Moederdag & een half jaar

Gisteren was het moederdag. En een half jaar geleden dat Tieme is geboren en overleden.

Gisteren was het moederdag. En een half jaar geleden dat Tieme is geboren en overleden.

Moederdag

Ik ben ontzettend verwend door mijn man en dochter. Ik moest ’s ochtends boven blijven tot ze klaar waren met alle verrassingen beneden. Mijn dochter vond het leuk om slingers op te hangen en mijn stoel te versieren. Ze hadden een heerlijke brunch geregeld, afgehaald bij ons favoriete restaurantje. We konden die brunch heerlijk in het zonnetje buiten opeten. Daarna mocht ik op speurtocht naar verstopte kadootjes. Waaronder de cd van Danny Vera, met het prachtige en voor ons zo toepasselijke ‘Roller Coaster‘.

De eerste keer dat ik moest huilen was het puur geluk. Wat een bof dat ik zo’n lieve man heb. Zo’n fantastische dochter. Dat ik zo verwend word op moederdag.

Door de dag heen volgen nog een aantal tranendallen. Want ons jongetje is niet bij ons. We missen hem elke dag. Maar rond dit soort dagen, die je zo overduidelijk met je gezin viert, is het zo mogelijk nòg duidelijk dat ons gezin niet compleet is.

Een half jaar

En dan was het gisteren ook een half jaar geleden dat ons jongetje geboren en overleden is. Wat klinkt dat lang geleden. Zo voelt het nog totaal niet. Ik kan eigenlijk niet geloven dat er alweer een half jaar voorbij is.

November en december: totale shock. We kunnen niets. Allemaal in een waas voorbij gegaan. Er zijn dingen gebeurt die we nauwelijks meer weten. Mijn man bedacht zich laatst dat de eerste kerst zonder Tieme hem ontzettend moeilijk leek. Om daarna te bedenken dat we die eerste kerst al gehad hadden. Vergeten. En ergens is het ook niet zo. De eerste ‘normale’ kerst, waarin we kerst ook daadwerkelijk (proberen) te vieren zoals we dat normaal zouden doen, moet nog komen. Die eerste twee maanden was het puur overleven, de dagen doorkomen. Of het dan Sint, kerst of Oud & Nieuw was maakte weinig uit.

Januari & februari: we proberen wat dingen te doen. Sporten. Erop uit. Dat eerste lukt aardig, dat laatste is heel moeizaam. En het is eigenlijk allemaal te veel. Maar blijkbaar is er toch een drive om niet in bed onder de dekens te blijven liggen. Dus we proberen wat, en doen het met vallen en opstaan.

Maart & april: en toen was er Corona. Ging Lumen niet meer naar school. Hield de yoga op, en het sportschoolklasje waar ik net mee begonnen was. Stopte ik met de psycholoog, omdat ik niet blij met haar was. Onze wereld stond al op z’n kop. Maar nu kantelt hij weer een stuk een andere richting in. We zetten alle zeilen bij om zo goed en fijn mogelijk door deze rare periode te komen.

Een moeder van een vriendinnetje van Lumen is ook haar baby’tje verloren. We hadden het erover toen ik een maand of drie zwanger was. Zij vertelde me dat ze daarna een half jaar niet gewerkt had. Dat leek me toen heel lang. Ik vergelijk het denk ik onbewust met een miskraam. En na mijn miskramen was ik meestal na een week of twee wel weer aan het werk.

Little did I know then. Hoe anders het verlies van een baby’tje is. Waar je echt van bevalt. Wat je in je armen houdt. Wat al helemaal af is, maar zo ontzettend klein. Wat je moet cremeren, tegen al je gevoelens en basisreacties in, omdat een dood lijfje nou eenmaal niet bij je kan blijven.

Het eerste half jaar na Tieme’s geboorte en dood nu voorbij. Maar ik kan me nog totaal niet voorstellen dat ik weer aan het werk zou gaan. Alle lieve collega’s ontmoeten. M’n verhaal vele malen doen. Of niet, maar hoe dan ook die mensen onder ogen komen. De boze buitenwereld in. En op de een of andere manier weer de concentratie op kunnen brengen om na te denken, werk te verzetten. Met mijn input-emmer die momenteel na een half uur videobellen ongeveer volgelopen is zie ik het voorlopig gewoon niet gebeuren.

Gelukkig was de bedrijfsarts hier ontzettend begripvol in. Waar ik nog zei dat ik geen idee had waar de vermoeidheid en concentratie-problemen vandaan kwamen, dat het de pre-eclampsie kan zijn maar ook rouw en totale uitputting, drukte hij me op het hart de nawerkingen van de pre-eclampsie niet te onderschatten. Dat het ongetwijfeld van alles een beetje is, maar dat pre-eclampsie nou eenmaal heel lang vermoeidheidsklachten en concentratiestoornissen kan veroorzaken. Fijn dat hij mij daarvan ging overtuigen, in plaats van andersom.

En verder de afgelopen maand

Herkenning

We lazen in het prachtige boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ van Manu Keirse. Het bracht heel veel herkenning. En het geeft me op een bepaalde manier ook ‘toestemming’ om een aantal dingen die ik voel of merk, ook te mógen voelen of merken. Bijvoorbeeld dat het in groepen zijn niet fijn is momenteel. In het boek lees ik dat in groepen zijn vervelend is als je rouwt. Het vereist namelijk chit-chat, luchtige gesprekken, en daar ben je nou eenmaal momenteel niet goed in. Hij adviseert om de intimiteit van een-op-een contact op te zoeken.

Het zou misschien eigenlijk niet nodig moeten zijn om die ‘toestemming’ van iemand anders te moeten krijgen om gewoon m’n gevoel te volgen hierin. Maar het helpt me toch. En blijf gewoon oefenen in dat ook te doen zonder toestemming 😉

Golven van vermoeidheid en verdriet

De golven van vermoeidheid en verdriet komen en gaan. Vorige week kwam er weer een. Een dag of vijf achter elkaar voel ik het al als ik ’s ochtends m’n ogen open doe. Moe. Verdrietig. Ellendig. Gelukkig kon mijn man die dagen de ‘ochtend-shift’ met Lumen doen. Probeerde ik nog even verder te slapen. Wat soms lukte, en soms niet. Ik probeer lief voor mezelf te zijn. Te doen wat goed voelt. Een stuk wandelen. Een boekje lezen. Schrijven. En niet te balen van wat niet lukt: de dagelijkse oefeningen. Dat telefoontje wat ik eigenlijk wilde plegen. Dat stuk wandelen of schrijven wat ik eigenlijk bedacht had te doen.

Het is de dagen doorkomen, tot de golf voorbij is. Als het me maar lukt die ruimte te pakken, dan gaat de golf na een aantal dagen weer liggen. Ik word ineens weer beter wakker. Ben overdag minder moe. En voel me minder lamlendig.

Het fysieke werk aan de winkel

Omdat de psycholoog wegviel, en de wachtlijsten ervoor zorgen dat het starten bij een nieuwe nog wel een tijdje zou duren, probeerde ik te zoeken naar wat dan wel ging. Binnen de huidige Corona-grenzen. Ik nam contact op met één van de fysio’s die me begeleid heeft tijdens mijn knie-revalidatie. Ik had de laatste tijd meer pijn aan mijn knie, dus wil een setje oefeningen wat de spieren sterker maakt en wat ik wekelijks thuis kan doen. Dat lukte prima via videobellen. En inmiddels ben ik alweer een aantal weken een opbouwschema aan het doen met om de dag oefeningen. De andere dagen doe ik via een app spierversterkende oefeningen voor de rest van m’n lijf. Lekker bezig dus.

Genieten & ongeduld

Het lukte me zelfs om af en toe te genieten. Van alle fijne momenten thuis met z’n drietjes. Van mijn lieve dochtertje, die me echt elke dag wel kleine geniet- en verwondermomentjes brengt. Van mijn man. Van afgelopen weekend eindelijk weer eens een BBQ bij onze lieve vrienden. Van een fijn telefoongesprek met een vriendin.

Ik bespeurde de afgelopen weken voor het eerst een soort ongeduld bij mezelf. Wanneer is dat rouwen klaar? Wanneer houdt het verdrietig zijn op? Wanneer kan ik weer meer? Wanneer hoef ik mezelf niet meer te verstoppen voor de buitenwereld, omdat ik alle input weer gewoon aankan?

Dat ongeduld is me niet vreemd. Tijdens mijn knie-revalidatie en de revalidatie na mijn zwangerschap voelde ik het continue. Wilde ik steeds meer dan ik kon. Ging ik ook zo snel mogelijk weer aan het werk. Dus ergens verbaasd het me dat dit ongeduld nu pas de kop op komt zetten.

Aan dat soort dingen merk ik dat er wel vooruitgang in zit. Ook al heb ik nog een lange weg te gaan.

De komende tijd

Meer fysio-afspraken om dat schema op te bouwen. Dat mag vanaf deze week zelfs weer in de praktijk. Daarnaast werd ik vorige week gebeld dat ik deze week terecht kan bij een van de psychologen waar ik op de wachtlijst sta. Sneller dan ik had durven hopen. Echt hartstikke fijn. Dat zal ook weer heel intensief en emotioneel zijn.

Die combinatie van zowel fysiek als mentaal met mezelf aan het werk is wel weer genoeg hooi op de vork voor de komende tijd. Dus alle andere dingen die op mijn to do lijst staan moeten nog maar een tijdje wachten. Want alhoewel Lumen vanaf deze week weer 2 dagen naar school gaat, is ze voorlopig ook nog 3 dagen per week meer thuis dan ‘normaal’. En al merk ik dat sommige dingen beter gaan, het is ook nog steeds heel snel te veel. De input-emmer raakt nog snel vol. Dus ook al mogen we straks weer wat meer, qua sociale contacten hou ik het nog heel klein. En dat is OK. Want dat voelt voor nu nou eenmaal het beste.

Herbeleven: Vandaag een jaar geleden…

Herbeleven: vandaag een jaar geleden ontdekte ik dat ik zwanger was. Daarmee begint het grote herbeleven. Weer een stuk rouwarbeid wat ons te doen staat.

… ontdekte ik dat ik zwanger was. Daarmee begint het grote herbeleven. Van die ontdekking. De eerste weken. De eerste echo’s. En van alle maanden erna. Het herbeleven van al die momenten die in een zwangerschap in je geheugen gegrift staan. Omdat een zwangerschap nou eenmaal een van de speciaalste en bijzonderste periodes in je leven is.

Herbeleven: Een jaar geleden…

… werd ik vanmorgen enorm vroeg wakker. Gisteren bedacht ik me dat ik eigenlijk al 3 dagen over tijd was. En dat ik me eigenlijk ook wel een klein beetje zwanger voelde. Maar ik kon toch niet zwanger zijn? Ik vond ergens achter in de klerenkast nog een verdwaalde zwangerschapstest. En  bedacht dat ik die morgenochtend maar eens zou doen.

Ik werd natuurlijk supervroeg wakker. Mijn liefies sliepen nog. Ik deed de test. En ja hoor: zwanger! Ik maakte mijn man wakker. Om 6u. Ik kon echt niet langer wachten. Omdat het zo ontzettend onverwachts was, kreeg ik het ook op geen enkele manier verpakt, en zei ik gewoon: ik ben zwanger! Hij was aardig verbaasd.

Gedoe

Het was een maandag. Op vrijdag zouden we in het vliegtuig stappen naar California, voor een vakantie van een maand.

In de onderzoeken naar mijn herhaalde miskramen was ik in het ziekenhuis in Delft 2x positief getest op het Antifosfolipidensyndroom (AFS). De tweede keer op de grenswaarde, dus niet overtuigd. Ik was inmiddels doorverwezen naar de herhaalde miskraam poli in Leiden, waar ze deze test nog een derde keer deden. Ik zou de uitslag nog krijgen.

Maar omdat ik er voor nu positief op getest was, moest ik vanaf de dag van de zwangerschapstest medicatie gaan inspuiten. Aangezien ik de test 4 dagen later deed dan had gekund, en dus eigenlijk al 4 dagen eerder had kunnen/moeten beginnen met medicatie, wilde ik dus wel direct die dag aan de medicatie. Alles om weer een miskraam te voorkomen. Daarnaast had ik niet heel veel tijd om het te regelen, want over 4 nachten vertrokken we op vakantie.

Dat regelen was gedoe. Omdat ik bij twee ziekenhuizen onder behandeling was, wist ik niet welke ik moest bellen. Ik belde allebei maar. Bij allebei hadden de telefoon-juffies die ik aan de lijn kreeg geen idee van hoe dat werkte met AFS, en hoe ik dan diezelfde dag nog aan medicatie zou kunnen komen. Bij allebei zou ik teruggebeld worden. Leiden was het eerst, ik werd teruggebeld door een oude gynaecoloog, en de vroegst mogelijke optie om langs te komen was de ochtend erna. Ik moest namelijk ook instructie krijgen hoe mezelf in te spuiten.

Aan het einde van de middag belde toch ook mijn gynaecoloog uit Delft nog terug. Ik mocht direct langskomen in het ziekenhuis, als het me lukte om er binnen een half uur te zijn. Dan was het 17u, en ging de poli Gynaecologie dicht. Als het me lukte er op tijd te zijn, zou zij het recept daar voor me klaarleggen, kon ik zelf de medicatie in de apotheek van het ziekenhuis ophalen, en kon ik vervolgens naar de afdeling Verloskunde om daar van een zuster het spuiten te leren.

Gelukt maar niet nodig

Het lukte. Het was een hele rare dag. De dag ervoor nog overtuigd dat ik vast heus niet zwanger zou zijn. Die morgen de ontdekking dat het wel zo was, de hele dag besteed aan bellen en mediactie regelen, en uiteindelijk liep ik om 16:58 in de verlaten gangen van het Reinier de Graaf ziekenhuis van poli naar apotheek naar verloskunde. Ik kreeg een tas vol spuiten mee. Ik moest ook nog bedenken hoe ik die langs de douane in het vliegtuig ging krijgen. Maar dat ging ik morgen wel bedenken, genoeg indrukken en gedoe vandaag.

De dag erna belde ik Leiden af. Vijf minuten later werd ik teruggebeld door die oude gynaecoloog. Ik was bang dat hij boos was dat ik zo laat afgebeld had. Maar hij belde om te vertellen dat de test op AFS daar negatief was geweest. En aangezien je wel vals positief schijnt te kunnen testen, maar niet vals negatief, zou ik het dus toch niet hebben. Vooral die medicatie niet gaan gebruiken dus, zei hij. Zeker niet in Amerika. Want stel dat ik dan toch een miskraam zou krijgen, dan móest ik daar naar een ziekenhuis, vanwege verhoogde kans op hevige bloedingen. En  in de gebieden waar wij doorheen gingen trekken waren nou niet per se overal ziekenhuizen in de buurt. Ok dan. Geen spuiten mee op reis dus.

Het grote herbeleven

Ik denk er deze dagen veel aan. Herbeleef het allemaal weer. Ik denk aan die week. Aan hoe het vanaf dag 1 dat ik wist dat ik zwanger was stress was. Door die medicatie. Door de lange vlucht. De vermoeidheid daarna. De jetlag. Die jetlag ging voor m’n gevoel eigenlijk niet meer weg, ik was vanaf toen ontzettend moe. Hoe we bezorgd waren op vakantie, over weer een miskraam. En geen ziekenhuizen in de buurt.

Ik denk over hoe ik me zo moe en beroerd voelde tijdens die vakantie. Over hoe dat me ergens ook wel wat vertrouwen gaf dat het goed zat. Over de lange terugreis, weer heel vermoeiend, weer jetlag. Hoe ik toen nog gezegd heb: als deze zwangerschap goed gaat, dan moet het wel een heel sterk kindje zijn. Want man, wat heb ik veel van mijn lijf gevraagd die weken.

Ook al probeerde ik gezond en genoeg te eten. Ook al sliep ik elke middag. Mijn man zei na de vakantie voor de grap dat ik eigenlijk maar een halve vakantie heb gehad. De ochtenden kon ik wat, na de lunch ging ik slapen. Soms lukte het me om na een paar uurtjes slaap dan nog wakker te worden, maar er waren ook dagen dat ik wel rechtop in een stoel zat, maar dat je dat niet echt wakker kon noemen. Ik probeerde tot 20u wakker te blijven, en viel dan weer als een blok in slaap.

En ik denk over hoe ik me nog steeds afvraag of die hectische en vermoeiende start impact heeft gehad op hoe het uiteindelijk gelopen is.

Vanaf vandaag begint het grote herbeleven van mijn zwangerschap. Het herbeleven van eerst de spanning, daarna de vreugde, de opluchting die toch maar liefst een week of drie heeft mogen duren. En dan onvermijdelijk ook van het verlies.

Niet makkelijk. Maar als ik erop google blijkt het herbeleven wel bij rouw te horen. Weer een stuk rouwarbeid wat ons te doen staat. Dus laten we ook hier maar weer vol doorheen proberen te gaan.

PS: ik vond toevallig vorige week de zwangerschapstest terug, achter in een kastje. Past wel mooi als foto bij dit stukje. Dan eens bedenken of ik ‘m weggooi, of bewaar. Ook dit soort keuzes zijn zo veel makkelijker als je een gezond kindje krijgt na je zwangerschap… Dan zijn beide keuzes goed. Nu voelen ze allebei juist niet goed. Misschien laat ik ‘m wel per ongeluk weer verdwijnen, achterin een ander laadje of kastje.

Zes kindjes

Zes kindjes, 4 miskramen

Begin dit jaar loop ik op een avond naar mijn yogastudio. Ik denk over vanalles na – zoals altijd. Ineens overvalt het besef me: ik ben gewoon 6 keer zwanger geweest. Ik ben vaker zwanger geweest dan wie ik ook ken. Op mijn oma’s na dan.

Zwaarder

Na de dood van Tieme lijkt het alsof mijn 4 miskramen zwaarder zijn gaan wegen. Eerder voelde het niet zo. Er was altijd die hoop dat het nog goed ging komen. Dat we over vijf jaar terug zouden kijken op een hele moeilijke periode. Maar dat we dan twee gezonde kinderen hadden, en wisten waar we het allemaal voor hadden gedaan.  

Toen we hoorden dat we waarschijnlijk afscheid moesten gaan nemen van Tieme veranderde dat. Alles in mij schreeuwde ‘Nee, niet weer! Niet voor de 5e keer. Hoe kan het in hemelsnaam dat we voor de 5e keer afscheid moeten gaan nemen van een kindje?!’

Opstaan en weer doorgaan

Een miskraam is heftig. Dat weet ik. Toch ben ik nooit compleet verdronken in het verdriet. Mijn zorgen waren altijd vooral om het fysieke deel. Mijn eerste miskraam was namelijk nogal een drama, met 2 spoedopnames en uiteindelijk een curettage tot gevolg. De miskraam duurde daardoor wel een week of 5. Met daarna nog een aantal weken hersteltijd, want m’n lijf was er flink van ondersteboven.

Door die eerste ervaring waren alle miskramen daarna heel spannend. Ben ik er mentaal ook wel stuk van geweest, maar dat was dan vooral de stress over hoe de miskraam dit keer zou zijn. Je leest weleens dat een vrouw een periode heel lang heel verdrietig is over haar miskraam. Dat heb ik dus nooit zo sterk gehad. Wel heel veel verdriet, uitgesmeerd over de afgelopen jaren. Maar niet na een miskraam gewoon eens goed de tijd en ruimte genomen om er eens helemaal stuk van te zijn. Ik kreeg wel vaak de opmerking ‘Wat ben je toch sterk’. En ‘Je mag wel huilen en verdrietig zijn, dat is helemaal niet gek’. Maar die tranen kwamen gewoon niet zo makkelijk. Ik weet niet of dat eigenlijk wel zo goed is. Dat niet huilen. En sterk zijn. Want het verdriet zit er echt wel. Maar blijft misschien daardoor juist wel binnen. Blijft, uitgesmeerd over de tijd, op momenten naar buiten komen. Waardoor het steeds veel pijn blijft doen.

Ergens voelde ik ook een bepaalde haast: niet miepen, zo snel mogelijk herstellen, aan het werk, doorgaan. En op naar de volgende poging. Ik ben opgegroeid in een gezin waar niet gezeurd werd. Waar je niet zomaar naar de huisarts ging. Mijn vader was namelijk zelf huisarts, en van het soort ‘Gaat vanzelf weer over’.  Wat met ontzettend veel dingen ook zo is. Misschien dat daar die ‘opstaan en weer doorgaan’ instelling vandaan komt. Ik weet in ieder geval vrij zeker dat daar mijn aversie tegen artsen en medicatie vandaan komt 😉

Ruimte voor het verdriet

Iedereen die weleens een zwangerschapstest heeft gedaan en die positief mocht vinden zal het herkennen: het gevoel van blijdschap. Ongeloof. Het berekenen wanneer je kindje ongeveer geboren wordt. Bij welke leuke dingen je de komende maanden met dikke buik zal aansluiten. Of wat je juist moet laten schieten. En sinds Lumen: de hoop dat ze dan toch eindelijk een broertje of zusje zal krijgen. Dat ze niet op zal groeien als enig kind.

Door de eerdere miskramen waren we altijd ontzettend voorzichtig, en afwachtend. Durfden we er echt niet vanuit te gaan dat het goed zou gaan. Maar toch. Alle bovenstaande dingen had ik toch. Hoe graag ik het ook wou, ik hield het niet tegen. Dus is het dan wel zo eerlijk tegenover mezelf om, als het toch weer mis ging, te denken: maar ik hield er al rekening mee? Maar ik wist dat het mis kon gaan? Maar ik raak in ieder geval heel snel zwanger, dus op naar de volgende poging?

Nee. Ik denk eigenlijk van niet. Ik denk niet dat ik bewust verdriet weggestopt heb. Ik denk wel dat het beter was geweest als ik er meer ruimte voor had gemaakt. Er meer bij stil had gestaan wat het met me deed. Dat ik het eigenlijk echt heel kut vond. Blijkbaar had ik Tieme, en dat enorme verlies, nodig om dat te leren.

Wat er in de tussentijd gebeurde

Ondertussen draait de wereld om ons heen natuurlijk gewoon door. Drie maanden na mijn ski-ongeval zouden we trouwen. En vanaf dat moment hoopten we kindjes te mogen krijgen. Iets waar we toen eigenlijk al best een tijd aan toe waren. Maar waar we wegens mijn revalidatie toen nòg 2 jaar mee moesten wachten. Vanaf dat ski-ongeval, inmiddels 8 jaar geleden, was kindjes krijgen dus al een beladen onderwerp.

Want in die tijd kreeg wel iedereen om ons heen kindjes. In de tijd tussen dat ski-ongeval en Lumen werden er in onze vriendengroep en bij goede vriendinnen van mij 6 kindjes geboren. Tussen Lumen en Tieme kwamen er nog 7 kindjes in onze directe omgeving. En sindsdien is er nog een jongetje geboren, en komt er zeer binnenkort weer een jongetje bij.

De 4 kindjes vlak in de buurt van Lumen waren niet moeilijk. Alle andere kindjes wel. Elf moeilijke geboortekaartjes. Elf moeilijke kraamkadootjes. Moeilijke kraambezoekjes. Al konden we dat niet bij allemaal aan. En dat zijn dan alleen nog maar de kindjes in onze echt directe omgeving. Dan heb ik het nog niet over de weet ik hoeveel andere kindjes die net-iets-verder-weg vrienden en kennissen, neven, nichten en collega’s kregen… Hoe ontzettend ik het iedereen ook gun. Het is gewoon moeilijk. Je gunt het jezelf ook zo.

De andere kindjes

Na Tieme blijk ik dus ineens veel meer bezig te zijn met die eerdere miskramen. En dat laat ik er dan ook maar zijn. Ik voel de behoefte om ook die eerdere kindjes de ruimte te geven. Ook al heb ik ze tot nu toe niet eens echt als kindjes gezien. ‘Want we hebben geen hartje zien kloppen’ (bij eentje wel, en dat maakt eigenlijk helemaal geen verschil). ‘Want het was nog zo vroeg’ (bij twee van de 4 wel, maar ook dat maakt weinig verschil). ‘Want zo’n zwangerschapstest zegt ons inmiddels niet meer zo veel, het is alleen maar het eerste stapje van vele’. Er zijn zoveel manieren waarmee ik – onbewust – mijn verdriet heb weggeredeneerd.

Elke miskraam is anders. Heeft haar eigen verhaal. Haar eigen dingen die in die periode gebeurden, of die juist niet gebeurden door de miskraam. Je wordt er echt niet beter in ofzo.

Het eerste kindje. Waarvan ik me maar een week echt zwanger heb gevoeld. Daarna voelde ik nauwelijks wat. Maar het was mijn eerste zwangerschap, dus ik wist niet wat normaal was. En ik hoopte natuurlijk gewoon dat het goed zat. Het kindje waarvan we met de 8w echo hoorden dat er geen kloppend hartje was. Wat, na de tweede controle echo een week later, met 9w en een beetje een miskraam werd. Dachten we. Waarvan dat stiekem de miskraam nog niet was, maar waar ik een aantal dagen later ineens veel te veel bloedverlies kreeg. Een spoedopname in het ziekenhuis volgde. Twee weken daarna een ontsteking van een rest, waar ik heel ziek van werd. Weer een spoedopname met alsnog een curettage tot gevolg. Met deze miskraam zijn we uiteindelijk zo’n 5 weken bezig geweest. En daarna moest mijn lijf nog herstellen.

Het derde kindje, de eerste zwangerschap na Lumen. Na de zwangerschap van Lumen had ik heel lang en veel pijn met zitten en last van mijn bekken. Dit had dit enorm veel effect op mijn hele leven: Lumen niet goed kunnen dragen, Lumen niet op schoot kunnen hebben, altijd liggend borstvoeding geven (dus nooit ergens even tussendoor ‘op locatie’), niet goed kunnen werken, niet gezellig bij iemand eten, niet naar onze ouders want die woonden te veel zit-afstand weg, niet naar de kroeg, niet naar de bioscoop…. We hebben heel lang gedacht niet geweten in hoeverre dat zou herstellen. En daardoor lang gevreesd dat een tweede misschien niet meer mogelijk was. Daarnaast wist ik niet of ik het überhaupt nog wel aandurfde. Maar de wens was tè groot. Het duurde anderhalf jaar voordat ik de knoop durfde door te hakken, maar toen besloten we: ja, we gaan voor een tweede.

Ik was heel snel zwanger. We waren uitzinnig blij. Want die eerste miskraam was gewoon een foutje, en daarna kregen we tenslotte Lumen? Dus natuurlijk zou deze zwangerschap goed gaan. We waren op vakantie in het huisje van mijn ouders. We namen op het strand een foto van ons drietjes met de positieve zwangerschapstest. Stiekem, zodat Lumen het niet zag, omdat we anders het zelf het moment kiezen waarop we de zwangerschap wilden melden wel op ons buik konden schrijven 😉 Het leek ons leuk om die foto straks te gebruiken om mensen te laten weten dat we een tweede kindje kregen. We stelden ons al voor hoe we een jaar later met z’n viertjes in datzelfde huisje zouden zitten. Ik denk dat dit van alle zwangerschappen degene is geweest waar we het allerblijst, of misschien het minst bezorgd, waren toen we de positieve test in handen hadden. We wisten nu tenslotte dat we een gezond kindje konden krijgen. Man, wat waren we gelukkig.

Een paar dagen later verloor ik één drupje bloed. BAM. Daar was de bezorgdheid direct weer. We hoopten nog dat het niets was. Maar gingen wel op zoek naar kraamverband. Dit bleek niet per se makkelijk in de kleine vakantiedorpjes in Zeeland.  We kwamen die dag door. En de volgende. Het vloeien werd steeds een beetje meer. Daar zaten we dan. Doodsbang voor weer zo’n bloedbad als 2 jaar eerder. In the middle of nowhere. Dit voelde op geen enkele manier goed. Niet als vakantie. Niet om zo ver weg te zijn van ons eigen ziekenhuis. We hebben onze spullen gepakt en zijn midden in de vakantie naar huis gegaan.

Het vierde kindje. Drie maanden later was ik al weer zwanger. Toch weer blij natuurlijk. Vanwege die eerdere miskramen mogen we al een vroege echo laten maken. We gaan met 7,5e week. De verloskundige laat ons een kloppend hartje zien. Maar het formaat van het kindje klopt niet met de termijn die ik volgens mij ben. Het scheelt maar liefst twee weken. Ik weet vrij zeker wanneer ik zwanger ben geraakt, dus heb vanaf dat moment al sterke twijfels of dit nog goed gaat komen. Maar hopen blijf je doen. We moeten anderhalve week wachten op de volgende echo. Dramatisch. Weer wachten. Weer de tijd doorkomen. Proberen te werken. Proberen je dagen zo normaal mogelijk door te komen. Op de tweede echo is geen kloppend hartje meer te zien.

We moeten besluiten of we de miskraam op willen wekken, of af willen wachten. De allereerste miskraam is opgewekt, en daar reageerde mijn lijf dus niet heel goed op. Dus we besloten dit keer af te wachten. Weer zaten we in spanning. We regelden 24/7 backup opvang voor Lumen. Want deze miskraam was qua termijn meer vergelijkbaar met de 1e dan met de 2e, en stel dat ik weer halsoverkop naar het ziekenhuis zou moeten. Lumen’s logeertasje en mijn ziekenhuistas stonden klaar. Wat dat betreft lijkt het net een normale bevalling. Maar dan anders.

We zijn allebei volledig lamgeslagen. Van verdriet. Dat dit alweer mis moest gaan. Van stress over hoe de miskraam zal gaan. We komen de dagen door. Maar het kost bakken energie. Het voelt alsof we onder hoogspanning staan. Uiteindelijk komt de miskraam rond de elf weken. En gaat dit gelukkig redelijk, ik kan in ieder geval gewoon thuis blijven. 

Het vijfde kindje. Het duurt een aantal maanden voordat we weer durven. We twijfelen óf we nog wel durven. Maar ja, die wens hè. Die blijft zo groot. Wordt misschien nog wel groter. Lumen vraagt inmiddels ook regelmatig of ze een keer een broertje of zusje krijgt. We wensen dit inmiddels niet meer met z’n tweeën maar met z’n drieën.

Weer ben ik snel zwanger. Weer in augustus, precies dezelfde timing als bij zwangerschap 3. Tijdens een weekendje weg in Amsterdam begin ik weer heel licht te vloeien. Weer hopen we dat het niets is. Weer gaan we op jacht naar kraamverband. Dit is in Amsterdam gelukkig wat makkelijker te krijgen dan in Zeeland. De miskraam zet door. Gaat heel soepel. Het was weer een vroege, rond de 6 weken dit keer. Die blijken ‘rustiger’ dan als je al een paar weken verder bent. Diezelfde week wordt mijn man 35. Hij heeft teamgenoten en hun gezinnen, en onze eigen gezinnen, uitgenodigd voor de dag. Huis vol.

Ik heb geen zin dit af te blazen. Een miskraam betekent steeds weer: hetgene wat je het allerliefst wil gaat niet door. Maar daarnaast gaat heel veel ander leuks ook niet door. Want je moet miskramen, herstellen, verdrieten. Dus feestjes/afspraken/uitjes/vakanties gaan niet door, of zijn tenminste heel beladen.  Daar was ik inmiddels wel een beetje klaar mee. Dus ik zet een grote glimlach op, we vertellen niemand over onze miskraam, en maken het beste van zijn 35e verjaardag. Ook gaan we de week erna ‘gewoon’ op vakantie naar Zeeland. Stond al gepland. Dus we gingen maar. En proberen er het beste van te maken. Al voelt dat niet echt als vakantie hebben. Weer niet.

Daarna kwam Tieme. Ons zesje kindje. Hoe dat verliep kan je hier lezen.

Ik heb bij elk van deze kindjes de blijdschap gevoeld toen ik me zwanger voelde. Iets wat ik altijd heel goed voel, al een paar dagen voordat ik kan testen. De blijdschap als de zwangerschapstest positief bleek te zijn. Het uitrekenen wanneer het kindje geboren zou worden. Het bedenken of dat een leuke maand/seizoen/periode is. Alles erop en eraan, dat kreeg ik niet tegengehouden. Dus het is er allemaal geweest. En daar mag ik verdriet om hebben. Beter laat dan nooit.

Herdenken

Eigenlijk hebben we dus 6 kindjes. Waarvan er gelukkig, gelukkig, gelukkig eentje bij ons is. Ons lieve meiske.

In mijn yogastudio staat een prachtige kandelaar. Dezelfde avond dat het besef van die 6 kindjes me overvalt, bedenk ik me dat dat een prachtige manier zou zijn om die kindjes te herdenken. Een kandelaar met 5 kaarsen erin. Eén voor elk kindje wat niet bij ons mocht blijven. De kandelaar van mijn yogajuf heeft niet het juiste aantal kaarsen. Maar het idee is wel ontstaan. Ik google me suf maar vind niets naar mijn zin. Dus laat het rusten.

Pas vorige week praat ik er voor het eerst over met mijn man. Over hoe die miskramen nu anders voelen dan vóór Tieme. Over mijn idee van de kandelaar. Hij vindt het een goed idee. En bij zijn eerste 1e google poging vindt hij meteen een hele mooie. En daarna nog een paar. Maar ik heb mijn hart al verloren aan die eerste. Vijf kaarsen, allemaal een beetje anders. En toch samen.

Je ziet ‘m op de foto hierboven. Het is de Link kandelaar van Duo Design. Ik bestelde ‘m hier. Hij werd eergisteren bezorgd. Ik vind ‘m in het echt nog mooier dan gehoopt. Kleiner, en tegelijk ook steviger.

Ik heb die eerste avond heel bewust één voor één de kaarsen aangestoken. En elk kindje en het bijbehorende verhaal herdacht. Het is heel moeilijk. En tegelijkertijd ben ik er blij mee. Wat heel gek is, zeggen dat ik hier ‘blij’ mee ben. Voor zoverre je blij kan zijn in zo’n situatie natuurlijk. Datzelfde gevoel had ik toen ik over de foto van Tieme typte, en neerschreef dat we er ‘heel blij’ mee waren. Echt gek, hoe je dus blij kan zijn met iets wat in een situatie is die je nooit hebt gewild, en waar je op geen enkele manier blij om kan zijn. Maar goed. Dat blijkt dus te kunnen.

Dit is deel 3 van de serie Door het verdriet, waarin ik probeer het verdriet aan te kijken. Uit te spreken wat moeilijk is. Waar ik verdriet van heb. Dat te voelen. De eerste twee delen lees je hier (over mijn fysieke blauwe plekken) en hier (over mijn mentale blauwe plekken).

23 keer ziekenhuis

23 keer ziekenhuis

Voor de belastingaangifte van 2019 zoek ik de ziekte-gerelateerde parkeerkosten bij elkaar. Ik hark alle kwitanties bij elkaar en zet ze op een lijstje. We zijn in 2019 maar liefst 23 keer in het ziekenhuis geweest.

Januari tot en met april: 3x naar het ziekenhuis in Delft, voor onderzoeken naar de herhaalde miskramen. 2x naar de herhaalde miskraam poli in Leiden.

Mei, juni, juli: 4 keer naar Delft vanwege mijn zwangerschap. Steeds vol spanning en angst, op de laatste keer in juli na: met 16 weken ziet alles er nog steeds goed uit op de echo. We durven eindelijk opgelucht adem te halen. Het is lang nog niet altijd te zien op die termijn, maar bij ons wel: we krijgen overduidelijk een jongetje. We zijn blij. We zien de rest van de zwangerschap dan eindelijk met vertrouwen tegemoet.

En toen. Drie weken later. Het tweede half jaar. Onze hel begint.

Nog 14 keer. 10 keer Delft, 4 keer Rotterdam. Waar ons jongetje uiteindelijk dood geboren wordt.

En dat is 2019. In de maanden vóór 2019 zit ik al 2x bij de huisarts en 2x in het ziekenhuis in Delft, voor de start van die onderzoeken naar de herhaalde miskramen. En in 2020 hebben we inmiddels ook alweer 4 keer ziekenhuis en 2x huisarts gehad, voor allerlei nacontroles en nagesprekken.

Vind je het gek dat we er zo helemaal kapot van zijn…

De boze buitenwereld

Foto door Chait Goli via Pexels

Mensen zeggen dingen. Niet verkeerd bedoelt. Meestal juist lief. Maar regelmatig zo pijnlijk. Het raakt me enorm. Zo erg, dat ik inmiddels bang ben voor ‘de boze buitenwereld’.

De dingen die mensen zeggen en doen

Na mijn eerste miskraam. Een vriendin van me is wèl zwanger. Ik heb al een hele tijd niets laten horen, vind het te moeilijk. Uiteindelijk vind ik dat ik, als haar verlof begonnen is, nog één keer wat moet laten horen vóór haar bevalling. Ik raap mijn moed bij elkaar, en stuur haar een appje. “Hoe gaat het?” “Nou, het is wel zwaar hoor. Ik ben het wel een beetje zat inmiddels.” Dat snap ik. Maar ik had zo graag in haar situatie gezeten.

Na Lumen’s geboorte was de wens voor een tweede al direct heel groot. Maar ik had zo veel last van mijn bekken de jaren erna, dat we heel lang niet wisten of een tweede kindje wel een mogelijkheid was. Ondertussen raakten mensen om ons heen wel zwanger van de tweede. Terwijl wij met pijn in ons hart daar niet aan konden beginnen. Aan het hopen waren dat ik ooit voldoende zou herstellen om het überhaupt een mogelijkheid te laten zijn. Tegen ons werd gezegd: “Het is wel veel drukker hoor, twee kinderen!” Joh. Dat snap ik. Maar ik zou er wat voor geven die drukte te mogen hebben. En ik denk ook dat jij een miljoen keer liever die drukte hebt, dan het gemis van een tweede kindje. Een broertje of zusje voor je eerste kind.

Twee dagen nadat we hoorden dat Tieme zeer waarschijnlijk in mijn buik zou overlijden: “Heb je het al een plekje kunnen geven?” SERIOUSLY? Een plekje kunnen geven? We zijn totaal in shock. Ons kindje leeft nog hoor. Hoe kan je nou denken dat we zijn aanstaande verlies na twee dagen al een plekje hebben kunnen geven!?

Ik sta met mijn 5,5e maand zwangere buik op Lumen’s school. De juf weet van onze verdrietige situatie, en komt als troostende opmerking maken: “Er is niets wat je tegenhoudt om het hierna nog eens te proberen”. WAT? Mijn zoontje zit nog in mijn buik. Hij leeft nog. Hoe kan je dit nu al zeggen? En bovendien: na 4 miskramen, nu mogelijk een doodgeboren kindje, en met mijn 39e verjaardag toen binnen een paar weken, is het echt niet zo dat er niets is om ons tegen te houden. Alsjeblieft zeg…

Diezelfde opmerking kreeg ik trouwens ook in het ziekenhuis, op de dag van de geboorte en dood van Tieme. Van de schoonmaakster die mijn badkamer kwam schoonmaken. Ik was net bevallen van mijn dode zoontje. Nog doodziek van de pre-eclampsie. En dan krijg je zo’n opmerking om je oren. Van iemand die je niet kent, waar je geen behoefte aan hebt. Die in je meest kwetsbare moment je eigen miniterritoriumpje binnendringt. Waar mijn zoontje dood lag te liggen in zijn waterbakkie.

Onze hulp komt niet, vanwege Corona. Ze werkt ook bij een aantal andere gezinnen in ons dorp, en woont zelf in een stadje in de buurt. Omdat ik niet wil dat ze nu wekenlang zonder inkomsten zit, app ik naar die gezinnen dat ze, mochten ze haar door willen betalen, dat in een envelopje bij ons in de bus kunnen doen, zodat wij het haar in één keer kunnen brengen. In eén van die gezinnen is ook net een kindje geboren. Ik ben blij voor hen. Maar vind het wel moeilijk. De mama en ik zouden een klein stukje overlappend verlof hebben. Zij heeft nu verlof en een levend kindje. Mijn verlof is inmiddels afgelopen, maar ik voel me na Tieme’s dood nog niet in staat te werken. Als ik hun envelopje in de bus vind, herken ik het. Het is van hun geboortjekaartje. Ze hebben het geld bij het geboortekaartje van hun dochtertje gedaan. Zo vragen ze ons dus om het geboortekaartje van hun levende kindje naar onze hulp te brengen. AU.

Ik ben er totaal door van slag. Ze bedoelen het niet verkeerd. Staan er waarschijnlijk niet bij stil hoe hard sommige (de meeste) dingen nu bij me aankomen.

Bang

Ik kan niet zeggen dat ik het ze niet kwalijk neem. Hoe erg je ook in je eigen wereldje zit, je kan echt wel even nadenken wat je zegt of doet bij iemand die net zo’n enorm verlies heeft geleden. Maar ik wìl het ze niet kwalijk nemen. Ik weet dat ze het niet doen om mij te kwetsen.

Ik heb momenteel maar contact met heel weinig mensen. Mensen die de juiste dingen zeggen. En die rekening houden met hoe ik me voel en met wat ik wel, maar vooral nu ook gewoon even niet, kan horen. Eigenlijk ben ik gewoon bang voor alles daarbuiten. Ik ben bang voor de boze buitenwereld.

Ik wéét namelijk dat er situaties als hierboven gaan komen. Misschien nog wel vaker en pijnlijker. Het verdriet om Tieme nu is namelijk echt niet te vergelijken met hoe ik me voelde na mijn eerste miskraam. Dus misschien zal alles nòg wel harder aankomen dan toen.

Een moeder in mijn online lotgenoten groep omschreef het mooi: ze voelde zich gescalpeerd, zonder huid, waardoor alles veel harder binnenkomt. Ja. Dat dus.

Misschien moet ik ook gewoon niet meer de open vraag “Hoe gaat het?” stellen. Want de kans dat er een antwoord komt wat ik moeilijk vind (over hoe druk/zwaar/moeilijk het nu is met de kinderen, hoe erg ze elkaar in de weg zitten) is, zeker nu in deze Corona-tijden, natuurlijk heel groot. Ik moet er niet op hopen dat diegene na zal denken over dat ik dit misschien nu even liever niet hoor. Dat het wel lastig is dat je kinderen elkaar in de haren vliegen. Maar dat je dat waarschijnlijk een miljoen keer liever kiest, dan ongewenst maar één (levend) kindje hebben. Ik moet er niet op hopen dat die ander mij zal ontzien in het antwoord.

Ons veilige kleine wereldje

Ik hoop dat het me ooit weer lukt om begrip te hebben voor de uitdagingen van anderen. Want ieder heeft zijn uitdagingen. Dat weet ik. Als ik wèl meerdere kindjes had gehad, had ik dat nu ook zwaar gevonden. En waarschijnlijk was/ben ik ook niet altijd even tactisch naar andere mensen.

Bron: Instagram, @jijalsbron

Dat dus, wat hierboven staat. Daar wil ik graag komen.

Voor nu ben ik daar nog niet. Helaas. Voor nu ben ik nog de prinses op de erwt. Ben ik een tuimelpoppetje, wat niets kan hebben. Wat bij het minste of geringste uit balans is. Op dit moment moet ik met fluwelen handschoenen aangepakt worden.

Ik wil dat niet. Ik baal ervan. Maar het is nu zoals het is. Die combinatie van mijn overgevoeligheid en de boze buitenwereld doet me de moed in de schoenen zakken. Maakt me echt bang. Ik zal meer olifantenhuid moeten kweken. Ik hoop dat de tijd daarbij gaat helpen. Een misschien een psycholoog. Als ik na deze corona crisis ooit nog eens door een wachtlijst kom van eentje die ik wel fijn vind.

Tot die tijd hou ik het maar bij dat kleine groepje mensen. Blijf ik lekker in ons veilige wereldje. In ons eigen tentje. En daar helpt corona dan weer wel bij.  

Bont en blauw (2/2)

Bont en blauw

Dit is deel 2 van de serie ‘Dóór het verdriet’. Ik voel me bont en blauw geslagen door het leven. Fysiek, en mentaal. In dit blog het mentale deel. Over het fysieke stuk heb ik hier geschreven.

Even Lumen naar school brengen en brood halen

Ik breng mijn dochter naar school. Op het schoolplein kom ik beide moeders tegen die tegelijkertijd met mij zwanger waren. Hun zoontjes zullen de komende jaren groter worden. Mee naar school komen. Mijn zoontje niet.

Au.

Ik ga erna even naar de bakker om brood te halen. Ik bestel brood en kijk terloops in de vitrine. Ik zie de tompoezen waar ik tijdens mijn zwangerschap enorme trek in had. Maar die ik toen niet elke keer van mezelf mee mocht nemen. Toen, toen ik nog dacht dat ik een levend kindje kreeg. Toen de wereld nog mooi was. Toen ik nog opzag tegen al die zwangerschapskilo’s, en vooral tegen de bijbehorende bekkenklachten. Toen ik dus nog vond dat ik enigszins moest opletten wat ik at.

Au.

Ik loop terug naar buiten. Ik loop langs de etalage van de Hema. Waarop een schattig roze rompertje staat geprint waar ik, toen ik net zwanger was, helemaal weg van was. Ik had mezelf beloofd dat, als we een meisje zouden krijgen, ik dat rompertje voor haar mocht kopen. Nu loop ik erlangs en voel ik een steek van pijn. Er kwam geen meisje. Maar ook geen jongetje waar ik rompertjes en andere babyzut voor mocht kopen.

Au.

Het ‘even Lumen naar school brengen en brood halen’ is nu niet ‘even’. Er zijn zo veel dingen die moeilijk zijn. Die pijn doen. Die voelen alsof mijn blauwe plekken heel hard ingedrukt worden.

Eigenlijk is überhaupt niets ‘even’ momenteel. Overal liggen herinneringen. Die op de meest onverwachtse momenten naar boven komen. Blauwe plekken, die telkens weer ingedrukt worden.

Zusjes

De twee dochtertjes van vrienden van ons komen een ochtendje spelen. De ochtend wordt een dagje. Na de lunch zijn ze moe, en zetten we ze even achter een filmpje om bij te komen. Mijn man maakt er een foto van en deelt die in de groepsapp met onze vrienden. Als ik de foto zie, zie ik drie meisjes op de bank. Twee zusjes, die heerlijk tegen elkaar aan hangen. Een klein beetje ruimte ertussen. En dan Lumen.

Au. Lumen heeft geen broertje of zusje om zo lekker vertrouwd tegenaan te liggen. Hoe dierbaar die twee vriendinnetjes voor haar ook zijn, het zijn geen zusjes van haar. Dat zie ik op die foto. En daarom raakt die foto me enorm.

Nou heb ik zelf een zusje waar ik altijd ruzie mee had. Waar ik nooit zo lekker mee op de bank heb gehangen. Misschien trouwens wel, toen we echt jong waren. Maar in ieder geval niet meer toen we ouder waren.

Toch herken ik het gevoel wel heel sterk. Ik heb namelijk nòg een zusje, en nog een broertje. We schelen respectievelijk 6 en 9 jaar. Met hen heb ik heel veel geknuffeld. Bijna meer als een moedertje dan als zusje. Maar toch. Dat ongecompliceerde lekker bij elkaar weg kunnen kruipen. Heerlijk.

Au. Dat heeft Lumen dus niet. En mijn hart huilt daarom voor haar.

Pop

25 dagen nadat Tieme geboren was, was het Sinterklaas. We hadden totaal geen energie of zin om het te vieren. En natuurlijk al helemaal geen inspiratie voor kadootjes. Lumen vroeg al maanden om een Baby Born pop. Ik vond het eigenlijk ontzettende onzin: ze had al 2 poppen waar ze nauwelijks mee speelde. Maar goed, aangezien er dus ook geen inspiratie was voor betere ideeën werd het toch die pop.

Lumen was door het dolle heen. Ze knuffelde haar pop. Zorgde voor haar. Kleertjes aan, kleertjes uit, flesje geven, luiertje om. Mijn man en ik werden echt gek van verdriet. Ze was zó ontzettend lief voor die pop. Zo zorgzaam. Zo lief was ze ook voor Tieme geweest als hij was blijven leven.

Au. Wat deed dat een pijn. Wat was het ontzettend confronterend om ons meisje zo te zien opgaan in die verzorgende grote-zussen-rol. Want die pop, dat was haar kleine babyzusje natuurlijk.

En Au. Die hadden we niet aan zien komen. Geen moment erbij stil gestaan dat het ons zoveel verdriet zou doen om haar met een pop in de weer te zien. Die onverwachtste dingen zijn misschien wel het moeilijkste.

Mijn man is een echte speelpapa. Kan de hele dag spelen met onze dochter. Op avontuur gaan, spelletjes spelen, nieuwe spelletjes verzinnen. Maar die pop, die trekt hij nog steeds heel slecht.

Corona

Op de persconferentie afgelopen week werd aangekondigd dat je nog met maximaal 3 personen bij iemand op bezoek mag. Mijn eerste reactie is hier als grapje over maken: oh, dan mogen wij wel onze vrienden op bezoek, maar zij niet bij ons. Het moment daarna realiseer ik me dat dit niet zo had moeten zijn. Dat wij ook met z’n vieren hadden moeten zijn.

Au.

Nou zijn Lumen en ik al weken verkouden, dus mogen we momenteel überhaupt nergens naartoe. Maar toch. Au.

Zwanger of net een miskraam gehad

Ik ben in de afgelopen 6 jaar 6 keer zwanger geweest. In de afgelopen 3 jaar zelfs 4 keer. Ik merk de laatste tijd dat ik bij ontzettend veel herinneringen denk: toen was er iets. Iets niet normaals, iets spannends, of iets moeilijks. Ik was net zwanger. Of had net een miskraam gehad.

Stefan’s 30e verjaardag; ik was nèt zwanger. De allereerste keer. Dus nog vol vertrouwen, en heerlijk onbezorgd. Hij vierde het in de kroeg. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. De sfeer, de opblaasdertig. En: dat gevoel van “er was toen iets”. Een paar weken laten zouden we horen dat we onze eerste miskraam zouden krijgen.

Op vakantie bij familie in Denemarken. Dat weekendje weg in Amsterdam. Die spannende meeting op mijn werk. Dat feestje. Er was toen iets. Was ik nou net zwanger? Of had ik net een miskraam gehad?

Stefan’s 35e verjaardag. We vieren het bij ons thuis met een flinke club. Ik had wéér net een miskraam gehad. De 4e. Ik werd er inmiddels bedreven in. Niet echt hoor. Ik was het vooral zat om steeds weer vanalles af te zeggen. Door zoiets verdrietigs gaat er vaak een hoop, wat eigenlijk leuk had moeten zijn, ook direct niet door. Daar was ik een beetje klaar mee. Dus ik zette een glimlach op en bikkelde me door de dag.

De herinneringen lopen door elkaar. Ik denk minstens één keer per week aan iets terug, met dan dus die gedachte: er was toen iets. Maar ik weet vaak niet meer wat precies. Ik weet niet meer of ik nou net zwanger was, of juist net een miskraam had gehad.

Dat maakt ook niet uit. Het geeft vooral aan hoe vaak ons leven door elkaar geschud is de laatste jaren. Hoe we steeds gingen van klein geluk, toch weer beetjes hoop – al durfden we dat al snel nauwelijks meer te hebben -, via afwachten in spanning, naar wéér de volgende teleurstelling verwerken. Fysiek opkrabbelen, maar ook zeker mentaal.

Blauwe plekken

We hebben een heleboel blauwe plekken. Ze worden ingedrukt door herinneringen, die ik soms aan zie komen, maar die vaak ook totaal onverwachts komen. Ik hoop dat dat geduw erin op een gegeven moment verandert in een speldenprik. En ooit misschien zelfs in zachtjes wrijven. Of aaien. Iets wat minder pijn doet in ieder geval.

PS: Bovenstaande foto nam ik 2,5e weken geleden. Toen de wereld nog niet plat lag door corona, en ik mijn dochtertje op de fiets naar school bracht. Ik fietste langs deze magnolia. En besloot toen ik er al voorbij was alsnog af te stappen om er een foto van te maken. Tè mooi om dat niet te doen. Een heel ander bont en blauw 😉

Nòg meer lente

Ik was nog niet helemaal tevreden over Tieme’s plekje. Het was me nog niet lente-achtig genoeg. Maar wat dan? Lenteplantje erbij in zijn bakje? Dat wordt een beetje druk. En het is een enigzins donker hoekje, dus dat plantje zou het vast niet lang doen. Zoals ik hier al schreef zag ik het dus maar als een oefening in OK zijn met het imperfecte.

En toen lag er gisteren ineens een prachtige verrassing voor de deur. Met onderstaand briefje erbij. Wat een verwennerij. Een erg mooi initiatief.

Ik liet de tak blij aan Lumen zien. Die zei meteen: voor Tieme!

Wat een goed idee. Daar staat ‘ie dan. Hij fleurt het plekje helemaal op. En ineens is het plekje wèl echt lente-achtig. En ben ik er helemaal tevreden mee.

Hoe een corona-initiatief, ongetwijfeld uit nood geboren bij de kweker, zoiets moois kan brengen. Ik kreeg niet alleen de mooie Cymbidium-tak, maar ook voor altijd het idee hoe ik het lente kan laten zijn op het plekje van ons mannetje. Enorm bedankt, Present Orchids!  

Bont en blauw (1/2)

Magnolia

Dit is deel 1 van de serie ‘Dóór het verdriet’. Daar ga ik dan.

Ik voel me bont en blauw geslagen door het leven. Fysiek, en mentaal. In dit blog het fysieke deel. Het mentale deel komt in het volgende.

Miskramen

In de laatste 6,5 jaar ben ik 6 keer zwanger geweest. Vier van deze zwangerschappen eindigden in een miskraam. Twee keer vrij vroeg, één keer in een dramatische miskraam die startte op 9,5e week en uiteindelijk een maand duurde, één keer met elf weken.

Elke keer is mijn lijf zwanger geweest. Werden vanaf het begin de zwangerschapshormonen aangemaakt. En elke keer moest mijn lijf daar weer van herstellen. De boel op orde brengen. De hormonen mijn lijf uit. De conditie weer opbouwen.

Au.

Zwangerschap van Tieme

De laatste weken van mijn zwangerschap van Tieme waren fysiek ontzaglijk zwaar. Ik had heel veel rugpijn. Iets in mijn rug verrekt tijdens een zwangerschapsmassage op zo’n tafel met een gat erin. Dit lost je lijf normaal natuurlijk gewoon op, maar dat kreeg mijn lijf niet meer voor elkaar. Ik denk door de zwangerschap, de stress, de spanning en het verdriet. Hoe dan ook, ik heb 5 weken lang heel erg veel pijn gehad.

Ik slikte de maximaal toegestane hoeveelheid paracetamol: 4x per dag 2 stuks. Dat betekende dat ik elke 6 uur een nieuwe dosis mocht. Na zo’n dosis ging het de eerste 2 uur redelijk. Maar daarna was het puur afzien. Ik kon niet goed zitten, liggen of staan. Dus ik wisselde alles maar af. Ging ’s avonds verplicht een stukje buiten lopen, zodat ik nog even bewogen had voordat ik de avond en nacht in ging. Kreeg het dan voor elkaar om een uur op de bank tv te kijken, voordat ik het niet meer hield van de pijn. Dus maar naar bed, in de hoop in slaap te vallen. Slapen lukte steeds maar uurtjes, en alleen op een bank, zodat ik half tegen de achterleuning aan kon hangen. En dus elk uur wakker, pijn, omdraaien en hopen dat ik weer een uur verder kon slapen.

De fysio kon er niets mee, maakte het alleen maar erger door de boel even los te willen maken. Na die paar dagen extra pijn dus maar geen fysiobehandelingen meer gedaan. De huisarts schreef me een slaapmiddel voor. Zo eentje die gevaarlijk is voor je ongeboren kindje, dus ik mocht het maximaal 1 nacht nemen en dan minimaal 2 nachten niet. Voelt niet heel lekker om dat te nemen, kan ik je vertellen. Wel geprobeerd, maar ik sliep er de eerste 3u op door en daarna niet anders dan zonder. Dus ook maar mee gestopt, het bracht me te weinig in verhouding tot de risico’s die het voor Tieme had.

Au. Wat heb ik ontzettend veel pijn gehad.

En wat was het zwaar om dat te hebben, gecombineerd met de immense mentale uitdagingen die we te verduren kregen: de angst dat het mis zou gaan met ons jongetje. Dagelijks voelen of hij nog leefde. De moeilijke beslissingen die we moesten nemen over zijn leven en zijn dood, waarbij we volstrekt niet alle info wisten, dus steeds 100% moesten besluiten met maar 50% van de informatie (om de woorden van onze meneer Rutte maar eens te gebruiken). Dat is heel erg pittig, als het gaat over het leven en dood van je eigen kindje.

En gecombineerd met de praktische zaken: zorgen dat we thuis allemaal gegeten, gewassen en aangekleed waren. Zorgen dat onze dochter van en naar school ging. Haar begeleiden in deze onzekere tijd, waarin ze het door haar zo gewenste broertje mogelijk ging verliezen. 1 tot 2 ziekenhuisbezoeken per week. Steeds oppas regelen voor onze dochter. Nadenken over het waarschijnlijk naderende afscheid.

De bevalling

Toen werd ik hartstikke ziek. Kreeg ernstige pre-eclampsie, met nier- en leverfunctiestoornissen en hard stukgaande bloedplaatjes. In de volksmond heet dit zwangerschapsvergiftiging met HELLP syndroom. Dat betekende dat ik zodra ik buiten gevaar was zou moeten bevallen. Bij alle scenario’s en keuzes die we hadden moeten maken, was dit een mogelijkheid waar we niet over nagedacht hadden. Maar die bevalling moest starten, volgens de artsen liever vandaag dan morgen.

Ik kreeg een medicijn-cocktail van jewelste om de bloeddruk omlaag te brengen. Wat de eerste paar uur niet lukte, waardoor de hoeveelheid medicatie maar opgeschroefd bleef worden. Ik werd ook heel misselijk, waardoor ik geen eten binnen hield. Maar aangezien ik ergens de komende dagen zou moeten bevallen, en dus niet nòg zwakker moest worden, was dat ook vrij problematisch. Dus kreeg ik anti-misselijkheidsmedicatie. Twee verschillende soorten om precies te zijn, want beiden waren zo sterk dat ik ze maar maximaal 2x per 2u mocht. Dus maar 2 soorten door elkaar mixen (?!). En tijdens de bevalling, die verder gelukkig natuurlijk en zonder complicaties verliep, kreeg ik morfine.

Au. Wat heeft mijn lijf een hoop te verduren gehad. Dagenlang een extreem hoge bloeddruk. Ernstige pre-eclampsie. Nierfunctiestoornissen. Leverfunctiestoornissen. Allerlei andere dingen die op het randje raakten, zoals bloedplaatjes. Alle medicatie-troep. Bevallen. Au. Arm lijf.

Knie

Nou had ik dus 8 jaar geleden al een ski-ongeval gehad, waarbij mijn knie ontzettend stuk is gegaan. Binnenband ingescheurd, buitenband ingescheurd, voorste kruisband afgescheurd, en meniscus zo erg beschadigd dat ze meer dan de helft ervan hebben moeten weghalen. Naast dit alles kon ik mijn knie niet meer buigen. Ik moest een kruisbandreconstructie, maar voordat dat kon moest ik eerst mijn knie weer kunnen buigen. Dat koste 6 maanden aan mobilisatie-oefeningen, wat een ander woord is voor ontzettend pijnlijke k*t-oefeningen. Na die 6 maanden kreeg ik dan toch eindelijk die kruisbandreconstructie. Normale revalidatietermijn van die operatie is al 9 maanden, maar iedereen die weleens langere tijd haar been of arm niet gebruikt heeft, weet hoe snel die spieren weg zijn. Je kan na 2-3 weken al nauwelijks meer lopen of iets vastpakken, en moet dat helemaal terug trainen. Bij mij duurde de revalidatie dus 1,5 jaar. In totaal 2 jaar bezig geweest.

Au. Wat een impact heeft dat stukje blauwe piste gehad.

Bekkenklachten

Toen ik 29 weken zwanger was van Lumen kreeg ik ontzettende bekkenklachten. Mogelijk door die knie: mijn benen hebben sinds het ongeval een andere stand, dus ik sta altijd een beetje scheef. Ik denk zelf dat mijn lijf dat normaal gezien redelijk aan kan, maar in die zwangerschap, met extra kilo’s en slapper wordende banden en pezen, niet meer. Ik kon niet meer zitten en lopen. Ik heb de laatste 11 weken van de zwangerschap plat gelegen. Ergens in die periode, of tijdens de bevalling, heb ik een zogenaamde ‘gekneusde stuit’ opgelopen. Zitten bleef ook na de bevalling heel veel pijn doen. Ik probeerde het op te bouwen. Maar na een jaar kon ik nog steeds maar maximaal een half uur achter elkaar zitten. Met pijn. En pijn kost energie. Dus echt heel zwaar. En ook heel onhandig dat ik een zittend beroep heb. Dus heel lang heel beperkt was in werken.

Toen ik zwanger was van Tieme, kreeg ik na 12 weken alweer last van bekkenklachten. Echt heel vroeg in de zwangerschap. Daar schrok ik me natuurlijk een hoedje van. Ik was heel erg bang dat ik niet de laatste 11 weken, maar misschien wel de laatste 5 maanden plat zou moeten liggen. Tja, daar was ik toen nog bang voor. Nu zou ik wat geven voor dat scenario, als er dan een gezond en levend jongetje geboren was.

Ik ben toen op advies van de bekkenfysio halve dagen gaan werken. Dat lukte soort van. Maar dat bekken blijft een zwak punt. Vanaf de 20w echo heb ik nauwelijks meer gewerkt. Dat reden daarvoor is natuurlijk immens verdrietig. Maar het had wel een gunstig effect op mijn bekkenklachten. Als ik niet werk, zit ik ook maar weinig op een dag. Eigenlijk alleen 3 keer per dag, tijdens het eten. Verder rommel ik rond, hang of vouw ik een wasje, doe wat klusjes, en tussendoor rust ik uit op de bank, liggend. En ’s avonds op de bank tv kijken doe ik als sinds Lumen’s zwangerschap liggend. De bekkenklachten verergerden dus niet. En werden zelfs minder. Maar goed, wel weer zwanger geweest. Dus banden en pezen slapper. Ook dat moet weer herstellen.

Au.

Het herstel

Na de geboorte van Tieme was ik natuurlijk ontzettend moe en ziek van de pre-eclampsie. En daarbovenop het verdriet. Ik heb wekenlang alleen maar in bed gelegen. Ik kon niets anders. En wilde dat ook niet. Het liefst de deken over me heen, om de wereld waarin ik nu leefde buiten te sluiten.

Na een week of 4 begon ik met in huis rond rommelen: vaatwassertje uitpakken, wasje ophangen. En met een blokje om het huis lopen. Na een week of 6 zat ik voor het eerst weer op de fiets. Ik had nog vrij zware bloeddrukmedicatie, 4 pillen per dag. Die moest ik afbouwen, maar ook dat trok een aardige wissel op mijn lijf: elke 2 weken mocht er een pil af als de bloeddruk goed was. Met één pil minder ging de bloeddruk steeds weer omhoog, en dat moet je lijf dan weer zien te reguleren. Dat kostte steeds een paar dagen. Hoofdpijn, en nog wat meer vermoeidheid dan normaal. En dat 5 keer, want de laatste pil moest eerst nog met een halve afgebouwd worden. Al met al koste dit 2,5 maand, maar gelukkig ben ik sinds januari van de medicatie-troep af. En de bloeddruk blijft netjes, wat ook echt fijn is, bij sommige vrouwen blijft na pre-eclampsie de bloeddruk te hoog.

Eind januari ging ik ook voor het eerst weer naar yoga. Ik was natuurlijk stram en stijf, maar verder was het heerlijk om weer te bewegen, en om even uit huis te zijn zonder ‘praat- of vertelverplichting’.

Ik ben ook sinds januari aan het opletten, om weer op mijn normale gewicht te komen. Ik ben er nog niet, maar val zo’n halve kilo per week af, dus daar ben ik zeker niet ontevreden over.

En ik ben vorige week begonnen met een lesje in de sportschool. Ik vind sportscholen stom. Maar ik wil wel wat meer conditie- en spiertraining gaan doen. En aangezien ik met mijn knie niet meer pijnvrij kan rennen, vallen zo’n beetje alle opties buiten de sportschool af. Dus ik ga er toch aan.

Het lesje ging me fysiek prima af. Maar er stond muziek op, wat mijn input-emmer weer aardig snel deed vol lopen. Ach, wegens de corona kan dat de komende periode toch niet. En daarna ga ik het eens proberen met oordoppen in. Al moet ik de juf wel kunnen verstaan natuurlijk, want de oefeningen vond ik niet heel vanzelfsprekend 😉

Ik ben nu vooral nog erg moe. En ik kan slecht tegen input, veel geluid om me heen, drukte. De dokters zeggen dat dit allemaal nawerkingen zijn van de pre-eclampsie. De gemiddelde hersteltijd is een jaar. Het zou mooi zijn als ik aan de goede kant van dat gemiddelde uitkom.

Al denk dat het ook minstens net zo hard door het verdriet komt. En door de opstapeling van dingen de afgelopen jaren.

Risicogroepen

Wat ik heel heftig vind aan dit alles, is dat ik inmiddels in allerlei risicogroepen val. Door de pre-eclampsie heb ik 7-8 keer meer kans op hart- en vaatziekten. Dat betekent de rest van mijn leven jaarlijkse checkups. Nu nog in het ziekenhuis, op termijn waarschijnlijk bij de huisarts. En dit is ook een van de redenen dat ik naar dat sportschoollesje ben gegaan. Fitheid helpt in het voorkomen van al die ellende.

Mijn knie doet het nu weer aardig, maar aangezien veel dagelijkse dingen zoals traplopen pijn doen, ben ik bang dat hij een stuk sneller zal slijten dan een gezonde knie. En dat ik dan ooit een nieuwe knie moet. Zo’n kunstknie gaat momenteel zo’n 15 jaar mee. Dus ben ik bang dat ik daarna in een rolstoel terecht kom. Ik ben al een tijd van plan terug te gaan naar de fysio die me toen heeft helpen revalideren, voor een setje spierversterkende oefeningen. Om maar te zorgen dat die knie het zo lang mogelijk uithoudt.  Dit bedacht ik me ongeveer een jaar terug, toen mijn knie door een gekke beweging weer eens een paar dagen überhaupt met elke stap pijn deed. Alleen kwam het er tot nu toe niet van, door alles wat er gebeurde. En voor nu vind ik de bezoeken aan de psycholoog, bedrijfsarts en ziekenhuis wel even voldoende. Maar wanneer daar op een gegeven moment weer ruimte voor komt, ga ik dat doen.

Dan nog de dingen die zijn ontdekt in het onderzoek naar mijn miskramen: ik heb vrij grote vleesbomen in mijn baarmoeder. Die kunnen op zich geen kwaad, maar kunnen kwaadaardig worden. De gynaecoloog wil ze minstens eens per jaar monitoren, liefst halfjaarlijks.

En ik heb schildklier antistoffen. De medische wereld doet daar vrij makkelijk over. Het kan een voorloper zijn van een slecht functionerende schildklier. Dus wederom iets wat jaarlijks gecheckt moet worden. Maar verder kunnen en doen ze er niets mee. Ik sta zelf wat holostischer in het leven: iets in mijn lijf vindt dat het antistoffen moet aanmaken tegen mijn eigen lijf. Dat kan niet de bedoeling zijn, en vind ik gewoon ook geen tof gevoel. Ik wil daarom, ook wanneer daar ooit weer ruimte voor komt, naar een acupuncturist. Kijken of die hier wat mee kan. En meer in het algemeen: of die me kan helpen de energieblokkades van het verdriet, en de stress en de fysieke traumas die zich ongetwijfeld opgehoopt hebben in mijn lijf de afgelopen jaren, kan helpen oplossen. En de balans in mijn lijf zo goed mogelijk herstellen.

Werk aan de winkel

Tja. Dat is dus wat ik bedoel met dat ik me fysiek bont en blauw geslagen voel.

Een hoop werk aan de winkel. Waarbij mijn grootste valkuil is alles het liefst tegelijk te willen. Maar dat lukt niet. Niet als je in je normale doen bent, als je geen grote dingen hebt, maar je gewone leventje lijdt met gezin, werk, hobby’s, sociale gezelligheid. En al helemaal niet nu, in deze periode van rouw, verdriet en herstel.

Dus ook hier weer: stap voor stap. Het wordt een meerjarenplan. En dat is oké. Op naar een zo gezond mogelijk lijf.

PS: Bovenstaande foto nam ik twee weken geleden. Toen de wereld nog niet plat lag door corona, en ik mijn dochtertje op de fiets naar school bracht. Ik fietste langs deze magnolia. En besloot toen ik er al voorbij was alsnog af te stappen om er een foto van te maken. Tè mooi om dat niet te doen. Een heel ander bont en blauw 😉

Dóór het verdriet

Let it all just rain on me

Ik lees op verschillende plekken over rouw dat verdriet niet weggaat als je je ervan af keert. Dat verdriet alleen minder, of draaglijker, wordt als je het toelaat. Het verdriet echt doorvoelt. In steeds iets andere woorden, maar ik kom het telkens opnieuw tegen: alleen als je verdriet de ruimte geeft, als je dóór je verdriet heen gaat in plaats van er omheen, wordt het ooit beter te hanteren.

En laat dat nou volledig de tegengestelde reactie zijn van mijn (en ik denk van vele mensen met mij) natuurlijk reactie. Als er iets naars gebeurt, wil ik zo snel mogelijk weer verder. Opstaan en weer doorgaan. Want het is wel heel naar, maar er is ook zoveel goeds om dankbaar voor te zijn. Tja, op zich een zegen om met een positieve mindset geboren te zijn. Maar op verdrietige momenten niet altijd even handig 😉

Het is natuurlijk ook gewoon fijner om blij te zijn dan verdrietig. Dus focus ik me het liefst op de dingen waar ik blij van word. En vergeet ik het verdrietige liefst zo snel mogelijk. Het is echt geen bewuste keuze, en het is ook geen prestatie om maar weer zo snel mogelijk ‘normaal’ mee te kunnen draaien. Het is eerder een basisreactie.

Tieme’s dood heeft me nu echter op een punt gebracht dat dat niet meer werkt. De grond is totaal onder me vandaan geslagen, ik ben volledig onderuit geschoffeld. Door zijn dood. Maar ook door alle gebeurtenissen in de jaren ervoor. Het voelt als een opstapeling, die nu zo hoog is geworden dat alles omgeknikkerd is.

Dus daar gaan we dan. Ik ga in de komende blogs aandacht besteden aan een aantal dingen die me verdriet doen. Die zeer doen. Die moeilijk zijn.

Ik merk dat ik me er echt toe moet zetten. Omdat ik moeite heb met het steeds over vervelende dingen te hebben hier op dit blog. Dan wordt voor mijn gevoel een tè negatieve bedoeling. Maar ja, de hele reden dat ik met dit blog gestart ben, is om over mijn rouw en verdriet mijn ei kwijt te kunnen. Dus ik ga proberen me niet teveel aan te trekken van mijn gevoel hier teveel negatiefs neer te zetten. En doen waarom ik gestart ben: van me af schrijven wat me bezig houdt. Of wat nodig is, in deze reis door rouw en verdriet. Hup ik 🙂

Toevoeging mei 2020: alle berichten uit de serie ‘Door het verdriet’ lees je hier.

Niets is leuk

We proberen weer af en toe de buitenwereld in te trekken. Ik kan niet zeggen dat ik er zin in heb. Maar ik zit al zo lang thuis, dat ik er wel een soort van behoefte aan begin te hebben. Het blijkt alleen lang niet mee te vallen.

We kunnen allebei nog niet veel input aan. Het lijkt alsof we een input-emmertje hebben wat na één tot twee uur vol loopt. En dan is het klaar. Eén op één gesprekken of activiteiten gaan inmiddels redelijk. Zo schreef ik hier al dat we met Valentijn lekker samen op date geweest zijn. Uurtje darten, uurtje biertje drinken, naar huis. Kan net.

Input

Met meerdere mensen is het lastiger. We zijn inmiddels ook alweer een keer naar de kroeg geweest met vrienden. We probeerden een rustige locatie te zoeken. Het eerste uur heb ik het fijn. Fijn om wat mensen te zien, fijn om te horen hoe het in de buitenwereld is. Die natuurlijk gewoon doordraait, ook al staat onze wereld al maanden stil. Maar na dat uur is het alsof ik ‘uitcheck’. Het rumoer op de achtergrond klinkt vanaf dan als harde herrie en is ineens ontzettend aanwezig. Ik kan geen gesprekken meer volgen en kan nauwelijks meer praten. Snel naar huis dus.

Feestje

Een tijd geleden kocht een vriend van ons voor een ‘Back to the 90s’ feestje veel kaartjes voor weinig. Ik zou eigenlijk niet meegaan (want ik zou net bevallen zijn van ons kindje). Maar dat liep anders. En toen ik in januari wat meer energie had, en daardoor behoefte aan wat anders dan alleen maar tv kijken op de bank, leek het me een goed idee toch mee te gaan. Ik wil al jaren naar zo’n Back to the 90s feestje. Pure nostalgie 😉 En het feestje was toen nog zó ver weg, tegen die tijd zou het vast wel beter gaan met de input.

Niet echt dus. We kopen oordoppen. Ik bedenk me in de week ervoor wel 10 keer dat ik misschien beter niet kan gaan. Maar bedenk steeds weer: we gaan het zien, en als het niet gaat zijn we ook zo weer weg. We zijn met een groep hele leuke en lieve mensen. De muziek brengt veel ‘o ja’-momentjes terug. Veel beter dan dit kunnen de omstandigheden voor een feestje niet zijn. Maar toch voel ik me ontheemd. Midden in de mensenmassa sta ik te denken: “Ik heb 3,5e maand geleden mijn zoontje gecremeerd. En dat weten jullie allemaal niet. Wat gek”. Die zwarte sluier van verdriet hangt ook nu weer over alles heen. Het gaat een uur en een kwartier goed. Daarna wordt het overleven en bikkel ik door tot ook mijn man er even later klaar mee is. En we gaan naar huis. Op zich goed dat we gegaan zijn denk ik. Maar echt leuk geweest? Nee.

Museum

Lumen had deze week vakantie. Heerlijk om haar meer thuis te hebben. Maar omdat mijn man en ik allebei zo laag in onze energie zitten, komt het er meestal op naar dat we haar als een soort estafettestokje doorgeven op een dag. Ik de ochtend en mijn man de middag, of andersom. We wilden ook graag 1 keer iets met z’n drietjes doen. Er zou veel regen vallen, dus we gingen voor een binnenactiviteit. Het werd het Naturalis in Leiden. Daar blijkt het ontzettend druk. File lopen door het hele museum. Er is niet echt een kinderspeurtocht ofzo, dus we moeten zelf echt aan de bak om Lumen door het museum te kletsen.

Er zijn heel veel gezinnetjes met meerdere kinderen. En heel veel baby’s. Erg moeilijk en confronterend. Nou is dat gevoel al bekend van de afgelopen jaren, met alle miskramen. Baby’s en zwangere vrouwen zijn gewoon moeilijk. Maar dit is de eerste keer dat we er na Tieme zo mee geconfronteerd worden. Bij elke baby probeer ik in te schatten hoe oud hij is. En denk ik: zo oud was Tieme nu geweest als hij nog geleefd had. Of: zou groot was Tieme ongeveer geweest als hij op z’n normale tijd geboren was. Natuurlijk zijn er wel kleine momentjes dat ik van onze dochter geniet. Als ze helemaal weg is van een nep-herdershond. Als ze enthousiast voor de zoveelste keer in een rij aansluit om door een verrekijker te kijken. Maar het is vooral weer overleven. En het duurt allemaal langer dan onze input-emmer aankan.

Koorddansen

’s Avonds liggen we uitgeput op de bank. Ik trek hardop de conclusie dat het momenteel gewoon echt moeilijk is om iets als ‘leuk’ te ervaren. Het is één grote koorddans-act, waarbij we rekening moeten houden met hoeveel energie we hebben, welke activiteit geschikt is (feestjes en musea dus nog even niet), en of het niet teveel is in combinatie met de therapie waar we inmiddels allebei mee begonnen zijn, de ziekenhuisbezoeken (waar we er in januari/februari alweer 3 van hadden, gelukkig nu hopelijk tot november niet), en de normale dagelijkse dingen. We proberen de act zo goed mogelijk te doen. Maar knikkeren ook regelmatig keihard van het koord af. Omdat we een inschattingsfoutje maken over de activiteit. Omdat we onszelf overschatten. We zullen af en toe een misstap maken.

Het is niet gek. Het is pure rouw. En dat is gewoon vermoeiend en heftig. Ik denk dat het wel gaat helpen om nu in ieder geval ook te beseffen dat op dit moment gewoon niets leuk is. Scheelt weer in de verwachtingen vooraf.

Het is trouwens lente vandaag. Daar zijn we wel aan toe.