Dóór het verdriet

Let it all just rain on me

Ik lees op verschillende plekken over rouw dat verdriet niet weggaat als je je ervan af keert. Dat verdriet alleen minder, of draaglijker, wordt als je het toelaat. Het verdriet echt doorvoelt. In steeds iets andere woorden, maar ik kom het telkens opnieuw tegen: alleen als je verdriet de ruimte geeft, als je dóór je verdriet heen gaat in plaats van er omheen, wordt het ooit beter te hanteren.

En laat dat nou volledig de tegengestelde reactie zijn van mijn (en ik denk van vele mensen met mij) natuurlijk reactie. Als er iets naars gebeurt, wil ik zo snel mogelijk weer verder. Opstaan en weer doorgaan. Want het is wel heel naar, maar er is ook zoveel goeds om dankbaar voor te zijn. Tja, op zich een zegen om met een positieve mindset geboren te zijn. Maar op verdrietige momenten niet altijd even handig 😉

Het is natuurlijk ook gewoon fijner om blij te zijn dan verdrietig. Dus focus ik me het liefst op de dingen waar ik blij van word. En vergeet ik het verdrietige liefst zo snel mogelijk. Het is echt geen bewuste keuze, en het is ook geen prestatie om maar weer zo snel mogelijk ‘normaal’ mee te kunnen draaien. Het is eerder een basisreactie.

Tieme’s dood heeft me nu echter op een punt gebracht dat dat niet meer werkt. De grond is totaal onder me vandaan geslagen, ik ben volledig onderuit geschoffeld. Door zijn dood. Maar ook door alle gebeurtenissen in de jaren ervoor. Het voelt als een opstapeling, die nu zo hoog is geworden dat alles omgeknikkerd is.

Dus daar gaan we dan. Ik ga in de komende blogs aandacht besteden aan een aantal dingen die me verdriet doen. Die zeer doen. Die moeilijk zijn.

Ik merk dat ik me er echt toe moet zetten. Omdat ik moeite heb met het steeds over vervelende dingen te hebben hier op dit blog. Dan wordt voor mijn gevoel een tè negatieve bedoeling. Maar ja, de hele reden dat ik met dit blog gestart ben, is om over mijn rouw en verdriet mijn ei kwijt te kunnen. Dus ik ga proberen me niet teveel aan te trekken van mijn gevoel hier teveel negatiefs neer te zetten. En doen waarom ik gestart ben: van me af schrijven wat me bezig houdt. Of wat nodig is, in deze reis door rouw en verdriet. Hup ik 🙂

Toevoeging mei 2020: alle berichten uit de serie ‘Door het verdriet’ lees je hier.

4 maanden

4 maanden

Vandaag is het 4 maanden geleden dat Tieme geboren werd.

Toen Lumen 4 maanden was, gingen we voor het eerst met haar op vakantie. We hadden het heerlijk. Ze begon wat te rollen. We genoten 200% van ons lieve kleine baby’tje. En van op vakantie zijn als gezinnetje.

Ik zie er vandaag tegenop haar naar school te brengen. Ik heb zo genoten van de mamadagen van voordat ze naar school ging. Die helemaal vrije dagen, waarop ze de hele dag bij me was. We kuierden de dag door. Deden een boodschapje. Ze was gezellig bij me op zolder, als ik de was deed.

Wat is er toch een hoop te missen nu ons lieve baby-zoontje dood is. Die eerste vakantie. Die mamadagen, waar ik zo ontzettend naar uit keek. Zucht. Ik mis je, Tieme.

De afgelopen maand voelde nog steeds als heel heftig en druk. Ik maakte een start met therapie. Nog niet zo succesvol, ik heb niet zo’n goeie klik met mijn psychologe. Dus ik weet het nog niet zo. Maar ik heb ook weinig trek in nieuwe zoeken – weer 3-4 maanden wachtlijst – weer het hele verhaal opnieuw doen. Matige situatie.

Verder gingen we nog twee keer terug naar het Erasmus voor nagesprekken en nacontroles. Beide keren weer heftig: om terug te zijn op de plek waar we ons zoontje verloren. Maar ook omdat er toch weer nieuwe apen uit mouwen kwamen. Gelukkig waren de bloeduitslagen allemaal goed, en hoef ik nu pas in november weer terug. En met de dagelijkse dingen erbij was het dus weer een volle maand.

Ik voel me verdoofd. De dagen gaan voorbij. Ik doe elke dag wel wat. Maar niets is echt leuk, en het is al snel te veel. Ik probeer elke dag te voelen wat ik nodig heb. Waar ik behoefte aan heb. Zoals Alana me geleerd heeft. De zon schijnt af en toe. Dat is fijn. Op naar de volgende maand.

Niets is leuk

We proberen weer af en toe de buitenwereld in te trekken. Ik kan niet zeggen dat ik er zin in heb. Maar ik zit al zo lang thuis, dat ik er wel een soort van behoefte aan begin te hebben. Het blijkt alleen lang niet mee te vallen.

We kunnen allebei nog niet veel input aan. Het lijkt alsof we een input-emmertje hebben wat na één tot twee uur vol loopt. En dan is het klaar. Eén op één gesprekken of activiteiten gaan inmiddels redelijk. Zo schreef ik hier al dat we met Valentijn lekker samen op date geweest zijn. Uurtje darten, uurtje biertje drinken, naar huis. Kan net.

Input

Met meerdere mensen is het lastiger. We zijn inmiddels ook alweer een keer naar de kroeg geweest met vrienden. We probeerden een rustige locatie te zoeken. Het eerste uur heb ik het fijn. Fijn om wat mensen te zien, fijn om te horen hoe het in de buitenwereld is. Die natuurlijk gewoon doordraait, ook al staat onze wereld al maanden stil. Maar na dat uur is het alsof ik ‘uitcheck’. Het rumoer op de achtergrond klinkt vanaf dan als harde herrie en is ineens ontzettend aanwezig. Ik kan geen gesprekken meer volgen en kan nauwelijks meer praten. Snel naar huis dus.

Feestje

Een tijd geleden kocht een vriend van ons voor een ‘Back to the 90s’ feestje veel kaartjes voor weinig. Ik zou eigenlijk niet meegaan (want ik zou net bevallen zijn van ons kindje). Maar dat liep anders. En toen ik in januari wat meer energie had, en daardoor behoefte aan wat anders dan alleen maar tv kijken op de bank, leek het me een goed idee toch mee te gaan. Ik wil al jaren naar zo’n Back to the 90s feestje. Pure nostalgie 😉 En het feestje was toen nog zó ver weg, tegen die tijd zou het vast wel beter gaan met de input.

Niet echt dus. We kopen oordoppen. Ik bedenk me in de week ervoor wel 10 keer dat ik misschien beter niet kan gaan. Maar bedenk steeds weer: we gaan het zien, en als het niet gaat zijn we ook zo weer weg. We zijn met een groep hele leuke en lieve mensen. De muziek brengt veel ‘o ja’-momentjes terug. Veel beter dan dit kunnen de omstandigheden voor een feestje niet zijn. Maar toch voel ik me ontheemd. Midden in de mensenmassa sta ik te denken: “Ik heb 3,5e maand geleden mijn zoontje gecremeerd. En dat weten jullie allemaal niet. Wat gek”. Die zwarte sluier van verdriet hangt ook nu weer over alles heen. Het gaat een uur en een kwartier goed. Daarna wordt het overleven en bikkel ik door tot ook mijn man er even later klaar mee is. En we gaan naar huis. Op zich goed dat we gegaan zijn denk ik. Maar echt leuk geweest? Nee.

Museum

Lumen had deze week vakantie. Heerlijk om haar meer thuis te hebben. Maar omdat mijn man en ik allebei zo laag in onze energie zitten, komt het er meestal op naar dat we haar als een soort estafettestokje doorgeven op een dag. Ik de ochtend en mijn man de middag, of andersom. We wilden ook graag 1 keer iets met z’n drietjes doen. Er zou veel regen vallen, dus we gingen voor een binnenactiviteit. Het werd het Naturalis in Leiden. Daar blijkt het ontzettend druk. File lopen door het hele museum. Er is niet echt een kinderspeurtocht ofzo, dus we moeten zelf echt aan de bak om Lumen door het museum te kletsen.

Er zijn heel veel gezinnetjes met meerdere kinderen. En heel veel baby’s. Erg moeilijk en confronterend. Nou is dat gevoel al bekend van de afgelopen jaren, met alle miskramen. Baby’s en zwangere vrouwen zijn gewoon moeilijk. Maar dit is de eerste keer dat we er na Tieme zo mee geconfronteerd worden. Bij elke baby probeer ik in te schatten hoe oud hij is. En denk ik: zo oud was Tieme nu geweest als hij nog geleefd had. Of: zou groot was Tieme ongeveer geweest als hij op z’n normale tijd geboren was. Natuurlijk zijn er wel kleine momentjes dat ik van onze dochter geniet. Als ze helemaal weg is van een nep-herdershond. Als ze enthousiast voor de zoveelste keer in een rij aansluit om door een verrekijker te kijken. Maar het is vooral weer overleven. En het duurt allemaal langer dan onze input-emmer aankan.

Koorddansen

’s Avonds liggen we uitgeput op de bank. Ik trek hardop de conclusie dat het momenteel gewoon echt moeilijk is om iets als ‘leuk’ te ervaren. Het is één grote koorddans-act, waarbij we rekening moeten houden met hoeveel energie we hebben, welke activiteit geschikt is (feestjes en musea dus nog even niet), en of het niet teveel is in combinatie met de therapie waar we inmiddels allebei mee begonnen zijn, de ziekenhuisbezoeken (waar we er in januari/februari alweer 3 van hadden, gelukkig nu hopelijk tot november niet), en de normale dagelijkse dingen. We proberen de act zo goed mogelijk te doen. Maar knikkeren ook regelmatig keihard van het koord af. Omdat we een inschattingsfoutje maken over de activiteit. Omdat we onszelf overschatten. We zullen af en toe een misstap maken.

Het is niet gek. Het is pure rouw. En dat is gewoon vermoeiend en heftig. Ik denk dat het wel gaat helpen om nu in ieder geval ook te beseffen dat op dit moment gewoon niets leuk is. Scheelt weer in de verwachtingen vooraf.

Het is trouwens lente vandaag. Daar zijn we wel aan toe.

Mijn lijf

mijn zwangere lijf

Door de zwangerschap heb ik nu echt nog een zwanger lijf. Dat is al confronterend als je een levend en gezond kindje hebt gekregen. Maar nu voelt het echt heel wrang. En nutteloos. Toch heb ik een heel dubbel gevoel over mijn lijf: het is ook zo enorm sterk en krachtig.

Zwangerschapslijf

De extra kilo’s die eraan gekomen zijn tijdens de 7 maanden zwangerschap zijn er niet direct af. Ook kon ik het vanaf de 20w echo niet meer aan om met andere zwangere moeders in yoga- of zwangerfitlessen te zijn. Er was zoveel bezorgdheid en onzekerheid rondom Tieme, dat ik er niet aan moest denken om met de onbezorgdheid en onschuldige zwangerschapskwaaltjes van andere moeders geconfronteerd te worden. Met als gevolg dat ik ook heel stram was na de zwangerschap.

En dat is behoorlijk confronterend. Toen ik mijn dochter kreeg was ik erna ook verre van fit. En bleef ik vrij lang een kilo of 6 te zwaar. Maar dat vond ik prima. Ik gaf tenslotte borstvoeding. Ik had slechte nachten. Het voelde als het beetje reserve wat ik nodig had om dat eerste jaar door te komen. Het was ‘voor het goede doel’. En die kilo’s zijn er na dat jaar ongemerkt afgegaan.

Nu voelt dat totaal anders. Ik pas mijn normale broeken nog niet. Shirtjes zitten te strak om mijn buik. En het zit me deze keer echt in de weg. Naast alles wat mis is gegaan, het zoontje wat ik verloren heb, voelt het alsof ik dan in ieder geval toch maar zo snel mogelijk mijn eigen lijf weer terug wil. Ik wil weer soepel zijn.  De kilo’s eraf. De conditie op peil. Zo snel mogelijk terug naar vóór deze zwangerschap. Die zo ontzettend verdrietig afliep. Het zwangerschapslijf confronteert me met wat had moeten zijn. Met wat er niet is. Deze keer is ‘het goede doel’ dood.

Sterk

Tegelijkertijd ben ik zo ontzettend trots op mijn lijf. Het lijf wat 6 weken na de pre-eclampsie alweer ontzettend goede bloedwaarden produceerde. De nier- en leverfunctiestoornissen waren alweer bijna helemaal opgelost. De bloedplaatjes aangevuld. Het lijf wat na afbouw van de bloeddrukmedicatie zelf de bloeddruk weer prima houdt.

En ook het lijf wat tijdens mijn knie-revalidatie 8 jaar geleden zonder morren 8 maanden op de bank zat, zonder enige vorm van rugpijn of andere pijn. Dit tot grote verbazing van mijn omgeving, uit hun reacties leek het alsof iedereen in die situatie rugpijn zou krijgen. Maar mijn lijf niet.

Het lijf wat naast 2 zwangerschappen ook nog 4 miskramen te verwerken kreeg. En wat na elke miskraam fysiek vrij snel weer herstelde en fit was.

Ongelooflijk eigenlijk, hoeveel mijn lijf de laatste jaren heeft verdragen en gedragen. Wat een sterk lijf.

Dubbel

Het voelt dus heel erg dubbel. Of eigenlijk driedubbel. Want naast dit alles voelt het ook nog heel erg moeilijk dat mijn lijf niet zo geschikt blijkt voor zwangerschappen. Mijn lijf, wat heel snel zwanger wordt. Maar wat die zwangerschappen vaak niet goed in stand weet te houden, waarschijnlijk door de schildklierantistoffen. En wat het waarschijnlijk niet goed voor elkaar heeft gekregen Tieme voldoende voeding te geven tijdens zijn zwangerschap. Dat doet pijn. Heel veel pijn.

En nu dan?

Aan de zwangerschapsproblematiek kan ik helaas niets doen. Voor nu probeer ik me te focussen op wat ik wèl kan doen. Gezond eten. Zoveel mogelijk fietsen. Naar yoga. Voldoende slapen. En ik denk dat er ook mentaal nog wel wat te winnen is in hoe ik over mijn lijf denk. Dus heb ik als voornemen om mijn lijf te eren. Op een voetstuk te plaatsen. Te bedenken voor hoe sterk het is geweest, en hopelijk nog heel lang blijft. Want gezond zijn en blijven, dat is misschien wel het belangrijkste goede doel.

3 maanden

3 maanden

Gisteren was het 3 maanden geleden. 3 maanden geleden werd Tieme geboren. 3 maanden geleden werd eindelijk duidelijk wat de uitkomst zou zijn van onze enorme achtbaan van 2,5e maand. Hij overleefde de bevalling niet. We moesten echt afscheid gaan nemen van ons zoontje.

Dit was eigenlijk de eerste maand dat ik er bewust bij stil stond. Met 1 maand was ik nog zo moe en slap. De dagen regen zich aaneen in één lange overlevingstocht vol verdriet en slaap. De 2 maanden viel in de eerste week na de kerstvakantie. In de week waarin ik voor het eerst Lumen weer naar school bracht, voor het eerst weer naar yoga ging, waarin ik het eerste ‘kraam’bezoek ontving. Een volle week, waarin de 10e ongemerkt voorbij ging.

En nu is het dus alweer 3 maanden geleden. De avond ervoor dacht ik er al aan: “nu begonnen de weeën, morgenochtend werd Tieme geboren”. Gisteren was een fijne dag. ’s Morgens kwam een vriendin die ik nog niet gesproken had koffie drinken. Zij heeft helaas ook verliezen gekend. Dat praat toch fijner. Er is echt verschil tussen mensen die dichtbij een verlies hebben meegemaakt, en mensen die daar nog niet mee te maken hebben gehad. We bekeken de foto’s, lieten samen tranen, en praten bij over de afgelopen hectische periode.

’s Middags was ik moe maar voldaan van de fijne ochtend. Ik las wat op blogs van mede-baby-verloren-mama’s. Ik begon in het boek ‘Sara en Liv’, van een mama die maar liefst twee baby’tjes verloren heeft. Ik luisterde voor het eerst sinds heel lang het liedje wat we met Tieme’s crematie gedraaid hebben.

Het is alweer een kwart jaar geleden. Dat klinkt echt lang. Ik wou dat Tieme een maand oud was. En levend, gezond en wel bij ons was.

Hoe dan?

Hoe moeten we hier doorheen komen? Hoe moeten we verder? Het ‘verwerken’? ‘Een plekje geven’? Het voelt als te groot. Te veel.

Het leren omgaan met van het verlies van Tieme.

Het verwerken van de traumatische maanden voorafgaand aan zijn geboorte. De achtbaan vol moeilijke beslissingen, ziekenhuisbezoeken, onderzoeken. Elke dag weer voelen of ik ons kindje nog voelde bewegen, er rekening mee houdend dat hij elk moment kon overlijden. En toch elke keer weer kleine beetjes hoop.

De 4 miskramen die we eerder al hadden.

En bij dat alles nog de gedachte dat Lumen nu waarschijnlijk enig kind blijft. Dat de kans dat we dit ooit nogmaals aandurven heel klein is. En als we het al aandurven, dat de kans dat het dan lukt ook niet groot is. Gegeven dat we nu uit zes zwangerschappen maar 1 levend kindje hebben.

Ik probeer heel goed naar mezelf te luisteren. Doe alleen wat goed voelt. Plan maar weinig in. Zet alle bezoek-verzoekjes on hold, tot ik er zelf aan toe ben. Probeer elke dag even buiten te komen. Af en toe lekker met m’n handen bezig: achter de naaimachine, of ‘visible mending’ uitproberen. Schrijven. Ik probeer m’n tranen toe te laten als ze opkomen. Wanneer en waar dan ook. Ze niet tegen te houden, wat toch mijn basisreactie is.

Ik voel dat dit de enige manier is om hier doorheen te komen. Rouwen, het verdriet om alle dingen hierboven volledig doorvoelen. Alle tijd hiervoor nemen. En mezelf alle ruimte geven die ik nodig heb.

Ik heb mezelf beloofd echt naar mezelf en mijn gevoel te luisteren dit keer. Dat valt zeker niet altijd mee. Maar ik ga ervoor. Ik volg mijn eigen lichtje.

De eerste 2,5e maand

De eerste dagen na Tieme’s geboorte voelden als ontzettend druk en vol.

In het ziekenhuis: de deur werd platgelopen door dokters, zusters, maatschappelijk werker, weer andere dokters en zusters. Tussendoor probeerden wij onze familie en vrienden op de hoogte te brengen, de crematie te regelen, en dan ook nog tijd te vinden af en toe met Tieme te zitten. Onze ouders zijn langsgekomen om hun kleinzoon te zien.

Thuisgekomen werd het niet rustiger. We hadden maar twee dagen tot de crematie. Vol met het ontvangen van de kraamverzorgster, verloskundige, begrafenisonderneemster, met het regelen van de crematie, en tussendoor wederom hard knokken om toch minstens 2x per dag Tieme uit het water te halen en te knuffelen. We hadden geen energie om vrienden of familie te zien. Ik was nog hartstikke ziek, en de dagen zaten al zo rammend vol.

Na de crematie waren we helemaal kapot. Ik heb weken in bed gelegen. Ik moest fysiek herstellen, maar ook mentaal wilde ik alleen maar in bed liggen met de dekens over me heen.

We krijgen veel hulp van onze ouders. We hebben namelijk nog een meisje van bijna 5 rondlopen, wat heerlijk energiek is. Hartstikke fijn dus, die hulp. Maar eigenlijk ook te druk voor ons. Te veel input. We zijn allebei heel erg overprikkeld en kunnen weinig aan.

Na een week of 6 ben ik gaan proberen wat kleine dingen op te pakken. De vaatwasser uitpakken. Een wasje doen. Kleine blokjes lopen om het huis.

Dan is het kerstvakantie. Omdat ik inmiddels weer wat meer kan, komt niet alles meer op mijn man neer, en redden we het eindelijk met z’n drietjes. We genieten van elkaar. We zijn verdrietig. We zeggen alle plannen met familie en vrienden af. Te druk. Te moeilijk.

Na kerst voel ik me fysiek best weer goed. Ik probeer weer wat meer te doen: dochter naar school brengen, naar yoga. Af en toe afspreken met mensen. Dat lukt. Maar het houdt niet over. Het is al snel te veel.

In de derde week van januari is onze dochter jarig. We vieren het klein. We hebben een fijne dag. We zijn zo ontzettend blij met haar! Dus we doen er alles aan om dit een fijne dag te laten zijn. Tegelijk is het ook weer een moeilijke dag. Het is namelijk mijn uitgerekende datum van Tieme.

En nu is het alweer eind januari. Het is fijn om weer wat te kunnen. Zolang ik maar niet te veel doe en wil. Voldoende tijd plan om bij te komen. Om mindere dagen te kunnen hebben. Dit is blijkbaar wat nu nodig is. Dus laten we dat dan maar doen.

100.000 stukjes

Mijn zoontje is dood geboren.

Na een skiongeval waar ik mijn knie zo stuk maakte dat ik opnieuw moest leren lopen – dit kostte me twee jaar – , een hele spannende miskraam waar ik 2 keer met spoed voor het in ziekenhuis ben opgenomen en die uiteindelijk een maand duurde, het herstel van mijn zwangerschap waar ik zulke bekkenklachten had dat het herstel weer 2 jaar duurde, en de 3 miskramen daarna, dachten we dat we alles wel gehad hadden.

Dat was niet zo. We durfden eigenlijk niet meer. Maar we raakten onverwachts zwanger. We waren uitzinnig blij dat deze zwangerschap bleef. Maar we moesten veel te vroeg afscheid nemen van onze lieve Tieme. Te moeten bevallen van een kindje wat nog leeft in je buik, maar waarvan je weet dat hij de bevalling waarschijnlijk niet zal overleven. Je dode kindje in je armen houden. Je dode kindje mee naar huis nemen. Je kindje moeten cremeren. Al 5 dagen na zijn geboorte definitief afscheid van hem te moeten nemen.

Ik ben in 100.000 stukjes gebroken. In gruzelementen. Ook dit moeten we weer achter onze kiezen zien te krijgen. De scherven en brokstukken bij elkaar rapen, en zo goed mogelijk weer lijmen. Hoe dat gaat en wat het resultaat is, nog geen idee. We gaan het zien.

Tieme’s verhaal

Dit is het verhaal van de zwangerschap en geboorte van onze zoon.

4,5w (begin mei) – Ik ontdek ik dat ik zwanger ben. Hoewel we al jaren hopen op een 2e kindje komt deze zwangerschap als een verrassing. Na 4 miskramen zitten we nu middenin in de onderzoeken. En we weten niet of we überhaupt het verdriet van nog een miskraam aankunnen. Dus we hadden besloten eerst de onderzoeken af te wachten. Maar wonder boven wonder is mijn eisprong een heel eind verschoven. Terwijl ik altijd heel regelmatig ongesteld ben. Deze zwangerschap voelt ‘alsof het zo heeft moeten zijn’. We zijn hartstikke blij. En ook ongerust natuurlijk.

9w – We krijgen de eerste echo. Alles ziet er goed uit. Zover heeft alleen onze dochter het gebracht, dus we beginnen vertrouwen te krijgen dat ook dit kindje zal blijven.

11w – Nog een echo. Wederom alles goed. We durven nu toch echt te geloven dat we een tweede kindje zullen krijgen! Wat fantastisch! We zijn ontzettend blij en dankbaar.

19w (eind aug) – Op de 20w echo blijkt ons kindje een forse groeiachterstand te hebben, en veel te weinig vruchtwater. De artsen zijn direct zeer bezorgd.


20w – Meer echo’s volgen, en we wegen de risico’s van nader onderzoek af tegen de kans dat we hier meer informatie uit zouden krijgen. Het eerste van, wat later blijkt, vele moeilijke besluiten. Waarbij je echt geen snars hebt aan kansen als het gaat om het leven en dood van je eigen kindje. De prognoses zijn zeer somber.


21w – Op de groeiecho blijkt alleen zijn hoofdje wat gegroeid, zijn beentjes en buikje niet. Dat is echt helemaal mis. Ons zoontje zal de komende weken in mijn buik overlijden.


22w – We zijn er kapot van. We vertellen het Lumen. We bereiden zo goed en zo kwaad als het gaat de geboorte en het afscheid van ons mannetje voor. We moeten besluiten of we de zwangerschap actief af willen breken.


23w – Op de groeiecho blijkt toch ineens weer een beetje groei op alle fronten. Nog steeds veel te weinig. Maar toch, groei. Het vruchtwater is daarentegen zo goed als op. Wat op zo’n vroege termijn een zeer groot probleem is. We besluiten de zwangerschap niet af te breken en het aan de natuur te laten. De gynaecoloog geeft 99,9% kans dat het kindje de zwangerschap en eventuele couveusetijd niet overleefd. Ondertussen voel ik ons kindje dagelijks, en steeds beter. Erg surrealistisch. En gevoelsmatig totaal niet kloppend met de kansen die ons om de oren geslingerd worden. Het geeft, samen met de onverwachtste groei, toch weer hoop op een wondertje.


24w – We gaan op de neonatologie afdeling in Rotterdam praten. Qua termijn komt ons kindje in een levensvatbare fase met 24w zwangerschap. Is het wellicht beter het kindje te halen en te kijken of hij buiten de buik beter groeit? We worden echter naar huis gestuurd: tot ons kindje 450gr is kunnen ze niets voor hem betekenen en is hij nog veel te klein en kwetsbaar om te overleven. Ze hebben een totaal andere theorie over de oorzaak van de groeiachterstand dan onze gynaecoloog in Delft. Wat heel verwarrend is voor ons. Ze spreken elkaar tegen, maar ze weten het eigenlijk allemaal niet zeker. Al zijn ze het over het belangrijkste eens: ons jongetje is nu 300gr, en ook in Rotterdam verwachten ze niet dat hij de 450gr zal halen en dat hij zeer binnenkort in mijn buik zal overlijden.

25-28w – Ons jongetje blijft heel langzaam groeien. De achterstand loopt op tot 7w. Maar hij gaat niet dood. We bikkelen de dagen door tussen hoop en vrees. Met mij zelf gaat het inmiddels ook fysiek heel slecht. Ik heb ontzettend veel rugpijn waardoor ik de dagen nauwelijks doorkom en de nachten al helemaal niet. Fysio, pijnstilling, slaapmiddelen helpen allemaal niet. Mijn lijf krijgt het gewoon niet opgelost door de zwangerschap en de lange weken van mentale stress en emoties. Naast alle echo’s en gesprekken beland ik voor de 3e keer in het ziekenhuis om te controleren op pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging), wegens hoofdpijn en uitvalverschijnselen van m’n linkerhand. Maar mijn bloeddruk en bloedwaarden zijn prima. Dus we gaan weer naar huis en wachten af.

29w – Tegen alle verwachtingen en voorspellingen in leeft ons mannetje nog steeds. De magische grens van 450gr is bereikt. De hoop op een wonder blijft. We gaan terug naar Rotterdam om te bespreken wat dit betekent voor zijn kansen, en hoe de komende weken eruit gaan zien. Ons jongetje leeft nog. Maar dit gesprek veegt de hoop op een gezond kindje wederom volledig weg. De neonatoloog maakt zich zorgen om een waslijst aan dingen die als mis zijn, of mis kunnen gaan, wegens de enorme groeiachterstand die inmiddels al vanaf in ieder geval week 17 aan de gang is. De kans dat ons kindje door de ogen van al die naalden zal kruipen en toch levend en gezond ter wereld komt, en gezond blijft in zijn couveusetijd, is miniem. Maar ja, de kans dat hij nu nog zou leven was ook eigenlijk afwezig, en hij is er nog. Kansen zijn echt akelig, je hebt er niets aan zolang je het niet zeker weet. We gaan naar huis met de opdracht na te denken over allerlei besluiten over hoe actief we willen proberen ons kindje in leven te houden mocht hij nu geboren worden, of pas over een paar weken wanneer hij weer wat zwaarder is, over of we alsnog risicovol aanvullend onderzoek willen laten doen waardoor we in ieder geval beter de oorzaak weten, etc. In de beslisboom die we die avond tekenen verschijnen 11 te nemen besluiten. Allemaal even zwaar en moeilijk.

30w – We zijn terug in Rotterdam om onze besluiten en de scenario’s voor de komende weken te bespreken. We zijn de hele ochtend in de weer met gesprekken met de arts, aanvullend onderzoek (toch maar wel), groeimetingen, een CTG van ons kindje. Hij is zo beweeglijk dat de CTG metingen mislukken. Dit vindt de arts een goed teken en de conclusie is dat als hij zo beweeglijk is, en nu nog niet overleden is, hij dat ook niet zomaar zal doen de komende weken. We spreken af dat ik met 34w opgenomen zal worden om dagelijks gecontroleerd te worden en met 37w (= rond kerst)  ingeleid word. Het is al halverwege de middag als we bedenken dat er ook nog even een routinecontrole van mijn bloeddruk gedaan moet worden. We zijn inmiddels helemaal op van alle gesprekken, besluiten en onderzoeken. Mijn bloeddruk is veel te hoog. Dit verbaasd ons niet na zo’n lange dag. Maar ook na 2u rustig liggen is de bloeddruk torenhoog, en bloed- en urinetests geven alarmerende uitslagen. Ik blijk ernstige pre-eclampsie met nier- en leverfunctiestoornissen te hebben. Ik word direct opgenomen en moet zo snel mogelijk bevallen. Tieme wordt 3 dagen later geboren en heeft de bevalling niet overleefd. 

Nog geen 3 maanden

Nog geen 3 maanden geleden verloor ik mijn zoontje. Iets langer dan 5 maanden geleden werden we van onze roze wolk getrapt. Het kindje wat zo gewenst was, waar we zo ontzettend blij mee waren, wat onze dochter dan toch eindelijk grote zus zou maken, bleek een forse groeiachterstand te hebben.

Een achtbaan van verdriet, ongeloof, ontzettend moeilijke beslissingen, met af en toe toch kleine beetjes hoop, volgde. De achtbaan duurde 2,5e maand. Op 10 november 2019 werd Tieme dood geboren.

Laat dit blog mijn eigen kleine plekje op het internet zijn. Mijn plekje van rouw. Van verdriet. Van verwerking. Een eigen website of app bouwen staat al een tijd op mijn bucket list. In mijn hoofd fluistert een stemmetje dat dit het moment is.

Vanaf nu is alles anders. Ik wil de tijd nemen om dit verlies echt te doorvoelen. Om te rouwen om Tieme. Iets wat ik bij eerdere/andere verliezen niet altijd even goed gedaan heb. Af en toe begint mijn ongeduldige en pragmatische zelf alweer te kriebelen. Maar ik heb geen haast. Het is nog geen 3 maanden geleden.