Moederdag & een half jaar

Gisteren was het moederdag. En een half jaar geleden dat Tieme is geboren en overleden.

Gisteren was het moederdag. En een half jaar geleden dat Tieme is geboren en overleden.

Moederdag

Ik ben ontzettend verwend door mijn man en dochter. Ik moest ’s ochtends boven blijven tot ze klaar waren met alle verrassingen beneden. Mijn dochter vond het leuk om slingers op te hangen en mijn stoel te versieren. Ze hadden een heerlijke brunch geregeld, afgehaald bij ons favoriete restaurantje. We konden die brunch heerlijk in het zonnetje buiten opeten. Daarna mocht ik op speurtocht naar verstopte kadootjes. Waaronder de cd van Danny Vera, met het prachtige en voor ons zo toepasselijke ‘Roller Coaster‘.

De eerste keer dat ik moest huilen was het puur geluk. Wat een bof dat ik zo’n lieve man heb. Zo’n fantastische dochter. Dat ik zo verwend word op moederdag.

Door de dag heen volgen nog een aantal tranendallen. Want ons jongetje is niet bij ons. We missen hem elke dag. Maar rond dit soort dagen, die je zo overduidelijk met je gezin viert, is het zo mogelijk nòg duidelijk dat ons gezin niet compleet is.

Een half jaar

En dan was het gisteren ook een half jaar geleden dat ons jongetje geboren en overleden is. Wat klinkt dat lang geleden. Zo voelt het nog totaal niet. Ik kan eigenlijk niet geloven dat er alweer een half jaar voorbij is.

November en december: totale shock. We kunnen niets. Allemaal in een waas voorbij gegaan. Er zijn dingen gebeurt die we nauwelijks meer weten. Mijn man bedacht zich laatst dat de eerste kerst zonder Tieme hem ontzettend moeilijk leek. Om daarna te bedenken dat we die eerste kerst al gehad hadden. Vergeten. En ergens is het ook niet zo. De eerste ‘normale’ kerst, waarin we kerst ook daadwerkelijk (proberen) te vieren zoals we dat normaal zouden doen, moet nog komen. Die eerste twee maanden was het puur overleven, de dagen doorkomen. Of het dan Sint, kerst of Oud & Nieuw was maakte weinig uit.

Januari & februari: we proberen wat dingen te doen. Sporten. Erop uit. Dat eerste lukt aardig, dat laatste is heel moeizaam. En het is eigenlijk allemaal te veel. Maar blijkbaar is er toch een drive om niet in bed onder de dekens te blijven liggen. Dus we proberen wat, en doen het met vallen en opstaan.

Maart & april: en toen was er Corona. Ging Lumen niet meer naar school. Hield de yoga op, en het sportschoolklasje waar ik net mee begonnen was. Stopte ik met de psycholoog, omdat ik niet blij met haar was. Onze wereld stond al op z’n kop. Maar nu kantelt hij weer een stuk een andere richting in. We zetten alle zeilen bij om zo goed en fijn mogelijk door deze rare periode te komen.

Een moeder van een vriendinnetje van Lumen is ook haar baby’tje verloren. We hadden het erover toen ik een maand of drie zwanger was. Zij vertelde me dat ze daarna een half jaar niet gewerkt had. Dat leek me toen heel lang. Ik vergelijk het denk ik onbewust met een miskraam. En na mijn miskramen was ik meestal na een week of twee wel weer aan het werk.

Little did I know then. Hoe anders het verlies van een baby’tje is. Waar je echt van bevalt. Wat je in je armen houdt. Wat al helemaal af is, maar zo ontzettend klein. Wat je moet cremeren, tegen al je gevoelens en basisreacties in, omdat een dood lijfje nou eenmaal niet bij je kan blijven.

Het eerste half jaar na Tieme’s geboorte en dood nu voorbij. Maar ik kan me nog totaal niet voorstellen dat ik weer aan het werk zou gaan. Alle lieve collega’s ontmoeten. M’n verhaal vele malen doen. Of niet, maar hoe dan ook die mensen onder ogen komen. De boze buitenwereld in. En op de een of andere manier weer de concentratie op kunnen brengen om na te denken, werk te verzetten. Met mijn input-emmer die momenteel na een half uur videobellen ongeveer volgelopen is zie ik het voorlopig gewoon niet gebeuren.

Gelukkig was de bedrijfsarts hier ontzettend begripvol in. Waar ik nog zei dat ik geen idee had waar de vermoeidheid en concentratie-problemen vandaan kwamen, dat het de pre-eclampsie kan zijn maar ook rouw en totale uitputting, drukte hij me op het hart de nawerkingen van de pre-eclampsie niet te onderschatten. Dat het ongetwijfeld van alles een beetje is, maar dat pre-eclampsie nou eenmaal heel lang vermoeidheidsklachten en concentratiestoornissen kan veroorzaken. Fijn dat hij mij daarvan ging overtuigen, in plaats van andersom.

En verder de afgelopen maand

Herkenning

We lazen in het prachtige boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ van Manu Keirse. Het bracht heel veel herkenning. En het geeft me op een bepaalde manier ook ‘toestemming’ om een aantal dingen die ik voel of merk, ook te mógen voelen of merken. Bijvoorbeeld dat het in groepen zijn niet fijn is momenteel. In het boek lees ik dat in groepen zijn vervelend is als je rouwt. Het vereist namelijk chit-chat, luchtige gesprekken, en daar ben je nou eenmaal momenteel niet goed in. Hij adviseert om de intimiteit van een-op-een contact op te zoeken.

Het zou misschien eigenlijk niet nodig moeten zijn om die ‘toestemming’ van iemand anders te moeten krijgen om gewoon m’n gevoel te volgen hierin. Maar het helpt me toch. En blijf gewoon oefenen in dat ook te doen zonder toestemming 😉

Golven van vermoeidheid en verdriet

De golven van vermoeidheid en verdriet komen en gaan. Vorige week kwam er weer een. Een dag of vijf achter elkaar voel ik het al als ik ’s ochtends m’n ogen open doe. Moe. Verdrietig. Ellendig. Gelukkig kon mijn man die dagen de ‘ochtend-shift’ met Lumen doen. Probeerde ik nog even verder te slapen. Wat soms lukte, en soms niet. Ik probeer lief voor mezelf te zijn. Te doen wat goed voelt. Een stuk wandelen. Een boekje lezen. Schrijven. En niet te balen van wat niet lukt: de dagelijkse oefeningen. Dat telefoontje wat ik eigenlijk wilde plegen. Dat stuk wandelen of schrijven wat ik eigenlijk bedacht had te doen.

Het is de dagen doorkomen, tot de golf voorbij is. Als het me maar lukt die ruimte te pakken, dan gaat de golf na een aantal dagen weer liggen. Ik word ineens weer beter wakker. Ben overdag minder moe. En voel me minder lamlendig.

Het fysieke werk aan de winkel

Omdat de psycholoog wegviel, en de wachtlijsten ervoor zorgen dat het starten bij een nieuwe nog wel een tijdje zou duren, probeerde ik te zoeken naar wat dan wel ging. Binnen de huidige Corona-grenzen. Ik nam contact op met één van de fysio’s die me begeleid heeft tijdens mijn knie-revalidatie. Ik had de laatste tijd meer pijn aan mijn knie, dus wil een setje oefeningen wat de spieren sterker maakt en wat ik wekelijks thuis kan doen. Dat lukte prima via videobellen. En inmiddels ben ik alweer een aantal weken een opbouwschema aan het doen met om de dag oefeningen. De andere dagen doe ik via een app spierversterkende oefeningen voor de rest van m’n lijf. Lekker bezig dus.

Genieten & ongeduld

Het lukte me zelfs om af en toe te genieten. Van alle fijne momenten thuis met z’n drietjes. Van mijn lieve dochtertje, die me echt elke dag wel kleine geniet- en verwondermomentjes brengt. Van mijn man. Van afgelopen weekend eindelijk weer eens een BBQ bij onze lieve vrienden. Van een fijn telefoongesprek met een vriendin.

Ik bespeurde de afgelopen weken voor het eerst een soort ongeduld bij mezelf. Wanneer is dat rouwen klaar? Wanneer houdt het verdrietig zijn op? Wanneer kan ik weer meer? Wanneer hoef ik mezelf niet meer te verstoppen voor de buitenwereld, omdat ik alle input weer gewoon aankan?

Dat ongeduld is me niet vreemd. Tijdens mijn knie-revalidatie en de revalidatie na mijn zwangerschap voelde ik het continue. Wilde ik steeds meer dan ik kon. Ging ik ook zo snel mogelijk weer aan het werk. Dus ergens verbaasd het me dat dit ongeduld nu pas de kop op komt zetten.

Aan dat soort dingen merk ik dat er wel vooruitgang in zit. Ook al heb ik nog een lange weg te gaan.

De komende tijd

Meer fysio-afspraken om dat schema op te bouwen. Dat mag vanaf deze week zelfs weer in de praktijk. Daarnaast werd ik vorige week gebeld dat ik deze week terecht kan bij een van de psychologen waar ik op de wachtlijst sta. Sneller dan ik had durven hopen. Echt hartstikke fijn. Dat zal ook weer heel intensief en emotioneel zijn.

Die combinatie van zowel fysiek als mentaal met mezelf aan het werk is wel weer genoeg hooi op de vork voor de komende tijd. Dus alle andere dingen die op mijn to do lijst staan moeten nog maar een tijdje wachten. Want alhoewel Lumen vanaf deze week weer 2 dagen naar school gaat, is ze voorlopig ook nog 3 dagen per week meer thuis dan ‘normaal’. En al merk ik dat sommige dingen beter gaan, het is ook nog steeds heel snel te veel. De input-emmer raakt nog snel vol. Dus ook al mogen we straks weer wat meer, qua sociale contacten hou ik het nog heel klein. En dat is OK. Want dat voelt voor nu nou eenmaal het beste.

Bont en blauw (1/2)

Magnolia

Dit is deel 1 van de serie ‘Dóór het verdriet’. Daar ga ik dan.

Ik voel me bont en blauw geslagen door het leven. Fysiek, en mentaal. In dit blog het fysieke deel. Het mentale deel komt in het volgende.

Miskramen

In de laatste 6,5 jaar ben ik 6 keer zwanger geweest. Vier van deze zwangerschappen eindigden in een miskraam. Twee keer vrij vroeg, één keer in een dramatische miskraam die startte op 9,5e week en uiteindelijk een maand duurde, één keer met elf weken.

Elke keer is mijn lijf zwanger geweest. Werden vanaf het begin de zwangerschapshormonen aangemaakt. En elke keer moest mijn lijf daar weer van herstellen. De boel op orde brengen. De hormonen mijn lijf uit. De conditie weer opbouwen.

Au.

Zwangerschap van Tieme

De laatste weken van mijn zwangerschap van Tieme waren fysiek ontzaglijk zwaar. Ik had heel veel rugpijn. Iets in mijn rug verrekt tijdens een zwangerschapsmassage op zo’n tafel met een gat erin. Dit lost je lijf normaal natuurlijk gewoon op, maar dat kreeg mijn lijf niet meer voor elkaar. Ik denk door de zwangerschap, de stress, de spanning en het verdriet. Hoe dan ook, ik heb 5 weken lang heel erg veel pijn gehad.

Ik slikte de maximaal toegestane hoeveelheid paracetamol: 4x per dag 2 stuks. Dat betekende dat ik elke 6 uur een nieuwe dosis mocht. Na zo’n dosis ging het de eerste 2 uur redelijk. Maar daarna was het puur afzien. Ik kon niet goed zitten, liggen of staan. Dus ik wisselde alles maar af. Ging ’s avonds verplicht een stukje buiten lopen, zodat ik nog even bewogen had voordat ik de avond en nacht in ging. Kreeg het dan voor elkaar om een uur op de bank tv te kijken, voordat ik het niet meer hield van de pijn. Dus maar naar bed, in de hoop in slaap te vallen. Slapen lukte steeds maar uurtjes, en alleen op een bank, zodat ik half tegen de achterleuning aan kon hangen. En dus elk uur wakker, pijn, omdraaien en hopen dat ik weer een uur verder kon slapen.

De fysio kon er niets mee, maakte het alleen maar erger door de boel even los te willen maken. Na die paar dagen extra pijn dus maar geen fysiobehandelingen meer gedaan. De huisarts schreef me een slaapmiddel voor. Zo eentje die gevaarlijk is voor je ongeboren kindje, dus ik mocht het maximaal 1 nacht nemen en dan minimaal 2 nachten niet. Voelt niet heel lekker om dat te nemen, kan ik je vertellen. Wel geprobeerd, maar ik sliep er de eerste 3u op door en daarna niet anders dan zonder. Dus ook maar mee gestopt, het bracht me te weinig in verhouding tot de risico’s die het voor Tieme had.

Au. Wat heb ik ontzettend veel pijn gehad.

En wat was het zwaar om dat te hebben, gecombineerd met de immense mentale uitdagingen die we te verduren kregen: de angst dat het mis zou gaan met ons jongetje. Dagelijks voelen of hij nog leefde. De moeilijke beslissingen die we moesten nemen over zijn leven en zijn dood, waarbij we volstrekt niet alle info wisten, dus steeds 100% moesten besluiten met maar 50% van de informatie (om de woorden van onze meneer Rutte maar eens te gebruiken). Dat is heel erg pittig, als het gaat over het leven en dood van je eigen kindje.

En gecombineerd met de praktische zaken: zorgen dat we thuis allemaal gegeten, gewassen en aangekleed waren. Zorgen dat onze dochter van en naar school ging. Haar begeleiden in deze onzekere tijd, waarin ze het door haar zo gewenste broertje mogelijk ging verliezen. 1 tot 2 ziekenhuisbezoeken per week. Steeds oppas regelen voor onze dochter. Nadenken over het waarschijnlijk naderende afscheid.

De bevalling

Toen werd ik hartstikke ziek. Kreeg ernstige pre-eclampsie, met nier- en leverfunctiestoornissen en hard stukgaande bloedplaatjes. In de volksmond heet dit zwangerschapsvergiftiging met HELLP syndroom. Dat betekende dat ik zodra ik buiten gevaar was zou moeten bevallen. Bij alle scenario’s en keuzes die we hadden moeten maken, was dit een mogelijkheid waar we niet over nagedacht hadden. Maar die bevalling moest starten, volgens de artsen liever vandaag dan morgen.

Ik kreeg een medicijn-cocktail van jewelste om de bloeddruk omlaag te brengen. Wat de eerste paar uur niet lukte, waardoor de hoeveelheid medicatie maar opgeschroefd bleef worden. Ik werd ook heel misselijk, waardoor ik geen eten binnen hield. Maar aangezien ik ergens de komende dagen zou moeten bevallen, en dus niet nòg zwakker moest worden, was dat ook vrij problematisch. Dus kreeg ik anti-misselijkheidsmedicatie. Twee verschillende soorten om precies te zijn, want beiden waren zo sterk dat ik ze maar maximaal 2x per 2u mocht. Dus maar 2 soorten door elkaar mixen (?!). En tijdens de bevalling, die verder gelukkig natuurlijk en zonder complicaties verliep, kreeg ik morfine.

Au. Wat heeft mijn lijf een hoop te verduren gehad. Dagenlang een extreem hoge bloeddruk. Ernstige pre-eclampsie. Nierfunctiestoornissen. Leverfunctiestoornissen. Allerlei andere dingen die op het randje raakten, zoals bloedplaatjes. Alle medicatie-troep. Bevallen. Au. Arm lijf.

Knie

Nou had ik dus 8 jaar geleden al een ski-ongeval gehad, waarbij mijn knie ontzettend stuk is gegaan. Binnenband ingescheurd, buitenband ingescheurd, voorste kruisband afgescheurd, en meniscus zo erg beschadigd dat ze meer dan de helft ervan hebben moeten weghalen. Naast dit alles kon ik mijn knie niet meer buigen. Ik moest een kruisbandreconstructie, maar voordat dat kon moest ik eerst mijn knie weer kunnen buigen. Dat koste 6 maanden aan mobilisatie-oefeningen, wat een ander woord is voor ontzettend pijnlijke k*t-oefeningen. Na die 6 maanden kreeg ik dan toch eindelijk die kruisbandreconstructie. Normale revalidatietermijn van die operatie is al 9 maanden, maar iedereen die weleens langere tijd haar been of arm niet gebruikt heeft, weet hoe snel die spieren weg zijn. Je kan na 2-3 weken al nauwelijks meer lopen of iets vastpakken, en moet dat helemaal terug trainen. Bij mij duurde de revalidatie dus 1,5 jaar. In totaal 2 jaar bezig geweest.

Au. Wat een impact heeft dat stukje blauwe piste gehad.

Bekkenklachten

Toen ik 29 weken zwanger was van Lumen kreeg ik ontzettende bekkenklachten. Mogelijk door die knie: mijn benen hebben sinds het ongeval een andere stand, dus ik sta altijd een beetje scheef. Ik denk zelf dat mijn lijf dat normaal gezien redelijk aan kan, maar in die zwangerschap, met extra kilo’s en slapper wordende banden en pezen, niet meer. Ik kon niet meer zitten en lopen. Ik heb de laatste 11 weken van de zwangerschap plat gelegen. Ergens in die periode, of tijdens de bevalling, heb ik een zogenaamde ‘gekneusde stuit’ opgelopen. Zitten bleef ook na de bevalling heel veel pijn doen. Ik probeerde het op te bouwen. Maar na een jaar kon ik nog steeds maar maximaal een half uur achter elkaar zitten. Met pijn. En pijn kost energie. Dus echt heel zwaar. En ook heel onhandig dat ik een zittend beroep heb. Dus heel lang heel beperkt was in werken.

Toen ik zwanger was van Tieme, kreeg ik na 12 weken alweer last van bekkenklachten. Echt heel vroeg in de zwangerschap. Daar schrok ik me natuurlijk een hoedje van. Ik was heel erg bang dat ik niet de laatste 11 weken, maar misschien wel de laatste 5 maanden plat zou moeten liggen. Tja, daar was ik toen nog bang voor. Nu zou ik wat geven voor dat scenario, als er dan een gezond en levend jongetje geboren was.

Ik ben toen op advies van de bekkenfysio halve dagen gaan werken. Dat lukte soort van. Maar dat bekken blijft een zwak punt. Vanaf de 20w echo heb ik nauwelijks meer gewerkt. Dat reden daarvoor is natuurlijk immens verdrietig. Maar het had wel een gunstig effect op mijn bekkenklachten. Als ik niet werk, zit ik ook maar weinig op een dag. Eigenlijk alleen 3 keer per dag, tijdens het eten. Verder rommel ik rond, hang of vouw ik een wasje, doe wat klusjes, en tussendoor rust ik uit op de bank, liggend. En ’s avonds op de bank tv kijken doe ik als sinds Lumen’s zwangerschap liggend. De bekkenklachten verergerden dus niet. En werden zelfs minder. Maar goed, wel weer zwanger geweest. Dus banden en pezen slapper. Ook dat moet weer herstellen.

Au.

Het herstel

Na de geboorte van Tieme was ik natuurlijk ontzettend moe en ziek van de pre-eclampsie. En daarbovenop het verdriet. Ik heb wekenlang alleen maar in bed gelegen. Ik kon niets anders. En wilde dat ook niet. Het liefst de deken over me heen, om de wereld waarin ik nu leefde buiten te sluiten.

Na een week of 4 begon ik met in huis rond rommelen: vaatwassertje uitpakken, wasje ophangen. En met een blokje om het huis lopen. Na een week of 6 zat ik voor het eerst weer op de fiets. Ik had nog vrij zware bloeddrukmedicatie, 4 pillen per dag. Die moest ik afbouwen, maar ook dat trok een aardige wissel op mijn lijf: elke 2 weken mocht er een pil af als de bloeddruk goed was. Met één pil minder ging de bloeddruk steeds weer omhoog, en dat moet je lijf dan weer zien te reguleren. Dat kostte steeds een paar dagen. Hoofdpijn, en nog wat meer vermoeidheid dan normaal. En dat 5 keer, want de laatste pil moest eerst nog met een halve afgebouwd worden. Al met al koste dit 2,5 maand, maar gelukkig ben ik sinds januari van de medicatie-troep af. En de bloeddruk blijft netjes, wat ook echt fijn is, bij sommige vrouwen blijft na pre-eclampsie de bloeddruk te hoog.

Eind januari ging ik ook voor het eerst weer naar yoga. Ik was natuurlijk stram en stijf, maar verder was het heerlijk om weer te bewegen, en om even uit huis te zijn zonder ‘praat- of vertelverplichting’.

Ik ben ook sinds januari aan het opletten, om weer op mijn normale gewicht te komen. Ik ben er nog niet, maar val zo’n halve kilo per week af, dus daar ben ik zeker niet ontevreden over.

En ik ben vorige week begonnen met een lesje in de sportschool. Ik vind sportscholen stom. Maar ik wil wel wat meer conditie- en spiertraining gaan doen. En aangezien ik met mijn knie niet meer pijnvrij kan rennen, vallen zo’n beetje alle opties buiten de sportschool af. Dus ik ga er toch aan.

Het lesje ging me fysiek prima af. Maar er stond muziek op, wat mijn input-emmer weer aardig snel deed vol lopen. Ach, wegens de corona kan dat de komende periode toch niet. En daarna ga ik het eens proberen met oordoppen in. Al moet ik de juf wel kunnen verstaan natuurlijk, want de oefeningen vond ik niet heel vanzelfsprekend 😉

Ik ben nu vooral nog erg moe. En ik kan slecht tegen input, veel geluid om me heen, drukte. De dokters zeggen dat dit allemaal nawerkingen zijn van de pre-eclampsie. De gemiddelde hersteltijd is een jaar. Het zou mooi zijn als ik aan de goede kant van dat gemiddelde uitkom.

Al denk dat het ook minstens net zo hard door het verdriet komt. En door de opstapeling van dingen de afgelopen jaren.

Risicogroepen

Wat ik heel heftig vind aan dit alles, is dat ik inmiddels in allerlei risicogroepen val. Door de pre-eclampsie heb ik 7-8 keer meer kans op hart- en vaatziekten. Dat betekent de rest van mijn leven jaarlijkse checkups. Nu nog in het ziekenhuis, op termijn waarschijnlijk bij de huisarts. En dit is ook een van de redenen dat ik naar dat sportschoollesje ben gegaan. Fitheid helpt in het voorkomen van al die ellende.

Mijn knie doet het nu weer aardig, maar aangezien veel dagelijkse dingen zoals traplopen pijn doen, ben ik bang dat hij een stuk sneller zal slijten dan een gezonde knie. En dat ik dan ooit een nieuwe knie moet. Zo’n kunstknie gaat momenteel zo’n 15 jaar mee. Dus ben ik bang dat ik daarna in een rolstoel terecht kom. Ik ben al een tijd van plan terug te gaan naar de fysio die me toen heeft helpen revalideren, voor een setje spierversterkende oefeningen. Om maar te zorgen dat die knie het zo lang mogelijk uithoudt.  Dit bedacht ik me ongeveer een jaar terug, toen mijn knie door een gekke beweging weer eens een paar dagen überhaupt met elke stap pijn deed. Alleen kwam het er tot nu toe niet van, door alles wat er gebeurde. En voor nu vind ik de bezoeken aan de psycholoog, bedrijfsarts en ziekenhuis wel even voldoende. Maar wanneer daar op een gegeven moment weer ruimte voor komt, ga ik dat doen.

Dan nog de dingen die zijn ontdekt in het onderzoek naar mijn miskramen: ik heb vrij grote vleesbomen in mijn baarmoeder. Die kunnen op zich geen kwaad, maar kunnen kwaadaardig worden. De gynaecoloog wil ze minstens eens per jaar monitoren, liefst halfjaarlijks.

En ik heb schildklier antistoffen. De medische wereld doet daar vrij makkelijk over. Het kan een voorloper zijn van een slecht functionerende schildklier. Dus wederom iets wat jaarlijks gecheckt moet worden. Maar verder kunnen en doen ze er niets mee. Ik sta zelf wat holostischer in het leven: iets in mijn lijf vindt dat het antistoffen moet aanmaken tegen mijn eigen lijf. Dat kan niet de bedoeling zijn, en vind ik gewoon ook geen tof gevoel. Ik wil daarom, ook wanneer daar ooit weer ruimte voor komt, naar een acupuncturist. Kijken of die hier wat mee kan. En meer in het algemeen: of die me kan helpen de energieblokkades van het verdriet, en de stress en de fysieke traumas die zich ongetwijfeld opgehoopt hebben in mijn lijf de afgelopen jaren, kan helpen oplossen. En de balans in mijn lijf zo goed mogelijk herstellen.

Werk aan de winkel

Tja. Dat is dus wat ik bedoel met dat ik me fysiek bont en blauw geslagen voel.

Een hoop werk aan de winkel. Waarbij mijn grootste valkuil is alles het liefst tegelijk te willen. Maar dat lukt niet. Niet als je in je normale doen bent, als je geen grote dingen hebt, maar je gewone leventje lijdt met gezin, werk, hobby’s, sociale gezelligheid. En al helemaal niet nu, in deze periode van rouw, verdriet en herstel.

Dus ook hier weer: stap voor stap. Het wordt een meerjarenplan. En dat is oké. Op naar een zo gezond mogelijk lijf.

PS: Bovenstaande foto nam ik twee weken geleden. Toen de wereld nog niet plat lag door corona, en ik mijn dochtertje op de fiets naar school bracht. Ik fietste langs deze magnolia. En besloot toen ik er al voorbij was alsnog af te stappen om er een foto van te maken. Tè mooi om dat niet te doen. Een heel ander bont en blauw 😉