Pff

Pff

Pff. Wat een periode weer. Het is ruim anderhalve maand geleden dat ik een blog schreef. Tijd voor een update.

Mijn laatste blog was van net na Tieme’s eerste geboortedag. Wat was die periode zwaar. Ik had het verwacht, en toch overviel het me. Gelukkig kwam ik een aantal dagen na de datum van zijn crematie wel weer vrij snel in de manier waarop ik me in augustus/september voelde: wat beter. Mogelijk werd dat enigszins versneld door onze verhuizing, die 3 weken na die crematiedatum gepland stond. We stoomden dus direct door.

Verhuizing

We zijn inmiddels verhuisd. Het is fijn in het nieuwe huis. De verhuizing zelf ging prima tot en met de dag van de verhuizing. Toen we eenmaal over waren, zonk de moed me wel even in de schoenen. Ik had me niet gerealiseerd hoeveel werk het toch nog wel zou zijn om dit tijdelijke huis op orde te brengen. Ook al is het ‘maar’ voor anderhalf jaar, er moesten toch veel dozen uitgepakt en dingen opgeruimd.

Ik had daarvoor de week tussen de verhuizing en kerst vrij genomen. Ik zag het niet zitten om dat uitpakken te combineren met re-integreren. Dat re-integreren is al zwaar genoeg in normale weken. En toen kwam ineens die lock down, waarin totaal onverwachts toch de basisscholen ook weer dicht gingen. Gelukkig kon mijn man ook een aantal dagdelen opvangen, waardoor ik alsnog flink aan de slag kon in huis. Maar de week werd er wel een stuk intensiever van. Pff.

Kerstvakantie

We hebben een fijne kerstvakantie gehad. We vierden kerst en oud & nieuw met z’n drietjes. Deels uit voorzorg tegen corona, deels uit gebrek aan energie. Mijn man en mijn dochter organiseerden op kerstavond een fantastisch verrassingsfeestje! Ik kreeg de dag ervoor onderstaande uitnodiging. Ze hadden een enorm kerstdiner gemaakt, met allemaal kleine gerechtjes die voor het grootste deel door Lumen waren uitgekozen. Zo super-superleuk! We zijn er de afgelopen jaren heel goed in geworden onze eigen feestjes te bouwen, tussen alle uitputting en verdriet door.

Uitnodiging voor ons kerstfeestje (voorkant)
Uitnodiging voor ons kerstfeestje (binnenkant)

Overgaan tijdens lock down

En dan hadden we afgelopen week de eerste week lock down waarin we beiden ook werkten. Onze dochter is nu net over naar de volgende groep. Op haar Montessorischool werkt het iets anders, maar afgelopen maandag startte ze zeg maar in groep 3. Dit was dus hoe dan ook al een pittige periode voor haar geweest, met in december alle spannende dingen als Sint, de verhuizing, afscheid in haar oude klas en de feestdagen. En dan nu wennen aan nieuwe juffen, nieuwe kindjes, nieuwe stof.

Om die overgang dan online te doen is al helemaal lastig. Er zijn dagelijks 2 klassikale contactmomenten. Op zich leuk om zo de juffen en de groep een beetje te leren kennen. Maar ook heel veel input. Er komen toch ineens een klas en juffen loeihard je woonkamer binnen. Dat brengt input, onrust, en spanning (ik wil wat zeggen, hand omhoog, kom ik aan de beurt? Oh ik deed per ongeluk mijn hand omhoog en nu wil ik niets, maar ik krijg toch de beurt. Wat is dit knopje? Enzovoort enzovoort). De juffen hebben ook nog niet zo’n goed beeld van haar niveau, dus we missen een duidelijke stuctuur in werkjes en taakjes. Nou kunnen we die zelf ook wel maken, dat deden we in de vorige lock down vrij snel en dat werkte prima. Maar we hadden er gewoon de tijd niet voor afgelopen week, waardoor we de hele tijd achter de feiten aan bleven rennen.

Re-integratie

Ik ben nog aan het re-integreren. Er is natuurlijk een duidelijke reden dat ik nog niet volledig aan het werk ben. Dat gaat nog niet. Maar door de lock down moet ik eigenlijk wel ineens de volle week aan de bak. Want waar ik na het werk eerder de uren dat ik niet werkte had om te rusten, heb ik die tijd nu ineens de zorg voor Lumen. Waar ik de ochtenden dat ik niet werk voor mezelf had om te ontspannen, uit te rusten en om aandacht te geven aan mijn verdriet, zijn die ochtenden nu ingevuld met thuisschool.

De opbouw voor kerst ging hartstikke lekker. Dus ik verwachte eigenlijk deze maand goed door te kunnen bouwen, en me dan volgende maand misschien wel beter te kunnen melden. En nu is het ineens al een uitdaging om de tot nu toe opgebouwde uren te werken. Verder opbouwen zit er voorlopig echt niet in. En daar baal ik echt van. Ik ben wel klaar met re-integreren. Ik wil weer aan het werk. Proberen weer naar meer normale taken te gaan. In plaats van de door re-integratie en de daarbij behorende zeer beperkte werktijd behoorlijk beperkte type taken te doen. Echt een flinke tegenvaller. Pff.

Puzzel

Mijn man en ik hebben gisteren geprobeerd een duurzame weekindeling te vinden voor de komende tijd. Waarin ik de tot nu toe opgebouwde uren kan blijven werken. En mijn tweewekelijkse psychotherapiesessies kan blijven doen. Waarin hij zichzelf minder overbelast dan hij de afgelopen week deed. Om toch maar zoveel mogelijk te proberen te werken, naast de opvang van Lumen. Waarin we beiden af en toe toch ook een dagdeel voor onszelf hebben. Om bij te komen en ruimte te hebben voor onszelf.

Het helpt natuurlijk ook niet dat we allebei al behoorlijk afgedraaid zijn. Van de afgelopen anderhalf jaar. Van de periode rond Tieme’s eerste geboortedag. Van de verhuizing. En eigenlijk hadden gehoopt daar in januari wat van bij te kunnen komen. We zijn nog steeds hartstikke blij met ons besluit om te verhuizen. Het voelt, zelfs hier in het ‘tussenhuis’, als een nieuwe start. En we hebben er beiden de afgelopen maanden nieuwe energie van gekregen. Maar het hele ‘huis kopen-/huis verkopen-/verhuiscircus is gewoon hartstikke intensief. Zeker omdat we allebei nog niet heel lekker in onze energie zitten. Pff.

Al met al is het een hele puzzel. We zijn er ook nog niet helemaal uit. Vanochtend is het in ieder geval mijn beurt om een dagdeel helemaal uit te checken. En ik mag geen nuttige huis- en huishouddingen doen. Dus ik ben maar weer eens gaan zitten voor dit blog. Ik maak me op geen enkele manier druk om lezersaantallen, die misschien omlaag gaan als ik niet regelmatig een blog post. Maar dit bloggen is voor mij een manier om bij mezelf stil te staan. Om woorden te geven aan dingen die me dwars zitten of die ik moeilijk vind. Wat je aandacht geeft, slinkt. En die aandacht is er de laatste maanden erg weinig geweest. Dus blijven dingen hangen, zonder te slinken. Kijken of het, ondanks de lock down, lukt om er toch af en toe tijd voor te maken.   

Hoe beleefden wij Tieme’s eerste geboortedag?

Eerste geboortedag

En toen zat Tieme’s eerste geboortedag erop. In dit blog neem ik je mee over hoe ik en wij deze dag beleefden.

Zwaarder dan ik had gedacht

De dag bleek zwaar. Zwaarder dan ik had gedacht. Natuurlijk stond deze dag al maandenlang in onze agenda. Had ik ‘m de afgelopen maanden al regelmatig op m’n netvlies. Hadden we geprobeerd de dag zelf vrij te roosteren, en de dagen eromheen zoveel mogelijk rust te kunnen hebben. Om voldoende ruimte te hebben voor het verdriet, voor hoe zwaar het mogelijk zou worden.

Maar de dagen in aanloop naar 10 november ging alles een beetje langs me heen. Door drukte met ziekenhuisbezoeken, huizen, re-integratie. Doordat Lumen thuis is van school omdat er een corona-uitbraak onder haar juffen is. Doordat Lumen zondagavond ineens heel hoge koorts kreeg, en mijn man zich de dag erna ook beroerd voelde. Gelukkig bleek het bij beide mee te vallen, maar we dachten wel even dat corona nu toch ook ons huis binnen was gekomen.

Door dit alles gingen de dagen vóór 10 november als een waas langs me heen. Ik registreerde wel dat ik zaterdag een jaar geleden in het ziekenhuis werd opgenomen. Letterlijk doodziek. Het ging door mijn gedachten, maar leek niet echt binnen te komen. Ik dacht ergens dit weekend zelfs nog: ergens zal die eerste geboortedag misschien eigenlijk gewoon net zo’n dag als alle andere zijn.

Maar dat was zeker niet zo. Het was een hele, hele zware dag.

Celgeheugen

De avond ervoor. Totaal moe en uitgeblust zitten we op de bank. We voelen een grote leegte, dit omschreef ik al in dit blog. Mijn man merkt op: dit lijkt wel veel op vorig jaar. Toen waren we ook totaal uitgeput, moegestreden en verdrietig de dag en avond ervoor. Alleen maar aan het wachten op de bevalling. Ook nu kunnen we niets anders dan moe voor ons uit kijken, en wachten op de dag van morgen.

In de nacht van 9 op 10 november word ik bijna elk uur wakker. Het lijkt alsof mijn lijf en/of mijn onderbewuste de bevallingsnacht van vorig jaar opnieuw beleeft. Ik had die nacht van half twaalf tot aan de geboorte van Tieme om half zes ’s ochtends elke 10 minuten hele heftige weeën. Tja, een opgewekte bevalling is nou eenmaal heftiger en pijnlijker dan een natuurlijke…

En ’s ochtends waren we echt terug gekatapulteerd naar een jaar geleden. Zelfde gevoel, zelfde emoties, zelfde wanhoop. Op zich niet zo gek natuurlijk. Op Lumen’s verjaardag beleef ik ook de dag van haar geboorte en de bevalling altijd weer heel bewust. Mijn moeder merkte op dat zij dit zelfs na 40 jaar nog had op mijn verjaardag 😊 Blijkbaar zit dit alles dus zo in je celgeheugen opgeslagen. Maar het overviel me wel.

Jarig! Of niet?

Toen we van tevoren bedachten hoe we deze dag wilden doorbrengen, kwamen we er niet goed uit. Een samenzijn met familie en vrienden kan nu niet door corona. Maar ook zonder corona had ik dat niet gewild. Te moeilijk, te heftig.

Gelukkig wees Lumen ons de weg. Voor haar is het zo veel meer ‘matter of factly’: ze heeft een broertje. Dat broertje was binnenkort jarig. Bij een verjaardag hoort een feestontbijt, taart en een lekker toetje. Dus dat hadden we allemaal maar in huis gehaald. En verder zouden we het wel zien.

Het viel niet mee. De verjaardag vieren van je dode kindje. Ook dat bleek moeilijker dan gedacht.

Het is heel erg zoeken. Bij het opstaan kwamen mijn man en ik al in de knoop. Je wil elkaar iets zeggen of wensen, maar wat dan? ‘Gefeliciteerd met ons zoontje’ is toch niet echt kloppend, maar wat dan wel?

En die taart, en dat toetje. Het voelt toch heel gek en niet-kloppend om taart te eten voor iemand, terwijl die iemand er zelf niet is. Voor Lumen was het ook niet makkelijk. ‘Verjaardagen horen leuk te zijn, maar jullie doen helemaal niet leuk. Alleen verdrietig 😠’. Lieverdje toch. Ook voor haar was het anders dan ze zich had voorgesteld.

Is iemand die dood is eigenlijk wel jarig? Als ik niet over Tieme nadenk, maar over volwassen overledenen, zou ik zeggen: nee. Je denkt dan op zo’n dag misschien eerder: ‘ze was nu xx jaar geworden’. Maar misschien voelt dit voor de nabestaanden van die volwassene ook anders dan dat ik beredeneer zonder die ervaring.

Maar Tieme groeit ergens ook mee. Een paar weken geleden liep ik in het bos. Zag ik een dreumes van een jaar of 1, aan het oefenen met lopen aan de hand van zijn papa. En het besef dat Tieme nu ongeveer zo groot en oud geweest zou zijn raakte me diep. Dus ergens is hij toch ook een jaar ouder geworden. Ergens is hij toch ook wel jarig.

Veel liefs

We kregen veel liefs. Kaarten, kadootjes, bloemen. Een hartverwarmend filmpje van mijn gezin, speciaal gemaakt om Tieme te eren en te herdenken. Dat was fijn. Het is fijn te merken dat mensen Tieme niet vergeten zijn. En aan hem en ons denken.

Grootsheid van het verlies

Ook besefte ik me op deze dag de grootsheid van het verlies eens te meer. Tot nu toe had ik deze dag gevoeld als ‘die moeilijke dag binnenkort, het zal fijn zijn als íe voorbij is’. Maar ik realiseerde me nu pas dat dit de eerste van vele geboortedagen was van Tieme, zonder Tieme. Dat deze dag elk jaar opnieuw komt. Misschien/hopelijk ooit wat draaglijker dan deze eerste keer. Maar makkelijk zal het nooit worden vrees ik.

We gingen ’s middags nog even naar het speelbos. Mijn man en ik beiden grauw en op van het gemis en het verdriet. Maar toch even naar buiten geweest. ’s Avonds staken we nog een sterretje in de vorm van een sterretje af. Zie de foto bovenaan dit bericht.

En zo zat de eerste geboortedag van Tieme erop. Nu bijkomen.

Leegte

Leegte

Zo in deze dagen rondom Tieme’s eerste geboortedag is de leegte weer zo groot… Weer zo voelbaar…

De avond voor zijn geboortedag. We liggen op de bank. Verdrietig. Moe. En we voelen de leegte. Er hoeven geen kadootjes ingepakt. Geen traktatie gemaakt. Geen slingers opgehangen.

Sint is in aantocht. We zijn bezig met Lumen’s wensen en bedenken haar schoenkadootjes. We voelen de behoefte om ook iets voor Tieme te bedenken. Maar we hebben niet eens een schoentje om voor hem te zetten…

Met 3 in plaats van 4

Vorig jaar na de crematie werd ik compleet overvallen door dit gemis. Tieme was maar zo kort bij ons geweest. Natuurlijk al jaren in onze gedachten. Fysiek was hij 6,5e maand in mijn buik bij ons. En na zijn geboorte 4 dagen, dood.

Na de crematie miste ik hem echt. Zijn aanwezigheid. We waren weer met 3. En dat voelde zo ontzettend incompleet. Terwijl we al jaren met 3 waren. Maar nu klopte het niet meer.

Dat gevoel is in het afgelopen jaar niet altijd zo sterk geweest. Gelukkig maar, want dan wordt verder leven echt bijna onmogelijk. Maar deze dagen is het weer volledig terug. Die leegte. Dat gemis. Dat gapende gat in ons gezin.

Ook al zijn we nooit met 4 levende gezinsleden bijeen geweest. Ons gezin zal toch altijd voelen als dat we met 4 hadden moeten zijn. Het gevoel van met z’n 3en samen leven zal hopelijk wel weer wennen. Maar deze dagen maken duidelijk dat dat gapende gat er soms ineens weer zal zijn. En mogelijk/waarschijnlijk nooit helemaal zal verdwijnen.

Foto door Anugrah Lohiya via Pexels

Rouw om verlies van een baby op Pinterest

Rouw om verlies van een baby op Pinterest

Ik schreef hier hoe Pinterest mij maar misplaatste babydingen bleef tonen. Even geleden kreeg ik ineens ook vanalles te zien over het verlies van een baby’tje. Speciaal voor mijn mede-baby-verloren-mama’s, en voor iedereen die zo fijn met ons meeleeft, hier een aantal mooie quotes.

Meer quotes zijn te vinden op mijn Pinterest bord Rouw om het verlies van een baby.

PS ik hou me nog steeds aanbevolen voor die babyblocker, dit soort toepasselijks staat namelijk nog steeds naast lijstjes met leuke meisjesnamen, zwangerschapsaankondigingen, etc.

Afbeelding via Doux Boucher op Pinterest

Terrorweken

Het zijn terrorweken. Twee ziekenhuisbezoeken, Tieme’s naderende eerste geboortedag, 3 huizen, dochter thuis vanwege corona bij de juffen. En dat alles naast de ‘gewone’ dingen als re-integreren en psychotherapie. Pfffff.

Pfffff. Het zijn terrorweken. Twee ziekenhuisbezoeken, Tieme’s naderende eerste geboortedag, 3 huizen, dochter thuis vanwege corona bij de juffen. En dat alles naast de ‘gewone’ dingen als re-integreren en psychotherapie. Pfffff.

Schakelen

Werken. Dochter ophalen in Brabant na een logeerpartij bij opa en oma. Als we daar dan toch zijn dan toch ook maar meteen nieuwe schoenen voor haar kopen bij de brede-voeten-schoenenwinkel in het zuiden. Gedenkkaartje voor Tieme ontwerpen.

Ziekenhuisbezoek 1, met al vanaf de parkeergarage enorme flashbacks. Flashbacks aan hoe we vorig jaar rond deze tijd stonden te klungelen met hoe we ons dode zoontje in de auto mee naar huis konden nemen op zo’n manier dat hij zo min mogelijk zou beschadigen. Vreselijk om daar weer te zijn. 24-uurs bloeddrukmeting, met een band die elke 20 minuten opblaast.

Slechte nacht. Nog meer herinneringen, aan hoe ik vorig jaar 6 dagen zo’n band om had. Proberen te werken. Gesprek met binnenhuisarchitect voor nieuwe huis. Gedenkkaartje voor Tieme printen, enveloppen schrijven, postzegels plakken.

Psychotherapie. Madurodam met Lumen en vriendinnetje, omdat ze geen school hebben door corona. Klussen in het tussenhuis. Dozen inpakken. Wassen, bedden verschonen, eten kopen, eten koken, douchen.

Dit was mijn vorige week. Maandag t/m zondag. Ik schakel van hot naar her. Het is veel. Te veel bij elkaar. We wisten dat deze periode zwaar en intensief zou zijn. Dat zware is dus ingecalculeerd. Maar nu zitten we er middenin. En hebben we er maar weer doorheen te komen.

Deze week

Deze week is pas op de helft, maar minstens zo intensief als de vorige. Vanmorgen ziekenhuisbezoek 2 gehad. Uitslagen goed, dat is goed nieuws. Maar ik moet in 2021 alweer 2 keer terug voor nog meer controles. Terwijl ik dacht dat dit de laatste keer zou zijn. Dat is een flinke teleurstelling.

We hoorden zondag dat Lumen de hele week thuis is, vanwege een corona-uitbraak bij de onderbouwjuffen. Ik vind het heel gezellig om haar thuis te hebben. Maar het is natuurlijk ook intensief.  

Overleven

Ik sta echt weer in de overleefstand. Ben heel erg moe. Kruip ’s avonds rond half negen in bed, en heb dan ’s ochtends nog steeds moeite met wakker worden.

Ik zombie de dagen door. Vergeet steeds dingen te doen of te pakken. En de flexibiliteit is ook weg, elke wijziging in de plannen is moeilijk of lastig.

Ik heb alles gecanceld wat niet per se nu hoeft. Fysiotherapeut voor mijn knie: afgezegd. Belletjes met familie en vriendinnen: ik heb de energie weer niet de telefoon op te pakken. Ik wilde graag eindelijk weer eens naar mijn oma, ik heb haar al anderhalf jaar niet gezien. Maar ik heb het maar weer op de lange baan geschoven. We wilden dit jaar eindelijk eens naar de winterefteling. Maar ook dat schuiven we door.

Het voelt weer als terug naar de eerste maanden van dit jaar. Maar het is even niet anders. Volgende week dinsdag is Tieme’s eerste geboortedag. In december verhuizen we. Grote en emotionele dingen. Ik neem een grote hap lucht, en duik onder. Op naar de kerstvakantie.  

Foto door Keisuke Higashio via Unsplash

Wat schrijf je op een rouwkaart?

Wat schrijf je op een rouwkaart

Bijna een jaar geleden kregen wij na de dood van Tieme ontzettend veel kaarten. Het deed ons goed om te merken hoe veel mensen er met ons meeleefden en aan ons dachten. Al was het ook heel moeilijk om de kaarten te lezen. Je ziet je eigen verdriet weerspiegeld in de tekst op de kaart.

Maar wat schrijf je dan wèl op een rouwkaart?

Zoals ik hier al eerder schreef, lijken we allemaal niet meer zo goed te weten hoe om te gaan met rouw. Rouw lijkt een beetje uit onze cultuur verdwenen. En mensen vinden het moeilijk om te bedenken wat ze op een rouwkaart schrijven. Begrijpelijk natuurlijk, het is ook hartstikke lastig.

Ik vond sommige kaarten fijner om te lezen dan andere. Ik had het daar een keer met een vriendin over. Zij snapte dat ik de voorbeelden die ik noemde niet zo kon waarderen, maar vroeg me ook direct: maar wat zet je er dan wèl op?

Ik schreef afgelopen week zelf mijn eerste rouwkaart na het verlies van Tieme. Toen moest ik hier weer aan denken. Dus bij deze een stappenplan voor het schrijven van een rouwkaart 😊 Waarbij dit natuurlijk heel persoonlijk is, het kan voor een ander totaal anders zijn. Maar dan heb je tenminste enig houvast, voor als je ontzettend graag iets van je wilt laten horen, maar geen idee hebt op welke manier.

Stappenplan: wat schrijf je op een rouwkaart?

1. Ga even rustig zitten, en bedenk wat je eigenlijk kwijt wilt

2. Als je dat niet kan bedenken: schrijf dat dan op!

Ik vond kaarten met dit soort teksten ontzettend fijn om te krijgen:

  • Ik weet niet wat ik moet zeggen, maar ik wil je wel even laten weten dat ik aan je denk
  • Ik vind het heel moeilijk om deze kaart te sturen want ik heb geen idee wat ik erop moet zetten, maar ik heb het toch maar gedaan

Ik had namelijk ook geen idee wat te zeggen over deze dramatische situatie. Dus ik verwacht echt niet dat iemand anders daar goede woorden voor kan vinden. En des te meer waardeerde ik het dat diegene, ondanks al het ongemak en de onzekerheid, alsnog de moed had verzameld om de kaart te sturen.

3. Schrijf op wat je dacht

Misschien kwamen er bij stap 1 dingen in je op uit onderstaande rijtje. Ook hier geldt weer: schrijf gewoon op wat je dacht! Het gaat er veel meer om dat je iets van je laat horen dan dat het ook een hoogdravende of mooie tekst wordt. Dus schrijf gewoon vanuit je hart.

  • Wat ontzettend verdrietig dat …. overleden is
  • Ik wil je even laten weten dat ik aan je denk
  • Ik wil jullie veel sterkte wensen in deze moeilijke tijd/met dit grote verlies/…
  • Ik vind het echt zo vreselijk voor jullie

4. Blijf weg van er een positieve draai aan proberen te geven

Als er iets heel moois gebeurt in het leven (bijvoorbeeld de geboorte van een kindje) dan schrijf je op het kaartje een tekst die bij dat positieve past. Je schrijft er niet op: gefeliciteerd met de geboorte van jullie zoon, maar bedenk dat hij ooit ook weer dood gaat. Op zo’n moment laat je het positieve er zijn. Je laat het negatieve achterwege, zelfs al weten we zeker dat dit negatieve er ooit gaat zijn. Laat andersom op een verdrietig moment ook het negatieve er zijn, en het positieve achterwege.

Ik had grote moeite met teksten als ‘maar achter de wolken schijnt de zon’, ‘maar vergeet niet ook de mooie kleuren van het leven te zien’ of ‘maar jullie hebben er voor altijd een engeltje bij’. Al die dingen zijn vast waar. Maar nu ben ik gewoon heel verdrietig. En een tekst die me wijst op het positieve helpt me niet.

Het helpt me niet een tekst te lezen die het negatieve probeert te verminderen, en daarmee eigenlijk mijn verdriet bagatelliseert. En als ik heel eerlijk ben: zo’n tekst geeft me ook het gevoel terecht gewezen te worden. Alsof ik naast het verdriet toch ook echt nog wel positief moet blijven denken. Maar dat positieve, dat was er op dat moment gewoon niet. Dat was er niet voor mij, en ik denk dat dat er voor niemand is die zojuist een geliefde heeft verloren.

Dus maak ruimte voor het verdriet. Laat het negatieve er ook gewoon zijn. En heb er vertrouwen in dat de persoon aan wie je schrijft op enig moment echt de zon ook wel weer zal zien schijnen.

Hopelijk helpt dit blog je met het schrijven van een volgende rouwkaart. Want iemand laten weten dat je aan haar denkt is altijd een goed idee!

Foto door Jess Bailey Designs via Pexels

Ik mis je

Ik mis je

Ineke is een lieve mama uit mijn lotgenotengroep via Lieve Engeltjes. Zij zat laatst in het programma ‘Ik mis je’.

Voor mij veel herkenning. Het waardeloze gevoel. Het je kindje moeten achterlaten, in mijn geval in het crematorium, wat zo ontzettend moeilijk is, omdat het tegen al je reflexen in gaat.

Daarnaast vond ikk vond het heel fijn om Ineke ‘live’ te zien, naast de berichten die we uitwisselen en de blogs die ik van haar heb gelezen.

Voor jou misschien fijn om te kijken, om het verhaal van het verlies van een baby’tje een vanuit een ander perspectief te horen. Ik ben niet de enige. Er zijn veel meer papa’s en mama’s die een baby’tje moeten achterlaten in een crematorium of op een begraafplaats.

Het item over Ineke’s dochtertje Amanda kan je hier terug kijken. Hun item start op 6min30. De stukken ervoor en erna vond ik te moeilijk om te kijken, omdat ze raken aan mijn diepste angst.

Bron foto: website Ik mis je

Small talk

Small talk. Ik draaide er vroeger mijn hand niet voor om. Maar wat is het toch ingewikkeld, nu er zoiets ingrijpends is gebeurd als het overlijden van mijn zoontje.

Small talk. Ik draaide er vroeger mijn hand niet voor om. Maar wat is het toch ingewikkeld, nu er zoiets ingrijpends is gebeurd als het overlijden van mijn zoontje.

Bieb

Zaterdagmorgen. Ik ben met mijn meisje in de bieb. Voor het eerst sinds corona mocht ze weer eens mee. Na het boeken uitzoeken drinken we samen wat en eten we iets lekkers. We genieten er allebei van.

Er komt een mama met een dochter aanlopen. Het blijkt een oud-teamgenootje van me te zijn, van jaren terug.

‘Hé hoi! Lang niet gezien!’, begint ze. Ze gaat op een bankje even verderop zitten, en vraagt: ‘hoe is het nou met jou?’.

Zoals jullie hier konden lezen, vind ik dat een ingewikkelde vraag. Ik ben er inmiddels een beetje beter in dan een paar maanden geleden. Maar lastig blijft het. Want echt goed gaat het nog niet met me. Maar ik heb, daar op die zaterdagochtend in de bieb, nou ook niet echt zin om te vertellen waarom niet.

Ik antwoord een beetje lauw: ‘ja goed’. Ik denk te zien dat ze wel merkt dat het geen heel overtuigend antwoord is. Maar ze vraagt niet door.

Broer en zus

Inmiddels is Lumen dikke vriendinnen met de dochter. Er wordt verteld dat zij een grote broer en ook nog een grote zus heeft. ‘Wat een geluk’, antwoord ik. Ik verwacht half en half dat Lumen zal vertellen dat zij ook een broertje heeft, en dat hij dood is. Voor Lumen is dat zo ‘matter-of-factly’, ze zal echt geen moment nadenken dat onze situatie anders is dan die van dit gezin waar we nu mee praten, waar maar liefst 3 levende kinderen opgroeien. Maar ze noemt hem niet. En ik heb ook geen zin om dit grote, levensgrote iets hier zomaar op tafel te leggen.

Mijn oud-teamgenootje kletst nog wat door. Ik vertel dat ik moest stoppen met volleyballen door een ski-ongeval. Dat ik opnieuw moest leren lopen en dat ik zo’n 2 jaar aan het revalideren ben geweest. Er wordt een hoop afge-oh-ed en ah-ed. ‘Wat vreselijk!’. Ja, dat klopt. Dat was en is het ook. Dat dit maar één van de grote dingen was de afgelopen jaren vertel ik er maar even niet bij.

Ze noemt nog even dat ze nu dan wel weer volleybalt, maar dat haar lijf het toch ook wel pittig heeft gehad. ‘Ja, drie zwangerschappen, hè!’. Ik lach een beetje flauwtjes. Dat ik er 6 heb gehad, ook dat laat ik maar even in het midden.

Small talk is lastig

En zo kom ik enigszins beduusd thuis, na ons biebbezoekje. En trek maar weer eens de conclusie dat small talk nou eenmaal lastig is momenteel.

Een paar maanden terug zou ik echt totaal ondersteboven geweest zijn van deze ontmoeting. Inmiddels gaat het gelukkig kleine stukjes beter. En vind ik het vooral ongemakkelijk, zo’n gesprek. Mijn gespreksgenote kletst gewoon een beetje, bedoelt het op geen enkele manier rot, en beseft zich niet dat er in dat gesprek meerdere dingen naar voren komen die voor mij lastig, pijnlijk of moeilijk zijn. En ik heb geen zin om mijn hele hebben en houwen op tafel te leggen, bij iemand die ik niet meer echt ken, op een fijne ontspannen biebochtend. Dus ik praat er maar wat omheen, laat vanalles in het midden.

Het voelt ergens niet fijn: het voelt een beetje alsof ik Tieme niet het plekje geef wat hij verdient, door hem niet te noemen als mijn zoon. Maar ik moet nog zoeken naar een alternatief, waarin ik hem wel noem maar op zo’n manier dat ik niet mijn hele hebben en houwen op tafel hoef te leggen.

Stad vol ballonnen

Ik vraag me ineens af: hoeveel mensen komen zo eigenlijk small talk door? Femke van der Laan (de weduwe van Eberhart) schreef dit in het prachtige boek ‘Stad vol ballonnen’:

Al die herinneringen die zo aanwezig zijn dat ze wel zichtbaar moeten zijn. Als een grote ballon die met een touwtje aan mijn pols vastzit. Eentje die ik overal mee naartoe sleep. De stad is vol ballonnen. Met touwtjes vastgemaakt aan polsen.

En ze omschrijft zo heel mooi dat er heel veel mensen een ballon aan hun pols hebben. Soms zelfs meerdere ballonnen. Die ballonnen voelen dan wel alsof ze zichtbaar zijn, maar dat zijn ze natuurlijk niet.

Small talk is lastig. In groepen zijn is lastig, want dat vereist small talk. Gelukkig gaat het elke maand kleine stukjes beter. Hopelijk komt er ooit een tijd waarin ik small talk weer makkie vind.

Bron afbeelding: DOK Delft

In rouw geldt: wat je aandacht geeft, slinkt

In rouw geldt: wat je aandacht geeft, slinkt

Wat je aandacht geeft, groeit. Een uitspraak waar ik heel erg in geloof. Ik merk echter dat het bij rouw en verlies net anders werkt. Dat daar juist geldt: wat je aandacht geeft, slinkt.

Een wereld van verschil

22 augustus 2020, de avond voordat het een jaar geleden was dat we het slechte nieuws van de 20w echo kregen. Mijn man en ik spreken erover. Dat dat morgen een jaar geleden is. Hoe het vorig jaar was. Hoe anders ons leven er die avond, maar dan een jaar eerder, uitzag.

23 augustus 2020. De datum waar ik al weken kriebels van in m’n buik krijg als ik eraan denk. De dag zelf valt eigenlijk mee. We denken eraan, de dag van een jaar geleden gaat op allerlei manieren door ons hoofd, maar verder hebben we een fijne dag.

De dag voor mijn mans verjaardag. De dag waarop we vorig jaar hoorden dat het echt, echt heel erg mis was met Tieme. We zijn de hele dag bezig. Druk met de voorbereiding van de verkoop van ons huis. We ploffen ’s avonds moe op de bank. Kunnen geen boe of bah zeggen. En nemen niet de tijd om stil te staan bij het verdriet.

Mijn man’s verjaardag dit jaar. De dag zit ramvol met afspraken, werk en sport. Maar het verdriet slaat keihard in. Sijpelt overal tussendoor. Met flashbacks naar zijn verjaardag vorig jaar, wat de verdrietigste verjaardag ooit was. Het blijkt een moeilijke dag.

Bij het ene moment stonden we bewust stil. Hadden en namen we de rust voor ons verdriet en voor de gedachtes aan vorig jaar. Het andere moment namen we die tijd niet. We waren te moe, we dachten er niet aan. Of misschien ook wel, maar we hadden gewoon geen puf. Maar het al dan niet stilstaan bij de gevoelens die er toch wel zijn, maakt dus een wereld van verschil.

Ik heb dat de afgelopen maanden al vaker gemerkt. Als ik ruimte maak voor het verdriet op de dagen dat het m’n oren uit komt, dan is die dag een verdriet-dag, maar gaat het de dag erna alweer beter. De huilbui die weggestopt wordt, omdat het niet uitkomt op dat moment, om wat voor reden dan ook, die huilbui blijft hangen. Soms duurt het dagenlang voordat hij er dan alsnog uitkomt. In een random vorm: als huilbui, soms al boosheid op mensen of de wereld, of als algeheel chagrijn.   

Wat je aandacht geeft, slinkt

Ik ben koningin in het positieve zien. Blij zijn met wat ik wel heb. Opstaan en weer doorgaan. En heb daardoor de laatste jaren regelmatig maar weinig aandacht gegeven aan de verliezen die er waren.

Ik weet nog dat een 45+ collega van mij vertelde dat hij moest stoppen met volleybal, omdat z’n lijf het nu echt niet meer aan kon. Hij noemde terloops dat hij nu dan een rouwproces in ging. Ik was superverbaasd. Had me tot dan toe nog nooit gerealiseerd dat het moeten stoppen met je lievelingssport ook een vorm van rouw, van afscheid nemen van iets wat je lief is, was.

Tegelijkertijd vond ik het gek en vervelend en stom dat ik het nog zo moeilijk vond dat ik mijn lievelingssport niet meer kon en mocht doen. Terwijl ik op m’n 32e abrupt ermee op moest houden na een wintersportvakantie. Wat toch iets heel anders is dan +/- 15 jaar ouder zijn, en geleidelijk aan voelen dat je lijf je sport echt niet meer aan kan. Ik weet niet of aandacht geven aan dit verlies het enige is wat ik eraan kan doen, maar het is in ieder geval een begin.

Ik probeer nu dus continu ruimte te maken voor wat er is aan gebaal, verdriet, irritatie. Het niet weg te stoppen en snel over iets leuks te beginnen. Het de aandacht te geven die het blijkbaar nodig heeft. De aandacht die het nodig heeft om het uit eindelijk als kleiner en minder alomtegenwoordig te gaan ervaren. Omdat ik inmiddels oprecht geloof dat bij rouw en verlies geldt: wat je aandacht geeft, slinkt.

Haakjes – Rouwen is ook wennen aan de nieuwe realiteit

In mijn huis hangen 2 haakjes. Haakjes die me aan Tieme doen denken. En aan het levende baby’tje waar we zo ontzettend op gehoopt hebben de afgelopen jaren. En wat niet is gekomen.

In mijn huis hangen 2 haakjes. Haakjes die me aan Tieme doen denken. En aan het levende baby’tje waar we zo ontzettend op gehoopt hebben de afgelopen jaren. En wat niet is gekomen.

Letterlijke haakjes

Het ene haakje hangt in de badkamer. De wc-verkleiner hing erop. Ik borg de verkleiner op toen deze niet meer nodig was voor mijn dochter. Het haakje bleef hangen. Voor als ze ooit nog een broertje of zusje mocht krijgen.

Het andere haakje zit in ons plafond. Het is voor de hangwieg. De hangwieg waar ik straalverliefd op was toen Lumen erin lag. Het haakje heeft zelfs onze verbouwing boven overleefd. We zeiden tegen de aannemer: ‘laat maar hangen, de hangwieg komt toch op dezelfde plek als het broertje of zusje van Lumen op een gegeven moment komt’. Hij heeft eromheen gestuct.

Dat zijn de letterlijke haakjes. Dan zijn er nog oneindig veel figuurlijke haakjes die ik tegen kom. Dingen die me aan Tieme doen denken. Die een herinnering aan onze tijd met hem brengen. Of die het bewustzijn triggeren dat hij echt nooit meer levend wordt en voor altijd weg is.

Parkeerautomaat

Ik stond laatst met mijn man voor een parkeerautomaat. En had een genadeloze flashback naar alle keren dat we in ziekenhuizen voor zo’n automaat stonden vorig jaar. 23 keer, berekende ik hier een keer.

Als je net gehoord hebt dat de dokter zich ernstige zorgen maakt om je kindje.  Als je net gehoord hebt dat je kindje dood gaat. Als je net de mogelijkheden tot zwangerschapsafbreking besproken hebt. Als je net gehoord hebt dat je kindje grote kans heeft op een waslijst vol handicaps. Al die keren sta je daarna samen voor zo’n parkeerautomaat. Verdwaasd. Boos. Verdrietig. Zoiets futiels te doen als parkeergeld betalen. Ik denk dat ik nooit meer hetzelfde kijk naar mensen die voor de parkeerautomaat in het ziekenhuis staan. Ik zal me altijd even afvragen of zij misschien ook net gehoord hebben dat hun kindje dood gaat. Of zij zelf.

Tieme

Ik zag op LinkedIn laatst iemand voorbij komen die Tieme heette. Op zich is Tieme geen heel onbekende naam. Maar blijkbaar kom ik ‘m toch weinig tegen. Dit was de eerste keer. Au. Een enorme steek. Het besef dat er nooit een Tieme van D op LinkedIn zal staan sloeg als een mokerslag in. Nou bestaat LinkedIn over 18 jaar vast niet meer, dus de kans dat er daar een profiel met zijn naam was geweest was al niet groot 😉 Maar het deed me eens te meer beseffen dat hij gewoon echt geen leven op gaat bouwen.

Rouwen is ook wennen aan de nieuwe realiteit

In het boek van Manu Keirse staat dat een onderdeel van rouwen ook het wennen is aan de nieuwe realiteit. Je hebt je ingesteld op een leven met iemand, en ineens is die iemand dood. Dat wil je niet. Maar het is wel zo. Je hebt het ermee te doen. Het kost letterlijk veel tijd en veel energie om te wennen aan die nieuwe realiteit.

Ik ga het haakje in de badkamer er binnenkort maar afhalen. Hoewel ‘uit het oog, uit het hart’ zeker niet het gemis van Tieme oplost, is het wel fijn om wat confronterende dingen langzaam maar zeker op te bergen. Het haakje voor de hangwieg weghalen heeft niet veel zin, dan zit er een gat in het plafond. Dus dat laat ik maar hangen.

En het enige wat ik kan doen aan alle figuurlijke haakjes die ik tegenkom, is mezelf de ruimte geven om bij ze stil te staan. Verdrietig te zijn, als dat verdriet ineens naar boven komt door zo’n haakje. Even de tijd te nemen om het haakje te bekijken. Voordat ik doorloop, verder ga of om het haakje heen loop. Die haakjes zullen wel blijven komen. Misschien de rest van mijn leven. Ook daaraan zal ik dus maar proberen te wennen.