Lumen en Tieme

Lumen en Tieme

Over blauwe plekken gesproken. Alleen al dit zo op mogen schrijven hier. De namen van mijn twee kinderen. Namen die ik hoopte onder duizenden kaarten te mogen schrijven, en in vele formulieren in te mogen vullen. Voor ouders van levende kinderen iets wat ze regelmatig doen. Maar iets wat voor mij zelden of nooit voorkomt. Au.

Heftig

Ook voor ons meiske is het heel heftig geweest. Eerst horen dat haar lang gekoesterde wens uit zou komen. Een zusje was wel beter geweest vond ze. Maar na even wennen was een broertje ook best tof.

Dan ineens het bericht dat het niet goed gaat met het broertje. Dat hij niet goed groeit. ‘Maar dan moet jij gewoon meer eten, mama’. ‘Dat helpt niets, lieverd. Jammer hè…’.

Twee weken later: ‘Lieverdje, de dokter denkt dat het echt niet goed gaat met je broertje. Dat hij binnenkort dood gaat in mijn buik’.

Verdriet. Geen idee hebben wat dood eigenlijk betekent. Het superknap in de kring vertellen op school. En ondertussen steeds maar weer een papa en mama die naar het ziekenhuis gaan. Die gespannen zijn, en verdrietig. Opa en oma’s die op komen passen. 

Weten dat je elk moment van school gehaald kan worden door iemand anders dan je verwacht. Je logeerkoffertje staat gepakt.

Toch niet?

Broertje gaat niet dood. Ziekenhuisbezoeken gaan door. Papa en mama op hun tandvlees. Logeerkoffertje raakt langzaam uitgepakt. Want wekenlang een koffertje klaar hebben staan zonder er iets uit te pakken is best moeilijk.

Net als je denkt: het zal misschien wel meevallen. Broertje gaat al weken niet dood, ook al zeggen papa, mama en de dokters het. Net dan, word je na een lange dag op school ineens opgehaald door de papa van je twee vriendinnetjes. Mag daar eten. Daarna ga je met opa en oma mee om te logeren. Mama en papa moeten in het ziekenhuis blijven. Éen nachtje. Twee nachtjes. Drie nachtjes.

Dood broertje

Dan bellen papa en mama vanuit het ziekenhuis. ‘Je broertje is geboren. En hij is dood, lieverdje….’.

Diezelfde dag kom je naar het ziekenhuis. Kennis maken met je broertje. Je ziet een dood baby’tje. Gelukkig is de fotografe er ook, die zowel jou als ons op ons gemak weet te stellen, en ons laat zien hoe fijn we alsnog ons jongetje kunnen vastpakken en knuffelen. Daarna weer mee terug met opa en oma.

Na nog een paar nachtjes mag mama eindelijk naar huis. En jij dus gelukkig ook. Fijn om thuis te zijn. Maar wat zijn we verdrietig. We eten met z’n 4en pizza op de bank. Raar dat één van die vier niets eet. Koud is. En stil.

De dood

De crematie. Alle grote mensen om je heen huilen de ogen uit hun hoofd. Iedereen die normaal jouw veilige haven is, is zo ontzettend verdrietig. Je kijkt er met grote ogen naar. Probeert ons te troosten.

De dood. Iets waarmee de meeste mensen pas veel later in aanraking komen. En waarmee de meesten mogen oefenen bij een opa of oma. In ieder geval bij iemand die ruim ouder is dan jij, bij iemand die eerder dood hoort te gaan dan jij.

Niet voor jou. Op 4-jarige leeftijd komt de dood al in je gezin. Bij je kleine broertje. Maak je een crematie mee. En onvoorstelbaar veel verdriet, bij alle mensen die jouw veilige wereld vormen.

We vertellen je dat Tieme een ster geworden is. Dat zijn lijfje dan wel “in de oven” gegaan is, maar dat zijn zieltje, zijn geestje (tja, dit concept blijft moeilijk uitleggen) een ster is geworden. Dat hij zo toch nog bij ons is, en dat we ‘m in de nacht kunnen zien.

Daarna

In de weken daarna zijn papa en mama uitgeput. Je gaat naar school. Je speelt bij vriendjes en vriendinnetjes. Nog even niet bij jou thuis, dat is nog te druk voor mama en papa. We vieren samen kerst. Nou ja, niet helemaal samen. We missen Tieme.

We vieren je verjaardag. We maken er het beste van. Je hebt het leuk. Tijdens het eten ben je ineens verdrietig. Je mist Tieme.

Je loopt regelmatig naar het raam wanneer het donker is. Kijken of je Tieme kan zien.

We vieren je eerste kinderfeestje. Heerlijke dag met veel zon, en dat begin februari. Je geniet. En wij genieten met je mee.

Moe

Je hebt voorjaarsvakantie. Voor papa en mama nog steeds aanpoten, zoals ik eerder hier schreef. Voor jou hard nodig. Je bent hartstikke moe. Ook na die week zeggen je vader en ik tegen elkaar: ze is nog steeds heel moe. Wat wil je, met zo’n gekke en verdrietige periode achter de rug.

Corona

En nu is er corona. Waardoor je wekenlang thuis bent. Je gaat hier naar de thuisschool, die je de ‘Eenhoornschool’ gedoopt hebt. Je doet werkjes, en hebt de ochtenden juf mama en de middagen meester papa, of andersom.

En je denkt ontzettend veel aan Tieme.

’s Nachts ben je wakker. We doen wat we dan vaker doen: we spreken een plek af waar we allebei naartoe zullen gaan in onze dromen, zodat we elkaar daar zien. Meestal spreken we in de speeltuin af ofzo. Nu: “We gaan naar het raket, mam! Om dan samen naar Tieme te gaan!”.

Pap vindt een wimper op je wang. Hij legt uit dat je hem weg mag blazen, en dan een wens mag doen. Je blaast je wimper weg, en wenst een broertje.

We hebben het over de baard in de keel. Papa legt uit wat dat is, en dat jongetjes dat op een gegeven moment krijgen. “Zou Tieme dat ook krijgen?” vraag je. Het is even stil. Misschien realiseer je je ineens dat Tieme nooit groter wordt. “Daarboven? In de hemel?” voeg je eraan toe.

Je bent ontzettend veel met je broertje bezig. Je tekent hem, als ster. Ook al zijn sterren ECHT heel moeilijk om te tekenen. Je praat over hem. Je bent verdrietig om hem.

In normale schoolweken heb je 2 lange dagen. Van de drie middagen dat je om 14u klaar bent op school, heb je één middag zwemles. De andere twee middagen speel je het liefst met vriendjes of vriendinnetjes. Hartstikke druk dus.

Ik hoop dat deze surrealistische corona periode je rust brengt, lief meiske van me. En stukjes verwerking. Tieme en de hele situatie om hem heen komen nu soms wel 10 keer voorbij op een dag. Blijkbaar heb je daar nu de rust en de ruimte voor. Misschien was dit wel precies wat je nodig had.