De boze buitenwereld

Foto door Chait Goli via Pexels

Mensen zeggen dingen. Niet verkeerd bedoelt. Meestal juist lief. Maar regelmatig zo pijnlijk. Het raakt me enorm. Zo erg, dat ik inmiddels bang ben voor ‘de boze buitenwereld’.

De dingen die mensen zeggen en doen

Na mijn eerste miskraam. Een vriendin van me is wèl zwanger. Ik heb al een hele tijd niets laten horen, vind het te moeilijk. Uiteindelijk vind ik dat ik, als haar verlof begonnen is, nog één keer wat moet laten horen vóór haar bevalling. Ik raap mijn moed bij elkaar, en stuur haar een appje. “Hoe gaat het?” “Nou, het is wel zwaar hoor. Ik ben het wel een beetje zat inmiddels.” Dat snap ik. Maar ik had zo graag in haar situatie gezeten.

Na Lumen’s geboorte was de wens voor een tweede al direct heel groot. Maar ik had zo veel last van mijn bekken de jaren erna, dat we heel lang niet wisten of een tweede kindje wel een mogelijkheid was. Ondertussen raakten mensen om ons heen wel zwanger van de tweede. Terwijl wij met pijn in ons hart daar niet aan konden beginnen. Aan het hopen waren dat ik ooit voldoende zou herstellen om het überhaupt een mogelijkheid te laten zijn. Tegen ons werd gezegd: “Het is wel veel drukker hoor, twee kinderen!” Joh. Dat snap ik. Maar ik zou er wat voor geven die drukte te mogen hebben. En ik denk ook dat jij een miljoen keer liever die drukte hebt, dan het gemis van een tweede kindje. Een broertje of zusje voor je eerste kind.

Twee dagen nadat we hoorden dat Tieme zeer waarschijnlijk in mijn buik zou overlijden: “Heb je het al een plekje kunnen geven?” SERIOUSLY? Een plekje kunnen geven? We zijn totaal in shock. Ons kindje leeft nog hoor. Hoe kan je nou denken dat we zijn aanstaande verlies na twee dagen al een plekje hebben kunnen geven!?

Ik sta met mijn 5,5e maand zwangere buik op Lumen’s school. De juf weet van onze verdrietige situatie, en komt als troostende opmerking maken: “Er is niets wat je tegenhoudt om het hierna nog eens te proberen”. WAT? Mijn zoontje zit nog in mijn buik. Hij leeft nog. Hoe kan je dit nu al zeggen? En bovendien: na 4 miskramen, nu mogelijk een doodgeboren kindje, en met mijn 39e verjaardag toen binnen een paar weken, is het echt niet zo dat er niets is om ons tegen te houden. Alsjeblieft zeg…

Diezelfde opmerking kreeg ik trouwens ook in het ziekenhuis, op de dag van de geboorte en dood van Tieme. Van de schoonmaakster die mijn badkamer kwam schoonmaken. Ik was net bevallen van mijn dode zoontje. Nog doodziek van de pre-eclampsie. En dan krijg je zo’n opmerking om je oren. Van iemand die je niet kent, waar je geen behoefte aan hebt. Die in je meest kwetsbare moment je eigen miniterritoriumpje binnendringt. Waar mijn zoontje dood lag te liggen in zijn waterbakkie.

Onze hulp komt niet, vanwege Corona. Ze werkt ook bij een aantal andere gezinnen in ons dorp, en woont zelf in een stadje in de buurt. Omdat ik niet wil dat ze nu wekenlang zonder inkomsten zit, app ik naar die gezinnen dat ze, mochten ze haar door willen betalen, dat in een envelopje bij ons in de bus kunnen doen, zodat wij het haar in één keer kunnen brengen. In eén van die gezinnen is ook net een kindje geboren. Ik ben blij voor hen. Maar vind het wel moeilijk. De mama en ik zouden een klein stukje overlappend verlof hebben. Zij heeft nu verlof en een levend kindje. Mijn verlof is inmiddels afgelopen, maar ik voel me na Tieme’s dood nog niet in staat te werken. Als ik hun envelopje in de bus vind, herken ik het. Het is van hun geboortjekaartje. Ze hebben het geld bij het geboortekaartje van hun dochtertje gedaan. Zo vragen ze ons dus om het geboortekaartje van hun levende kindje naar onze hulp te brengen. AU.

Ik ben er totaal door van slag. Ze bedoelen het niet verkeerd. Staan er waarschijnlijk niet bij stil hoe hard sommige (de meeste) dingen nu bij me aankomen.

Bang

Ik kan niet zeggen dat ik het ze niet kwalijk neem. Hoe erg je ook in je eigen wereldje zit, je kan echt wel even nadenken wat je zegt of doet bij iemand die net zo’n enorm verlies heeft geleden. Maar ik wìl het ze niet kwalijk nemen. Ik weet dat ze het niet doen om mij te kwetsen.

Ik heb momenteel maar contact met heel weinig mensen. Mensen die de juiste dingen zeggen. En die rekening houden met hoe ik me voel en met wat ik wel, maar vooral nu ook gewoon even niet, kan horen. Eigenlijk ben ik gewoon bang voor alles daarbuiten. Ik ben bang voor de boze buitenwereld.

Ik wéét namelijk dat er situaties als hierboven gaan komen. Misschien nog wel vaker en pijnlijker. Het verdriet om Tieme nu is namelijk echt niet te vergelijken met hoe ik me voelde na mijn eerste miskraam. Dus misschien zal alles nòg wel harder aankomen dan toen.

Een moeder in mijn online lotgenoten groep omschreef het mooi: ze voelde zich gescalpeerd, zonder huid, waardoor alles veel harder binnenkomt. Ja. Dat dus.

Misschien moet ik ook gewoon niet meer de open vraag “Hoe gaat het?” stellen. Want de kans dat er een antwoord komt wat ik moeilijk vind (over hoe druk/zwaar/moeilijk het nu is met de kinderen, hoe erg ze elkaar in de weg zitten) is, zeker nu in deze Corona-tijden, natuurlijk heel groot. Ik moet er niet op hopen dat diegene na zal denken over dat ik dit misschien nu even liever niet hoor. Dat het wel lastig is dat je kinderen elkaar in de haren vliegen. Maar dat je dat waarschijnlijk een miljoen keer liever kiest, dan ongewenst maar één (levend) kindje hebben. Ik moet er niet op hopen dat die ander mij zal ontzien in het antwoord.

Ons veilige kleine wereldje

Ik hoop dat het me ooit weer lukt om begrip te hebben voor de uitdagingen van anderen. Want ieder heeft zijn uitdagingen. Dat weet ik. Als ik wèl meerdere kindjes had gehad, had ik dat nu ook zwaar gevonden. En waarschijnlijk was/ben ik ook niet altijd even tactisch naar andere mensen.

Bron: Instagram, @jijalsbron

Dat dus, wat hierboven staat. Daar wil ik graag komen.

Voor nu ben ik daar nog niet. Helaas. Voor nu ben ik nog de prinses op de erwt. Ben ik een tuimelpoppetje, wat niets kan hebben. Wat bij het minste of geringste uit balans is. Op dit moment moet ik met fluwelen handschoenen aangepakt worden.

Ik wil dat niet. Ik baal ervan. Maar het is nu zoals het is. Die combinatie van mijn overgevoeligheid en de boze buitenwereld doet me de moed in de schoenen zakken. Maakt me echt bang. Ik zal meer olifantenhuid moeten kweken. Ik hoop dat de tijd daarbij gaat helpen. Een misschien een psycholoog. Als ik na deze corona crisis ooit nog eens door een wachtlijst kom van eentje die ik wel fijn vind.

Tot die tijd hou ik het maar bij dat kleine groepje mensen. Blijf ik lekker in ons veilige wereldje. In ons eigen tentje. En daar helpt corona dan weer wel bij.