De bergen die er te beklimmen zijn

Ik probeer mijn wereld stapje voor stapje weer wat groter te maken. Ik kijk vooruit naar de komende maanden. Ik zie vele bergen die er te beklimmen zijn.

Ik probeer mijn wereld stapje voor stapje weer wat groter te maken. Ik kijk vooruit naar de komende maanden. Ik zie vele bergen die er te beklimmen zijn.

Woud

Het voelt alsof ik in een heel dichtbegroeid woud loop. Waarbij ik me een weg baan door alle bomen en struiken heen. Stap voor stap. Bij elke stap kijkend en voelend wat er nu weer ligt en overwonnen dient te worden. Welke takken ik opzij moet buigen voordat ik de stap gezet heb.

De al beklommen bergen

Mezelf een weg banen door een dicht woud. Zo voelt het al een hele tijd. Ik heb al ontzettend veel stappen gezet en bergen beklommen. Zoals ik eerder hier al schreef, kan ik niets meer ‘even’ doen. Op het schoolplein staan was ontzettend moeilijk. Vanwege de goedbedoelde vragen van ouders, waar ik geen energie voor had. Vanwege de zwangere moeders of moeders met baby’s. Het ophalen van mijn dochter gaat inmiddels wel beter, net als brood halen. De Hema blijft moeilijk, vanwege de altijd leuke babykleren. Ik probeer ze te ontwijken, maar ontkom er meestal niet aan om toch ergens, onverwachts op zo’n kopse kant, iets heel erg leuks tegen te komen.

Ik heb de afgelopen weken de ‘kraam’bezoeken weer opgepakt. Heel erg fijn. Vriendinnen die ik al bijna een jaar niet heb gezien en gesproken. Ik wil het verhaal en de foto’s van Tieme met ze delen. Tieme zo toch aan ze ‘voorstellen’. Hij is zo’n groot deel van me. Niet iets om zomaar aan voorbij te gaan. Maar ook elke keer weer moeilijk en verdrietig.

En natuurlijk de zoektocht naar een goede therapeut, waarbij het pas bij nummer 3 raak was. De fysiotherapie voor mijn knie. Alle wandelingen, fietstochten en yoga-sessies om fysiek weer fit te worden.

De bergen in de komende maanden

Ik ben hartstikke trots op al die stappen die ik al gezet heb. Als ik nu vooruit kijk naar de komende maanden, zakt de moed me wel een beetje in de schoenen. Er zijn nog zo veel meer bergen te beklimmen.

De 20 weken echo van Tieme is bijna een jaar geleden. De echo waarna onze wereld instortte. Waarmee onze hel begon. De start van de 2,5e maand onzekerheid, een periode die afgesloten werd door Tieme’s geboorte en overlijden. Het grote herbeleven was al begonnen, maar zal in de komende periode nog sterker zijn. Van die 20w echo tot aan Tieme’s overlijden 2,5e maand later. En waarschijnlijk ook nog wel een stuk verder door.

Verjaardagen

In die periode waren zowel mijn man als ik jarig. En dat zijn we dus komende herfst weer. Vorig jaar zagen we op de dag vóór de verjaardag van mijn man op de echo dat Tieme echt nauwelijks gegroeid was. Het was 2 weken na de 20w echo. Tot deze dag hadden we nog best veel hoop dat het allemaal goed kwam. Die hoop werd de dag voor mijn man’s verjaardag volledig de grond in geslagen. Het was de moeilijkste en verdrietigste verjaardag die we ooit ‘gevierd’ hebben. Voor Lumen hebben we nog taart gegeten en gezongen. Verder was het puur overleven. Met een grote brok verdriet en spanning in onze buik.

Tijdens die verjaardag hadden we nooit kunnen bedenken dat Tieme anderhalve maand later, tijdens mijn verjaardag, nog steeds in mijn buik zou zitten. Maar hij zat er nog. Ik verging inmiddels van de rugpijn. Mijn ouders kwamen. Ook die verjaardag bikkelden we door.

Dit jaar word ik 40. Iets wat natuurlijk fantastisch is. Er zijn mensen die dat niet halen. Dat realiseer ik me terdege, mijn hart bloed voor de familie en vrienden van Lara van Ruijven, Paulien van Deutekom, Guusje Nederhorst. Eigenlijk vind ik dan ook dat kroonjaren flink gevierd moeten worden. Maar ik zou echt niet weten hoe, dit jaar.

En ik vind die 40 toch ook best een ding. Want mijn kinderwens is nog steeds niet geheel vervuld. En door die 40 kunnen we moeilijk zeggen: ‘we komen helemaal bij en verwerken het verlies van Tieme, en over een paar jaar proberen we het misschien nog eens’.

Werken

En dan heb ik besloten om heel voorzichtig de contacten met mijn werk op te gaan starten. Ik ben inmiddels bijna een jaar thuis. En ik begin dat wel zat te raken. Daarnaast denk ik dat het goed is als op een gegeven moment niet álles meer om verlies, verdriet, rouwen en verwerken draait. Als ik ook weer een beetje afleiding heb van iets wat daar niet zoveel mee te maken heeft.

Maar ik ben wel benieuwd naar hoe het zal gaan. Ik ben nog steeds vrij input-gevoelig. En ga mezelf natuurlijk onherroepelijk meer input geven als ik weer ga opstarten. We gaan het zien.

Daarnaast zie ik ook ontzettend op tegen de re-integratie. Het is nu de derde keer dat ik na lange afwezigheid weer moet re-integreren. En de vorige twee keer vond ik loodzwaar.

Het moeten starten met klusjes zonder druk en zonder deadline. Meestal niet de leukste dingen. Maar ja, als het een dag niet gaat moet daar ruimte voor zijn. En die ruimte is er niet bij onze reguliere projecten.

Het telkens moeten aftasten en analyseren: hoeveel heb ik deze week gewerkt? Ging dat? Zal ik volgende week al een beetje meer? Of toch maar niet?

De maandelijkse gesprekken met de bedrijfsarts. Een vriendelijke man. Maar hij brengt me verder weinig. In mijn ervaring komt er vanuit de kant van een bedrijfsarts geen richtlijnen in hoe je het beste herstelt en hoe je daarin je werk kan inbouwen. Dat moet je toch echt zelf uitzoeken. Dus die bezoekjes voelen voor mij als een ‘moetje’, en kosten me vooral tijd en energie.

Bakken vol kindjes

Het voor het eerst weer in de vriendengroep zijn, met kinderen erbij. Die hele bende kinderen, waar ik al jaren hoop nog een kindje aan toe te mogen voegen. Waar de andere stellen in die periode wel bakken vol kindjes aan toevoegden. De kring daarbuiten met een enorme lading aan baby’s en jonge kinderen. Iedereen krijgt maar kinderen.

Openbaar verlies

Het voor het eerst weer zien en spreken van allerlei mensen. Bij de volleybal. Voor het eerst weer naar kantoor. Familiedagen.

Met de miskramen heb ik kunnen kiezen met wie ik mijn verdriet deelde. Het verlies van Tieme is een heel openbaar verlies. Iedereen weet ervan. Al die ontmoetingen weer aangaan, ik zie er als een berg tegenop.

Hup ik

Daar ga ik dan. Stap voor stap. Iemand raadde me afgelopen week aan om echt met de dag te leven, zodat de bergen zo min mogelijk bergen lijken. Heel goed advies 😊 Dat probeer ik.

Ik kijk uit naar over een half jaar. Ik denk en hoop dat het gebergte waar ik nu tegenaan kijk dan al voor een groot deel achter me zal liggen. En tot die tijd probeer ik een een beetje lief voor mezelf te zijn. En goed voor mezelf te zorgen. Ik boekte afgelopen week een fantastische massage bij Praktijk Roos. Dat was alvast een goed begin.              

Foto door Krivec Ales via Pexels

Rouwrituelen

In onze cultuur hebben we geen echte rouwrituelen meer. We weten niet meer goed hoe rouwen eigenlijk werkt. Wat mis ik het af en toe: rituelen hoe om te gaan met de dood.

In onze cultuur hebben we geen echte rouwrituelen meer. De dood is een beetje uit ons leven verdwenen. Er gaan (gelukkig!) nog maar weinig jonge mensen dood. Waardoor we niet meer goed weten hoe dat eigenlijk werkt. Rouwen. Maar wat mis ik het af en toe: rituelen hoe om te gaan met de dood. Hoe deze periode van rouw door te komen en vorm te geven. Voor mezelf. Maar ook als richtlijn voor anderen: hoe om te gaan met en wat te verwachten van mij en mijn gezin.

Rouwrituelen – Hoe hoort het eigenlijk?

In het etiquetteboek ‘Hoe hoort het eigenlijk?’ uit 1939 staat een duidelijke duur van de rouwperiode voorgeschreven: “Rouw voor echtgenooten, ouders en kinderen duurt 18 maanden, waarvan 6 maanden zware rouw, zes maanden halve rouw en zes maanden lichte rouw.” Rouwenden droegen rouwkleding, passend bij de rouwfase waar ze in zaten. Hierdoor waren ze duidelijk herkenbaar, kregen ze een speciale status, en konden ze rekenen op respect en steun van de omgeving.

De rouw zal echt niet per se over zijn na die eerste anderhalf jaar. Maar wat lijkt het me heerlijk: een collectief besef dat rouw gewoon lang duurt. Ik krijg nu af en toe verbaasde reacties. Over dat het nog helemaal niet goed met me gaat. Over dat ik mijn verdriet nog elke dag als een sluier bij me draag, dat dit een zwarte rand om zowat alles in mijn leven legt. Mensen beseffen dat niet. Wat lijkt het me fijn om dat niet uit te hoeven leggen. Dat men dit vanzelfsprekend vindt.  

Wat wel en niet te doen in de rouw?

Iets verderop in het etiquetteboek staat over de activiteiten wat omschreven: “Gedurende de eerste zes weken van zwaren rouw gaat men nergens heen buitenshuis behalve naar de kerk. Zakelijke vergaderingen kan men ten allen tijde bezoeken. Gedurende den halven rouw kan men slechts familiefeestdagen bezoeken, zooals verjaardagen bijv. (geen bruiloften). Ook een enkel concert kan men bijwonen.”

De halve rouw is het tweede half jaar. En het was dus volstrekt normaal dat je dan alleen familieaangelegenheden bezocht. Al het andere niet. Wow. Ik heb de afgelopen maanden regelmatig moeten uitleggen dat ik dingen nog niet aan kon. Ik schreef al eerder dat in groepen zijn momenteel niet goed lukt. Het vereist chit-chat, luchtige gesprekken over luchtige onderwerpen, en dat is nou eenmaal niet echt mijn specialiteit momenteel.

Wat lijkt het me heerlijk om gewoon voorgeschreven regels te hebben hierover. Die zowel voor mij als voor mijn omgeving duidelijk zijn. Voor mij zou dat een hoop nadenken schelen. Telkens weer de afweging: kan ik het al aan? Het zou daarnaast een hoop uitleggen schelen. Want de omgeving vindt het dan ook vanzelfsprekend dat we dat eerste jaar niet aansluiten bij wat dan ook. Mensen denken niet meer dat het na een paar maanden allemaal wel minder zal zijn, en dat we weer overal aan mee kunnen doen alsof er niets gebeurd is.

Het zal vroeger vast ook beklemmend geweest zijn soms. Misschien was een weduwe die haar man verloor al heel lang ongelukkig in haar huwelijk. Was ze na een jaar straalverliefd op de buurman, ook weduwnaar. Maar liep ze dan alsnog een half jaar in haar rouwkleding, te wachten tot ze verder mocht. Misschien was een kind zijn vader met de losse handjes en de kwade dronk wel liever kwijt dan rijk. Af en toe zullen al die regels ook juist beknellend gevoeld hebben. Maar wat had ik nu graag een paar van deze richtlijnen gehad, die deze periode voor zowel mij als mijn omgeving wat vanzelfsprekender maakten.

Rouwrituelen uit andere culturen

In dit artikel lees ik dat het opperhoofd van de indianen vroeger tegen mensen die iemand hadden verloren zei: ‘Jij bent nu in de rouw.’ En je was pas uit de rouw als het opperhoofd dat zei. Prachtig. Niet zelf hoeven te bedenken hoe het met je gaat, of je al toe bent aan dingen, wat je rouwstatus is.

De geïnterviewde in het artikel voegt eraan toe: “Ik heb bedacht dat ik mijn eigen opperhoofd moet zijn en de tijd moet nemen om in de rouw te zijn.” Heel mooi gezegd. En dat is ook precies hoe het nu is. We moeten het zelf doen en voor onszelf bedenken. Maar je moet al zo veel als rouwende, en je energie is zo laag. Wat zou het fijn zijn als iemand anders voor dit je besloot.

Manu Keirse vertelt in dit interview (2e link, vanaf 19:44) over een traditie in een oude volksstam: de vader van een overleden baby moest een boomstam naar de houtsnijder brengen. Die sneed daar een kindje uit. De mama van het kindje droeg dat houten kindje maandenlang op de rug.

Ook weer zo’n prachtige traditie. Want ik draag mijn kindje inderdaad overal met me mee. Als ik op het schoolplein sta, kom ik regelmatig de twee moeders tegen die rond dezelfde tijd bevallen zijn als ik. Zij hebben vaak hun baby’tje bij zich, nu een maand of 8 oud. Voor iedereen is duidelijk te zien dat zij een kindje hebben gekregen. Mijn kindje is onzichtbaar.

Huidige rouwrituelen

In de kerk worden eens per jaar alle overledenen genoemd. In sommige gemeentes wordt ook de overledene genoemd in de dienst rond een jaar na de sterfdatum. Ik ben niet gelovig. Als ik Tieme genoemd wil hebben, moet ik zelf bedenken waar. Door wie. Wanneer.

Er bestaat begin december een wereldlichtjesdag, de dag van het overleden kind. Vanuit de christelijke traditie is er Allerzielen en Allerheiligen, begin november. Tieme is op 10 november geboren. Ook op die dag zullen we vast iets willen doen qua herdenking. Maar hoe en wat, dat moeten/mogen we allemaal zelf bedenken.

In de documentaire ‘Kijken in de ziel’ wordt voorgesteld dat rouwenden weer een rouwband gaan dragen. Om aan te geven: ‘Ik ben verdrietig. Ik ben kwetsbaar. Wees een beetje voorzichtig met me’. Dat lijkt me wel wat. Je loopt nu in de supermarkt of staat op het schoolplein, en je hebt geen idee. Wie misschien ook wel rouwt. Wie misschien wel net zo verdwaasd rondloopt als ik. Aan wie je niet die vreselijk moeilijke vraag ‘Hoe gaat het?‘ moet stellen.

In onze cultuur draait alles om zelf sturen. Zelf kiezen. Zelf besluiten. Wat heel veel vrijheid geeft. Maar wat in situaties als rouw ook echt lastig kan zijn. Wij vogelen alles zelf uit. Bedenken wat wel en niet te doen, wat wel en niet te vertellen, hoe wel of niet te herdenken. Iets meer richtlijnen zou ik echt fijn vinden.

En jij? Ken jij nog mooie rouwrituelen die we nu niet (meer) gebruiken? Welke rituelen spreken je aan, of juist niet? Er lezen aardig wat mensen mee die ook met rouw te maken hebben. Ik ben erg benieuwd naar je gevoel over rouwrituelen. Laat het me weten in de reacties.

Afbeelding van Gaelle Boissonnard

‘Harry Potter’-wijsheid over verlies en rouw

Harry Potter wijsheid over verlies en rouw

Als Harry Potter-fan heb ik de boeken allemaal gelezen, en de films gezien. In deel 5 worden Thestrals geïntroduceerd. Dit zijn beesten die Harry wel kan zien maar zijn vrienden niet. Het Harry Potter verhaal bevat hiermee een wijsheid over verlies en rouw die ik eerder nooit zag. Maar waar ik, nu ik zelf ervaring heb met de dood zo ontzettend dichtbij, de laatste tijd vaak aan moet denken.

Harry Potter en de dood

Als Harry na de vakantie terugkomt op zijn toverschool, ziet hij ineens dat de tot dan toe altijd paardloze koetsen nu getrokken worden door rare beesten. Zie de foto bovenaan dit artikel (credits aan Seth Cooper vanuit de Harry Potter Fandom page). Hij vraagt zijn vrienden wat dat voor beesten zijn. Maar zijn vrienden blijken de beesten niet te kunnen zien. Op één meisje na. Ze verzekert Harry dat hij niet gek is. En dat zij ze al ziet sinds haar eerste dag op school.

Wat later legt dat meisje Harry uit dat de beesten Thestrals heten. ‘They can only be seen by people who have seen death’.

Harry heeft recent iemand dood zien gaan. Daarom ziet hij nu pas dat de koetsen, waarvan hij altijd dacht dat ze ‘horseless’ waren, eigenlijk getrokken worden door deze bijzondere dieren. Het meisje heeft haar moeder jong verloren. Daarom ziet zij de beesten altijd al. Voor haar zijn ze al lang niet vreemd of bijzonder meer.

En ineens zie ik het ook

Het is iets wat ik ook in het echte leven merk. Alleen mensen die een héél dichtbij verlies hebben meegemaakt, snappen echt wat dat verlies betekent. Mensen die iemand verloren met wie ze in één huis woonden, met wie ze kerst vierden. Iemand die een gapend gat achterlaat in je leven, in je huis, in zowel de feestdagen als de alledaagse dagen. Alleen mensen die de dood van zó dichtbij hebben gezien, voelen en zien echt de impact van zo’n verlies.

Ditzelfde geldt voor mij. Vóór Tieme kon ik proberen te bedenken hoe erg het moest zijn om iemand die je zeer na staat te verliezen. Proberen me in te leven in de persoon die dit verlies geleden heeft. Maar de grootte ervan, de alomtegenwoordigheid van het verlies, het gapende gat wat er in je leven geslagen is, had ik nooit kunnen omvatten. Pas nu, nu ik het zelf voel, begin ik het een beetje te begrijpen.

Mensen die de dood hebben gezien

Ik denk aan dat vriendinnetje wat in de brugklas haar vader verloor. Ik ben daar toen even verdrietig om geweest voor en met haar. Maar al snel ging het leven door. Dacht ik er niet meer zo vaak aan. Met terugwerkende kracht denk ik aan alle momenten waarop ze haar vader zo intens gemist moet hebben. Aan hoe ze als gezin geworsteld moeten hebben met het leven van dat leven zonder hun vader. Hoe ontzettend veel momenten met ondraaglijk gemis er geweest zullen zijn. Toen. En vast nu nog steeds.

Ik denk aan het gezin waar we vroeger mee op vakantie gingen. Kerstavond mee vierden. Waar ik logeerde toen mijn zusje en later mijn broertje geboren werd. Hun mama overleed toen we net studeerden. Dat was voor mij de eerste aanraking met veel te vroeg verlies, dichtbij. Ik was daar toen behoorlijk van ondersteboven. Maar ook weer niet. Want ik ging terug naar Delft. Leefde mijn leven door, en als ik thuis kwam, waren mijn ouders er beiden gewoon. Het verlies was niet zó dichtbij dat het míjn leven echt beïnvloede. Ik denk eraan dat ze die zomer op vakantie gingen. Met een hele club buren. Naar een camping waar wij ook ooit met ze zijn geweest. Toen dacht ik daar niet over na. Ze gingen gewoon. En fijn dat ze met een groep mensen gingen die ze kenden.

Nu pas kan ik me iets van de waas voorstellen die zo’n verlies met zich mee brengt. Nu pas vraag ik me af of ze zich het verlies toen überhaupt al echt realiseerden. Voor ons was de dood van hun moeder toen al een feit. Maar misschien zaten zij tijdens die vakantie nog wel in de roes van die eerste maanden, waarin je nog totaal niet beseft dat dood echt dood is, echt weg, voor altijd. Met terugwerkende kracht voel ik met ze mee. Denk ik hieraan.

Het verschil tussen het wel en niet zien

Gelukkig zijn er maar weinig mensen die zo’n groot en veel te vroeg verlies moeten dragen. En gelukkig zijn er ook mensen die de Thestrals nog niet zien, die zich wel in proberen te leven en meevoelen met mijn situatie.

Ik merk dat ik veel boosheid voel richting mensen die daar minder goed in zijn. Die gedachteloos dingen doen of zeggen die mij ontzettend raken. Die boosheid komt vooral omdat ik niet snap dat ze zich zelfs niet een beetje proberen in te leven. Als ze toch een beetje hun best zouden doen om zich voor te stellen hoe het zou zijn om…. Dan zouden ze dit niet doen of zeggen. Maar goed. Zij zien het niet. Zij zien de Thestrals niet. Dus probeer ik me er niet teveel van aan te trekken.

Zo blijkt er een diepere wijsheid te zitten in de Harry Potter verhalen. Het maakt gewoon echt uit of je de dood van dichtbij hebt meegemaakt. Daar is geen goed of fout aan. Het is alleen wel echt een duidelijk verschil. Een verschil in je beleving van verlies en rouw. In je voorstellingsvermogen richting iemand die een groot verlies heeft geleden.

Die Thestrals komen Harry op een gegeven moment te hulp, trouwens. Niet echt tof dat ik ze nu ook zie. Maar laat ik er maar vanuit gaan dat het feit dat ik ze nu zie, me vast ooit ook van pas zal komen.  

Wat rouwenden doen: het vergelijken van hun verlies

Wat rouwenden doen: het vergelijken van hun verlies

Ieder mens heeft de neiging tot vergelijken. Niet echt nuttig of handig. Maar ik denk dat het er bij ons gewoon ingebakken zit. Zelfs met rouw bespeur ik bij mezelf de gedachte dat het ene verlies me erger lijkt dan het andere. Ik merk dat ook andere rouwenden die denkstap maken. Onbewust, voordat we het weten, hebben we blijkbaar al een vergelijk gemaakt. Maar het verrast me hoe verschillend de uitkomsten van die denkstap zijn. 

Vergelijken van verlies: nòg erger

Vanaf de 20 weken echo wisten we dat het niet goed ging met ons kindje. Dat hij waarschijnlijk binnen een paar weken zou overlijden in mijn buik. De onzekerheid duurde uiteindelijk bijna 12 weken, in plaats van die paar weken die ons voorspeld waren. Weken waarin we de ene onmogelijke afweging na de andere moesten maken. Weken waarin ik elke dag meteen na het wakker worden probeerde te voelen of ik ons jongetje nog voelde bewegen. Als ik dat niet voelde, zou ik die dag extra goed op moeten letten. Als ik het die hele dag en de ochtend erna nog niet zou voelen, zou ik naar het ziekenhuis moeten om te controleren of hij al dood was. En dan op zeer korte termijn bevallen. Weken waarin we dus continu paraat stonden. Slopende weken.

Maar wij wisten tenminste dat ons kindje misschien dood zou gaan. Er zijn ook kindjes die met 38 weken plots overlijden in de buik. Dat leek me nog erger. Het kamertje thuis al helemaal klaar. Geboortekaartje uitgezocht. Alles voorbereid. En dan valt onverwachts je droom in duigen. Moet je bevallen van een dood kindje. Moet je dat kindje cremeren of laten begraven. Dat plotselinge leek me nòg erger dan onze situatie.

Ik sprak laatst een mama die haar eerste kindje precies zo verloren is. Onverwachts, aan het einde van de zwangerschap. We vertelden elkaar ons verhaal. Ook zij maakte het vergelijk. En zei tot mijn verrassing vol overtuiging: “Oh, hoe het bij jullie is gegaan, dat lijkt me nog zó veel erger!”. Ze was blij dat zij niet al die moeilijke beslissingen hadden moeten nemen. Niet zo’n ellendig lange tijd in onzekerheid hadden gezeten.

Op mijn tegenwerping over dat wij het tenminste nog soort van aan hadden zien komen, zei ze heel ferm: “Maar je kon toen toch nog niet beginnen met afscheid nemen? Er was al die tijd nog dat kleine beetje hoop. Zeker omdat hij tegen alle voorspellingen in toch niet dood ging al die weken. Nee hoor, dat maakt het echt op geen enkele manier makkelijker.”

Een totaal andere situatie

Ook is me de laatste tijd vaak door het hoofd geschoten dat het minstens net zo erg moet zijn om je partner te verliezen. Om door te moeten leven zonder je vriendje, je maatje. In het huis waar je samen geleefd hebt. Waar zijn spullen nog staan. Door te gaan met het leven waarin je zo lang zo veel samen hebt gedaan en gedeeld. Ik kan me er echt niets bij voorstellen hoe iemand dat ooit voor elkaar krijgt.  

Tieme is 7 maanden in mijn leven geweest. En natuurlijk al jaren en jaren daarvoor, als grote wens. Maar hij is niet levend in mijn leven geweest. Heeft hier niet geslapen, gehuild, gepoept, gedronken. Op de een of andere manier lijkt het me nog moeilijker als je iemand verliest aan wie je echt gewend bent in je leven. Met wie je jarenlang geleefd hebt, en zonder wie je dan door moet.

Mijn oom is zijn vrouw veel te vroeg verloren. Hij vond mijn verlies vele malen erger. Hij had tenminste herinneringen op kunnen bouwen. Kon terugkijken op een prachtige tijd samen.

Vergelijken biedt troost

Ergens is het mooi, dat elkaars verliezen ons blijkbaar nòg moeilijker lijken. Je eigen verlies heb je te dragen, er is nou eenmaal geen andere optie. Dus je vindt er een weg in. Ook al is het een ondraaglijk verlies. Het verlies van de ander maak je niet mee. En voelt dus blijkbaar nòg minder draaglijk.

Het zit misschien wel in onze natuur om altijd iets te zoeken wat je nóg erger lijkt. Op de een of andere manier verzacht het je eigen omstandigheden. Door te denken: het kan altijd nog erger.

En ergens vind ik het toch ook fijn om te horen dat die mensen, die ook zulke enorme verliezen hebben geleden, mijn verlies nòg erger vinden. Ik ben zo ontzettend onderuit geschoffeld. Het voelt als een soort erkenning. Als de bevestiging dat het niet gek is dat ik zoveel moeite heb met mijn verlies. Het verlies wat ik zelf af en toe probeer te verminderen door te denken: maar het was geen levend persoon die letterlijk een gat in mijn leven naliet. En: maar we zagen het tenminste al aankomen. Rationeel vind ik dat ik die erkenning niet nodig heb. Ik voel wat ik voel, en het is zo erg als dat het voelt. Maar toch. Een stukje extra bevestiging is fijn. Zeker voor het tuimelpoppetje wat ik momenteel ben.

Dat vergelijken is natuurlijk volstrekt zinloos. Welk vergelijk dan ook. Verliezen. Aantal kinderen. Banen. Wel of juist niet gepakte kansen. Het zou waarschijnlijk beter zijn het nooit meer te doen. Scheelt een hoop gedenk, gepieker en frustratie. Het is een goed streven het minder te doen. Maar het is menselijk. En gaat bijna automatisch.

Ieder verlies is anders. Iedere rouw is anders. Toch maken we dus blijkbaar onbewust een vergelijk. En zolang dit ons op de een of andere manier ook een beetje troost brengt, lijkt me dat ook eigenlijk volstrekt geen probleem. 

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay

Hoe gaat het?

Hoe gaat het? Rouw

Hoe gaat het? Deze vraag vind ik ontzettend moeilijk. Het is voor bijna iedereen de eerste vraag die men stelt. Automatisch, zonder na te denken. Maar wat is het een ontzettend ingewikkelde vraag als je in de rouw bent.

Hoe gaat het? De eerste maanden in rouw

Als ik deze vraag in de eerste maanden kreeg, kon ik alleen maar vol terror naar de vragensteller kijken. Met open mond en wijd gesperde ogen. Hoe kan je dit vragen? Het gaat NIET. Het gaat op geen enkele manier. Wat verwacht je dat ik antwoord? Ik wist echt niet wat ik moest zeggen. En antwoorde dat dan ook maar: ‘het gaat niet’. Om daarna stil te vallen. Want hoe moest ik uitleggen hoe ik me voelde? Wat een drama dit was?

Antwoord #2: het is hard werken

Na een maand of drie stapte ik over op een ander antwoord. ‘Het is hard werken’. Met daarna een uitleg over wat dat harde werken dan allemaal was. Dat antwoord kwam het dichtste bij hoe het voelde. Al was het toen ook echt letterlijk nog hard werken, met volle weken door meerdere ziekenhuisbezoeken, Lumen’s verjaardag en kinderfeestje, de eerste ‘kraambezoekjes’, de eerste therapeut. Allemaal emotionele dingen.

Dat er daarnaast ook nog ontzettend veel verdriet was, dat noemde ik niet per se. Dat het eigenlijk ook nog puur overleven was ook niet. Het was overleven om de dagen door te komen. Te zorgen dat we allemaal ’s ochtends opstonden, gewassen, aangekleed en getandenpoetst. Dan moesten we ook nog zorgen dat er eten in huis was, dat we dat opaten en dat we op een gegeven moment allemaal weer getandenpoetst in bed belandden.

Dat overleven deden we dus naast die gevulde agenda vol met emotionele dingen. Dat was dus hard werken.

En nu dan?

Inmiddels zijn we weer een paar maanden verder. En nog steeds vind ik ‘Hoe gaat het?’ een lastige vraag. Het is zó groot. Er speelt zó veel.

Het afscheid nemen van al die verschillende stukjes. De moeite die ik heb met onbedoeld onhandige opmerkingen. De therapie waarmee ik net gestart ben. De moeilijke weg daarheen waarop ik bij twee therapeuten begon en ook weer stopte, maar waarbij nummer 3 gelukkig wel prettig is. Het verdriet wat ik in de gezichten van mijn man en Lumen zie, en wat me dan verdrietig maakt voor hen. De fijnheid die ik gelukkig inmiddels ook af en toe weer voel, zoals op onze vakantie vorige week. Dat alles loopt door elkaar heen.

Hoe kan ik dat ‘even’ uitleggen? En daarnaast: ik heb niet altijd bij iedereen fut en/of zin om dit allemaal te vertellen.

Ik weet dus eigenlijk nog steeds niet goed wat ik moet antwoorden als iemand het me vraagt.

Hoe is je dag vandaag?

Ik weet dat ‘Hoe is het?’ in onze cultuur nou eenmaal de meeste gangbare vraag is om te stellen. Aan je vrienden. Maar ook aan je buurvrouw, de moeder van een vriendje van je kind, die kennis die je eigenlijk niet heel vaak spreekt. Dus ik voel me niet meer zo geïrriteerd als de eerste maanden als de vraag gesteld wordt. Ik snap inmiddels weer wat beter waarom de vraag gesteld wordt.

Maar ik ben er wel verbaasd over dat we met z’n allen dus niet weten dat dit echt een rotvraag is voor iemand die het moeilijk heeft. Wat weten we toch ontzettend weinig over rouw. In het boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ van Manu Keirse lees ik dat ik niet de enige ben die dit een vreselijke vraag vindt. Er wordt dan ook geadviseerd om de vraag niet te stellen aan een rouwende.

Ik vind een gerichtere vraag stukken fijner om te beantwoorden. Hoe is je dag vandaag? Hoe ben je de afgelopen weken doorgekomen? Hoe was je nieuwe therapeut/de vakantie/moederdag? Dan hoef ik niet alles te vertellen. Mijn hersenen gaan niet hard rondtollen om te bedenken wat ik allemaal wel en niet vertel over hoe het is. De helft van de tijd wéét ik eigenlijk niet eens hoe het nou eigenlijk is. Dus een gerichte vraag is fijner. Dan kan ik die beantwoorden en zien we daarna wel verder.

Aangezien de ‘Hoe is het?’ vraag zeker blijft komen, broed ik verder op het meest geschikte antwoord voor nu. Het kortste antwoord is ‘moeizaam’. En toch omschrijft dat de situatie best accuraat. Misschien ga ik dat antwoord eens een tijdje testen de komende tijd.

Nieuwe buren

We hebben nieuwe buren. Ze hebben het voor elkaar gekregen om binnen een week zo’n enorme ruzie te krijgen dat 8 man politie nodig was om de boel rustig te krijgen. En daarna om hun huis in brand te laten vliegen. We zijn ontzettend bang geweest. Op meerdere manieren.

De brand is gelukkig niet overgeslagen naar ons huis, maar het duurde een uur voordat dat duidelijk was. Ons gevoel van veiligheid in huis is totaal verdwenen. Dit blog had ik ervoor al klaar staan. Misschien schrijf ik nog wel een keer wat uitgebreider over deze nieuwe situatie die een behoorlijke impact heeft op ons. Maar voor nu hou ik het even bij dit blog over weer een facet van het rouwproces.

Tuimelpoppetje

Ik ben een tuimelpoppetje. Ik kan niets hebben. De wereld wordt door de versoepelde corona-maatregelen weer langzaam groter en dat vind ik heel moeilijk.

Ik ben een tuimelpoppetje. Ik kan niets hebben. De wereld wordt door de versoepelde corona-maatregelen weer langzaam groter en dat vind ik heel moeilijk.

De wereld wordt weer groter en dat vind ik heel moeilijk

Nu de maatregelen rondom corona weer wat versoepelen, gaat de wereld langzaam weer open. Ik mag weer bij de fysio langs. Ik kan starten bij een nieuwe therapeute. Beiden hartstikke fijn. Maar ook energievretend. En mensen zoeken weer contact. Vragen hoe het gaat. Willen afspreken.

Er komt ineens vanalles bij. Lumen is nog het merendeel thuis. Ze is nu in totaal 3 dagen naar school geweest. Er is dus nog niet zoveel af. Dat wringt. Ik slaap slecht. Ik ben nog steeds niet toe aan die mensen zien of spreken. Maar ik krijg de vragen wel. Moet er dus wel steeds over nadenken. De knoop doorhakken: wil ik er iets mee, of niet? Nee zeggen.  

Hoe gaat het?

Mensen vragen me hoe het gaat. Dat is een vraag die ik ontzettend moeilijk vind. Ik weet niet hoe ik ‘m moet beantwoorden. Het is zó groot. Zó veelomvattend. Hoe moet ik dat nou uitleggen. Ik weet het niet. Het zijn dan soms ook nog mensen die de afgelopen jaren regelmatig hebben laten zien in mijn boze buitenwereld te horen. Dus ik durf eigenlijk niet met ze in gesprek te gaan. Pure zelfbescherming. Straks zeggen ze weer iets wat me raakt. Ik heb momenteel echt geen huid. Geen filter. Alles komt keihard binnen. Dus ik durf het niet aan. En geef dus maar geen antwoord. Spreek niet met ze af.  

Werk

Daarnaast sprak ik vorige week de bedrijfsarts. Hij gaf aan dat we over een aantal weken eens moeten gaan kijken hoe werk weer naast al het andere past. Dat doet me meer dan ik wil.

Ik dacht een paar maanden geleden ook dat ik tegen deze tijd al wel zou willen beginnen met werken. Maar toen kwam corona. Kwam Lumen thuis te zitten. Gingen alle moeilijke dingen die ik nog rondom Tieme wilde regelen on hold: een ontwerp maken voor een herinneringsdoos. Een foto uit laten vergroten en aan zijn opa’s en oma’s geven. Zorgen dat zijn foto’s niet alleen hier in huis opgeslagen zijn, maar ook op andere plekken. Een urn uitzoeken. De ‘kraambezoeken’, die me al zo zwaar vielen, stopten helemaal. Ik heb een aantal mensen nog steeds niet gezien en gesproken na het overlijden van Tieme. En ook de tweede therapeut bleek erg tegen te vallen. Waardoor ik nog steeds niet kon beginnen met het therapie-traject wat ik zo ontzettend hard nodig heb.

Weer iets wat erbij komt dus. Terwijl dat voor m’n gevoel nog totaal niet past. Ik wil graag mijn vriendinnen en broertje eerst spreken over Tieme. Voordat ik er met collega’s over moet spreken. Ik wil eerst een goede start gemaakt hebben met die therapie. De therapeute is fijn trouwens. Daar ben ik ontzettend opgelucht over. Maar ze verwacht een traject van ongeveer een jaar. En de eerste 3-4 keer is puur intake, daarna beginnen we pas echt.

Huilen om mezelf

Ik moest gisteravond ontzettend huilen. Ik dacht terug aan vorig jaar koningsdag. We waren in de tent op het grasveld bij ons achter. Met een aantal vriendenstellen. Die allemaal 2 of meer kinderen hebben. Lumen vond het fantastisch. Zoveel kindjes om mee te spelen. Maar op een gegeven moment kwam ze naar me toe. Verdrietig. “Mama, wanneer krijg ik nou eindelijk een broertje of zusje?” Ik kreeg ook tranen. “Ik weet het niet meisje. Ik hoop dat je ooit nog een broertje of zusje krijgt.”. Ik dacht gisteravond aan hoe ik me toen voelde. Hoe moeilijk ik het vond dat niet alleen mijn man en ik, maar ook mijn dochtertje zo duidelijk het gemis van een broertje of zusje voelde. Aan hoe onzeker ik me voelde, of dat ooit nog zou komen. Aan hoe ik me maar een paar weken later voelde, toen ik zwanger bleek te zijn.

En toen dacht ik aan nu. Aan hoe ik de situatie toen al moeilijk vond. Maar hoe de situatie het afgelopen jaar nog zo ontzettend veel moeilijker is geworden. Zwanger. Wel een broertje krijgen. Maar een broertje wat niet bleef leven. Waar we afscheid van moesten nemen. Wat we moesten cremeren. Een papa en mama die totaal onderuit geschoffeld zijn. Door dat verlies. Door de achtbaan ervoor. Door alle kindjes waar ze eerder al afscheid van hebben moeten nemen.

Toen moest ik huilen om mezelf. Ik ben al ontzettend verdrietig geweest om het verlies van Tieme. Om het feit dat Lumen nu alsnog als enig kind opgroeit. Ik heb al heel veel gehuild om dat ik mijn man niet meer dan één levend kindje heb kunnen geven.  Maar gisteravond huilde ik voor het eerst om mezelf.

Hoe heb ik het toch voor elkaar gekregen dat ik nu WEER zo totaal uit de running ben? Dat ik WEER een ontzettend lange tijd niet werk? Dat ik fysiek WEER helemaal opnieuw moet beginnen? Gewicht wat er weer af moet, conditie erbij. Dat ik straks voor de derde keer een re-integratie moet doen op mijn werk, wat ik de vorige twee keer zo ONTZETTEND zwaar heb gevonden? Waarom? Waarom is dit zo?

En hoe moet ik het in hemelsnaam voor elkaar te krijgen ooit weer een beetje normaal te kunnen leven? Enigszins normaal te kunnen functioneren?

Elastiekje

Ik ben een elastiekje waar geen rek meer in zit. Ik heb het gevoel dat ik gek aan het worden ben. Ik vind het ontzettend lastig dat ik maar zo weinig aan kan.

Uit deze periode zal ik ongetwijfeld meerdere lessen leren. Ik denk dat één van de belangrijkste lessen die er te leren zijn is: van weerstand naar accepteren.

Ik heb de afgelopen jaren al ontzettend vaak gedacht: dit heb ik zo niet gewild. Ik had niet gewild dat ik moest stoppen met beachvolleyballen. Dat ik niet meer kan rennen. Ik had niet gewild dat ik door de zwangerschap van Lumen weer 2 jaar bezig was met herstellen. Na die 2 jaar knie-revalidatie. Ik had nooit maar 3 dagen per week willen werken. Ik wou 4. Maar na anderhalf jaar re-integreren lukte 3 maar net. En gaf ik het op om ook die 4e er nog bij te willen. Ik had geen 4 miskramen gewild.

En over Tieme heb ik natuurlijk wel 1000 dingen die ik niet zo gewild had.

Er is dus heel veel weerstand in mij. Logisch misschien, met alles wat er gebeurd is. Maar niet constructief. Ik wil dat niet meer. Ik word er verdrietig en boos en moe van. En het brengt me niets. Het leven is nou eenmaal niet te sturen. Dus ik ga op zoek naar aanvaarding. Naar acceptatie van wat ik toch niet kan veranderen.  

Ik google erop, hoe dat dan moet, van weerstand naar acceptatie. Ik vind dommige voorbeelden. Accepteren dat het regent, in plaats van daarvan balen. Tja. Nogal wiedes. Ik geloof niet dat ik ooit veel van het weer gebaald heb. Dàt accepteren lukt me dus prima. Ik vind de dingen die ik te accepteren heb van een andere orde. Maar goed. Het idee is hetzelfde. Het zal zeker niet makkelijk zijn. Maar ik ga toch proberen deze les te leren.

Bron: Instagram, @Phillysextherapy

Zorgen voor mezelf

Mijn wijze mama zei al heel snel nadat Tieme geboren en overleden was: “Je bent je eigen heelmeester. Jij weet het beste wat goed voor je is”. Ook de nieuwe therapeute, waar ik pas 1x geweest ben, zei iets in die strekking: “Jij moet heel goed voor jezelf gaan zorgen”.

Ik wilde dat we een jaar verder waren. Dat ik gewoon weer lekker aan het werk was. Dat ik dat vreselijke re-integreren gehad had. Maar daar ben ik nog niet. Dus tot die tijd zal ik proberen mijn eigen heelmeester te zijn. Te blijven luisteren naar wat ìk wil en kan. En dan maar ‘nee’ te zeggen. Omdat dat, volgens onderstaande Pinterest-tegeltjes-wijsheid, ook een vorm van zorgen voor mezelf is.

Bron: rianbowbright.blogspot.com

En dan over dat accepteren. Het is nu eenmaal zo dat ik momenteel een tuimelpoppetje ben. Dat kan ik vervelend vinden. Ik kan ervan balen. Ik kan wensen dat ik alweer veel meer aan kon. Maar dat helpt allemaal niets. En dat brengt me niets. Ik ben een tuimelpoppetje. En dat is nu eenmaal wat het is. Het wordt vast ooit wel beter. Maar voor nu is het wat het is. Dat zal ik proberen te accepteren.

Lumen en Tieme

Lumen en Tieme

Over blauwe plekken gesproken. Alleen al dit zo op mogen schrijven hier. De namen van mijn twee kinderen. Namen die ik hoopte onder duizenden kaarten te mogen schrijven, en in vele formulieren in te mogen vullen. Voor ouders van levende kinderen iets wat ze regelmatig doen. Maar iets wat voor mij zelden of nooit voorkomt. Au.

Heftig

Ook voor ons meiske is het heel heftig geweest. Eerst horen dat haar lang gekoesterde wens uit zou komen. Een zusje was wel beter geweest vond ze. Maar na even wennen was een broertje ook best tof.

Dan ineens het bericht dat het niet goed gaat met het broertje. Dat hij niet goed groeit. ‘Maar dan moet jij gewoon meer eten, mama’. ‘Dat helpt niets, lieverd. Jammer hè…’.

Twee weken later: ‘Lieverdje, de dokter denkt dat het echt niet goed gaat met je broertje. Dat hij binnenkort dood gaat in mijn buik’.

Verdriet. Geen idee hebben wat dood eigenlijk betekent. Het superknap in de kring vertellen op school. En ondertussen steeds maar weer een papa en mama die naar het ziekenhuis gaan. Die gespannen zijn, en verdrietig. Opa en oma’s die op komen passen. 

Weten dat je elk moment van school gehaald kan worden door iemand anders dan je verwacht. Je logeerkoffertje staat gepakt.

Toch niet?

Broertje gaat niet dood. Ziekenhuisbezoeken gaan door. Papa en mama op hun tandvlees. Logeerkoffertje raakt langzaam uitgepakt. Want wekenlang een koffertje klaar hebben staan zonder er iets uit te pakken is best moeilijk.

Net als je denkt: het zal misschien wel meevallen. Broertje gaat al weken niet dood, ook al zeggen papa, mama en de dokters het. Net dan, word je na een lange dag op school ineens opgehaald door de papa van je twee vriendinnetjes. Mag daar eten. Daarna ga je met opa en oma mee om te logeren. Mama en papa moeten in het ziekenhuis blijven. Éen nachtje. Twee nachtjes. Drie nachtjes.

Dood broertje

Dan bellen papa en mama vanuit het ziekenhuis. ‘Je broertje is geboren. En hij is dood, lieverdje….’.

Diezelfde dag kom je naar het ziekenhuis. Kennis maken met je broertje. Je ziet een dood baby’tje. Gelukkig is de fotografe er ook, die zowel jou als ons op ons gemak weet te stellen, en ons laat zien hoe fijn we alsnog ons jongetje kunnen vastpakken en knuffelen. Daarna weer mee terug met opa en oma.

Na nog een paar nachtjes mag mama eindelijk naar huis. En jij dus gelukkig ook. Fijn om thuis te zijn. Maar wat zijn we verdrietig. We eten met z’n 4en pizza op de bank. Raar dat één van die vier niets eet. Koud is. En stil.

De dood

De crematie. Alle grote mensen om je heen huilen de ogen uit hun hoofd. Iedereen die normaal jouw veilige haven is, is zo ontzettend verdrietig. Je kijkt er met grote ogen naar. Probeert ons te troosten.

De dood. Iets waarmee de meeste mensen pas veel later in aanraking komen. En waarmee de meesten mogen oefenen bij een opa of oma. In ieder geval bij iemand die ruim ouder is dan jij, bij iemand die eerder dood hoort te gaan dan jij.

Niet voor jou. Op 4-jarige leeftijd komt de dood al in je gezin. Bij je kleine broertje. Maak je een crematie mee. En onvoorstelbaar veel verdriet, bij alle mensen die jouw veilige wereld vormen.

We vertellen je dat Tieme een ster geworden is. Dat zijn lijfje dan wel “in de oven” gegaan is, maar dat zijn zieltje, zijn geestje (tja, dit concept blijft moeilijk uitleggen) een ster is geworden. Dat hij zo toch nog bij ons is, en dat we ‘m in de nacht kunnen zien.

Daarna

In de weken daarna zijn papa en mama uitgeput. Je gaat naar school. Je speelt bij vriendjes en vriendinnetjes. Nog even niet bij jou thuis, dat is nog te druk voor mama en papa. We vieren samen kerst. Nou ja, niet helemaal samen. We missen Tieme.

We vieren je verjaardag. We maken er het beste van. Je hebt het leuk. Tijdens het eten ben je ineens verdrietig. Je mist Tieme.

Je loopt regelmatig naar het raam wanneer het donker is. Kijken of je Tieme kan zien.

We vieren je eerste kinderfeestje. Heerlijke dag met veel zon, en dat begin februari. Je geniet. En wij genieten met je mee.

Moe

Je hebt voorjaarsvakantie. Voor papa en mama nog steeds aanpoten, zoals ik eerder hier schreef. Voor jou hard nodig. Je bent hartstikke moe. Ook na die week zeggen je vader en ik tegen elkaar: ze is nog steeds heel moe. Wat wil je, met zo’n gekke en verdrietige periode achter de rug.

Corona

En nu is er corona. Waardoor je wekenlang thuis bent. Je gaat hier naar de thuisschool, die je de ‘Eenhoornschool’ gedoopt hebt. Je doet werkjes, en hebt de ochtenden juf mama en de middagen meester papa, of andersom.

En je denkt ontzettend veel aan Tieme.

’s Nachts ben je wakker. We doen wat we dan vaker doen: we spreken een plek af waar we allebei naartoe zullen gaan in onze dromen, zodat we elkaar daar zien. Meestal spreken we in de speeltuin af ofzo. Nu: “We gaan naar het raket, mam! Om dan samen naar Tieme te gaan!”.

Pap vindt een wimper op je wang. Hij legt uit dat je hem weg mag blazen, en dan een wens mag doen. Je blaast je wimper weg, en wenst een broertje.

We hebben het over de baard in de keel. Papa legt uit wat dat is, en dat jongetjes dat op een gegeven moment krijgen. “Zou Tieme dat ook krijgen?” vraag je. Het is even stil. Misschien realiseer je je ineens dat Tieme nooit groter wordt. “Daarboven? In de hemel?” voeg je eraan toe.

Je bent ontzettend veel met je broertje bezig. Je tekent hem, als ster. Ook al zijn sterren ECHT heel moeilijk om te tekenen. Je praat over hem. Je bent verdrietig om hem.

In normale schoolweken heb je 2 lange dagen. Van de drie middagen dat je om 14u klaar bent op school, heb je één middag zwemles. De andere twee middagen speel je het liefst met vriendjes of vriendinnetjes. Hartstikke druk dus.

Ik hoop dat deze surrealistische corona periode je rust brengt, lief meiske van me. En stukjes verwerking. Tieme en de hele situatie om hem heen komen nu soms wel 10 keer voorbij op een dag. Blijkbaar heb je daar nu de rust en de ruimte voor. Misschien was dit wel precies wat je nodig had.

De boze buitenwereld

Foto door Chait Goli via Pexels

Mensen zeggen dingen. Niet verkeerd bedoelt. Meestal juist lief. Maar regelmatig zo pijnlijk. Het raakt me enorm. Zo erg, dat ik inmiddels bang ben voor ‘de boze buitenwereld’.

De dingen die mensen zeggen en doen

Na mijn eerste miskraam. Een vriendin van me is wèl zwanger. Ik heb al een hele tijd niets laten horen, vind het te moeilijk. Uiteindelijk vind ik dat ik, als haar verlof begonnen is, nog één keer wat moet laten horen vóór haar bevalling. Ik raap mijn moed bij elkaar, en stuur haar een appje. “Hoe gaat het?” “Nou, het is wel zwaar hoor. Ik ben het wel een beetje zat inmiddels.” Dat snap ik. Maar ik had zo graag in haar situatie gezeten.

Na Lumen’s geboorte was de wens voor een tweede al direct heel groot. Maar ik had zo veel last van mijn bekken de jaren erna, dat we heel lang niet wisten of een tweede kindje wel een mogelijkheid was. Ondertussen raakten mensen om ons heen wel zwanger van de tweede. Terwijl wij met pijn in ons hart daar niet aan konden beginnen. Aan het hopen waren dat ik ooit voldoende zou herstellen om het überhaupt een mogelijkheid te laten zijn. Tegen ons werd gezegd: “Het is wel veel drukker hoor, twee kinderen!” Joh. Dat snap ik. Maar ik zou er wat voor geven die drukte te mogen hebben. En ik denk ook dat jij een miljoen keer liever die drukte hebt, dan het gemis van een tweede kindje. Een broertje of zusje voor je eerste kind.

Twee dagen nadat we hoorden dat Tieme zeer waarschijnlijk in mijn buik zou overlijden: “Heb je het al een plekje kunnen geven?” SERIOUSLY? Een plekje kunnen geven? We zijn totaal in shock. Ons kindje leeft nog hoor. Hoe kan je nou denken dat we zijn aanstaande verlies na twee dagen al een plekje hebben kunnen geven!?

Ik sta met mijn 5,5e maand zwangere buik op Lumen’s school. De juf weet van onze verdrietige situatie, en komt als troostende opmerking maken: “Er is niets wat je tegenhoudt om het hierna nog eens te proberen”. WAT? Mijn zoontje zit nog in mijn buik. Hij leeft nog. Hoe kan je dit nu al zeggen? En bovendien: na 4 miskramen, nu mogelijk een doodgeboren kindje, en met mijn 39e verjaardag toen binnen een paar weken, is het echt niet zo dat er niets is om ons tegen te houden. Alsjeblieft zeg…

Diezelfde opmerking kreeg ik trouwens ook in het ziekenhuis, op de dag van de geboorte en dood van Tieme. Van de schoonmaakster die mijn badkamer kwam schoonmaken. Ik was net bevallen van mijn dode zoontje. Nog doodziek van de pre-eclampsie. En dan krijg je zo’n opmerking om je oren. Van iemand die je niet kent, waar je geen behoefte aan hebt. Die in je meest kwetsbare moment je eigen miniterritoriumpje binnendringt. Waar mijn zoontje dood lag te liggen in zijn waterbakkie.

Onze hulp komt niet, vanwege Corona. Ze werkt ook bij een aantal andere gezinnen in ons dorp, en woont zelf in een stadje in de buurt. Omdat ik niet wil dat ze nu wekenlang zonder inkomsten zit, app ik naar die gezinnen dat ze, mochten ze haar door willen betalen, dat in een envelopje bij ons in de bus kunnen doen, zodat wij het haar in één keer kunnen brengen. In eén van die gezinnen is ook net een kindje geboren. Ik ben blij voor hen. Maar vind het wel moeilijk. De mama en ik zouden een klein stukje overlappend verlof hebben. Zij heeft nu verlof en een levend kindje. Mijn verlof is inmiddels afgelopen, maar ik voel me na Tieme’s dood nog niet in staat te werken. Als ik hun envelopje in de bus vind, herken ik het. Het is van hun geboortjekaartje. Ze hebben het geld bij het geboortekaartje van hun dochtertje gedaan. Zo vragen ze ons dus om het geboortekaartje van hun levende kindje naar onze hulp te brengen. AU.

Ik ben er totaal door van slag. Ze bedoelen het niet verkeerd. Staan er waarschijnlijk niet bij stil hoe hard sommige (de meeste) dingen nu bij me aankomen.

Bang

Ik kan niet zeggen dat ik het ze niet kwalijk neem. Hoe erg je ook in je eigen wereldje zit, je kan echt wel even nadenken wat je zegt of doet bij iemand die net zo’n enorm verlies heeft geleden. Maar ik wìl het ze niet kwalijk nemen. Ik weet dat ze het niet doen om mij te kwetsen.

Ik heb momenteel maar contact met heel weinig mensen. Mensen die de juiste dingen zeggen. En die rekening houden met hoe ik me voel en met wat ik wel, maar vooral nu ook gewoon even niet, kan horen. Eigenlijk ben ik gewoon bang voor alles daarbuiten. Ik ben bang voor de boze buitenwereld.

Ik wéét namelijk dat er situaties als hierboven gaan komen. Misschien nog wel vaker en pijnlijker. Het verdriet om Tieme nu is namelijk echt niet te vergelijken met hoe ik me voelde na mijn eerste miskraam. Dus misschien zal alles nòg wel harder aankomen dan toen.

Een moeder in mijn online lotgenoten groep omschreef het mooi: ze voelde zich gescalpeerd, zonder huid, waardoor alles veel harder binnenkomt. Ja. Dat dus.

Misschien moet ik ook gewoon niet meer de open vraag “Hoe gaat het?” stellen. Want de kans dat er een antwoord komt wat ik moeilijk vind (over hoe druk/zwaar/moeilijk het nu is met de kinderen, hoe erg ze elkaar in de weg zitten) is, zeker nu in deze Corona-tijden, natuurlijk heel groot. Ik moet er niet op hopen dat diegene na zal denken over dat ik dit misschien nu even liever niet hoor. Dat het wel lastig is dat je kinderen elkaar in de haren vliegen. Maar dat je dat waarschijnlijk een miljoen keer liever kiest, dan ongewenst maar één (levend) kindje hebben. Ik moet er niet op hopen dat die ander mij zal ontzien in het antwoord.

Ons veilige kleine wereldje

Ik hoop dat het me ooit weer lukt om begrip te hebben voor de uitdagingen van anderen. Want ieder heeft zijn uitdagingen. Dat weet ik. Als ik wèl meerdere kindjes had gehad, had ik dat nu ook zwaar gevonden. En waarschijnlijk was/ben ik ook niet altijd even tactisch naar andere mensen.

Bron: Instagram, @jijalsbron

Dat dus, wat hierboven staat. Daar wil ik graag komen.

Voor nu ben ik daar nog niet. Helaas. Voor nu ben ik nog de prinses op de erwt. Ben ik een tuimelpoppetje, wat niets kan hebben. Wat bij het minste of geringste uit balans is. Op dit moment moet ik met fluwelen handschoenen aangepakt worden.

Ik wil dat niet. Ik baal ervan. Maar het is nu zoals het is. Die combinatie van mijn overgevoeligheid en de boze buitenwereld doet me de moed in de schoenen zakken. Maakt me echt bang. Ik zal meer olifantenhuid moeten kweken. Ik hoop dat de tijd daarbij gaat helpen. Een misschien een psycholoog. Als ik na deze corona crisis ooit nog eens door een wachtlijst kom van eentje die ik wel fijn vind.

Tot die tijd hou ik het maar bij dat kleine groepje mensen. Blijf ik lekker in ons veilige wereldje. In ons eigen tentje. En daar helpt corona dan weer wel bij.  

Niets is leuk

We proberen weer af en toe de buitenwereld in te trekken. Ik kan niet zeggen dat ik er zin in heb. Maar ik zit al zo lang thuis, dat ik er wel een soort van behoefte aan begin te hebben. Het blijkt alleen lang niet mee te vallen.

We kunnen allebei nog niet veel input aan. Het lijkt alsof we een input-emmertje hebben wat na één tot twee uur vol loopt. En dan is het klaar. Eén op één gesprekken of activiteiten gaan inmiddels redelijk. Zo schreef ik hier al dat we met Valentijn lekker samen op date geweest zijn. Uurtje darten, uurtje biertje drinken, naar huis. Kan net.

Input

Met meerdere mensen is het lastiger. We zijn inmiddels ook alweer een keer naar de kroeg geweest met vrienden. We probeerden een rustige locatie te zoeken. Het eerste uur heb ik het fijn. Fijn om wat mensen te zien, fijn om te horen hoe het in de buitenwereld is. Die natuurlijk gewoon doordraait, ook al staat onze wereld al maanden stil. Maar na dat uur is het alsof ik ‘uitcheck’. Het rumoer op de achtergrond klinkt vanaf dan als harde herrie en is ineens ontzettend aanwezig. Ik kan geen gesprekken meer volgen en kan nauwelijks meer praten. Snel naar huis dus.

Feestje

Een tijd geleden kocht een vriend van ons voor een ‘Back to the 90s’ feestje veel kaartjes voor weinig. Ik zou eigenlijk niet meegaan (want ik zou net bevallen zijn van ons kindje). Maar dat liep anders. En toen ik in januari wat meer energie had, en daardoor behoefte aan wat anders dan alleen maar tv kijken op de bank, leek het me een goed idee toch mee te gaan. Ik wil al jaren naar zo’n Back to the 90s feestje. Pure nostalgie 😉 En het feestje was toen nog zó ver weg, tegen die tijd zou het vast wel beter gaan met de input.

Niet echt dus. We kopen oordoppen. Ik bedenk me in de week ervoor wel 10 keer dat ik misschien beter niet kan gaan. Maar bedenk steeds weer: we gaan het zien, en als het niet gaat zijn we ook zo weer weg. We zijn met een groep hele leuke en lieve mensen. De muziek brengt veel ‘o ja’-momentjes terug. Veel beter dan dit kunnen de omstandigheden voor een feestje niet zijn. Maar toch voel ik me ontheemd. Midden in de mensenmassa sta ik te denken: “Ik heb 3,5e maand geleden mijn zoontje gecremeerd. En dat weten jullie allemaal niet. Wat gek”. Die zwarte sluier van verdriet hangt ook nu weer over alles heen. Het gaat een uur en een kwartier goed. Daarna wordt het overleven en bikkel ik door tot ook mijn man er even later klaar mee is. En we gaan naar huis. Op zich goed dat we gegaan zijn denk ik. Maar echt leuk geweest? Nee.

Museum

Lumen had deze week vakantie. Heerlijk om haar meer thuis te hebben. Maar omdat mijn man en ik allebei zo laag in onze energie zitten, komt het er meestal op naar dat we haar als een soort estafettestokje doorgeven op een dag. Ik de ochtend en mijn man de middag, of andersom. We wilden ook graag 1 keer iets met z’n drietjes doen. Er zou veel regen vallen, dus we gingen voor een binnenactiviteit. Het werd het Naturalis in Leiden. Daar blijkt het ontzettend druk. File lopen door het hele museum. Er is niet echt een kinderspeurtocht ofzo, dus we moeten zelf echt aan de bak om Lumen door het museum te kletsen.

Er zijn heel veel gezinnetjes met meerdere kinderen. En heel veel baby’s. Erg moeilijk en confronterend. Nou is dat gevoel al bekend van de afgelopen jaren, met alle miskramen. Baby’s en zwangere vrouwen zijn gewoon moeilijk. Maar dit is de eerste keer dat we er na Tieme zo mee geconfronteerd worden. Bij elke baby probeer ik in te schatten hoe oud hij is. En denk ik: zo oud was Tieme nu geweest als hij nog geleefd had. Of: zou groot was Tieme ongeveer geweest als hij op z’n normale tijd geboren was. Natuurlijk zijn er wel kleine momentjes dat ik van onze dochter geniet. Als ze helemaal weg is van een nep-herdershond. Als ze enthousiast voor de zoveelste keer in een rij aansluit om door een verrekijker te kijken. Maar het is vooral weer overleven. En het duurt allemaal langer dan onze input-emmer aankan.

Koorddansen

’s Avonds liggen we uitgeput op de bank. Ik trek hardop de conclusie dat het momenteel gewoon echt moeilijk is om iets als ‘leuk’ te ervaren. Het is één grote koorddans-act, waarbij we rekening moeten houden met hoeveel energie we hebben, welke activiteit geschikt is (feestjes en musea dus nog even niet), en of het niet teveel is in combinatie met de therapie waar we inmiddels allebei mee begonnen zijn, de ziekenhuisbezoeken (waar we er in januari/februari alweer 3 van hadden, gelukkig nu hopelijk tot november niet), en de normale dagelijkse dingen. We proberen de act zo goed mogelijk te doen. Maar knikkeren ook regelmatig keihard van het koord af. Omdat we een inschattingsfoutje maken over de activiteit. Omdat we onszelf overschatten. We zullen af en toe een misstap maken.

Het is niet gek. Het is pure rouw. En dat is gewoon vermoeiend en heftig. Ik denk dat het wel gaat helpen om nu in ieder geval ook te beseffen dat op dit moment gewoon niets leuk is. Scheelt weer in de verwachtingen vooraf.

Het is trouwens lente vandaag. Daar zijn we wel aan toe.

Bleh

Zo prima als maandag de 3 maanden dag voorbij ging, zo moeizaam gaan de afgelopen dagen.

Ik loop door de stad. Ik mag van mezelf iets nieuws uitzoeken omdat de eerste 5 zwangerschapskilo’s eraf zijn. Dat lukt maar moeizaam. Wat ik leuk vind, vind ik nog niet mooi staan. Tja, die andere 5 kilo zit er nog wel aan, dus heel tevreden ben ik nog niet over mijn spiegelbeeld. En dat leuke jurkje waar ik me tijdens mijn zwangerschap al op verheugde blijkt helemaal uitverkocht. Ik zie wel veel mama’s lopen. Met babyjongetjes. Of peuterjongetjes. Ik loop in de Hema met een grote boog om de babyafdeling heen.

Ik sta op het schoolplein. Een oud-studiegenootje komt aanlopen. Haar kinderen zitten op dezelfde school. We zouden al een tijd een keer koffiedrinken. Ergens dit najaar appte ik dat af: “het lukt voorlopig niet, mijn zoontje gaat waarschijnlijk binnenkort dood in mijn buik”. Dit is de eerste keer dat ik haar weer zie en spreek. Tranen met tuiten. Gelukkig krijg ik een lieve arm om me heen. Het is meer dan een traantje laten, ik moet echt hard huilen.

Deze dagen zijn het moeilijkst. Waarin het verdriet zo duidelijk aanwezig is. Overal een zwarte sluier over ligt. Ik weet inmiddels dat ik ze door zal komen. Dat het na een paar dagen weer wat dragelijker zal voelen. Het is echt uitzingen, de dagen doorkomen.

Mijn dochtertje zei gisteren vol trots dat ze wist wat voor dag het vandaag zou zijn: de dag van de Salenvijn. De dag van de liefde. Ik moest even nadenken. Valentijnsdag dus 😀 Ik kreeg vanmorgen een ontbijt op bed van mijn lieve man. Dochter wist dat, en kroop heerlijk bij me in bed tot het ontbijt klaar was.

Ze bleek een prachtige tekening gemaakt te hebben gisteren op school. Zes kleine tekeningetjes eigenlijk. In één ervan had ze een sterretje getekend. Ik zag het meteen. Maar zei er niets over. Toen ze op een gegeven moment van elke tekening ging vertellen wat het was, noemde ze ook terloops dat dat sterretje Tieme was. Het is fijn om te merken hoe vanzelfsprekend hij op deze manier in haar leven en gedachten verweven is.  

Vanavond komt de oppas, en ga ik met mijn man op date. Lekker cheezy. Maar hé, kom op zeg. We hebben genoeg ellende gehad. Laten we vooral de liefde vieren! Dat is de laatste jaren belangrijker geweest dan ooit. Laat ons maar lekker cheezy zijn 😉

En dat jurkje heb ik online besteld. In de gedrochten van internet nog 1 exemplaar gevonden, in een kleine webwinkel uit Zeeland. Ik ben benieuwd.

Ik ga de dag tegemoet. Ik ga genieten van de liefde. Met sluier en al.