23 keer ziekenhuis

23 keer ziekenhuis

Voor de belastingaangifte van 2019 zoek ik de ziekte-gerelateerde parkeerkosten bij elkaar. Ik hark alle kwitanties bij elkaar en zet ze op een lijstje. We zijn in 2019 maar liefst 23 keer in het ziekenhuis geweest.

Januari tot en met april: 3x naar het ziekenhuis in Delft, voor onderzoeken naar de herhaalde miskramen. 2x naar de herhaalde miskraam poli in Leiden.

Mei, juni, juli: 4 keer naar Delft vanwege mijn zwangerschap. Steeds vol spanning en angst, op de laatste keer in juli na: met 16 weken ziet alles er nog steeds goed uit op de echo. We durven eindelijk opgelucht adem te halen. Het is lang nog niet altijd te zien op die termijn, maar bij ons wel: we krijgen overduidelijk een jongetje. We zijn blij. We zien de rest van de zwangerschap dan eindelijk met vertrouwen tegemoet.

En toen. Drie weken later. Het tweede half jaar. Onze hel begint.

Nog 14 keer. 10 keer Delft, 4 keer Rotterdam. Waar ons jongetje uiteindelijk dood geboren wordt.

En dat is 2019. In de maanden vóór 2019 zit ik al 2x bij de huisarts en 2x in het ziekenhuis in Delft, voor de start van die onderzoeken naar de herhaalde miskramen. En in 2020 hebben we inmiddels ook alweer 4 keer ziekenhuis en 2x huisarts gehad, voor allerlei nacontroles en nagesprekken.

Vind je het gek dat we er zo helemaal kapot van zijn…

Bont en blauw (2/2)

Bont en blauw

Dit is deel 2 van de serie ‘Dóór het verdriet’. Ik voel me bont en blauw geslagen door het leven. Fysiek, en mentaal. In dit blog het mentale deel. Over het fysieke stuk heb ik hier geschreven.

Even Lumen naar school brengen en brood halen

Ik breng mijn dochter naar school. Op het schoolplein kom ik beide moeders tegen die tegelijkertijd met mij zwanger waren. Hun zoontjes zullen de komende jaren groter worden. Mee naar school komen. Mijn zoontje niet.

Au.

Ik ga erna even naar de bakker om brood te halen. Ik bestel brood en kijk terloops in de vitrine. Ik zie de tompoezen waar ik tijdens mijn zwangerschap enorme trek in had. Maar die ik toen niet elke keer van mezelf mee mocht nemen. Toen, toen ik nog dacht dat ik een levend kindje kreeg. Toen de wereld nog mooi was. Toen ik nog opzag tegen al die zwangerschapskilo’s, en vooral tegen de bijbehorende bekkenklachten. Toen ik dus nog vond dat ik enigszins moest opletten wat ik at.

Au.

Ik loop terug naar buiten. Ik loop langs de etalage van de Hema. Waarop een schattig roze rompertje staat geprint waar ik, toen ik net zwanger was, helemaal weg van was. Ik had mezelf beloofd dat, als we een meisje zouden krijgen, ik dat rompertje voor haar mocht kopen. Nu loop ik erlangs en voel ik een steek van pijn. Er kwam geen meisje. Maar ook geen jongetje waar ik rompertjes en andere babyzut voor mocht kopen.

Au.

Het ‘even Lumen naar school brengen en brood halen’ is nu niet ‘even’. Er zijn zo veel dingen die moeilijk zijn. Die pijn doen. Die voelen alsof mijn blauwe plekken heel hard ingedrukt worden.

Eigenlijk is überhaupt niets ‘even’ momenteel. Overal liggen herinneringen. Die op de meest onverwachtse momenten naar boven komen. Blauwe plekken, die telkens weer ingedrukt worden.

Zusjes

De twee dochtertjes van vrienden van ons komen een ochtendje spelen. De ochtend wordt een dagje. Na de lunch zijn ze moe, en zetten we ze even achter een filmpje om bij te komen. Mijn man maakt er een foto van en deelt die in de groepsapp met onze vrienden. Als ik de foto zie, zie ik drie meisjes op de bank. Twee zusjes, die heerlijk tegen elkaar aan hangen. Een klein beetje ruimte ertussen. En dan Lumen.

Au. Lumen heeft geen broertje of zusje om zo lekker vertrouwd tegenaan te liggen. Hoe dierbaar die twee vriendinnetjes voor haar ook zijn, het zijn geen zusjes van haar. Dat zie ik op die foto. En daarom raakt die foto me enorm.

Nou heb ik zelf een zusje waar ik altijd ruzie mee had. Waar ik nooit zo lekker mee op de bank heb gehangen. Misschien trouwens wel, toen we echt jong waren. Maar in ieder geval niet meer toen we ouder waren.

Toch herken ik het gevoel wel heel sterk. Ik heb namelijk nòg een zusje, en nog een broertje. We schelen respectievelijk 6 en 9 jaar. Met hen heb ik heel veel geknuffeld. Bijna meer als een moedertje dan als zusje. Maar toch. Dat ongecompliceerde lekker bij elkaar weg kunnen kruipen. Heerlijk.

Au. Dat heeft Lumen dus niet. En mijn hart huilt daarom voor haar.

Pop

25 dagen nadat Tieme geboren was, was het Sinterklaas. We hadden totaal geen energie of zin om het te vieren. En natuurlijk al helemaal geen inspiratie voor kadootjes. Lumen vroeg al maanden om een Baby Born pop. Ik vond het eigenlijk ontzettende onzin: ze had al 2 poppen waar ze nauwelijks mee speelde. Maar goed, aangezien er dus ook geen inspiratie was voor betere ideeën werd het toch die pop.

Lumen was door het dolle heen. Ze knuffelde haar pop. Zorgde voor haar. Kleertjes aan, kleertjes uit, flesje geven, luiertje om. Mijn man en ik werden echt gek van verdriet. Ze was zó ontzettend lief voor die pop. Zo zorgzaam. Zo lief was ze ook voor Tieme geweest als hij was blijven leven.

Au. Wat deed dat een pijn. Wat was het ontzettend confronterend om ons meisje zo te zien opgaan in die verzorgende grote-zussen-rol. Want die pop, dat was haar kleine babyzusje natuurlijk.

En Au. Die hadden we niet aan zien komen. Geen moment erbij stil gestaan dat het ons zoveel verdriet zou doen om haar met een pop in de weer te zien. Die onverwachtste dingen zijn misschien wel het moeilijkste.

Mijn man is een echte speelpapa. Kan de hele dag spelen met onze dochter. Op avontuur gaan, spelletjes spelen, nieuwe spelletjes verzinnen. Maar die pop, die trekt hij nog steeds heel slecht.

Corona

Op de persconferentie afgelopen week werd aangekondigd dat je nog met maximaal 3 personen bij iemand op bezoek mag. Mijn eerste reactie is hier als grapje over maken: oh, dan mogen wij wel onze vrienden op bezoek, maar zij niet bij ons. Het moment daarna realiseer ik me dat dit niet zo had moeten zijn. Dat wij ook met z’n vieren hadden moeten zijn.

Au.

Nou zijn Lumen en ik al weken verkouden, dus mogen we momenteel überhaupt nergens naartoe. Maar toch. Au.

Zwanger of net een miskraam gehad

Ik ben in de afgelopen 6 jaar 6 keer zwanger geweest. In de afgelopen 3 jaar zelfs 4 keer. Ik merk de laatste tijd dat ik bij ontzettend veel herinneringen denk: toen was er iets. Iets niet normaals, iets spannends, of iets moeilijks. Ik was net zwanger. Of had net een miskraam gehad.

Stefan’s 30e verjaardag; ik was nèt zwanger. De allereerste keer. Dus nog vol vertrouwen, en heerlijk onbezorgd. Hij vierde het in de kroeg. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. De sfeer, de opblaasdertig. En: dat gevoel van “er was toen iets”. Een paar weken laten zouden we horen dat we onze eerste miskraam zouden krijgen.

Op vakantie bij familie in Denemarken. Dat weekendje weg in Amsterdam. Die spannende meeting op mijn werk. Dat feestje. Er was toen iets. Was ik nou net zwanger? Of had ik net een miskraam gehad?

Stefan’s 35e verjaardag. We vieren het bij ons thuis met een flinke club. Ik had wéér net een miskraam gehad. De 4e. Ik werd er inmiddels bedreven in. Niet echt hoor. Ik was het vooral zat om steeds weer vanalles af te zeggen. Door zoiets verdrietigs gaat er vaak een hoop, wat eigenlijk leuk had moeten zijn, ook direct niet door. Daar was ik een beetje klaar mee. Dus ik zette een glimlach op en bikkelde me door de dag.

De herinneringen lopen door elkaar. Ik denk minstens één keer per week aan iets terug, met dan dus die gedachte: er was toen iets. Maar ik weet vaak niet meer wat precies. Ik weet niet meer of ik nou net zwanger was, of juist net een miskraam had gehad.

Dat maakt ook niet uit. Het geeft vooral aan hoe vaak ons leven door elkaar geschud is de laatste jaren. Hoe we steeds gingen van klein geluk, toch weer beetjes hoop – al durfden we dat al snel nauwelijks meer te hebben -, via afwachten in spanning, naar wéér de volgende teleurstelling verwerken. Fysiek opkrabbelen, maar ook zeker mentaal.

Blauwe plekken

We hebben een heleboel blauwe plekken. Ze worden ingedrukt door herinneringen, die ik soms aan zie komen, maar die vaak ook totaal onverwachts komen. Ik hoop dat dat geduw erin op een gegeven moment verandert in een speldenprik. En ooit misschien zelfs in zachtjes wrijven. Of aaien. Iets wat minder pijn doet in ieder geval.

PS: Bovenstaande foto nam ik 2,5e weken geleden. Toen de wereld nog niet plat lag door corona, en ik mijn dochtertje op de fiets naar school bracht. Ik fietste langs deze magnolia. En besloot toen ik er al voorbij was alsnog af te stappen om er een foto van te maken. Tè mooi om dat niet te doen. Een heel ander bont en blauw 😉

Mijn lijf

mijn zwangere lijf

Door de zwangerschap heb ik nu echt nog een zwanger lijf. Dat is al confronterend als je een levend en gezond kindje hebt gekregen. Maar nu voelt het echt heel wrang. En nutteloos. Toch heb ik een heel dubbel gevoel over mijn lijf: het is ook zo enorm sterk en krachtig.

Zwangerschapslijf

De extra kilo’s die eraan gekomen zijn tijdens de 7 maanden zwangerschap zijn er niet direct af. Ook kon ik het vanaf de 20w echo niet meer aan om met andere zwangere moeders in yoga- of zwangerfitlessen te zijn. Er was zoveel bezorgdheid en onzekerheid rondom Tieme, dat ik er niet aan moest denken om met de onbezorgdheid en onschuldige zwangerschapskwaaltjes van andere moeders geconfronteerd te worden. Met als gevolg dat ik ook heel stram was na de zwangerschap.

En dat is behoorlijk confronterend. Toen ik mijn dochter kreeg was ik erna ook verre van fit. En bleef ik vrij lang een kilo of 6 te zwaar. Maar dat vond ik prima. Ik gaf tenslotte borstvoeding. Ik had slechte nachten. Het voelde als het beetje reserve wat ik nodig had om dat eerste jaar door te komen. Het was ‘voor het goede doel’. En die kilo’s zijn er na dat jaar ongemerkt afgegaan.

Nu voelt dat totaal anders. Ik pas mijn normale broeken nog niet. Shirtjes zitten te strak om mijn buik. En het zit me deze keer echt in de weg. Naast alles wat mis is gegaan, het zoontje wat ik verloren heb, voelt het alsof ik dan in ieder geval toch maar zo snel mogelijk mijn eigen lijf weer terug wil. Ik wil weer soepel zijn.  De kilo’s eraf. De conditie op peil. Zo snel mogelijk terug naar vóór deze zwangerschap. Die zo ontzettend verdrietig afliep. Het zwangerschapslijf confronteert me met wat had moeten zijn. Met wat er niet is. Deze keer is ‘het goede doel’ dood.

Sterk

Tegelijkertijd ben ik zo ontzettend trots op mijn lijf. Het lijf wat 6 weken na de pre-eclampsie alweer ontzettend goede bloedwaarden produceerde. De nier- en leverfunctiestoornissen waren alweer bijna helemaal opgelost. De bloedplaatjes aangevuld. Het lijf wat na afbouw van de bloeddrukmedicatie zelf de bloeddruk weer prima houdt.

En ook het lijf wat tijdens mijn knie-revalidatie 8 jaar geleden zonder morren 8 maanden op de bank zat, zonder enige vorm van rugpijn of andere pijn. Dit tot grote verbazing van mijn omgeving, uit hun reacties leek het alsof iedereen in die situatie rugpijn zou krijgen. Maar mijn lijf niet.

Het lijf wat naast 2 zwangerschappen ook nog 4 miskramen te verwerken kreeg. En wat na elke miskraam fysiek vrij snel weer herstelde en fit was.

Ongelooflijk eigenlijk, hoeveel mijn lijf de laatste jaren heeft verdragen en gedragen. Wat een sterk lijf.

Dubbel

Het voelt dus heel erg dubbel. Of eigenlijk driedubbel. Want naast dit alles voelt het ook nog heel erg moeilijk dat mijn lijf niet zo geschikt blijkt voor zwangerschappen. Mijn lijf, wat heel snel zwanger wordt. Maar wat die zwangerschappen vaak niet goed in stand weet te houden, waarschijnlijk door de schildklierantistoffen. En wat het waarschijnlijk niet goed voor elkaar heeft gekregen Tieme voldoende voeding te geven tijdens zijn zwangerschap. Dat doet pijn. Heel veel pijn.

En nu dan?

Aan de zwangerschapsproblematiek kan ik helaas niets doen. Voor nu probeer ik me te focussen op wat ik wèl kan doen. Gezond eten. Zoveel mogelijk fietsen. Naar yoga. Voldoende slapen. En ik denk dat er ook mentaal nog wel wat te winnen is in hoe ik over mijn lijf denk. Dus heb ik als voornemen om mijn lijf te eren. Op een voetstuk te plaatsen. Te bedenken voor hoe sterk het is geweest, en hopelijk nog heel lang blijft. Want gezond zijn en blijven, dat is misschien wel het belangrijkste goede doel.