten we: ja, we gaan voor een tweede.

Ik was heel snel zwanger. We waren uitzinnig blij. Want die eerste miskraam was gewoon een foutje, en daarna kregen we tenslotte Lumen? Dus natuurlijk zou deze zwangerschap goed gaan. We waren op vakantie in het huisje van mijn ouders. We namen op het strand een foto van ons drietjes met de positieve zwangerschapstest. Stiekem, zodat Lumen het niet zag, omdat we anders het zelf het moment kiezen waarop we de zwangerschap wilden melden wel op ons buik konden schrijven 😉 Het leek ons leuk om die foto straks te gebruiken om mensen te laten weten dat we een tweede kindje kregen. We stelden ons al voor hoe we een jaar later met z’n viertjes in datzelfde huisje zouden zitten. Ik denk dat dit van alle zwangerschappen degene is geweest waar we het allerblijst, of misschien het minst bezorgd, waren toen we de positieve test in handen hadden. We wisten nu tenslotte dat we een gezond kindje konden krijgen. Man, wat waren we gelukkig.

Een paar dagen later verloor ik één drupje bloed. BAM. Daar was de bezorgdheid direct weer. We hoopten nog dat het niets was. Maar gingen wel op zoek naar kraamverband. Dit bleek niet per se makkelijk in de kleine vakantiedorpjes in Zeeland.  We kwamen die dag door. En de volgende. Het vloeien werd steeds een beetje meer. Daar zaten we dan. Doodsbang voor weer zo’n bloedbad als 2 jaar eerder. In the middle of nowhere. Dit voelde op geen enkele manier goed. Niet als vakantie. Niet om zo ver weg te zijn van ons eigen ziekenhuis. We hebben onze spullen gepakt en zijn midden in de vakantie naar huis gegaan.

Het vierde kindje. Drie maanden later was ik al weer zwanger. Toch weer blij natuurlijk. Vanwege die eerdere miskramen mogen we al een vroege echo laten maken. We gaan met 7,5e week. De verloskundige laat ons een kloppend hartje zien. Maar het formaat van het kindje klopt niet met de termijn die ik volgens mij ben. Het scheelt maar liefst twee weken. Ik weet vrij zeker wanneer ik zwanger ben geraakt, dus heb vanaf dat moment al sterke twijfels of dit nog goed gaat komen. Maar hopen blijf je doen. We moeten anderhalve week wachten op de volgende echo. Dramatisch. Weer wachten. Weer de tijd doorkomen. Proberen te werken. Proberen je dagen zo normaal mogelijk door te komen. Op de tweede echo is geen kloppend hartje meer te zien.

We moeten besluiten of we de miskraam op willen wekken, of af willen wachten. De allereerste miskraam is opgewekt, en daar reageerde mijn lijf dus niet heel goed op. Dus we besloten dit keer af te wachten. Weer zaten we in spanning. We regelden 24/7 backup opvang voor Lumen. Want deze miskraam was qua termijn meer vergelijkbaar met de 1e dan met de 2e, en stel dat ik weer halsoverkop naar het ziekenhuis zou moeten. Lumen’s logeertasje en mijn ziekenhuistas stonden klaar. Wat dat betreft lijkt het net een normale bevalling. Maar dan anders.

We zijn allebei volledig lamgeslagen. Van verdriet. Dat dit alweer mis moest gaan. Van stress over hoe de miskraam zal gaan. We komen de dagen door. Maar het kost bakken energie. Het voelt alsof we onder hoogspanning staan. Uiteindelijk komt de miskraam rond de elf weken. En gaat dit gelukkig redelijk, ik kan in ieder geval gewoon thuis blijven. 

Het vijfde kindje. Het duurt een aantal maanden voordat we weer durven. We twijfelen óf we nog wel durven. Maar ja, die wens hè. Die blijft zo groot. Wordt misschien nog wel groter. Lumen vraagt inmiddels ook regelmatig of ze een keer een broertje of zusje krijgt. We wensen dit inmiddels niet meer met z’n tweeën maar met z’n drieën.

Weer ben ik snel zwanger. Weer in augustus, precies dezelfde timing als bij zwangerschap 3. Tijdens een weekendje weg in Amsterdam begin ik weer heel licht te vloeien. Weer hopen we dat het niets is. Weer gaan we op jacht naar kraamverband. Dit is in Amsterdam gelukkig wat makkelijker te krijgen dan in Zeeland. De miskraam zet door. Gaat heel soepel. Het was weer een vroege, rond de 6 weken dit keer. Die blijken ‘rustiger’ dan als je al een paar weken verder bent. Diezelfde week wordt mijn man 35. Hij heeft teamgenoten en hun gezinnen, en onze eigen gezinnen, uitgenodigd voor de dag. Huis vol.

Ik heb geen zin dit af te blazen. Een miskraam betekent steeds weer: hetgene wat je het allerliefst wil gaat niet door. Maar daarnaast gaat heel veel ander leuks ook niet door. Want je moet miskramen, herstellen, verdrieten. Dus feestjes/afspraken/uitjes/vakanties gaan niet door, of zijn tenminste heel beladen.  Daar was ik inmiddels wel een beetje klaar mee. Dus ik zet een grote glimlach op, we vertellen niemand over onze miskraam, en maken het beste van zijn 35e verjaardag. Ook gaan we de week erna ‘gewoon’ op vakantie naar Zeeland. Stond al gepland. Dus we gingen maar. En proberen er het beste van te maken. Al voelt dat niet echt als vakantie hebben. Weer niet.

Daarna kwam Tieme. Ons zesje kindje. Hoe dat verliep kan je hier lezen.

Ik heb bij elk van deze kindjes de blijdschap gevoeld toen ik me zwanger voelde. Iets wat ik altijd heel goed voel, al een paar dagen voordat ik kan testen. De blijdschap als de zwangerschapstest positief bleek te zijn. Het uitrekenen wanneer het kindje geboren zou worden. Het bedenken of dat een leuke maand/seizoen/periode is. Alles erop en eraan, dat kreeg ik niet tegengehouden. Dus het is er allemaal geweest. En daar mag ik verdriet om hebben. Beter laat dan nooit.

Herdenken

Eigenlijk hebben we dus 6 kindjes. Waarvan er gelukkig, gelukkig, gelukkig eentje bij ons is. Ons lieve meiske.

In mijn yogastudio staat een prachtige kandelaar. Dezelfde avond dat het besef van die 6 kindjes me overvalt, bedenk ik me dat dat een prachtige manier zou zijn om die kindjes te herdenken. Een kandelaar met 5 kaarsen erin. Eén voor elk kindje wat niet bij ons mocht blijven. De kandelaar van mijn yogajuf heeft niet het juiste aantal kaarsen. Maar het idee is wel ontstaan. Ik google me suf maar vind niets naar mijn zin. Dus laat het rusten.

Pas vorige week praat ik er voor het eerst over met mijn man. Over hoe die miskramen nu anders voelen dan vóór Tieme. Over mijn idee van de kandelaar. Hij vindt het een goed idee. En bij zijn eerste 1e google poging vindt hij meteen een hele mooie. En daarna nog een paar. Maar ik heb mijn hart al verloren aan die eerste. Vijf kaarsen, allemaal een beetje anders. En toch samen.

Je ziet ‘m op de foto hierboven. Het is de Link kandelaar van Duo Design. Ik bestelde ‘m hier. Hij werd eergisteren bezorgd. Ik vind ‘m in het echt nog mooier dan gehoopt. Kleiner, en tegelijk ook steviger.

Ik heb die eerste avond heel bewust één voor één de kaarsen aangestoken. En elk kindje en het bijbehorende verhaal herdacht. Het is heel moeilijk. En tegelijkertijd ben ik er blij mee. Wat heel gek is, zeggen dat ik hier ‘blij’ mee ben. Voor zoverre je blij kan zijn in zo’n situatie natuurlijk. Datzelfde gevoel had ik toen ik over de foto van Tieme typte, en neerschreef dat we er ‘heel blij’ mee waren. Echt gek, hoe je dus blij kan zijn met iets wat in een situatie is die je nooit hebt gewild, en waar je op geen enkele manier blij om kan zijn. Maar goed. Dat blijkt dus te kunnen.

Dit is deel 3 van de serie Door het verdriet, waarin ik probeer het verdriet aan te kijken. Uit te spreken wat moeilijk is. Waar ik verdriet van heb. Dat te voelen. De eerste twee delen lees je hier (over mijn fysieke blauwe plekken) en hier (over mijn mentale blauwe plekken).

Eén antwoord op “Zes kindjes”

  1. Lieve Lize,

    Wat vind ik hou een topper!!!!!!

    Ik vind het heel goed van je dat je de pijn , verdriet en welke emotie er nog meer los komt van alle kindjes aan wilt kijken en nu de tijd neemt om dit te ervaren. Wat super mooi symbool met de kaarsen in een dierbare standaard. Eén voor elk kindje. Wat zullen ze je dankbaar zijn dat je ze erkent en aandacht geeft…… X X X liefs mij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.