Tuimelpoppetje

Ik ben een tuimelpoppetje. Ik kan niets hebben. De wereld wordt door de versoepelde corona-maatregelen weer langzaam groter en dat vind ik heel moeilijk.

Ik ben een tuimelpoppetje. Ik kan niets hebben. De wereld wordt door de versoepelde corona-maatregelen weer langzaam groter en dat vind ik heel moeilijk.

De wereld wordt weer groter en dat vind ik heel moeilijk

Nu de maatregelen rondom corona weer wat versoepelen, gaat de wereld langzaam weer open. Ik mag weer bij de fysio langs. Ik kan starten bij een nieuwe therapeute. Beiden hartstikke fijn. Maar ook energievretend. En mensen zoeken weer contact. Vragen hoe het gaat. Willen afspreken.

Er komt ineens vanalles bij. Lumen is nog het merendeel thuis. Ze is nu in totaal 3 dagen naar school geweest. Er is dus nog niet zoveel af. Dat wringt. Ik slaap slecht. Ik ben nog steeds niet toe aan die mensen zien of spreken. Maar ik krijg de vragen wel. Moet er dus wel steeds over nadenken. De knoop doorhakken: wil ik er iets mee, of niet? Nee zeggen.  

Hoe gaat het?

Mensen vragen me hoe het gaat. Dat is een vraag die ik ontzettend moeilijk vind. Ik weet niet hoe ik ‘m moet beantwoorden. Het is zó groot. Zó veelomvattend. Hoe moet ik dat nou uitleggen. Ik weet het niet. Het zijn dan soms ook nog mensen die de afgelopen jaren regelmatig hebben laten zien in mijn boze buitenwereld te horen. Dus ik durf eigenlijk niet met ze in gesprek te gaan. Pure zelfbescherming. Straks zeggen ze weer iets wat me raakt. Ik heb momenteel echt geen huid. Geen filter. Alles komt keihard binnen. Dus ik durf het niet aan. En geef dus maar geen antwoord. Spreek niet met ze af.  

Werk

Daarnaast sprak ik vorige week de bedrijfsarts. Hij gaf aan dat we over een aantal weken eens moeten gaan kijken hoe werk weer naast al het andere past. Dat doet me meer dan ik wil.

Ik dacht een paar maanden geleden ook dat ik tegen deze tijd al wel zou willen beginnen met werken. Maar toen kwam corona. Kwam Lumen thuis te zitten. Gingen alle moeilijke dingen die ik nog rondom Tieme wilde regelen on hold: een ontwerp maken voor een herinneringsdoos. Een foto uit laten vergroten en aan zijn opa’s en oma’s geven. Zorgen dat zijn foto’s niet alleen hier in huis opgeslagen zijn, maar ook op andere plekken. Een urn uitzoeken. De ‘kraambezoeken’, die me al zo zwaar vielen, stopten helemaal. Ik heb een aantal mensen nog steeds niet gezien en gesproken na het overlijden van Tieme. En ook de tweede therapeut bleek erg tegen te vallen. Waardoor ik nog steeds niet kon beginnen met het therapie-traject wat ik zo ontzettend hard nodig heb.

Weer iets wat erbij komt dus. Terwijl dat voor m’n gevoel nog totaal niet past. Ik wil graag mijn vriendinnen en broertje eerst spreken over Tieme. Voordat ik er met collega’s over moet spreken. Ik wil eerst een goede start gemaakt hebben met die therapie. De therapeute is fijn trouwens. Daar ben ik ontzettend opgelucht over. Maar ze verwacht een traject van ongeveer een jaar. En de eerste 3-4 keer is puur intake, daarna beginnen we pas echt.

Huilen om mezelf

Ik moest gisteravond ontzettend huilen. Ik dacht terug aan vorig jaar koningsdag. We waren in de tent op het grasveld bij ons achter. Met een aantal vriendenstellen. Die allemaal 2 of meer kinderen hebben. Lumen vond het fantastisch. Zoveel kindjes om mee te spelen. Maar op een gegeven moment kwam ze naar me toe. Verdrietig. “Mama, wanneer krijg ik nou eindelijk een broertje of zusje?” Ik kreeg ook tranen. “Ik weet het niet meisje. Ik hoop dat je ooit nog een broertje of zusje krijgt.”. Ik dacht gisteravond aan hoe ik me toen voelde. Hoe moeilijk ik het vond dat niet alleen mijn man en ik, maar ook mijn dochtertje zo duidelijk het gemis van een broertje of zusje voelde. Aan hoe onzeker ik me voelde, of dat ooit nog zou komen. Aan hoe ik me maar een paar weken later voelde, toen ik zwanger bleek te zijn.

En toen dacht ik aan nu. Aan hoe ik de situatie toen al moeilijk vond. Maar hoe de situatie het afgelopen jaar nog zo ontzettend veel moeilijker is geworden. Zwanger. Wel een broertje krijgen. Maar een broertje wat niet bleef leven. Waar we afscheid van moesten nemen. Wat we moesten cremeren. Een papa en mama die totaal onderuit geschoffeld zijn. Door dat verlies. Door de achtbaan ervoor. Door alle kindjes waar ze eerder al afscheid van hebben moeten nemen.

Toen moest ik huilen om mezelf. Ik ben al ontzettend verdrietig geweest om het verlies van Tieme. Om het feit dat Lumen nu alsnog als enig kind opgroeit. Ik heb al heel veel gehuild om dat ik mijn man niet meer dan één levend kindje heb kunnen geven.  Maar gisteravond huilde ik voor het eerst om mezelf.

Hoe heb ik het toch voor elkaar gekregen dat ik nu WEER zo totaal uit de running ben? Dat ik WEER een ontzettend lange tijd niet werk? Dat ik fysiek WEER helemaal opnieuw moet beginnen? Gewicht wat er weer af moet, conditie erbij. Dat ik straks voor de derde keer een re-integratie moet doen op mijn werk, wat ik de vorige twee keer zo ONTZETTEND zwaar heb gevonden? Waarom? Waarom is dit zo?

En hoe moet ik het in hemelsnaam voor elkaar te krijgen ooit weer een beetje normaal te kunnen leven? Enigszins normaal te kunnen functioneren?

Elastiekje

Ik ben een elastiekje waar geen rek meer in zit. Ik heb het gevoel dat ik gek aan het worden ben. Ik vind het ontzettend lastig dat ik maar zo weinig aan kan.

Uit deze periode zal ik ongetwijfeld meerdere lessen leren. Ik denk dat één van de belangrijkste lessen die er te leren zijn is: van weerstand naar accepteren.

Ik heb de afgelopen jaren al ontzettend vaak gedacht: dit heb ik zo niet gewild. Ik had niet gewild dat ik moest stoppen met beachvolleyballen. Dat ik niet meer kan rennen. Ik had niet gewild dat ik door de zwangerschap van Lumen weer 2 jaar bezig was met herstellen. Na die 2 jaar knie-revalidatie. Ik had nooit maar 3 dagen per week willen werken. Ik wou 4. Maar na anderhalf jaar re-integreren lukte 3 maar net. En gaf ik het op om ook die 4e er nog bij te willen. Ik had geen 4 miskramen gewild.

En over Tieme heb ik natuurlijk wel 1000 dingen die ik niet zo gewild had.

Er is dus heel veel weerstand in mij. Logisch misschien, met alles wat er gebeurd is. Maar niet constructief. Ik wil dat niet meer. Ik word er verdrietig en boos en moe van. En het brengt me niets. Het leven is nou eenmaal niet te sturen. Dus ik ga op zoek naar aanvaarding. Naar acceptatie van wat ik toch niet kan veranderen.  

Ik google erop, hoe dat dan moet, van weerstand naar acceptatie. Ik vind dommige voorbeelden. Accepteren dat het regent, in plaats van daarvan balen. Tja. Nogal wiedes. Ik geloof niet dat ik ooit veel van het weer gebaald heb. Dàt accepteren lukt me dus prima. Ik vind de dingen die ik te accepteren heb van een andere orde. Maar goed. Het idee is hetzelfde. Het zal zeker niet makkelijk zijn. Maar ik ga toch proberen deze les te leren.

Bron: Instagram, @Phillysextherapy

Zorgen voor mezelf

Mijn wijze mama zei al heel snel nadat Tieme geboren en overleden was: “Je bent je eigen heelmeester. Jij weet het beste wat goed voor je is”. Ook de nieuwe therapeute, waar ik pas 1x geweest ben, zei iets in die strekking: “Jij moet heel goed voor jezelf gaan zorgen”.

Ik wilde dat we een jaar verder waren. Dat ik gewoon weer lekker aan het werk was. Dat ik dat vreselijke re-integreren gehad had. Maar daar ben ik nog niet. Dus tot die tijd zal ik proberen mijn eigen heelmeester te zijn. Te blijven luisteren naar wat ìk wil en kan. En dan maar ‘nee’ te zeggen. Omdat dat, volgens onderstaande Pinterest-tegeltjes-wijsheid, ook een vorm van zorgen voor mezelf is.

Bron: rianbowbright.blogspot.com

En dan over dat accepteren. Het is nu eenmaal zo dat ik momenteel een tuimelpoppetje ben. Dat kan ik vervelend vinden. Ik kan ervan balen. Ik kan wensen dat ik alweer veel meer aan kon. Maar dat helpt allemaal niets. En dat brengt me niets. Ik ben een tuimelpoppetje. En dat is nu eenmaal wat het is. Het wordt vast ooit wel beter. Maar voor nu is het wat het is. Dat zal ik proberen te accepteren.

Lumen en Tieme

Lumen en Tieme

Over blauwe plekken gesproken. Alleen al dit zo op mogen schrijven hier. De namen van mijn twee kinderen. Namen die ik hoopte onder duizenden kaarten te mogen schrijven, en in vele formulieren in te mogen vullen. Voor ouders van levende kinderen iets wat ze regelmatig doen. Maar iets wat voor mij zelden of nooit voorkomt. Au.

Heftig

Ook voor ons meiske is het heel heftig geweest. Eerst horen dat haar lang gekoesterde wens uit zou komen. Een zusje was wel beter geweest vond ze. Maar na even wennen was een broertje ook best tof.

Dan ineens het bericht dat het niet goed gaat met het broertje. Dat hij niet goed groeit. ‘Maar dan moet jij gewoon meer eten, mama’. ‘Dat helpt niets, lieverd. Jammer hè…’.

Twee weken later: ‘Lieverdje, de dokter denkt dat het echt niet goed gaat met je broertje. Dat hij binnenkort dood gaat in mijn buik’.

Verdriet. Geen idee hebben wat dood eigenlijk betekent. Het superknap in de kring vertellen op school. En ondertussen steeds maar weer een papa en mama die naar het ziekenhuis gaan. Die gespannen zijn, en verdrietig. Opa en oma’s die op komen passen. 

Weten dat je elk moment van school gehaald kan worden door iemand anders dan je verwacht. Je logeerkoffertje staat gepakt.

Toch niet?

Broertje gaat niet dood. Ziekenhuisbezoeken gaan door. Papa en mama op hun tandvlees. Logeerkoffertje raakt langzaam uitgepakt. Want wekenlang een koffertje klaar hebben staan zonder er iets uit te pakken is best moeilijk.

Net als je denkt: het zal misschien wel meevallen. Broertje gaat al weken niet dood, ook al zeggen papa, mama en de dokters het. Net dan, word je na een lange dag op school ineens opgehaald door de papa van je twee vriendinnetjes. Mag daar eten. Daarna ga je met opa en oma mee om te logeren. Mama en papa moeten in het ziekenhuis blijven. Éen nachtje. Twee nachtjes. Drie nachtjes.

Dood broertje

Dan bellen papa en mama vanuit het ziekenhuis. ‘Je broertje is geboren. En hij is dood, lieverdje….’.

Diezelfde dag kom je naar het ziekenhuis. Kennis maken met je broertje. Je ziet een dood baby’tje. Gelukkig is de fotografe er ook, die zowel jou als ons op ons gemak weet te stellen, en ons laat zien hoe fijn we alsnog ons jongetje kunnen vastpakken en knuffelen. Daarna weer mee terug met opa en oma.

Na nog een paar nachtjes mag mama eindelijk naar huis. En jij dus gelukkig ook. Fijn om thuis te zijn. Maar wat zijn we verdrietig. We eten met z’n 4en pizza op de bank. Raar dat één van die vier niets eet. Koud is. En stil.

De dood

De crematie. Alle grote mensen om je heen huilen de ogen uit hun hoofd. Iedereen die normaal jouw veilige haven is, is zo ontzettend verdrietig. Je kijkt er met grote ogen naar. Probeert ons te troosten.

De dood. Iets waarmee de meeste mensen pas veel later in aanraking komen. En waarmee de meesten mogen oefenen bij een opa of oma. In ieder geval bij iemand die ruim ouder is dan jij, bij iemand die eerder dood hoort te gaan dan jij.

Niet voor jou. Op 4-jarige leeftijd komt de dood al in je gezin. Bij je kleine broertje. Maak je een crematie mee. En onvoorstelbaar veel verdriet, bij alle mensen die jouw veilige wereld vormen.

We vertellen je dat Tieme een ster geworden is. Dat zijn lijfje dan wel “in de oven” gegaan is, maar dat zijn zieltje, zijn geestje (tja, dit concept blijft moeilijk uitleggen) een ster is geworden. Dat hij zo toch nog bij ons is, en dat we ‘m in de nacht kunnen zien.

Daarna

In de weken daarna zijn papa en mama uitgeput. Je gaat naar school. Je speelt bij vriendjes en vriendinnetjes. Nog even niet bij jou thuis, dat is nog te druk voor mama en papa. We vieren samen kerst. Nou ja, niet helemaal samen. We missen Tieme.

We vieren je verjaardag. We maken er het beste van. Je hebt het leuk. Tijdens het eten ben je ineens verdrietig. Je mist Tieme.

Je loopt regelmatig naar het raam wanneer het donker is. Kijken of je Tieme kan zien.

We vieren je eerste kinderfeestje. Heerlijke dag met veel zon, en dat begin februari. Je geniet. En wij genieten met je mee.

Moe

Je hebt voorjaarsvakantie. Voor papa en mama nog steeds aanpoten, zoals ik eerder hier schreef. Voor jou hard nodig. Je bent hartstikke moe. Ook na die week zeggen je vader en ik tegen elkaar: ze is nog steeds heel moe. Wat wil je, met zo’n gekke en verdrietige periode achter de rug.

Corona

En nu is er corona. Waardoor je wekenlang thuis bent. Je gaat hier naar de thuisschool, die je de ‘Eenhoornschool’ gedoopt hebt. Je doet werkjes, en hebt de ochtenden juf mama en de middagen meester papa, of andersom.

En je denkt ontzettend veel aan Tieme.

’s Nachts ben je wakker. We doen wat we dan vaker doen: we spreken een plek af waar we allebei naartoe zullen gaan in onze dromen, zodat we elkaar daar zien. Meestal spreken we in de speeltuin af ofzo. Nu: “We gaan naar het raket, mam! Om dan samen naar Tieme te gaan!”.

Pap vindt een wimper op je wang. Hij legt uit dat je hem weg mag blazen, en dan een wens mag doen. Je blaast je wimper weg, en wenst een broertje.

We hebben het over de baard in de keel. Papa legt uit wat dat is, en dat jongetjes dat op een gegeven moment krijgen. “Zou Tieme dat ook krijgen?” vraag je. Het is even stil. Misschien realiseer je je ineens dat Tieme nooit groter wordt. “Daarboven? In de hemel?” voeg je eraan toe.

Je bent ontzettend veel met je broertje bezig. Je tekent hem, als ster. Ook al zijn sterren ECHT heel moeilijk om te tekenen. Je praat over hem. Je bent verdrietig om hem.

In normale schoolweken heb je 2 lange dagen. Van de drie middagen dat je om 14u klaar bent op school, heb je één middag zwemles. De andere twee middagen speel je het liefst met vriendjes of vriendinnetjes. Hartstikke druk dus.

Ik hoop dat deze surrealistische corona periode je rust brengt, lief meiske van me. En stukjes verwerking. Tieme en de hele situatie om hem heen komen nu soms wel 10 keer voorbij op een dag. Blijkbaar heb je daar nu de rust en de ruimte voor. Misschien was dit wel precies wat je nodig had.

De boze buitenwereld

Foto door Chait Goli via Pexels

Mensen zeggen dingen. Niet verkeerd bedoelt. Meestal juist lief. Maar regelmatig zo pijnlijk. Het raakt me enorm. Zo erg, dat ik inmiddels bang ben voor ‘de boze buitenwereld’.

De dingen die mensen zeggen en doen

Na mijn eerste miskraam. Een vriendin van me is wèl zwanger. Ik heb al een hele tijd niets laten horen, vind het te moeilijk. Uiteindelijk vind ik dat ik, als haar verlof begonnen is, nog één keer wat moet laten horen vóór haar bevalling. Ik raap mijn moed bij elkaar, en stuur haar een appje. “Hoe gaat het?” “Nou, het is wel zwaar hoor. Ik ben het wel een beetje zat inmiddels.” Dat snap ik. Maar ik had zo graag in haar situatie gezeten.

Na Lumen’s geboorte was de wens voor een tweede al direct heel groot. Maar ik had zo veel last van mijn bekken de jaren erna, dat we heel lang niet wisten of een tweede kindje wel een mogelijkheid was. Ondertussen raakten mensen om ons heen wel zwanger van de tweede. Terwijl wij met pijn in ons hart daar niet aan konden beginnen. Aan het hopen waren dat ik ooit voldoende zou herstellen om het überhaupt een mogelijkheid te laten zijn. Tegen ons werd gezegd: “Het is wel veel drukker hoor, twee kinderen!” Joh. Dat snap ik. Maar ik zou er wat voor geven die drukte te mogen hebben. En ik denk ook dat jij een miljoen keer liever die drukte hebt, dan het gemis van een tweede kindje. Een broertje of zusje voor je eerste kind.

Twee dagen nadat we hoorden dat Tieme zeer waarschijnlijk in mijn buik zou overlijden: “Heb je het al een plekje kunnen geven?” SERIOUSLY? Een plekje kunnen geven? We zijn totaal in shock. Ons kindje leeft nog hoor. Hoe kan je nou denken dat we zijn aanstaande verlies na twee dagen al een plekje hebben kunnen geven!?

Ik sta met mijn 5,5e maand zwangere buik op Lumen’s school. De juf weet van onze verdrietige situatie, en komt als troostende opmerking maken: “Er is niets wat je tegenhoudt om het hierna nog eens te proberen”. WAT? Mijn zoontje zit nog in mijn buik. Hij leeft nog. Hoe kan je dit nu al zeggen? En bovendien: na 4 miskramen, nu mogelijk een doodgeboren kindje, en met mijn 39e verjaardag toen binnen een paar weken, is het echt niet zo dat er niets is om ons tegen te houden. Alsjeblieft zeg…

Diezelfde opmerking kreeg ik trouwens ook in het ziekenhuis, op de dag van de geboorte en dood van Tieme. Van de schoonmaakster die mijn badkamer kwam schoonmaken. Ik was net bevallen van mijn dode zoontje. Nog doodziek van de pre-eclampsie. En dan krijg je zo’n opmerking om je oren. Van iemand die je niet kent, waar je geen behoefte aan hebt. Die in je meest kwetsbare moment je eigen miniterritoriumpje binnendringt. Waar mijn zoontje dood lag te liggen in zijn waterbakkie.

Onze hulp komt niet, vanwege Corona. Ze werkt ook bij een aantal andere gezinnen in ons dorp, en woont zelf in een stadje in de buurt. Omdat ik niet wil dat ze nu wekenlang zonder inkomsten zit, app ik naar die gezinnen dat ze, mochten ze haar door willen betalen, dat in een envelopje bij ons in de bus kunnen doen, zodat wij het haar in één keer kunnen brengen. In eén van die gezinnen is ook net een kindje geboren. Ik ben blij voor hen. Maar vind het wel moeilijk. De mama en ik zouden een klein stukje overlappend verlof hebben. Zij heeft nu verlof en een levend kindje. Mijn verlof is inmiddels afgelopen, maar ik voel me na Tieme’s dood nog niet in staat te werken. Als ik hun envelopje in de bus vind, herken ik het. Het is van hun geboortjekaartje. Ze hebben het geld bij het geboortekaartje van hun dochtertje gedaan. Zo vragen ze ons dus om het geboortekaartje van hun levende kindje naar onze hulp te brengen. AU.

Ik ben er totaal door van slag. Ze bedoelen het niet verkeerd. Staan er waarschijnlijk niet bij stil hoe hard sommige (de meeste) dingen nu bij me aankomen.

Bang

Ik kan niet zeggen dat ik het ze niet kwalijk neem. Hoe erg je ook in je eigen wereldje zit, je kan echt wel even nadenken wat je zegt of doet bij iemand die net zo’n enorm verlies heeft geleden. Maar ik wìl het ze niet kwalijk nemen. Ik weet dat ze het niet doen om mij te kwetsen.

Ik heb momenteel maar contact met heel weinig mensen. Mensen die de juiste dingen zeggen. En die rekening houden met hoe ik me voel en met wat ik wel, maar vooral nu ook gewoon even niet, kan horen. Eigenlijk ben ik gewoon bang voor alles daarbuiten. Ik ben bang voor de boze buitenwereld.

Ik wéét namelijk dat er situaties als hierboven gaan komen. Misschien nog wel vaker en pijnlijker. Het verdriet om Tieme nu is namelijk echt niet te vergelijken met hoe ik me voelde na mijn eerste miskraam. Dus misschien zal alles nòg wel harder aankomen dan toen.

Een moeder in mijn online lotgenoten groep omschreef het mooi: ze voelde zich gescalpeerd, zonder huid, waardoor alles veel harder binnenkomt. Ja. Dat dus.

Misschien moet ik ook gewoon niet meer de open vraag “Hoe gaat het?” stellen. Want de kans dat er een antwoord komt wat ik moeilijk vind (over hoe druk/zwaar/moeilijk het nu is met de kinderen, hoe erg ze elkaar in de weg zitten) is, zeker nu in deze Corona-tijden, natuurlijk heel groot. Ik moet er niet op hopen dat diegene na zal denken over dat ik dit misschien nu even liever niet hoor. Dat het wel lastig is dat je kinderen elkaar in de haren vliegen. Maar dat je dat waarschijnlijk een miljoen keer liever kiest, dan ongewenst maar één (levend) kindje hebben. Ik moet er niet op hopen dat die ander mij zal ontzien in het antwoord.

Ons veilige kleine wereldje

Ik hoop dat het me ooit weer lukt om begrip te hebben voor de uitdagingen van anderen. Want ieder heeft zijn uitdagingen. Dat weet ik. Als ik wèl meerdere kindjes had gehad, had ik dat nu ook zwaar gevonden. En waarschijnlijk was/ben ik ook niet altijd even tactisch naar andere mensen.

Bron: Instagram, @jijalsbron

Dat dus, wat hierboven staat. Daar wil ik graag komen.

Voor nu ben ik daar nog niet. Helaas. Voor nu ben ik nog de prinses op de erwt. Ben ik een tuimelpoppetje, wat niets kan hebben. Wat bij het minste of geringste uit balans is. Op dit moment moet ik met fluwelen handschoenen aangepakt worden.

Ik wil dat niet. Ik baal ervan. Maar het is nu zoals het is. Die combinatie van mijn overgevoeligheid en de boze buitenwereld doet me de moed in de schoenen zakken. Maakt me echt bang. Ik zal meer olifantenhuid moeten kweken. Ik hoop dat de tijd daarbij gaat helpen. Een misschien een psycholoog. Als ik na deze corona crisis ooit nog eens door een wachtlijst kom van eentje die ik wel fijn vind.

Tot die tijd hou ik het maar bij dat kleine groepje mensen. Blijf ik lekker in ons veilige wereldje. In ons eigen tentje. En daar helpt corona dan weer wel bij.  

Niets is leuk

We proberen weer af en toe de buitenwereld in te trekken. Ik kan niet zeggen dat ik er zin in heb. Maar ik zit al zo lang thuis, dat ik er wel een soort van behoefte aan begin te hebben. Het blijkt alleen lang niet mee te vallen.

We kunnen allebei nog niet veel input aan. Het lijkt alsof we een input-emmertje hebben wat na één tot twee uur vol loopt. En dan is het klaar. Eén op één gesprekken of activiteiten gaan inmiddels redelijk. Zo schreef ik hier al dat we met Valentijn lekker samen op date geweest zijn. Uurtje darten, uurtje biertje drinken, naar huis. Kan net.

Input

Met meerdere mensen is het lastiger. We zijn inmiddels ook alweer een keer naar de kroeg geweest met vrienden. We probeerden een rustige locatie te zoeken. Het eerste uur heb ik het fijn. Fijn om wat mensen te zien, fijn om te horen hoe het in de buitenwereld is. Die natuurlijk gewoon doordraait, ook al staat onze wereld al maanden stil. Maar na dat uur is het alsof ik ‘uitcheck’. Het rumoer op de achtergrond klinkt vanaf dan als harde herrie en is ineens ontzettend aanwezig. Ik kan geen gesprekken meer volgen en kan nauwelijks meer praten. Snel naar huis dus.

Feestje

Een tijd geleden kocht een vriend van ons voor een ‘Back to the 90s’ feestje veel kaartjes voor weinig. Ik zou eigenlijk niet meegaan (want ik zou net bevallen zijn van ons kindje). Maar dat liep anders. En toen ik in januari wat meer energie had, en daardoor behoefte aan wat anders dan alleen maar tv kijken op de bank, leek het me een goed idee toch mee te gaan. Ik wil al jaren naar zo’n Back to the 90s feestje. Pure nostalgie 😉 En het feestje was toen nog zó ver weg, tegen die tijd zou het vast wel beter gaan met de input.

Niet echt dus. We kopen oordoppen. Ik bedenk me in de week ervoor wel 10 keer dat ik misschien beter niet kan gaan. Maar bedenk steeds weer: we gaan het zien, en als het niet gaat zijn we ook zo weer weg. We zijn met een groep hele leuke en lieve mensen. De muziek brengt veel ‘o ja’-momentjes terug. Veel beter dan dit kunnen de omstandigheden voor een feestje niet zijn. Maar toch voel ik me ontheemd. Midden in de mensenmassa sta ik te denken: “Ik heb 3,5e maand geleden mijn zoontje gecremeerd. En dat weten jullie allemaal niet. Wat gek”. Die zwarte sluier van verdriet hangt ook nu weer over alles heen. Het gaat een uur en een kwartier goed. Daarna wordt het overleven en bikkel ik door tot ook mijn man er even later klaar mee is. En we gaan naar huis. Op zich goed dat we gegaan zijn denk ik. Maar echt leuk geweest? Nee.

Museum

Lumen had deze week vakantie. Heerlijk om haar meer thuis te hebben. Maar omdat mijn man en ik allebei zo laag in onze energie zitten, komt het er meestal op naar dat we haar als een soort estafettestokje doorgeven op een dag. Ik de ochtend en mijn man de middag, of andersom. We wilden ook graag 1 keer iets met z’n drietjes doen. Er zou veel regen vallen, dus we gingen voor een binnenactiviteit. Het werd het Naturalis in Leiden. Daar blijkt het ontzettend druk. File lopen door het hele museum. Er is niet echt een kinderspeurtocht ofzo, dus we moeten zelf echt aan de bak om Lumen door het museum te kletsen.

Er zijn heel veel gezinnetjes met meerdere kinderen. En heel veel baby’s. Erg moeilijk en confronterend. Nou is dat gevoel al bekend van de afgelopen jaren, met alle miskramen. Baby’s en zwangere vrouwen zijn gewoon moeilijk. Maar dit is de eerste keer dat we er na Tieme zo mee geconfronteerd worden. Bij elke baby probeer ik in te schatten hoe oud hij is. En denk ik: zo oud was Tieme nu geweest als hij nog geleefd had. Of: zou groot was Tieme ongeveer geweest als hij op z’n normale tijd geboren was. Natuurlijk zijn er wel kleine momentjes dat ik van onze dochter geniet. Als ze helemaal weg is van een nep-herdershond. Als ze enthousiast voor de zoveelste keer in een rij aansluit om door een verrekijker te kijken. Maar het is vooral weer overleven. En het duurt allemaal langer dan onze input-emmer aankan.

Koorddansen

’s Avonds liggen we uitgeput op de bank. Ik trek hardop de conclusie dat het momenteel gewoon echt moeilijk is om iets als ‘leuk’ te ervaren. Het is één grote koorddans-act, waarbij we rekening moeten houden met hoeveel energie we hebben, welke activiteit geschikt is (feestjes en musea dus nog even niet), en of het niet teveel is in combinatie met de therapie waar we inmiddels allebei mee begonnen zijn, de ziekenhuisbezoeken (waar we er in januari/februari alweer 3 van hadden, gelukkig nu hopelijk tot november niet), en de normale dagelijkse dingen. We proberen de act zo goed mogelijk te doen. Maar knikkeren ook regelmatig keihard van het koord af. Omdat we een inschattingsfoutje maken over de activiteit. Omdat we onszelf overschatten. We zullen af en toe een misstap maken.

Het is niet gek. Het is pure rouw. En dat is gewoon vermoeiend en heftig. Ik denk dat het wel gaat helpen om nu in ieder geval ook te beseffen dat op dit moment gewoon niets leuk is. Scheelt weer in de verwachtingen vooraf.

Het is trouwens lente vandaag. Daar zijn we wel aan toe.

Bleh

Zo prima als maandag de 3 maanden dag voorbij ging, zo moeizaam gaan de afgelopen dagen.

Ik loop door de stad. Ik mag van mezelf iets nieuws uitzoeken omdat de eerste 5 zwangerschapskilo’s eraf zijn. Dat lukt maar moeizaam. Wat ik leuk vind, vind ik nog niet mooi staan. Tja, die andere 5 kilo zit er nog wel aan, dus heel tevreden ben ik nog niet over mijn spiegelbeeld. En dat leuke jurkje waar ik me tijdens mijn zwangerschap al op verheugde blijkt helemaal uitverkocht. Ik zie wel veel mama’s lopen. Met babyjongetjes. Of peuterjongetjes. Ik loop in de Hema met een grote boog om de babyafdeling heen.

Ik sta op het schoolplein. Een oud-studiegenootje komt aanlopen. Haar kinderen zitten op dezelfde school. We zouden al een tijd een keer koffiedrinken. Ergens dit najaar appte ik dat af: “het lukt voorlopig niet, mijn zoontje gaat waarschijnlijk binnenkort dood in mijn buik”. Dit is de eerste keer dat ik haar weer zie en spreek. Tranen met tuiten. Gelukkig krijg ik een lieve arm om me heen. Het is meer dan een traantje laten, ik moet echt hard huilen.

Deze dagen zijn het moeilijkst. Waarin het verdriet zo duidelijk aanwezig is. Overal een zwarte sluier over ligt. Ik weet inmiddels dat ik ze door zal komen. Dat het na een paar dagen weer wat dragelijker zal voelen. Het is echt uitzingen, de dagen doorkomen.

Mijn dochtertje zei gisteren vol trots dat ze wist wat voor dag het vandaag zou zijn: de dag van de Salenvijn. De dag van de liefde. Ik moest even nadenken. Valentijnsdag dus 😀 Ik kreeg vanmorgen een ontbijt op bed van mijn lieve man. Dochter wist dat, en kroop heerlijk bij me in bed tot het ontbijt klaar was.

Ze bleek een prachtige tekening gemaakt te hebben gisteren op school. Zes kleine tekeningetjes eigenlijk. In één ervan had ze een sterretje getekend. Ik zag het meteen. Maar zei er niets over. Toen ze op een gegeven moment van elke tekening ging vertellen wat het was, noemde ze ook terloops dat dat sterretje Tieme was. Het is fijn om te merken hoe vanzelfsprekend hij op deze manier in haar leven en gedachten verweven is.  

Vanavond komt de oppas, en ga ik met mijn man op date. Lekker cheezy. Maar hé, kom op zeg. We hebben genoeg ellende gehad. Laten we vooral de liefde vieren! Dat is de laatste jaren belangrijker geweest dan ooit. Laat ons maar lekker cheezy zijn 😉

En dat jurkje heb ik online besteld. In de gedrochten van internet nog 1 exemplaar gevonden, in een kleine webwinkel uit Zeeland. Ik ben benieuwd.

Ik ga de dag tegemoet. Ik ga genieten van de liefde. Met sluier en al.

Kraambezoek

kraambezoek met muisjes

Ik heb nog niet veel zin in bezoek. De mensen die het dichtst bij me staan heb ik al wel gezien. Nu zijn de mensen uit het kringetje daarbuiten aan de beurt. Maar ik zie ertegen op.

Ik heb een lijstje. Met lieve mensen die aangegeven hebben graag een keertje koffie te komen drinken. Ons verhaal te horen. Mee te leven. Op het lijstje staan de vriendinnen die ik al jarenlang 1 of 2 keer per jaar zie. Een buurvrouw. Een paar collega’s.

Het voelt heel dubbel. Natuurlijk wil ik ze graag zien. Hen vertellen over Tieme. De foto’s laten zien. Want net als elke ouder ben ik hartstikke trots op ons mannetje, en voel ik ook echt de behoefte hem aan de wereld te tonen. Dat is niet anders dan bij een levende baby.

Maar daarnaast vind ik het moeilijk. Het duurde even voordat ik begreep waarom. Maar ik begrijp het inmiddels. Deze bezoekjes hadden natuurlijk kraambezoek moeten zijn. Om ons levende zoontje voor te stellen aan de fijne mensen in ons leven. In zijn leven. Kraambezoek wat je ontvangt met wallen onder je ogen van de nachtvoedingen. Kraambezoek wat altijd net op een onhandige tijd komt omdat je kindje eigenlijk net moet slapen, drinken of verschoond moet worden. Kraambezoek met blauwe muisjes.

In plaats daarvan doe ik mijn verhaal. Laat ik het fotoboek zien wat ik van Tieme gemaakt heb. De enige foto’s die ik van mijn zoontje heb. Bekijken we het plekje waar Tieme lag toen hij thuis was, en waar we nu een mooi herinneringsplekje van gemaakt hebben. Huilen we samen.

Het is fijn ze te zien. En ook moeilijk. Want ik wilde zo graag dat het kraambezoek was. Maar dat mag. Ik mag het moeilijk vinden. Het helpt al een hoop dat ik nu snap waarom ik het moeilijk vind. En in mijn voornemen om lief te zijn voor mezelf en in alles naar mijn gevoel te luisteren, doe ik het dus rustig aan met de bezoekjes. Ik plan ze in. Maar niet meer dan één per week. Dan duurt het nog maar wat langer tot ik iedereen gezien heb.

Hoe dan?

Hoe moeten we hier doorheen komen? Hoe moeten we verder? Het ‘verwerken’? ‘Een plekje geven’? Het voelt als te groot. Te veel.

Het leren omgaan met van het verlies van Tieme.

Het verwerken van de traumatische maanden voorafgaand aan zijn geboorte. De achtbaan vol moeilijke beslissingen, ziekenhuisbezoeken, onderzoeken. Elke dag weer voelen of ik ons kindje nog voelde bewegen, er rekening mee houdend dat hij elk moment kon overlijden. En toch elke keer weer kleine beetjes hoop.

De 4 miskramen die we eerder al hadden.

En bij dat alles nog de gedachte dat Lumen nu waarschijnlijk enig kind blijft. Dat de kans dat we dit ooit nogmaals aandurven heel klein is. En als we het al aandurven, dat de kans dat het dan lukt ook niet groot is. Gegeven dat we nu uit zes zwangerschappen maar 1 levend kindje hebben.

Ik probeer heel goed naar mezelf te luisteren. Doe alleen wat goed voelt. Plan maar weinig in. Zet alle bezoek-verzoekjes on hold, tot ik er zelf aan toe ben. Probeer elke dag even buiten te komen. Af en toe lekker met m’n handen bezig: achter de naaimachine, of ‘visible mending’ uitproberen. Schrijven. Ik probeer m’n tranen toe te laten als ze opkomen. Wanneer en waar dan ook. Ze niet tegen te houden, wat toch mijn basisreactie is.

Ik voel dat dit de enige manier is om hier doorheen te komen. Rouwen, het verdriet om alle dingen hierboven volledig doorvoelen. Alle tijd hiervoor nemen. En mezelf alle ruimte geven die ik nodig heb.

Ik heb mezelf beloofd echt naar mezelf en mijn gevoel te luisteren dit keer. Dat valt zeker niet altijd mee. Maar ik ga ervoor. Ik volg mijn eigen lichtje.

De eerste 2,5e maand

De eerste dagen na Tieme’s geboorte voelden als ontzettend druk en vol.

In het ziekenhuis: de deur werd platgelopen door dokters, zusters, maatschappelijk werker, weer andere dokters en zusters. Tussendoor probeerden wij onze familie en vrienden op de hoogte te brengen, de crematie te regelen, en dan ook nog tijd te vinden af en toe met Tieme te zitten. Onze ouders zijn langsgekomen om hun kleinzoon te zien.

Thuisgekomen werd het niet rustiger. We hadden maar twee dagen tot de crematie. Vol met het ontvangen van de kraamverzorgster, verloskundige, begrafenisonderneemster, met het regelen van de crematie, en tussendoor wederom hard knokken om toch minstens 2x per dag Tieme uit het water te halen en te knuffelen. We hadden geen energie om vrienden of familie te zien. Ik was nog hartstikke ziek, en de dagen zaten al zo rammend vol.

Na de crematie waren we helemaal kapot. Ik heb weken in bed gelegen. Ik moest fysiek herstellen, maar ook mentaal wilde ik alleen maar in bed liggen met de dekens over me heen.

We krijgen veel hulp van onze ouders. We hebben namelijk nog een meisje van bijna 5 rondlopen, wat heerlijk energiek is. Hartstikke fijn dus, die hulp. Maar eigenlijk ook te druk voor ons. Te veel input. We zijn allebei heel erg overprikkeld en kunnen weinig aan.

Na een week of 6 ben ik gaan proberen wat kleine dingen op te pakken. De vaatwasser uitpakken. Een wasje doen. Kleine blokjes lopen om het huis.

Dan is het kerstvakantie. Omdat ik inmiddels weer wat meer kan, komt niet alles meer op mijn man neer, en redden we het eindelijk met z’n drietjes. We genieten van elkaar. We zijn verdrietig. We zeggen alle plannen met familie en vrienden af. Te druk. Te moeilijk.

Na kerst voel ik me fysiek best weer goed. Ik probeer weer wat meer te doen: dochter naar school brengen, naar yoga. Af en toe afspreken met mensen. Dat lukt. Maar het houdt niet over. Het is al snel te veel.

In de derde week van januari is onze dochter jarig. We vieren het klein. We hebben een fijne dag. We zijn zo ontzettend blij met haar! Dus we doen er alles aan om dit een fijne dag te laten zijn. Tegelijk is het ook weer een moeilijke dag. Het is namelijk mijn uitgerekende datum van Tieme.

En nu is het alweer eind januari. Het is fijn om weer wat te kunnen. Zolang ik maar niet te veel doe en wil. Voldoende tijd plan om bij te komen. Om mindere dagen te kunnen hebben. Dit is blijkbaar wat nu nodig is. Dus laten we dat dan maar doen.

100.000 stukjes

Mijn zoontje is dood geboren.

Na een skiongeval waar ik mijn knie zo stuk maakte dat ik opnieuw moest leren lopen – dit kostte me twee jaar – , een hele spannende miskraam waar ik 2 keer met spoed voor het in ziekenhuis ben opgenomen en die uiteindelijk een maand duurde, het herstel van mijn zwangerschap waar ik zulke bekkenklachten had dat het herstel weer 2 jaar duurde, en de 3 miskramen daarna, dachten we dat we alles wel gehad hadden.

Dat was niet zo. We durfden eigenlijk niet meer. Maar we raakten onverwachts zwanger. We waren uitzinnig blij dat deze zwangerschap bleef. Maar we moesten veel te vroeg afscheid nemen van onze lieve Tieme. Te moeten bevallen van een kindje wat nog leeft in je buik, maar waarvan je weet dat hij de bevalling waarschijnlijk niet zal overleven. Je dode kindje in je armen houden. Je dode kindje mee naar huis nemen. Je kindje moeten cremeren. Al 5 dagen na zijn geboorte definitief afscheid van hem te moeten nemen.

Ik ben in 100.000 stukjes gebroken. In gruzelementen. Ook dit moeten we weer achter onze kiezen zien te krijgen. De scherven en brokstukken bij elkaar rapen, en zo goed mogelijk weer lijmen. Hoe dat gaat en wat het resultaat is, nog geen idee. We gaan het zien.

Tieme’s verhaal

Dit is het verhaal van de zwangerschap en geboorte van onze zoon.

4,5w (begin mei) – Ik ontdek ik dat ik zwanger ben. Hoewel we al jaren hopen op een 2e kindje komt deze zwangerschap als een verrassing. Na 4 miskramen zitten we nu middenin in de onderzoeken. En we weten niet of we überhaupt het verdriet van nog een miskraam aankunnen. Dus we hadden besloten eerst de onderzoeken af te wachten. Maar wonder boven wonder is mijn eisprong een heel eind verschoven. Terwijl ik altijd heel regelmatig ongesteld ben. Deze zwangerschap voelt ‘alsof het zo heeft moeten zijn’. We zijn hartstikke blij. En ook ongerust natuurlijk.

9w – We krijgen de eerste echo. Alles ziet er goed uit. Zover heeft alleen onze dochter het gebracht, dus we beginnen vertrouwen te krijgen dat ook dit kindje zal blijven.

11w – Nog een echo. Wederom alles goed. We durven nu toch echt te geloven dat we een tweede kindje zullen krijgen! Wat fantastisch! We zijn ontzettend blij en dankbaar.

19w (eind aug) – Op de 20w echo blijkt ons kindje een forse groeiachterstand te hebben, en veel te weinig vruchtwater. De artsen zijn direct zeer bezorgd.


20w – Meer echo’s volgen, en we wegen de risico’s van nader onderzoek af tegen de kans dat we hier meer informatie uit zouden krijgen. Het eerste van, wat later blijkt, vele moeilijke besluiten. Waarbij je echt geen snars hebt aan kansen als het gaat om het leven en dood van je eigen kindje. De prognoses zijn zeer somber.


21w – Op de groeiecho blijkt alleen zijn hoofdje wat gegroeid, zijn beentjes en buikje niet. Dat is echt helemaal mis. Ons zoontje zal de komende weken in mijn buik overlijden.


22w – We zijn er kapot van. We vertellen het Lumen. We bereiden zo goed en zo kwaad als het gaat de geboorte en het afscheid van ons mannetje voor. We moeten besluiten of we de zwangerschap actief af willen breken.


23w – Op de groeiecho blijkt toch ineens weer een beetje groei op alle fronten. Nog steeds veel te weinig. Maar toch, groei. Het vruchtwater is daarentegen zo goed als op. Wat op zo’n vroege termijn een zeer groot probleem is. We besluiten de zwangerschap niet af te breken en het aan de natuur te laten. De gynaecoloog geeft 99,9% kans dat het kindje de zwangerschap en eventuele couveusetijd niet overleefd. Ondertussen voel ik ons kindje dagelijks, en steeds beter. Erg surrealistisch. En gevoelsmatig totaal niet kloppend met de kansen die ons om de oren geslingerd worden. Het geeft, samen met de onverwachtste groei, toch weer hoop op een wondertje.


24w – We gaan op de neonatologie afdeling in Rotterdam praten. Qua termijn komt ons kindje in een levensvatbare fase met 24w zwangerschap. Is het wellicht beter het kindje te halen en te kijken of hij buiten de buik beter groeit? We worden echter naar huis gestuurd: tot ons kindje 450gr is kunnen ze niets voor hem betekenen en is hij nog veel te klein en kwetsbaar om te overleven. Ze hebben een totaal andere theorie over de oorzaak van de groeiachterstand dan onze gynaecoloog in Delft. Wat heel verwarrend is voor ons. Ze spreken elkaar tegen, maar ze weten het eigenlijk allemaal niet zeker. Al zijn ze het over het belangrijkste eens: ons jongetje is nu 300gr, en ook in Rotterdam verwachten ze niet dat hij de 450gr zal halen en dat hij zeer binnenkort in mijn buik zal overlijden.

25-28w – Ons jongetje blijft heel langzaam groeien. De achterstand loopt op tot 7w. Maar hij gaat niet dood. We bikkelen de dagen door tussen hoop en vrees. Met mij zelf gaat het inmiddels ook fysiek heel slecht. Ik heb ontzettend veel rugpijn waardoor ik de dagen nauwelijks doorkom en de nachten al helemaal niet. Fysio, pijnstilling, slaapmiddelen helpen allemaal niet. Mijn lijf krijgt het gewoon niet opgelost door de zwangerschap en de lange weken van mentale stress en emoties. Naast alle echo’s en gesprekken beland ik voor de 3e keer in het ziekenhuis om te controleren op pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging), wegens hoofdpijn en uitvalverschijnselen van m’n linkerhand. Maar mijn bloeddruk en bloedwaarden zijn prima. Dus we gaan weer naar huis en wachten af.

29w – Tegen alle verwachtingen en voorspellingen in leeft ons mannetje nog steeds. De magische grens van 450gr is bereikt. De hoop op een wonder blijft. We gaan terug naar Rotterdam om te bespreken wat dit betekent voor zijn kansen, en hoe de komende weken eruit gaan zien. Ons jongetje leeft nog. Maar dit gesprek veegt de hoop op een gezond kindje wederom volledig weg. De neonatoloog maakt zich zorgen om een waslijst aan dingen die als mis zijn, of mis kunnen gaan, wegens de enorme groeiachterstand die inmiddels al vanaf in ieder geval week 17 aan de gang is. De kans dat ons kindje door de ogen van al die naalden zal kruipen en toch levend en gezond ter wereld komt, en gezond blijft in zijn couveusetijd, is miniem. Maar ja, de kans dat hij nu nog zou leven was ook eigenlijk afwezig, en hij is er nog. Kansen zijn echt akelig, je hebt er niets aan zolang je het niet zeker weet. We gaan naar huis met de opdracht na te denken over allerlei besluiten over hoe actief we willen proberen ons kindje in leven te houden mocht hij nu geboren worden, of pas over een paar weken wanneer hij weer wat zwaarder is, over of we alsnog risicovol aanvullend onderzoek willen laten doen waardoor we in ieder geval beter de oorzaak weten, etc. In de beslisboom die we die avond tekenen verschijnen 11 te nemen besluiten. Allemaal even zwaar en moeilijk.

30w – We zijn terug in Rotterdam om onze besluiten en de scenario’s voor de komende weken te bespreken. We zijn de hele ochtend in de weer met gesprekken met de arts, aanvullend onderzoek (toch maar wel), groeimetingen, een CTG van ons kindje. Hij is zo beweeglijk dat de CTG metingen mislukken. Dit vindt de arts een goed teken en de conclusie is dat als hij zo beweeglijk is, en nu nog niet overleden is, hij dat ook niet zomaar zal doen de komende weken. We spreken af dat ik met 34w opgenomen zal worden om dagelijks gecontroleerd te worden en met 37w (= rond kerst)  ingeleid word. Het is al halverwege de middag als we bedenken dat er ook nog even een routinecontrole van mijn bloeddruk gedaan moet worden. We zijn inmiddels helemaal op van alle gesprekken, besluiten en onderzoeken. Mijn bloeddruk is veel te hoog. Dit verbaasd ons niet na zo’n lange dag. Maar ook na 2u rustig liggen is de bloeddruk torenhoog, en bloed- en urinetests geven alarmerende uitslagen. Ik blijk ernstige pre-eclampsie met nier- en leverfunctiestoornissen te hebben. Ik word direct opgenomen en moet zo snel mogelijk bevallen. Tieme wordt 3 dagen later geboren en heeft de bevalling niet overleefd.