‘Harry Potter’-wijsheid over verlies en rouw

Harry Potter wijsheid over verlies en rouw

Als Harry Potter-fan heb ik de boeken allemaal gelezen, en de films gezien. In deel 5 worden Thestrals geïntroduceerd. Dit zijn beesten die Harry wel kan zien maar zijn vrienden niet. Het Harry Potter verhaal bevat hiermee een wijsheid over verlies en rouw die ik eerder nooit zag. Maar waar ik, nu ik zelf ervaring heb met de dood zo ontzettend dichtbij, de laatste tijd vaak aan moet denken.

Harry Potter en de dood

Als Harry na de vakantie terugkomt op zijn toverschool, ziet hij ineens dat de tot dan toe altijd paardloze koetsen nu getrokken worden door rare beesten. Zie de foto bovenaan dit artikel (credits aan Seth Cooper vanuit de Harry Potter Fandom page). Hij vraagt zijn vrienden wat dat voor beesten zijn. Maar zijn vrienden blijken de beesten niet te kunnen zien. Op één meisje na. Ze verzekert Harry dat hij niet gek is. En dat zij ze al ziet sinds haar eerste dag op school.

Wat later legt dat meisje Harry uit dat de beesten Thestrals heten. ‘They can only be seen by people who have seen death’.

Harry heeft recent iemand dood zien gaan. Daarom ziet hij nu pas dat de koetsen, waarvan hij altijd dacht dat ze ‘horseless’ waren, eigenlijk getrokken worden door deze bijzondere dieren. Het meisje heeft haar moeder jong verloren. Daarom ziet zij de beesten altijd al. Voor haar zijn ze al lang niet vreemd of bijzonder meer.

En ineens zie ik het ook

Het is iets wat ik ook in het echte leven merk. Alleen mensen die een héél dichtbij verlies hebben meegemaakt, snappen echt wat dat verlies betekent. Mensen die iemand verloren met wie ze in één huis woonden, met wie ze kerst vierden. Iemand die een gapend gat achterlaat in je leven, in je huis, in zowel de feestdagen als de alledaagse dagen. Alleen mensen die de dood van zó dichtbij hebben gezien, voelen en zien echt de impact van zo’n verlies.

Ditzelfde geldt voor mij. Vóór Tieme kon ik proberen te bedenken hoe erg het moest zijn om iemand die je zeer na staat te verliezen. Proberen me in te leven in de persoon die dit verlies geleden heeft. Maar de grootte ervan, de alomtegenwoordigheid van het verlies, het gapende gat wat er in je leven geslagen is, had ik nooit kunnen omvatten. Pas nu, nu ik het zelf voel, begin ik het een beetje te begrijpen.

Mensen die de dood hebben gezien

Ik denk aan dat vriendinnetje wat in de brugklas haar vader verloor. Ik ben daar toen even verdrietig om geweest voor en met haar. Maar al snel ging het leven door. Dacht ik er niet meer zo vaak aan. Met terugwerkende kracht denk ik aan alle momenten waarop ze haar vader zo intens gemist moet hebben. Aan hoe ze als gezin geworsteld moeten hebben met het leven van dat leven zonder hun vader. Hoe ontzettend veel momenten met ondraaglijk gemis er geweest zullen zijn. Toen. En vast nu nog steeds.

Ik denk aan het gezin waar we vroeger mee op vakantie gingen. Kerstavond mee vierden. Waar ik logeerde toen mijn zusje en later mijn broertje geboren werd. Hun mama overleed toen we net studeerden. Dat was voor mij de eerste aanraking met veel te vroeg verlies, dichtbij. Ik was daar toen behoorlijk van ondersteboven. Maar ook weer niet. Want ik ging terug naar Delft. Leefde mijn leven door, en als ik thuis kwam, waren mijn ouders er beiden gewoon. Het verlies was niet zó dichtbij dat het míjn leven echt beïnvloede. Ik denk eraan dat ze die zomer op vakantie gingen. Met een hele club buren. Naar een camping waar wij ook ooit met ze zijn geweest. Toen dacht ik daar niet over na. Ze gingen gewoon. En fijn dat ze met een groep mensen gingen die ze kenden.

Nu pas kan ik me iets van de waas voorstellen die zo’n verlies met zich mee brengt. Nu pas vraag ik me af of ze zich het verlies toen überhaupt al echt realiseerden. Voor ons was de dood van hun moeder toen al een feit. Maar misschien zaten zij tijdens die vakantie nog wel in de roes van die eerste maanden, waarin je nog totaal niet beseft dat dood echt dood is, echt weg, voor altijd. Met terugwerkende kracht voel ik met ze mee. Denk ik hieraan.

Het verschil tussen het wel en niet zien

Gelukkig zijn er maar weinig mensen die zo’n groot en veel te vroeg verlies moeten dragen. En gelukkig zijn er ook mensen die de Thestrals nog niet zien, die zich wel in proberen te leven en meevoelen met mijn situatie.

Ik merk dat ik veel boosheid voel richting mensen die daar minder goed in zijn. Die gedachteloos dingen doen of zeggen die mij ontzettend raken. Die boosheid komt vooral omdat ik niet snap dat ze zich zelfs niet een beetje proberen in te leven. Als ze toch een beetje hun best zouden doen om zich voor te stellen hoe het zou zijn om…. Dan zouden ze dit niet doen of zeggen. Maar goed. Zij zien het niet. Zij zien de Thestrals niet. Dus probeer ik me er niet teveel van aan te trekken.

Zo blijkt er een diepere wijsheid te zitten in de Harry Potter verhalen. Het maakt gewoon echt uit of je de dood van dichtbij hebt meegemaakt. Daar is geen goed of fout aan. Het is alleen wel echt een duidelijk verschil. Een verschil in je beleving van verlies en rouw. In je voorstellingsvermogen richting iemand die een groot verlies heeft geleden.

Die Thestrals komen Harry op een gegeven moment te hulp, trouwens. Niet echt tof dat ik ze nu ook zie. Maar laat ik er maar vanuit gaan dat het feit dat ik ze nu zie, me vast ooit ook van pas zal komen.  

Wat rouwenden doen: het vergelijken van hun verlies

Wat rouwenden doen: het vergelijken van hun verlies

Ieder mens heeft de neiging tot vergelijken. Niet echt nuttig of handig. Maar ik denk dat het er bij ons gewoon ingebakken zit. Zelfs met rouw bespeur ik bij mezelf de gedachte dat het ene verlies me erger lijkt dan het andere. Ik merk dat ook andere rouwenden die denkstap maken. Onbewust, voordat we het weten, hebben we blijkbaar al een vergelijk gemaakt. Maar het verrast me hoe verschillend de uitkomsten van die denkstap zijn. 

Vergelijken van verlies: nòg erger

Vanaf de 20 weken echo wisten we dat het niet goed ging met ons kindje. Dat hij waarschijnlijk binnen een paar weken zou overlijden in mijn buik. De onzekerheid duurde uiteindelijk bijna 12 weken, in plaats van die paar weken die ons voorspeld waren. Weken waarin we de ene onmogelijke afweging na de andere moesten maken. Weken waarin ik elke dag meteen na het wakker worden probeerde te voelen of ik ons jongetje nog voelde bewegen. Als ik dat niet voelde, zou ik die dag extra goed op moeten letten. Als ik het die hele dag en de ochtend erna nog niet zou voelen, zou ik naar het ziekenhuis moeten om te controleren of hij al dood was. En dan op zeer korte termijn bevallen. Weken waarin we dus continu paraat stonden. Slopende weken.

Maar wij wisten tenminste dat ons kindje misschien dood zou gaan. Er zijn ook kindjes die met 38 weken plots overlijden in de buik. Dat leek me nog erger. Het kamertje thuis al helemaal klaar. Geboortekaartje uitgezocht. Alles voorbereid. En dan valt onverwachts je droom in duigen. Moet je bevallen van een dood kindje. Moet je dat kindje cremeren of laten begraven. Dat plotselinge leek me nòg erger dan onze situatie.

Ik sprak laatst een mama die haar eerste kindje precies zo verloren is. Onverwachts, aan het einde van de zwangerschap. We vertelden elkaar ons verhaal. Ook zij maakte het vergelijk. En zei tot mijn verrassing vol overtuiging: “Oh, hoe het bij jullie is gegaan, dat lijkt me nog zó veel erger!”. Ze was blij dat zij niet al die moeilijke beslissingen hadden moeten nemen. Niet zo’n ellendig lange tijd in onzekerheid hadden gezeten.

Op mijn tegenwerping over dat wij het tenminste nog soort van aan hadden zien komen, zei ze heel ferm: “Maar je kon toen toch nog niet beginnen met afscheid nemen? Er was al die tijd nog dat kleine beetje hoop. Zeker omdat hij tegen alle voorspellingen in toch niet dood ging al die weken. Nee hoor, dat maakt het echt op geen enkele manier makkelijker.”

Een totaal andere situatie

Ook is me de laatste tijd vaak door het hoofd geschoten dat het minstens net zo erg moet zijn om je partner te verliezen. Om door te moeten leven zonder je vriendje, je maatje. In het huis waar je samen geleefd hebt. Waar zijn spullen nog staan. Door te gaan met het leven waarin je zo lang zo veel samen hebt gedaan en gedeeld. Ik kan me er echt niets bij voorstellen hoe iemand dat ooit voor elkaar krijgt.  

Tieme is 7 maanden in mijn leven geweest. En natuurlijk al jaren en jaren daarvoor, als grote wens. Maar hij is niet levend in mijn leven geweest. Heeft hier niet geslapen, gehuild, gepoept, gedronken. Op de een of andere manier lijkt het me nog moeilijker als je iemand verliest aan wie je echt gewend bent in je leven. Met wie je jarenlang geleefd hebt, en zonder wie je dan door moet.

Mijn oom is zijn vrouw veel te vroeg verloren. Hij vond mijn verlies vele malen erger. Hij had tenminste herinneringen op kunnen bouwen. Kon terugkijken op een prachtige tijd samen.

Vergelijken biedt troost

Ergens is het mooi, dat elkaars verliezen ons blijkbaar nòg moeilijker lijken. Je eigen verlies heb je te dragen, er is nou eenmaal geen andere optie. Dus je vindt er een weg in. Ook al is het een ondraaglijk verlies. Het verlies van de ander maak je niet mee. En voelt dus blijkbaar nòg minder draaglijk.

Het zit misschien wel in onze natuur om altijd iets te zoeken wat je nóg erger lijkt. Op de een of andere manier verzacht het je eigen omstandigheden. Door te denken: het kan altijd nog erger.

En ergens vind ik het toch ook fijn om te horen dat die mensen, die ook zulke enorme verliezen hebben geleden, mijn verlies nòg erger vinden. Ik ben zo ontzettend onderuit geschoffeld. Het voelt als een soort erkenning. Als de bevestiging dat het niet gek is dat ik zoveel moeite heb met mijn verlies. Het verlies wat ik zelf af en toe probeer te verminderen door te denken: maar het was geen levend persoon die letterlijk een gat in mijn leven naliet. En: maar we zagen het tenminste al aankomen. Rationeel vind ik dat ik die erkenning niet nodig heb. Ik voel wat ik voel, en het is zo erg als dat het voelt. Maar toch. Een stukje extra bevestiging is fijn. Zeker voor het tuimelpoppetje wat ik momenteel ben.

Dat vergelijken is natuurlijk volstrekt zinloos. Welk vergelijk dan ook. Verliezen. Aantal kinderen. Banen. Wel of juist niet gepakte kansen. Het zou waarschijnlijk beter zijn het nooit meer te doen. Scheelt een hoop gedenk, gepieker en frustratie. Het is een goed streven het minder te doen. Maar het is menselijk. En gaat bijna automatisch.

Ieder verlies is anders. Iedere rouw is anders. Toch maken we dus blijkbaar onbewust een vergelijk. En zolang dit ons op de een of andere manier ook een beetje troost brengt, lijkt me dat ook eigenlijk volstrekt geen probleem. 

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay

Hoe gaat het?

Hoe gaat het? Rouw

Hoe gaat het? Deze vraag vind ik ontzettend moeilijk. Het is voor bijna iedereen de eerste vraag die men stelt. Automatisch, zonder na te denken. Maar wat is het een ontzettend ingewikkelde vraag als je in de rouw bent.

Hoe gaat het? De eerste maanden in rouw

Als ik deze vraag in de eerste maanden kreeg, kon ik alleen maar vol terror naar de vragensteller kijken. Met open mond en wijd gesperde ogen. Hoe kan je dit vragen? Het gaat NIET. Het gaat op geen enkele manier. Wat verwacht je dat ik antwoord? Ik wist echt niet wat ik moest zeggen. En antwoorde dat dan ook maar: ‘het gaat niet’. Om daarna stil te vallen. Want hoe moest ik uitleggen hoe ik me voelde? Wat een drama dit was?

Antwoord #2: het is hard werken

Na een maand of drie stapte ik over op een ander antwoord. ‘Het is hard werken’. Met daarna een uitleg over wat dat harde werken dan allemaal was. Dat antwoord kwam het dichtste bij hoe het voelde. Al was het toen ook echt letterlijk nog hard werken, met volle weken door meerdere ziekenhuisbezoeken, Lumen’s verjaardag en kinderfeestje, de eerste ‘kraambezoekjes’, de eerste therapeut. Allemaal emotionele dingen.

Dat er daarnaast ook nog ontzettend veel verdriet was, dat noemde ik niet per se. Dat het eigenlijk ook nog puur overleven was ook niet. Het was overleven om de dagen door te komen. Te zorgen dat we allemaal ’s ochtends opstonden, gewassen, aangekleed en getandenpoetst. Dan moesten we ook nog zorgen dat er eten in huis was, dat we dat opaten en dat we op een gegeven moment allemaal weer getandenpoetst in bed belandden.

Dat overleven deden we dus naast die gevulde agenda vol met emotionele dingen. Dat was dus hard werken.

En nu dan?

Inmiddels zijn we weer een paar maanden verder. En nog steeds vind ik ‘Hoe gaat het?’ een lastige vraag. Het is zó groot. Er speelt zó veel.

Het afscheid nemen van al die verschillende stukjes. De moeite die ik heb met onbedoeld onhandige opmerkingen. De therapie waarmee ik net gestart ben. De moeilijke weg daarheen waarop ik bij twee therapeuten begon en ook weer stopte, maar waarbij nummer 3 gelukkig wel prettig is. Het verdriet wat ik in de gezichten van mijn man en Lumen zie, en wat me dan verdrietig maakt voor hen. De fijnheid die ik gelukkig inmiddels ook af en toe weer voel, zoals op onze vakantie vorige week. Dat alles loopt door elkaar heen.

Hoe kan ik dat ‘even’ uitleggen? En daarnaast: ik heb niet altijd bij iedereen fut en/of zin om dit allemaal te vertellen.

Ik weet dus eigenlijk nog steeds niet goed wat ik moet antwoorden als iemand het me vraagt.

Hoe is je dag vandaag?

Ik weet dat ‘Hoe is het?’ in onze cultuur nou eenmaal de meeste gangbare vraag is om te stellen. Aan je vrienden. Maar ook aan je buurvrouw, de moeder van een vriendje van je kind, die kennis die je eigenlijk niet heel vaak spreekt. Dus ik voel me niet meer zo geïrriteerd als de eerste maanden als de vraag gesteld wordt. Ik snap inmiddels weer wat beter waarom de vraag gesteld wordt.

Maar ik ben er wel verbaasd over dat we met z’n allen dus niet weten dat dit echt een rotvraag is voor iemand die het moeilijk heeft. Wat weten we toch ontzettend weinig over rouw. In het boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ van Manu Keirse lees ik dat ik niet de enige ben die dit een vreselijke vraag vindt. Er wordt dan ook geadviseerd om de vraag niet te stellen aan een rouwende.

Ik vind een gerichtere vraag stukken fijner om te beantwoorden. Hoe is je dag vandaag? Hoe ben je de afgelopen weken doorgekomen? Hoe was je nieuwe therapeut/de vakantie/moederdag? Dan hoef ik niet alles te vertellen. Mijn hersenen gaan niet hard rondtollen om te bedenken wat ik allemaal wel en niet vertel over hoe het is. De helft van de tijd wéét ik eigenlijk niet eens hoe het nou eigenlijk is. Dus een gerichte vraag is fijner. Dan kan ik die beantwoorden en zien we daarna wel verder.

Aangezien de ‘Hoe is het?’ vraag zeker blijft komen, broed ik verder op het meest geschikte antwoord voor nu. Het kortste antwoord is ‘moeizaam’. En toch omschrijft dat de situatie best accuraat. Misschien ga ik dat antwoord eens een tijdje testen de komende tijd.

Nieuwe buren

We hebben nieuwe buren. Ze hebben het voor elkaar gekregen om binnen een week zo’n enorme ruzie te krijgen dat 8 man politie nodig was om de boel rustig te krijgen. En daarna om hun huis in brand te laten vliegen. We zijn ontzettend bang geweest. Op meerdere manieren.

De brand is gelukkig niet overgeslagen naar ons huis, maar het duurde een uur voordat dat duidelijk was. Ons gevoel van veiligheid in huis is totaal verdwenen. Dit blog had ik ervoor al klaar staan. Misschien schrijf ik nog wel een keer wat uitgebreider over deze nieuwe situatie die een behoorlijke impact heeft op ons. Maar voor nu hou ik het even bij dit blog over weer een facet van het rouwproces.

7 maanden, en het herbeleven van vorig jaar rond deze tijd

Het is vandaag alweer 7 maanden geleden dat ons mannetje geboren werd. Hij is nu ongeveer even lang uit mijn buik als dat hij in mijn buik is geweest. Onvoorstelbaar. En het grote herbeleven van een jaar geleden gaat door.

Het is vandaag alweer 7 maanden geleden dat ons mannetje geboren werd. Hij is nu ongeveer even lang uit mijn buik als dat hij in mijn buik is geweest. Onvoorstelbaar.

Herbeleven van een jaar geleden

Vandaag een jaar geleden kwamen we terug van onze reis naar California. Overmorgen een jaar geleden hadden we de eerste echo. Ik was ongeveer 9 weken zwanger. Nog moe van de jetlag, uberhaupt doodmoe van de zwangerschap, gingen we vol spanning naar het ziekenhuis. De echo was goed. Kloppend hartje, en het juiste formaat embryo te zien. Dit gaf me ontzettend veel vertrouwen. Die combinatie was ons eerder alleen bij Lumen overkomen, dus ik kreeg er vanaf nu langzaam vertrouwen in dat het allemaal goed kwam. Er waren nog een aantal echo’s nodig om er echt vertrouwen in het hebben, maar ik haalde al wat rustiger adem dan voor deze 9w echo. Het herbeleven is in volle gang.

En vandaag is het dus alweer 7 maanden geleden dat ik ons dode zoontje voor het eerst in mijn armen hield. Wat een ontzettende tegenstelling toch.

Vakantie

De afgelopen maand gingen we voor het eerst op vakantie. Weekje naar zee. Ik heb er erg van genoten. Meer dan ik had durven hopen. Er waren natuurlijk ook vlagen van verdriet. Bij momenten ‘zag’ ik mijn man met een zoontje. Alsof hij hem ineens levensecht in het voorzitje van de fiets had. Of in een draagzak.

Het was niet alleen onze eerste vakantie na de zwangerschap en het verlies van Tieme. Het was ook onze eerste vakantie waarin we ineens toch weer met z’n drieën waren. In plaats van met vier. Die vlagen van verdriet kwamen natuurlijk ook voorbij.

Maar ik ben blij dat ik vooral genoten heb. Van het heerlijke weer, van het fantastische uitzicht op zee vanuit ons bed (zie de foto’s in dit blog), van het er even helemaal lekker uit zijn.

Het uitzicht op zee bij het wakker worden

En verder, de afgelopen maand

De afgelopen maand ontdekte ik ook dat ik nog een ontzettend tuimelpoppetje ben. Dat de afzondering van corona voor mij eigenlijk heel fijn is geweest. En dat ik, nu de wereld weer opengaat, vaker nee zal moeten zeggen. Omdat nog niet zoveel lukt en kan.

Sinds deze week is Lumen weer volledig naar school. We hebben het heerlijk gehad in de 3 maanden dat ze thuis was. Maar het is voor ons alle drie goed dat ze weer naar school kan. Het geeft mij ook weer wat meer ruimte voor andere dingen. Voor rouw. Voor therapie. Voor mezelf.

Het was een maand van tuimelen, herbeleven, er heerlijk tussenuit op vakantie. En sinds deze week weer een stapje dichterbij ‘normaal’, met onze dochter die weer lekker naar school gaat. Op naar de volgende maand.

Moederdag & een half jaar

Gisteren was het moederdag. En een half jaar geleden dat Tieme is geboren en overleden.

Gisteren was het moederdag. En een half jaar geleden dat Tieme is geboren en overleden.

Moederdag

Ik ben ontzettend verwend door mijn man en dochter. Ik moest ’s ochtends boven blijven tot ze klaar waren met alle verrassingen beneden. Mijn dochter vond het leuk om slingers op te hangen en mijn stoel te versieren. Ze hadden een heerlijke brunch geregeld, afgehaald bij ons favoriete restaurantje. We konden die brunch heerlijk in het zonnetje buiten opeten. Daarna mocht ik op speurtocht naar verstopte kadootjes. Waaronder de cd van Danny Vera, met het prachtige en voor ons zo toepasselijke ‘Roller Coaster‘.

De eerste keer dat ik moest huilen was het puur geluk. Wat een bof dat ik zo’n lieve man heb. Zo’n fantastische dochter. Dat ik zo verwend word op moederdag.

Door de dag heen volgen nog een aantal tranendallen. Want ons jongetje is niet bij ons. We missen hem elke dag. Maar rond dit soort dagen, die je zo overduidelijk met je gezin viert, is het zo mogelijk nòg duidelijk dat ons gezin niet compleet is.

Een half jaar

En dan was het gisteren ook een half jaar geleden dat ons jongetje geboren en overleden is. Wat klinkt dat lang geleden. Zo voelt het nog totaal niet. Ik kan eigenlijk niet geloven dat er alweer een half jaar voorbij is.

November en december: totale shock. We kunnen niets. Allemaal in een waas voorbij gegaan. Er zijn dingen gebeurt die we nauwelijks meer weten. Mijn man bedacht zich laatst dat de eerste kerst zonder Tieme hem ontzettend moeilijk leek. Om daarna te bedenken dat we die eerste kerst al gehad hadden. Vergeten. En ergens is het ook niet zo. De eerste ‘normale’ kerst, waarin we kerst ook daadwerkelijk (proberen) te vieren zoals we dat normaal zouden doen, moet nog komen. Die eerste twee maanden was het puur overleven, de dagen doorkomen. Of het dan Sint, kerst of Oud & Nieuw was maakte weinig uit.

Januari & februari: we proberen wat dingen te doen. Sporten. Erop uit. Dat eerste lukt aardig, dat laatste is heel moeizaam. En het is eigenlijk allemaal te veel. Maar blijkbaar is er toch een drive om niet in bed onder de dekens te blijven liggen. Dus we proberen wat, en doen het met vallen en opstaan.

Maart & april: en toen was er Corona. Ging Lumen niet meer naar school. Hield de yoga op, en het sportschoolklasje waar ik net mee begonnen was. Stopte ik met de psycholoog, omdat ik niet blij met haar was. Onze wereld stond al op z’n kop. Maar nu kantelt hij weer een stuk een andere richting in. We zetten alle zeilen bij om zo goed en fijn mogelijk door deze rare periode te komen.

Een moeder van een vriendinnetje van Lumen is ook haar baby’tje verloren. We hadden het erover toen ik een maand of drie zwanger was. Zij vertelde me dat ze daarna een half jaar niet gewerkt had. Dat leek me toen heel lang. Ik vergelijk het denk ik onbewust met een miskraam. En na mijn miskramen was ik meestal na een week of twee wel weer aan het werk.

Little did I know then. Hoe anders het verlies van een baby’tje is. Waar je echt van bevalt. Wat je in je armen houdt. Wat al helemaal af is, maar zo ontzettend klein. Wat je moet cremeren, tegen al je gevoelens en basisreacties in, omdat een dood lijfje nou eenmaal niet bij je kan blijven.

Het eerste half jaar na Tieme’s geboorte en dood nu voorbij. Maar ik kan me nog totaal niet voorstellen dat ik weer aan het werk zou gaan. Alle lieve collega’s ontmoeten. M’n verhaal vele malen doen. Of niet, maar hoe dan ook die mensen onder ogen komen. De boze buitenwereld in. En op de een of andere manier weer de concentratie op kunnen brengen om na te denken, werk te verzetten. Met mijn input-emmer die momenteel na een half uur videobellen ongeveer volgelopen is zie ik het voorlopig gewoon niet gebeuren.

Gelukkig was de bedrijfsarts hier ontzettend begripvol in. Waar ik nog zei dat ik geen idee had waar de vermoeidheid en concentratie-problemen vandaan kwamen, dat het de pre-eclampsie kan zijn maar ook rouw en totale uitputting, drukte hij me op het hart de nawerkingen van de pre-eclampsie niet te onderschatten. Dat het ongetwijfeld van alles een beetje is, maar dat pre-eclampsie nou eenmaal heel lang vermoeidheidsklachten en concentratiestoornissen kan veroorzaken. Fijn dat hij mij daarvan ging overtuigen, in plaats van andersom.

En verder de afgelopen maand

Herkenning

We lazen in het prachtige boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ van Manu Keirse. Het bracht heel veel herkenning. En het geeft me op een bepaalde manier ook ‘toestemming’ om een aantal dingen die ik voel of merk, ook te mógen voelen of merken. Bijvoorbeeld dat het in groepen zijn niet fijn is momenteel. In het boek lees ik dat in groepen zijn vervelend is als je rouwt. Het vereist namelijk chit-chat, luchtige gesprekken, en daar ben je nou eenmaal momenteel niet goed in. Hij adviseert om de intimiteit van een-op-een contact op te zoeken.

Het zou misschien eigenlijk niet nodig moeten zijn om die ‘toestemming’ van iemand anders te moeten krijgen om gewoon m’n gevoel te volgen hierin. Maar het helpt me toch. En blijf gewoon oefenen in dat ook te doen zonder toestemming 😉

Golven van vermoeidheid en verdriet

De golven van vermoeidheid en verdriet komen en gaan. Vorige week kwam er weer een. Een dag of vijf achter elkaar voel ik het al als ik ’s ochtends m’n ogen open doe. Moe. Verdrietig. Ellendig. Gelukkig kon mijn man die dagen de ‘ochtend-shift’ met Lumen doen. Probeerde ik nog even verder te slapen. Wat soms lukte, en soms niet. Ik probeer lief voor mezelf te zijn. Te doen wat goed voelt. Een stuk wandelen. Een boekje lezen. Schrijven. En niet te balen van wat niet lukt: de dagelijkse oefeningen. Dat telefoontje wat ik eigenlijk wilde plegen. Dat stuk wandelen of schrijven wat ik eigenlijk bedacht had te doen.

Het is de dagen doorkomen, tot de golf voorbij is. Als het me maar lukt die ruimte te pakken, dan gaat de golf na een aantal dagen weer liggen. Ik word ineens weer beter wakker. Ben overdag minder moe. En voel me minder lamlendig.

Het fysieke werk aan de winkel

Omdat de psycholoog wegviel, en de wachtlijsten ervoor zorgen dat het starten bij een nieuwe nog wel een tijdje zou duren, probeerde ik te zoeken naar wat dan wel ging. Binnen de huidige Corona-grenzen. Ik nam contact op met één van de fysio’s die me begeleid heeft tijdens mijn knie-revalidatie. Ik had de laatste tijd meer pijn aan mijn knie, dus wil een setje oefeningen wat de spieren sterker maakt en wat ik wekelijks thuis kan doen. Dat lukte prima via videobellen. En inmiddels ben ik alweer een aantal weken een opbouwschema aan het doen met om de dag oefeningen. De andere dagen doe ik via een app spierversterkende oefeningen voor de rest van m’n lijf. Lekker bezig dus.

Genieten & ongeduld

Het lukte me zelfs om af en toe te genieten. Van alle fijne momenten thuis met z’n drietjes. Van mijn lieve dochtertje, die me echt elke dag wel kleine geniet- en verwondermomentjes brengt. Van mijn man. Van afgelopen weekend eindelijk weer eens een BBQ bij onze lieve vrienden. Van een fijn telefoongesprek met een vriendin.

Ik bespeurde de afgelopen weken voor het eerst een soort ongeduld bij mezelf. Wanneer is dat rouwen klaar? Wanneer houdt het verdrietig zijn op? Wanneer kan ik weer meer? Wanneer hoef ik mezelf niet meer te verstoppen voor de buitenwereld, omdat ik alle input weer gewoon aankan?

Dat ongeduld is me niet vreemd. Tijdens mijn knie-revalidatie en de revalidatie na mijn zwangerschap voelde ik het continue. Wilde ik steeds meer dan ik kon. Ging ik ook zo snel mogelijk weer aan het werk. Dus ergens verbaasd het me dat dit ongeduld nu pas de kop op komt zetten.

Aan dat soort dingen merk ik dat er wel vooruitgang in zit. Ook al heb ik nog een lange weg te gaan.

De komende tijd

Meer fysio-afspraken om dat schema op te bouwen. Dat mag vanaf deze week zelfs weer in de praktijk. Daarnaast werd ik vorige week gebeld dat ik deze week terecht kan bij een van de psychologen waar ik op de wachtlijst sta. Sneller dan ik had durven hopen. Echt hartstikke fijn. Dat zal ook weer heel intensief en emotioneel zijn.

Die combinatie van zowel fysiek als mentaal met mezelf aan het werk is wel weer genoeg hooi op de vork voor de komende tijd. Dus alle andere dingen die op mijn to do lijst staan moeten nog maar een tijdje wachten. Want alhoewel Lumen vanaf deze week weer 2 dagen naar school gaat, is ze voorlopig ook nog 3 dagen per week meer thuis dan ‘normaal’. En al merk ik dat sommige dingen beter gaan, het is ook nog steeds heel snel te veel. De input-emmer raakt nog snel vol. Dus ook al mogen we straks weer wat meer, qua sociale contacten hou ik het nog heel klein. En dat is OK. Want dat voelt voor nu nou eenmaal het beste.

Over een roze muur en afscheid nemen

Afscheid nemen gaat in stapjes. We verfden de muur van mijn dochtertjes kamer roze. Voor mij ook weer afscheid nemen van een stukje Tieme.

Afscheid nemen gaat in stukjes

We verfden de muur van mijn dochtertjes kamer roze. Heel leuk om samen te doen in de meivakantie. Daarnaast voor mij ook weer afscheid nemen van een stukje Tieme.

Het kamertje

Vanaf onze verbouwing 4 jaar terug hebben we een klein kamertje. Het is ongeveer 2x3m. Perfect als babykamertje: er past precies een ledikant, commode en klerenkast in. Lumen slaapt hier vanaf die verbouwing, ze was toen anderhalf. Inmiddels slaapt ze allang in een groot bed, en heeft ze ook geen commode meer nodig. Dat grote bed past ook net, veel speelruimte is er niet over.

Toen ik zwanger bleek van Tieme hebben we een van onze zolderkamers omgetoverd tot ‘grote meiden kamer’ voor Lumen. We ruimden hem uit, ik schilderde een kastje en een lamp, we kochten een kleerkast en wat moois voor aan de muur. In een paar weekenden maakten we er een prachtige kamer van, VT Wonen-waardig.

Dat deden we allemaal vóór de 20 weken echo. Aan de vroege kant. Maar toen ik tijdens Lumen’s zwangerschap met 28w zulke bekkenklachten kreeg dat ik alleen nog kon liggen, vond ik het vre-se-lijk dat de babykamer nog niet af was. Dat die helemaal gemaakt moest worden door mijn man en onze familie, terwijl ik vanaf de bank lag te ‘commanderen’ hoe ik het wilde hebben. Oh ja, en de babyuitzet bestelde ik allemaal online, schuin, liggend. Heel oncomfortabel. Maar vooral gewoon heel rottig dat ik het niet op een fijne manier bij elkaar kon regelen.

Dat zou me deze keer niet gebeuren. Toen we eenmaal de 13w voorbij waren, wilde ik het allemaal zo snel mogelijk klaar hebben. Zodat ik met een gerust hart om kon vallen, mocht dat nodig zijn. Zelfs als dat al eerder zou gebeuren dan bij die 28w in Lumen’s zwangerschap.

Grote meiden kamer

Dus we maakten Lumen’s grote meiden kamer klaar. Ze vond het prachtig. Ze verhuisde vast naar boven. Het wennen ging heel soepel, na een paar nachten sliep ze net zo goed als in haar oude kamertje.

Het kleine kamertje bleef leeg achter. Daar hoefde niet veel aan te gebeuren. Het ledikant stond er, nog uit elkaar. En alle boxen met kleertjes stonden netjes opgestapeld in de kleerkast.

Het is me nog wel door m’n hoofd geschoten. Zijn we niet te voorbarig? We hebben de 20w echo nog niet gehad. Maar ik heb die gedachte snel weggestopt: natuurlijk gaat alles goed. Het gaat bij bijna iedereen altijd goed. En als ik het op tijd af wil hebben, kan ik niet wachten tot na die echo. Dus: niet meer over nadenken, het komt allemaal goed.

Een lege kamer

Het kwam niet goed. Tieme ging dood. In de 2,5e maand die we in onzekerheid zaten, liep ik telkens met een zwaar hart langs dat kamertje. Zou er straks een klein jongetje in liggen? Of zou het kamertje leeg blijven?

Tieme werd geboren, dood. In de dagen na zijn overlijden werd Lumen soms huilend wakker. En al een paar dagen na zijn dood zij ze ineens, zichzelf wakker gehuild, nog half slapend: ik mis mijn oude kamer. Ik wil weer in mijn oude kamer slapen.

Toen mijn man en ik bespraken wat we daarvan vonden, bleek dat het ons beiden ook al door het hoofd geschoten was. Het kleine kamertje is pal naast onze slaapkamer, op zolder ligt ze een stuk verder weg. En op zolder moet ze een trap af als ze moet plassen. Eigenlijk ook veel praktischer als ze gewoon weer naast ons komt slapen. Dat kamertje staat toch leeg.

Dus we verhuisden haar weer terug. Een paar dagen na Tieme’s crematie tilde mijn man samen met de buurman haar bed weer een verdieping omlaag. We brachten alle boxen met babykleertjes naar een goed doel, zodat de klerenkast weer leeg was voor haar kleren.

Ik dacht nog heel naïef: zo, dan blijft dat kamertje tenminste niet leeg, opgelost. Want dat kamertje deed sinds de 20w echo steeds pijn. Als ik erlangs liep. Als ik erin keek. Maar dat ging natuurlijk niet zo makkelijk: er staat alsnog een kamer leeg nu. Maar dan op zolder. Een andere kamer, dezelfde pijn.

Roze muur

Dus ons meiske slaapt weer in haar ‘oude’ kamertje. Ze heeft nu twee kamers: een slaapkamer en op zolder een speelkamer. Lekker decadent. Niet dat zij of wij dat ooit gewild hebben. Ook dit is zoals het is.

Ik vind het vreselijk dat haar broertje dood is. Maar dit is nu de situatie. Zoals het nu is, slaapt ze weer in het kamertje naast ons. En zal ze dat waarschijnlijk nog wel een hele tijd blijven doen.

De muur in het kleine kamertje maakten we met de verbouwing een prachtige kleur groen-blauw-grijs. Ik vond de kleur zó mooi dat de muur ook voor Tieme die kleur wilde laten.

Ik merkte dat ik me er de laatste tijd niet goed bij voelde dat Lumen ‘op dat babykamertje’ sliep. Dat ze soort van terugverhuisd was in de oude situatie. Het voelde alsof ze in Tieme’s kamer sliep, of in haar oude kamer, maar in ieder geval niet alsof het een fijne slaapkamer voor haar was.

Dus ik bedacht dat het een goed idee was om daar iets aan te doen.

Lumen is helemaal gek van roze. Dat krijg je denk ik als je moeder je de eerste 4 jaar van je leven nooit roze aantrok 😉 Maar inmiddels heeft ze een mening over haar kleren en schoenen. En weet ik dat ik hoe dan ook goed zit als er roze, paars, glitters of een hartje in zit. Dus ga ik voor safe en koop roze crocs, een roze tandenborstel, roze teva’s, een jas met roze en paarse hartjes, enzovoort enzovoort.

Het leek me het beste om haar kamer echt de hare maken door die muur over te schilderen. Roze natuurlijk.

Afscheid nemen

We schilderden de muur samen. Ze vond het fantastisch dat ze bootjes, hartjes en een leeuw op de muur mocht schilderen. Ze was diep teleurgesteld toen ze ontdekte dat deze uiteindelijk overgeschilderd gingen worden en dus verdwenen. Maar na die hobbel hebben we heerlijk samen geverfd. Genieten hoor, dat lieve en leuke dametje van ons!

En ik nam van weer een stukje Tieme afscheid. Ik zei gedag tegen die prachtige kleur, die niet had misstaan op de babykamer voor ons kleine mannetje.

Zo gaat het afscheid nemen in honderdduizend kleine stapjes. Ik nam al afscheid van zijn babykleertjes. Want de ene helft was van zijn neef geweest, die inmiddels bijna 9 is. En de andere helft van Lumen, die ook al 5 is. Mocht er ooit nog een kindje komen, dan leek het me niet handig om al deze kleertjes nog langer bewaard te hebben. En vooral: alle babyzooi stond me in de weg. De afgelopen jaren al. Telkens als ik het tegenkwam, wat vaak is omdat babyzooi nou eenmaal massief is en veel ruimte inneemt, voelde ik een steek van pijn. En nu helemaal. Dus ik wil het allemaal weg hebben. Omdat in dit geval ‘uit het oog, uit het hart’ zeker niet alle pijn, verdriet en gemis wegneemt. Maar ergens toch wel een klein beetje helpt om de confrontatie er iets minder vaak te laten zijn. Ik nam afscheid van mijn zwangerschapskleren. En nu dus van zijn babykamertje, en zijn muur.

Het afscheid nemen gebeurt in mijn hart. En daarnaast ook letterlijk, met al die fysieke dingen waar we gedag tegen zeggen. Ik zal de komende tijd nog afscheid gaan nemen van onze traphekjes. Die we er eigenlijk vorig jaar af wilden halen, maar die we lieten hangen omdat ik ineens zwanger bleek. Afscheid nemen van de box, van de hangwieg, van de fietsstoeltjes.

Aanpassen aan de wereld na verlies

Eén van de rouwtaken die rouwdeskundige Manu Keirse in zijn prachtige boek Helpen bij verlies en verdriet beschrijft, is het aanpassen aan de wereld na verlies. Dit vergt aanpassingen op drie verschillende gebieden:

  1. Extern: Hoe het verlies je dagelijks leven in de wereld verandert. Letterlijk je leven, en je huis, inrichten zodat het geschikt is verder te leven zonder degene die je verloren bent
  2. Intern: Hoe het verlies je zelfgevoel bepaalt
  3. Spiritueel: hoe je geloof in het leven en de toekomst, je waarden en je veronderstellingen in vraag worden gesteld

Door de muur van het kamertje roze te verven, heb ik geprobeerd dat kamertje weer echt van Lumen te maken. Omdat dat nu de situatie is. Het was een klein stukje van alle externe aanpassingen die we doen om onze wereld aan te passen na het verlies van Tieme. Dag lief mannetje.

De nieuwe, frisse muur staat prachtig. Lumen is er blij mee. En voor mij voelt het nu weer een beetje meer als Lumen’s kamer. Ik hoop dat ze er nog heel lang heel lekker mag slapen.

Niets is leuk

We proberen weer af en toe de buitenwereld in te trekken. Ik kan niet zeggen dat ik er zin in heb. Maar ik zit al zo lang thuis, dat ik er wel een soort van behoefte aan begin te hebben. Het blijkt alleen lang niet mee te vallen.

We kunnen allebei nog niet veel input aan. Het lijkt alsof we een input-emmertje hebben wat na één tot twee uur vol loopt. En dan is het klaar. Eén op één gesprekken of activiteiten gaan inmiddels redelijk. Zo schreef ik hier al dat we met Valentijn lekker samen op date geweest zijn. Uurtje darten, uurtje biertje drinken, naar huis. Kan net.

Input

Met meerdere mensen is het lastiger. We zijn inmiddels ook alweer een keer naar de kroeg geweest met vrienden. We probeerden een rustige locatie te zoeken. Het eerste uur heb ik het fijn. Fijn om wat mensen te zien, fijn om te horen hoe het in de buitenwereld is. Die natuurlijk gewoon doordraait, ook al staat onze wereld al maanden stil. Maar na dat uur is het alsof ik ‘uitcheck’. Het rumoer op de achtergrond klinkt vanaf dan als harde herrie en is ineens ontzettend aanwezig. Ik kan geen gesprekken meer volgen en kan nauwelijks meer praten. Snel naar huis dus.

Feestje

Een tijd geleden kocht een vriend van ons voor een ‘Back to the 90s’ feestje veel kaartjes voor weinig. Ik zou eigenlijk niet meegaan (want ik zou net bevallen zijn van ons kindje). Maar dat liep anders. En toen ik in januari wat meer energie had, en daardoor behoefte aan wat anders dan alleen maar tv kijken op de bank, leek het me een goed idee toch mee te gaan. Ik wil al jaren naar zo’n Back to the 90s feestje. Pure nostalgie 😉 En het feestje was toen nog zó ver weg, tegen die tijd zou het vast wel beter gaan met de input.

Niet echt dus. We kopen oordoppen. Ik bedenk me in de week ervoor wel 10 keer dat ik misschien beter niet kan gaan. Maar bedenk steeds weer: we gaan het zien, en als het niet gaat zijn we ook zo weer weg. We zijn met een groep hele leuke en lieve mensen. De muziek brengt veel ‘o ja’-momentjes terug. Veel beter dan dit kunnen de omstandigheden voor een feestje niet zijn. Maar toch voel ik me ontheemd. Midden in de mensenmassa sta ik te denken: “Ik heb 3,5e maand geleden mijn zoontje gecremeerd. En dat weten jullie allemaal niet. Wat gek”. Die zwarte sluier van verdriet hangt ook nu weer over alles heen. Het gaat een uur en een kwartier goed. Daarna wordt het overleven en bikkel ik door tot ook mijn man er even later klaar mee is. En we gaan naar huis. Op zich goed dat we gegaan zijn denk ik. Maar echt leuk geweest? Nee.

Museum

Lumen had deze week vakantie. Heerlijk om haar meer thuis te hebben. Maar omdat mijn man en ik allebei zo laag in onze energie zitten, komt het er meestal op naar dat we haar als een soort estafettestokje doorgeven op een dag. Ik de ochtend en mijn man de middag, of andersom. We wilden ook graag 1 keer iets met z’n drietjes doen. Er zou veel regen vallen, dus we gingen voor een binnenactiviteit. Het werd het Naturalis in Leiden. Daar blijkt het ontzettend druk. File lopen door het hele museum. Er is niet echt een kinderspeurtocht ofzo, dus we moeten zelf echt aan de bak om Lumen door het museum te kletsen.

Er zijn heel veel gezinnetjes met meerdere kinderen. En heel veel baby’s. Erg moeilijk en confronterend. Nou is dat gevoel al bekend van de afgelopen jaren, met alle miskramen. Baby’s en zwangere vrouwen zijn gewoon moeilijk. Maar dit is de eerste keer dat we er na Tieme zo mee geconfronteerd worden. Bij elke baby probeer ik in te schatten hoe oud hij is. En denk ik: zo oud was Tieme nu geweest als hij nog geleefd had. Of: zou groot was Tieme ongeveer geweest als hij op z’n normale tijd geboren was. Natuurlijk zijn er wel kleine momentjes dat ik van onze dochter geniet. Als ze helemaal weg is van een nep-herdershond. Als ze enthousiast voor de zoveelste keer in een rij aansluit om door een verrekijker te kijken. Maar het is vooral weer overleven. En het duurt allemaal langer dan onze input-emmer aankan.

Koorddansen

’s Avonds liggen we uitgeput op de bank. Ik trek hardop de conclusie dat het momenteel gewoon echt moeilijk is om iets als ‘leuk’ te ervaren. Het is één grote koorddans-act, waarbij we rekening moeten houden met hoeveel energie we hebben, welke activiteit geschikt is (feestjes en musea dus nog even niet), en of het niet teveel is in combinatie met de therapie waar we inmiddels allebei mee begonnen zijn, de ziekenhuisbezoeken (waar we er in januari/februari alweer 3 van hadden, gelukkig nu hopelijk tot november niet), en de normale dagelijkse dingen. We proberen de act zo goed mogelijk te doen. Maar knikkeren ook regelmatig keihard van het koord af. Omdat we een inschattingsfoutje maken over de activiteit. Omdat we onszelf overschatten. We zullen af en toe een misstap maken.

Het is niet gek. Het is pure rouw. En dat is gewoon vermoeiend en heftig. Ik denk dat het wel gaat helpen om nu in ieder geval ook te beseffen dat op dit moment gewoon niets leuk is. Scheelt weer in de verwachtingen vooraf.

Het is trouwens lente vandaag. Daar zijn we wel aan toe.

Rouw inspiratie

rouw inspiratie

Ik leer de laatste maanden veel over rouwen. Iets wat me eerder niet goed lukte.

Niet bij het verliezen van mijn gezondheid na mijn skiongeval 8 jaar geleden. Na 2 jaar revalideren kon ik wel weer lopen. Maar ik kan niet meer rennen. Ik beachvolleybalde. Dat mis ik nog steeds. Ook in andere dingen in mijn leven heeft het groot effect gehad. Hoe groot dat effect is, realiseer ik me de laatste jaren eigenlijk pas. Echt rouwen om dit verlies, om wat ik niet meer kan, het sociale leven wat deels is weggevallen hierdoor, de rug- en bekkenklachten die waarschijnlijk hierdoor opspeelden in mijn zwangerschappen: dat heb ik eigenlijk niet gedaan. Ik was vooral bezig met fysiek herstel, met proberen zo snel mogelijk weer op de been te komen. Letterlijk.

Ook bij de 4 miskramen die ik gehad heb, heb ik weinig echt gerouwd. Zodra ik fysiek weer wat opgeknapt was ging ik weer aan het werk. En altijd weer zo snel mogelijk terug naar ‘het normale leven’.

Nu is mijn zoontje dood geboren. Nu moet ik wel. Ik lees alles wat los en vast zit over rouw. Blogs. Websites. Boeken. Hier ter inspiratie de dingen die mij het meest aanspraken.

Own your grief

Via de prachtige TEDtalk Owning Our Grief leerde ik Alana Sheeren kennen. Ik herkende veel in de talk: het jezelf beloven iedere les te leren die dit verlies je kan leren, omdat je zoiets nooit, maar dan ook nooit meer mee wilt maken. Het feit dat groot verdriet je midden in een vuur plaatst, en alles wegbrandt wat niet essentieel is in ons leven. Heerlijk ook dat zij me dat zo vertelde, dit geeft me ‘toestemming’ om alles wat nu niet goed voelt weg te laten branden. Geen energie te stoppen in wat nu niet absoluut noodzakelijk of fijn is.

Ik lees momenteel haar blog over het verlies van haar zoontje Benjamin. Wederom zo ontzettend veel herkenning. Over de angst om nog andere dierbaren te verliezen. Die angst is bij mij een miljoen keer groter dan vóór het overlijden van Tieme. Wat fijn om te lezen dat ik hierin niet de enige ben.

Daarnaast is ze zo ontzettend inspirerend. Het raakt me keer op keer hoe mild ze kan zijn voor haar eigen verdriet. Bijvoorbeeld door op slechte dagen aan haar hart te vragen wat het nodig heeft. Dat blijkt bij mij ook goed te werken. De ene keer is het antwoord ‘naar buiten’. De andere keer ‘ga een stukje van de babyspullen opruimen’. Soms ‘series kijken op de bank’. Zolang ik luister, wordt de dag draaglijker.

Zorgen voor je verdriet

Op de website Vlinderkusje las ik dit blog over ‘zorgen voor je verdriet’. Prachtig. Op Tieme’s plekje in de woonkamer staat nog steeds de glazen cylinder waar hij in lag. Na zijn crematie deed ik er drijfkaarsen in. Dit blog inspireerde me om het plekje nog wat mooier te maken. Ik kan dan wel niet meer voor Tieme zorgen, maar het doet me goed om zijn plekje wel fijn te blijven maken. Met kerst legde ik er lichtjes en kerstballen in. Na kerst onderstaande poppetjes in de sneeuw. Nu deze januari de warmste ooit bleek, is de kans op sneeuw dit jaar wel verkeken 😉 Dus ik ga binnenkort op zoek naar een lente vulling.

Tieme’s winterplekje

Poppetjes via liefsvanlauren.nl.

Hoe het medicijn van rouw in te nemen?

Via Alana kwam ik op de website van Danielle Laporte. Dit stuk over hoe het medicijn van rouw in te nemen sprak me enorm aan. Over jezelf ruimte mogen (moeten!) geven voor rouw. Over hoe rouw in je hele lijf zit. En dat bewegen letterlijk helpt het te verteren. Ik luister nu haar podcast With Love.

Rouwen

Lezen over rouw helpt me. Om bewust met mijn rouw om te gaan. Er de tijd voor te nemen. Het brengt tranen naar boven. Tranen die eruit moeten. Fijn om herkenning en inspiratie uit andere verhalen te halen.

Mocht je nog een blog kennen van een recent verlies van een baby: ik hoor het graag! Ik lees verschillende Nederlandse blogs, maar de meesten zijn over kindjes die al langer geleden overleden zijn. Het lijkt me fijn om ook te lezen van iemand die dit pad in dezelfde periode loopt als ik.

Kraambezoek

kraambezoek met muisjes

Ik heb nog niet veel zin in bezoek. De mensen die het dichtst bij me staan heb ik al wel gezien. Nu zijn de mensen uit het kringetje daarbuiten aan de beurt. Maar ik zie ertegen op.

Ik heb een lijstje. Met lieve mensen die aangegeven hebben graag een keertje koffie te komen drinken. Ons verhaal te horen. Mee te leven. Op het lijstje staan de vriendinnen die ik al jarenlang 1 of 2 keer per jaar zie. Een buurvrouw. Een paar collega’s.

Het voelt heel dubbel. Natuurlijk wil ik ze graag zien. Hen vertellen over Tieme. De foto’s laten zien. Want net als elke ouder ben ik hartstikke trots op ons mannetje, en voel ik ook echt de behoefte hem aan de wereld te tonen. Dat is niet anders dan bij een levende baby.

Maar daarnaast vind ik het moeilijk. Het duurde even voordat ik begreep waarom. Maar ik begrijp het inmiddels. Deze bezoekjes hadden natuurlijk kraambezoek moeten zijn. Om ons levende zoontje voor te stellen aan de fijne mensen in ons leven. In zijn leven. Kraambezoek wat je ontvangt met wallen onder je ogen van de nachtvoedingen. Kraambezoek wat altijd net op een onhandige tijd komt omdat je kindje eigenlijk net moet slapen, drinken of verschoond moet worden. Kraambezoek met blauwe muisjes.

In plaats daarvan doe ik mijn verhaal. Laat ik het fotoboek zien wat ik van Tieme gemaakt heb. De enige foto’s die ik van mijn zoontje heb. Bekijken we het plekje waar Tieme lag toen hij thuis was, en waar we nu een mooi herinneringsplekje van gemaakt hebben. Huilen we samen.

Het is fijn ze te zien. En ook moeilijk. Want ik wilde zo graag dat het kraambezoek was. Maar dat mag. Ik mag het moeilijk vinden. Het helpt al een hoop dat ik nu snap waarom ik het moeilijk vind. En in mijn voornemen om lief te zijn voor mezelf en in alles naar mijn gevoel te luisteren, doe ik het dus rustig aan met de bezoekjes. Ik plan ze in. Maar niet meer dan één per week. Dan duurt het nog maar wat langer tot ik iedereen gezien heb.

Hoe dan?

Hoe moeten we hier doorheen komen? Hoe moeten we verder? Het ‘verwerken’? ‘Een plekje geven’? Het voelt als te groot. Te veel.

Het leren omgaan met van het verlies van Tieme.

Het verwerken van de traumatische maanden voorafgaand aan zijn geboorte. De achtbaan vol moeilijke beslissingen, ziekenhuisbezoeken, onderzoeken. Elke dag weer voelen of ik ons kindje nog voelde bewegen, er rekening mee houdend dat hij elk moment kon overlijden. En toch elke keer weer kleine beetjes hoop.

De 4 miskramen die we eerder al hadden.

En bij dat alles nog de gedachte dat Lumen nu waarschijnlijk enig kind blijft. Dat de kans dat we dit ooit nogmaals aandurven heel klein is. En als we het al aandurven, dat de kans dat het dan lukt ook niet groot is. Gegeven dat we nu uit zes zwangerschappen maar 1 levend kindje hebben.

Ik probeer heel goed naar mezelf te luisteren. Doe alleen wat goed voelt. Plan maar weinig in. Zet alle bezoek-verzoekjes on hold, tot ik er zelf aan toe ben. Probeer elke dag even buiten te komen. Af en toe lekker met m’n handen bezig: achter de naaimachine, of ‘visible mending’ uitproberen. Schrijven. Ik probeer m’n tranen toe te laten als ze opkomen. Wanneer en waar dan ook. Ze niet tegen te houden, wat toch mijn basisreactie is.

Ik voel dat dit de enige manier is om hier doorheen te komen. Rouwen, het verdriet om alle dingen hierboven volledig doorvoelen. Alle tijd hiervoor nemen. En mezelf alle ruimte geven die ik nodig heb.

Ik heb mezelf beloofd echt naar mezelf en mijn gevoel te luisteren dit keer. Dat valt zeker niet altijd mee. Maar ik ga ervoor. Ik volg mijn eigen lichtje.