Hoe gaat het?

Hoe gaat het? Rouw

Hoe gaat het? Deze vraag vind ik ontzettend moeilijk. Het is voor bijna iedereen de eerste vraag die men stelt. Automatisch, zonder na te denken. Maar wat is het een ontzettend ingewikkelde vraag als je in de rouw bent.

Hoe gaat het? De eerste maanden in rouw

Als ik deze vraag in de eerste maanden kreeg, kon ik alleen maar vol terror naar de vragensteller kijken. Met open mond en wijd gesperde ogen. Hoe kan je dit vragen? Het gaat NIET. Het gaat op geen enkele manier. Wat verwacht je dat ik antwoord? Ik wist echt niet wat ik moest zeggen. En antwoorde dat dan ook maar: ‘het gaat niet’. Om daarna stil te vallen. Want hoe moest ik uitleggen hoe ik me voelde? Wat een drama dit was?

Antwoord #2: het is hard werken

Na een maand of drie stapte ik over op een ander antwoord. ‘Het is hard werken’. Met daarna een uitleg over wat dat harde werken dan allemaal was. Dat antwoord kwam het dichtste bij hoe het voelde. Al was het toen ook echt letterlijk nog hard werken, met volle weken door meerdere ziekenhuisbezoeken, Lumen’s verjaardag en kinderfeestje, de eerste ‘kraambezoekjes’, de eerste therapeut. Allemaal emotionele dingen.

Dat er daarnaast ook nog ontzettend veel verdriet was, dat noemde ik niet per se. Dat het eigenlijk ook nog puur overleven was ook niet. Het was overleven om de dagen door te komen. Te zorgen dat we allemaal ’s ochtends opstonden, gewassen, aangekleed en getandenpoetst. Dan moesten we ook nog zorgen dat er eten in huis was, dat we dat opaten en dat we op een gegeven moment allemaal weer getandenpoetst in bed belandden.

Dat overleven deden we dus naast die gevulde agenda vol met emotionele dingen. Dat was dus hard werken.

En nu dan?

Inmiddels zijn we weer een paar maanden verder. En nog steeds vind ik ‘Hoe gaat het?’ een lastige vraag. Het is zó groot. Er speelt zó veel.

Het afscheid nemen van al die verschillende stukjes. De moeite die ik heb met onbedoeld onhandige opmerkingen. De therapie waarmee ik net gestart ben. De moeilijke weg daarheen waarop ik bij twee therapeuten begon en ook weer stopte, maar waarbij nummer 3 gelukkig wel prettig is. Het verdriet wat ik in de gezichten van mijn man en Lumen zie, en wat me dan verdrietig maakt voor hen. De fijnheid die ik gelukkig inmiddels ook af en toe weer voel, zoals op onze vakantie vorige week. Dat alles loopt door elkaar heen.

Hoe kan ik dat ‘even’ uitleggen? En daarnaast: ik heb niet altijd bij iedereen fut en/of zin om dit allemaal te vertellen.

Ik weet dus eigenlijk nog steeds niet goed wat ik moet antwoorden als iemand het me vraagt.

Hoe is je dag vandaag?

Ik weet dat ‘Hoe is het?’ in onze cultuur nou eenmaal de meeste gangbare vraag is om te stellen. Aan je vrienden. Maar ook aan je buurvrouw, de moeder van een vriendje van je kind, die kennis die je eigenlijk niet heel vaak spreekt. Dus ik voel me niet meer zo geïrriteerd als de eerste maanden als de vraag gesteld wordt. Ik snap inmiddels weer wat beter waarom de vraag gesteld wordt.

Maar ik ben er wel verbaasd over dat we met z’n allen dus niet weten dat dit echt een rotvraag is voor iemand die het moeilijk heeft. Wat weten we toch ontzettend weinig over rouw. In het boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ van Manu Keirse lees ik dat ik niet de enige ben die dit een vreselijke vraag vindt. Er wordt dan ook geadviseerd om de vraag niet te stellen aan een rouwende.

Ik vind een gerichtere vraag stukken fijner om te beantwoorden. Hoe is je dag vandaag? Hoe ben je de afgelopen weken doorgekomen? Hoe was je nieuwe therapeut/de vakantie/moederdag? Dan hoef ik niet alles te vertellen. Mijn hersenen gaan niet hard rondtollen om te bedenken wat ik allemaal wel en niet vertel over hoe het is. De helft van de tijd wéét ik eigenlijk niet eens hoe het nou eigenlijk is. Dus een gerichte vraag is fijner. Dan kan ik die beantwoorden en zien we daarna wel verder.

Aangezien de ‘Hoe is het?’ vraag zeker blijft komen, broed ik verder op het meest geschikte antwoord voor nu. Het kortste antwoord is ‘moeizaam’. En toch omschrijft dat de situatie best accuraat. Misschien ga ik dat antwoord eens een tijdje testen de komende tijd.

Nieuwe buren

We hebben nieuwe buren. Ze hebben het voor elkaar gekregen om binnen een week zo’n enorme ruzie te krijgen dat 8 man politie nodig was om de boel rustig te krijgen. En daarna om hun huis in brand te laten vliegen. We zijn ontzettend bang geweest. Op meerdere manieren.

De brand is gelukkig niet overgeslagen naar ons huis, maar het duurde een uur voordat dat duidelijk was. Ons gevoel van veiligheid in huis is totaal verdwenen. Dit blog had ik ervoor al klaar staan. Misschien schrijf ik nog wel een keer wat uitgebreider over deze nieuwe situatie die een behoorlijke impact heeft op ons. Maar voor nu hou ik het even bij dit blog over weer een facet van het rouwproces.

Bleh

Zo prima als maandag de 3 maanden dag voorbij ging, zo moeizaam gaan de afgelopen dagen.

Ik loop door de stad. Ik mag van mezelf iets nieuws uitzoeken omdat de eerste 5 zwangerschapskilo’s eraf zijn. Dat lukt maar moeizaam. Wat ik leuk vind, vind ik nog niet mooi staan. Tja, die andere 5 kilo zit er nog wel aan, dus heel tevreden ben ik nog niet over mijn spiegelbeeld. En dat leuke jurkje waar ik me tijdens mijn zwangerschap al op verheugde blijkt helemaal uitverkocht. Ik zie wel veel mama’s lopen. Met babyjongetjes. Of peuterjongetjes. Ik loop in de Hema met een grote boog om de babyafdeling heen.

Ik sta op het schoolplein. Een oud-studiegenootje komt aanlopen. Haar kinderen zitten op dezelfde school. We zouden al een tijd een keer koffiedrinken. Ergens dit najaar appte ik dat af: “het lukt voorlopig niet, mijn zoontje gaat waarschijnlijk binnenkort dood in mijn buik”. Dit is de eerste keer dat ik haar weer zie en spreek. Tranen met tuiten. Gelukkig krijg ik een lieve arm om me heen. Het is meer dan een traantje laten, ik moet echt hard huilen.

Deze dagen zijn het moeilijkst. Waarin het verdriet zo duidelijk aanwezig is. Overal een zwarte sluier over ligt. Ik weet inmiddels dat ik ze door zal komen. Dat het na een paar dagen weer wat dragelijker zal voelen. Het is echt uitzingen, de dagen doorkomen.

Mijn dochtertje zei gisteren vol trots dat ze wist wat voor dag het vandaag zou zijn: de dag van de Salenvijn. De dag van de liefde. Ik moest even nadenken. Valentijnsdag dus 😀 Ik kreeg vanmorgen een ontbijt op bed van mijn lieve man. Dochter wist dat, en kroop heerlijk bij me in bed tot het ontbijt klaar was.

Ze bleek een prachtige tekening gemaakt te hebben gisteren op school. Zes kleine tekeningetjes eigenlijk. In één ervan had ze een sterretje getekend. Ik zag het meteen. Maar zei er niets over. Toen ze op een gegeven moment van elke tekening ging vertellen wat het was, noemde ze ook terloops dat dat sterretje Tieme was. Het is fijn om te merken hoe vanzelfsprekend hij op deze manier in haar leven en gedachten verweven is.  

Vanavond komt de oppas, en ga ik met mijn man op date. Lekker cheezy. Maar hé, kom op zeg. We hebben genoeg ellende gehad. Laten we vooral de liefde vieren! Dat is de laatste jaren belangrijker geweest dan ooit. Laat ons maar lekker cheezy zijn 😉

En dat jurkje heb ik online besteld. In de gedrochten van internet nog 1 exemplaar gevonden, in een kleine webwinkel uit Zeeland. Ik ben benieuwd.

Ik ga de dag tegemoet. Ik ga genieten van de liefde. Met sluier en al.

Kraambezoek

kraambezoek met muisjes

Ik heb nog niet veel zin in bezoek. De mensen die het dichtst bij me staan heb ik al wel gezien. Nu zijn de mensen uit het kringetje daarbuiten aan de beurt. Maar ik zie ertegen op.

Ik heb een lijstje. Met lieve mensen die aangegeven hebben graag een keertje koffie te komen drinken. Ons verhaal te horen. Mee te leven. Op het lijstje staan de vriendinnen die ik al jarenlang 1 of 2 keer per jaar zie. Een buurvrouw. Een paar collega’s.

Het voelt heel dubbel. Natuurlijk wil ik ze graag zien. Hen vertellen over Tieme. De foto’s laten zien. Want net als elke ouder ben ik hartstikke trots op ons mannetje, en voel ik ook echt de behoefte hem aan de wereld te tonen. Dat is niet anders dan bij een levende baby.

Maar daarnaast vind ik het moeilijk. Het duurde even voordat ik begreep waarom. Maar ik begrijp het inmiddels. Deze bezoekjes hadden natuurlijk kraambezoek moeten zijn. Om ons levende zoontje voor te stellen aan de fijne mensen in ons leven. In zijn leven. Kraambezoek wat je ontvangt met wallen onder je ogen van de nachtvoedingen. Kraambezoek wat altijd net op een onhandige tijd komt omdat je kindje eigenlijk net moet slapen, drinken of verschoond moet worden. Kraambezoek met blauwe muisjes.

In plaats daarvan doe ik mijn verhaal. Laat ik het fotoboek zien wat ik van Tieme gemaakt heb. De enige foto’s die ik van mijn zoontje heb. Bekijken we het plekje waar Tieme lag toen hij thuis was, en waar we nu een mooi herinneringsplekje van gemaakt hebben. Huilen we samen.

Het is fijn ze te zien. En ook moeilijk. Want ik wilde zo graag dat het kraambezoek was. Maar dat mag. Ik mag het moeilijk vinden. Het helpt al een hoop dat ik nu snap waarom ik het moeilijk vind. En in mijn voornemen om lief te zijn voor mezelf en in alles naar mijn gevoel te luisteren, doe ik het dus rustig aan met de bezoekjes. Ik plan ze in. Maar niet meer dan één per week. Dan duurt het nog maar wat langer tot ik iedereen gezien heb.