Small talk

Small talk. Ik draaide er vroeger mijn hand niet voor om. Maar wat is het toch ingewikkeld, nu er zoiets ingrijpends is gebeurd als het overlijden van mijn zoontje.

Small talk. Ik draaide er vroeger mijn hand niet voor om. Maar wat is het toch ingewikkeld, nu er zoiets ingrijpends is gebeurd als het overlijden van mijn zoontje.

Bieb

Zaterdagmorgen. Ik ben met mijn meisje in de bieb. Voor het eerst sinds corona mocht ze weer eens mee. Na het boeken uitzoeken drinken we samen wat en eten we iets lekkers. We genieten er allebei van.

Er komt een mama met een dochter aanlopen. Het blijkt een oud-teamgenootje van me te zijn, van jaren terug.

‘Hé hoi! Lang niet gezien!’, begint ze. Ze gaat op een bankje even verderop zitten, en vraagt: ‘hoe is het nou met jou?’.

Zoals jullie hier konden lezen, vind ik dat een ingewikkelde vraag. Ik ben er inmiddels een beetje beter in dan een paar maanden geleden. Maar lastig blijft het. Want echt goed gaat het nog niet met me. Maar ik heb, daar op die zaterdagochtend in de bieb, nou ook niet echt zin om te vertellen waarom niet.

Ik antwoord een beetje lauw: ‘ja goed’. Ik denk te zien dat ze wel merkt dat het geen heel overtuigend antwoord is. Maar ze vraagt niet door.

Broer en zus

Inmiddels is Lumen dikke vriendinnen met de dochter. Er wordt verteld dat zij een grote broer en ook nog een grote zus heeft. ‘Wat een geluk’, antwoord ik. Ik verwacht half en half dat Lumen zal vertellen dat zij ook een broertje heeft, en dat hij dood is. Voor Lumen is dat zo ‘matter-of-factly’, ze zal echt geen moment nadenken dat onze situatie anders is dan die van dit gezin waar we nu mee praten, waar maar liefst 3 levende kinderen opgroeien. Maar ze noemt hem niet. En ik heb ook geen zin om dit grote, levensgrote iets hier zomaar op tafel te leggen.

Mijn oud-teamgenootje kletst nog wat door. Ik vertel dat ik moest stoppen met volleyballen door een ski-ongeval. Dat ik opnieuw moest leren lopen en dat ik zo’n 2 jaar aan het revalideren ben geweest. Er wordt een hoop afge-oh-ed en ah-ed. ‘Wat vreselijk!’. Ja, dat klopt. Dat was en is het ook. Dat dit maar één van de grote dingen was de afgelopen jaren vertel ik er maar even niet bij.

Ze noemt nog even dat ze nu dan wel weer volleybalt, maar dat haar lijf het toch ook wel pittig heeft gehad. ‘Ja, drie zwangerschappen, hè!’. Ik lach een beetje flauwtjes. Dat ik er 6 heb gehad, ook dat laat ik maar even in het midden.

Small talk is lastig

En zo kom ik enigszins beduusd thuis, na ons biebbezoekje. En trek maar weer eens de conclusie dat small talk nou eenmaal lastig is momenteel.

Een paar maanden terug zou ik echt totaal ondersteboven geweest zijn van deze ontmoeting. Inmiddels gaat het gelukkig kleine stukjes beter. En vind ik het vooral ongemakkelijk, zo’n gesprek. Mijn gespreksgenote kletst gewoon een beetje, bedoelt het op geen enkele manier rot, en beseft zich niet dat er in dat gesprek meerdere dingen naar voren komen die voor mij lastig, pijnlijk of moeilijk zijn. En ik heb geen zin om mijn hele hebben en houwen op tafel te leggen, bij iemand die ik niet meer echt ken, op een fijne ontspannen biebochtend. Dus ik praat er maar wat omheen, laat vanalles in het midden.

Het voelt ergens niet fijn: het voelt een beetje alsof ik Tieme niet het plekje geef wat hij verdient, door hem niet te noemen als mijn zoon. Maar ik moet nog zoeken naar een alternatief, waarin ik hem wel noem maar op zo’n manier dat ik niet mijn hele hebben en houwen op tafel hoef te leggen.

Stad vol ballonnen

Ik vraag me ineens af: hoeveel mensen komen zo eigenlijk small talk door? Femke van der Laan (de weduwe van Eberhart) schreef dit in het prachtige boek ‘Stad vol ballonnen’:

Al die herinneringen die zo aanwezig zijn dat ze wel zichtbaar moeten zijn. Als een grote ballon die met een touwtje aan mijn pols vastzit. Eentje die ik overal mee naartoe sleep. De stad is vol ballonnen. Met touwtjes vastgemaakt aan polsen.

En ze omschrijft zo heel mooi dat er heel veel mensen een ballon aan hun pols hebben. Soms zelfs meerdere ballonnen. Die ballonnen voelen dan wel alsof ze zichtbaar zijn, maar dat zijn ze natuurlijk niet.

Small talk is lastig. In groepen zijn is lastig, want dat vereist small talk. Gelukkig gaat het elke maand kleine stukjes beter. Hopelijk komt er ooit een tijd waarin ik small talk weer makkie vind.

Bron afbeelding: DOK Delft