8 maanden

8 maanden

Het is alweer 8 maanden geleden dat ons mannetje dood geboren werd.

De wereld wordt weer wat normaler

Lumen is weer helemaal naar school. Ik ben voor het eerst naar yoga geweest. Heb ’s avonds op het terras gezeten. We hebben onze ouders weer gezien.

Er mag weer meer, de wereld om ons heen begint weer een beetje normaler te lijken. Dat geeft ruimte. Ruimte om vorm te geven aan ons nieuwe normaal. Met ons dode zoontje. Wat natuurlijk volstrekt niet normaal is. Wennen aan ons nieuwe normaal zal ingewikkelder zijn dan wennen aan het nieuwe normaal wegens corona. Maar nu de wereld niet meer puur om corona draait, is er in ieder geval wat meer ruimte om daarmee aan de slag te gaan.

Niet zwanger

Ik ben vandaag 8 maanden niet meer zwanger. Zo lang ben ik al niet meer niet zwanger geweest sinds augustus 2017. Sinds de eerste miskraam na Lumen. Al die zwangerschappen daarna kwamen 3 tot 7 maanden na de vorige. Raar idee. Wat heb ik toch veel gevraagd van mijn lijf de laatste jaren.

Fysiek ben ik inmiddels weer aardig fit. Ik wandel 2x per week een uur. Ik yoga wekelijks. Ik doe om de dag knieoefeningen. ’s Morgens core oefeningen. En sinds deze maand probeer ik ook dagelijks te mediteren. Het is hard werken, dat herstel. Ook fysiek. Maar het begint z’n vruchten af te werpen. En dat is fijn.

Inzicht

Ik had vorige week een prachtig inzicht. Er zijn mensen met wie ik moeite heb. Die in het verleden dingen zeiden die me erg raakten. Ik baalde ervan dat ik zoveel moeite had ze te zien. Wilde dat dat snel over ging. Vond het vooral onhandig van mezelf. Maar, in gesprek met mijn man over of ik wel of niet zo’n ontmoeting aan zou gaan, kwam ik tot een fantastisch inzicht.

Er is nogal wat gebeurt natuurlijk. Noem het trauma, noem het verlies, noem het vreselijk. Hoe dan ook: mijn hele wezen wil me nu beschermen tegen nog meer onveilige situaties. Het is niet rationeel. Maar alles in mij vertelt me weg te blijven van dat wat niet veilig voelt. En ik voel me dus niet veilig bij die mensen. Als ik de ontmoeting aan ga, ga ik al met het gevoel: ‘wat zal er nu weer gezegd worden wat pijn doet?’.

Eigenlijk hartstikke mooi. Dat mijn hele wezen me nu afschermt voor dat wat ik nu niet aankan. Ik kan er vanalles over bedenken. ‘Je moet er gewoon doorheen’. ‘Ze bedoelen het niet zo’. ‘Het zal wel meevallen’. Maar dat is allemaal ratio. Mijn ziel wil niet. Kan het niet. En dat heeft een reden. Ik kan het gewoon nog niet aan.

Dus ik doe alleen dingen die fijn voelen. Zie de mensen bij wie ik me wèl fijn voel. En dat zijn er stiekem ook best veel. Zoals mijn man zei: de mensen die ik voor het eerst weer zie de afgelopen weken, de enorme berg dingen die ik voor het eerst weer doe, zijn al enorme stappen.

De rest laat ik nog even zitten. Tot later. Misschien tot ik in therapie bij die situatie stil heb kunnen staan. Of totdat mijn wezen me aangeeft dat ook dat wel weer kan. Ik ben nou eenmaal ongeduldig. Maar kan niet alles tegelijk. Nu al helemaal niet. Dus stap voor stap. En rustig aan.  

Zes kindjes

Zes kindjes, 4 miskramen

Begin dit jaar loop ik op een avond naar mijn yogastudio. Ik denk over vanalles na – zoals altijd. Ineens overvalt het besef me: ik ben gewoon 6 keer zwanger geweest. Ik ben vaker zwanger geweest dan wie ik ook ken. Op mijn oma’s na dan.

Zwaarder

Na de dood van Tieme lijkt het alsof mijn 4 miskramen zwaarder zijn gaan wegen. Eerder voelde het niet zo. Er was altijd die hoop dat het nog goed ging komen. Dat we over vijf jaar terug zouden kijken op een hele moeilijke periode. Maar dat we dan twee gezonde kinderen hadden, en wisten waar we het allemaal voor hadden gedaan.  

Toen we hoorden dat we waarschijnlijk afscheid moesten gaan nemen van Tieme veranderde dat. Alles in mij schreeuwde ‘Nee, niet weer! Niet voor de 5e keer. Hoe kan het in hemelsnaam dat we voor de 5e keer afscheid moeten gaan nemen van een kindje?!’

Opstaan en weer doorgaan

Een miskraam is heftig. Dat weet ik. Toch ben ik nooit compleet verdronken in het verdriet. Mijn zorgen waren altijd vooral om het fysieke deel. Mijn eerste miskraam was namelijk nogal een drama, met 2 spoedopnames en uiteindelijk een curettage tot gevolg. De miskraam duurde daardoor wel een week of 5. Met daarna nog een aantal weken hersteltijd, want m’n lijf was er flink van ondersteboven.

Door die eerste ervaring waren alle miskramen daarna heel spannend. Ben ik er mentaal ook wel stuk van geweest, maar dat was dan vooral de stress over hoe de miskraam dit keer zou zijn. Je leest weleens dat een vrouw een periode heel lang heel verdrietig is over haar miskraam. Dat heb ik dus nooit zo sterk gehad. Wel heel veel verdriet, uitgesmeerd over de afgelopen jaren. Maar niet na een miskraam gewoon eens goed de tijd en ruimte genomen om er eens helemaal stuk van te zijn. Ik kreeg wel vaak de opmerking ‘Wat ben je toch sterk’. En ‘Je mag wel huilen en verdrietig zijn, dat is helemaal niet gek’. Maar die tranen kwamen gewoon niet zo makkelijk. Ik weet niet of dat eigenlijk wel zo goed is. Dat niet huilen. En sterk zijn. Want het verdriet zit er echt wel. Maar blijft misschien daardoor juist wel binnen. Blijft, uitgesmeerd over de tijd, op momenten naar buiten komen. Waardoor het steeds veel pijn blijft doen.

Ergens voelde ik ook een bepaalde haast: niet miepen, zo snel mogelijk herstellen, aan het werk, doorgaan. En op naar de volgende poging. Ik ben opgegroeid in een gezin waar niet gezeurd werd. Waar je niet zomaar naar de huisarts ging. Mijn vader was namelijk zelf huisarts, en van het soort ‘Gaat vanzelf weer over’.  Wat met ontzettend veel dingen ook zo is. Misschien dat daar die ‘opstaan en weer doorgaan’ instelling vandaan komt. Ik weet in ieder geval vrij zeker dat daar mijn aversie tegen artsen en medicatie vandaan komt 😉

Ruimte voor het verdriet

Iedereen die weleens een zwangerschapstest heeft gedaan en die positief mocht vinden zal het herkennen: het gevoel van blijdschap. Ongeloof. Het berekenen wanneer je kindje ongeveer geboren wordt. Bij welke leuke dingen je de komende maanden met dikke buik zal aansluiten. Of wat je juist moet laten schieten. En sinds Lumen: de hoop dat ze dan toch eindelijk een broertje of zusje zal krijgen. Dat ze niet op zal groeien als enig kind.

Door de eerdere miskramen waren we altijd ontzettend voorzichtig, en afwachtend. Durfden we er echt niet vanuit te gaan dat het goed zou gaan. Maar toch. Alle bovenstaande dingen had ik toch. Hoe graag ik het ook wou, ik hield het niet tegen. Dus is het dan wel zo eerlijk tegenover mezelf om, als het toch weer mis ging, te denken: maar ik hield er al rekening mee? Maar ik wist dat het mis kon gaan? Maar ik raak in ieder geval heel snel zwanger, dus op naar de volgende poging?

Nee. Ik denk eigenlijk van niet. Ik denk niet dat ik bewust verdriet weggestopt heb. Ik denk wel dat het beter was geweest als ik er meer ruimte voor had gemaakt. Er meer bij stil had gestaan wat het met me deed. Dat ik het eigenlijk echt heel kut vond. Blijkbaar had ik Tieme, en dat enorme verlies, nodig om dat te leren.

Wat er in de tussentijd gebeurde

Ondertussen draait de wereld om ons heen natuurlijk gewoon door. Drie maanden na mijn ski-ongeval zouden we trouwen. En vanaf dat moment hoopten we kindjes te mogen krijgen. Iets waar we toen eigenlijk al best een tijd aan toe waren. Maar waar we wegens mijn revalidatie toen nòg 2 jaar mee moesten wachten. Vanaf dat ski-ongeval, inmiddels 8 jaar geleden, was kindjes krijgen dus al een beladen onderwerp.

Want in die tijd kreeg wel iedereen om ons heen kindjes. In de tijd tussen dat ski-ongeval en Lumen werden er in onze vriendengroep en bij goede vriendinnen van mij 6 kindjes geboren. Tussen Lumen en Tieme kwamen er nog 7 kindjes in onze directe omgeving. En sindsdien is er nog een jongetje geboren, en komt er zeer binnenkort weer een jongetje bij.

De 4 kindjes vlak in de buurt van Lumen waren niet moeilijk. Alle andere kindjes wel. Elf moeilijke geboortekaartjes. Elf moeilijke kraamkadootjes. Moeilijke kraambezoekjes. Al konden we dat niet bij allemaal aan. En dat zijn dan alleen nog maar de kindjes in onze echt directe omgeving. Dan heb ik het nog niet over de weet ik hoeveel andere kindjes die net-iets-verder-weg vrienden en kennissen, neven, nichten en collega’s kregen… Hoe ontzettend ik het iedereen ook gun. Het is gewoon moeilijk. Je gunt het jezelf ook zo.

De andere kindjes

Na Tieme blijk ik dus ineens veel meer bezig te zijn met die eerdere miskramen. En dat laat ik er dan ook maar zijn. Ik voel de behoefte om ook die eerdere kindjes de ruimte te geven. Ook al heb ik ze tot nu toe niet eens echt als kindjes gezien. ‘Want we hebben geen hartje zien kloppen’ (bij eentje wel, en dat maakt eigenlijk helemaal geen verschil). ‘Want het was nog zo vroeg’ (bij twee van de 4 wel, maar ook dat maakt weinig verschil). ‘Want zo’n zwangerschapstest zegt ons inmiddels niet meer zo veel, het is alleen maar het eerste stapje van vele’. Er zijn zoveel manieren waarmee ik – onbewust – mijn verdriet heb weggeredeneerd.

Elke miskraam is anders. Heeft haar eigen verhaal. Haar eigen dingen die in die periode gebeurden, of die juist niet gebeurden door de miskraam. Je wordt er echt niet beter in ofzo.

Het eerste kindje. Waarvan ik me maar een week echt zwanger heb gevoeld. Daarna voelde ik nauwelijks wat. Maar het was mijn eerste zwangerschap, dus ik wist niet wat normaal was. En ik hoopte natuurlijk gewoon dat het goed zat. Het kindje waarvan we met de 8w echo hoorden dat er geen kloppend hartje was. Wat, na de tweede controle echo een week later, met 9w en een beetje een miskraam werd. Dachten we. Waarvan dat stiekem de miskraam nog niet was, maar waar ik een aantal dagen later ineens veel te veel bloedverlies kreeg. Een spoedopname in het ziekenhuis volgde. Twee weken daarna een ontsteking van een rest, waar ik heel ziek van werd. Weer een spoedopname met alsnog een curettage tot gevolg. Met deze miskraam zijn we uiteindelijk zo’n 5 weken bezig geweest. En daarna moest mijn lijf nog herstellen.

Het derde kindje, de eerste zwangerschap na Lumen. Na de zwangerschap van Lumen had ik heel lang en veel pijn met zitten en last van mijn bekken. Dit had dit enorm veel effect op mijn hele leven: Lumen niet goed kunnen dragen, Lumen niet op schoot kunnen hebben, altijd liggend borstvoeding geven (dus nooit ergens even tussendoor ‘op locatie’), niet goed kunnen werken, niet gezellig bij iemand eten, niet naar onze ouders want die woonden te veel zit-afstand weg, niet naar de kroeg, niet naar de bioscoop…. We hebben heel lang gedacht niet geweten in hoeverre dat zou herstellen. En daardoor lang gevreesd dat een tweede misschien niet meer mogelijk was. Daarnaast wist ik niet of ik het überhaupt nog wel aandurfde. Maar de wens was tè groot. Het duurde anderhalf jaar voordat ik de knoop durfde door te hakken, maar toen besloten we: ja, we gaan voor een tweede.

Ik was heel snel zwanger. We waren uitzinnig blij. Want die eerste miskraam was gewoon een foutje, en daarna kregen we tenslotte Lumen? Dus natuurlijk zou deze zwangerschap goed gaan. We waren op vakantie in het huisje van mijn ouders. We namen op het strand een foto van ons drietjes met de positieve zwangerschapstest. Stiekem, zodat Lumen het niet zag, omdat we anders het zelf het moment kiezen waarop we de zwangerschap wilden melden wel op ons buik konden schrijven 😉 Het leek ons leuk om die foto straks te gebruiken om mensen te laten weten dat we een tweede kindje kregen. We stelden ons al voor hoe we een jaar later met z’n viertjes in datzelfde huisje zouden zitten. Ik denk dat dit van alle zwangerschappen degene is geweest waar we het allerblijst, of misschien het minst bezorgd, waren toen we de positieve test in handen hadden. We wisten nu tenslotte dat we een gezond kindje konden krijgen. Man, wat waren we gelukkig.

Een paar dagen later verloor ik één drupje bloed. BAM. Daar was de bezorgdheid direct weer. We hoopten nog dat het niets was. Maar gingen wel op zoek naar kraamverband. Dit bleek niet per se makkelijk in de kleine vakantiedorpjes in Zeeland.  We kwamen die dag door. En de volgende. Het vloeien werd steeds een beetje meer. Daar zaten we dan. Doodsbang voor weer zo’n bloedbad als 2 jaar eerder. In the middle of nowhere. Dit voelde op geen enkele manier goed. Niet als vakantie. Niet om zo ver weg te zijn van ons eigen ziekenhuis. We hebben onze spullen gepakt en zijn midden in de vakantie naar huis gegaan.

Het vierde kindje. Drie maanden later was ik al weer zwanger. Toch weer blij natuurlijk. Vanwege die eerdere miskramen mogen we al een vroege echo laten maken. We gaan met 7,5e week. De verloskundige laat ons een kloppend hartje zien. Maar het formaat van het kindje klopt niet met de termijn die ik volgens mij ben. Het scheelt maar liefst twee weken. Ik weet vrij zeker wanneer ik zwanger ben geraakt, dus heb vanaf dat moment al sterke twijfels of dit nog goed gaat komen. Maar hopen blijf je doen. We moeten anderhalve week wachten op de volgende echo. Dramatisch. Weer wachten. Weer de tijd doorkomen. Proberen te werken. Proberen je dagen zo normaal mogelijk door te komen. Op de tweede echo is geen kloppend hartje meer te zien.

We moeten besluiten of we de miskraam op willen wekken, of af willen wachten. De allereerste miskraam is opgewekt, en daar reageerde mijn lijf dus niet heel goed op. Dus we besloten dit keer af te wachten. Weer zaten we in spanning. We regelden 24/7 backup opvang voor Lumen. Want deze miskraam was qua termijn meer vergelijkbaar met de 1e dan met de 2e, en stel dat ik weer halsoverkop naar het ziekenhuis zou moeten. Lumen’s logeertasje en mijn ziekenhuistas stonden klaar. Wat dat betreft lijkt het net een normale bevalling. Maar dan anders.

We zijn allebei volledig lamgeslagen. Van verdriet. Dat dit alweer mis moest gaan. Van stress over hoe de miskraam zal gaan. We komen de dagen door. Maar het kost bakken energie. Het voelt alsof we onder hoogspanning staan. Uiteindelijk komt de miskraam rond de elf weken. En gaat dit gelukkig redelijk, ik kan in ieder geval gewoon thuis blijven. 

Het vijfde kindje. Het duurt een aantal maanden voordat we weer durven. We twijfelen óf we nog wel durven. Maar ja, die wens hè. Die blijft zo groot. Wordt misschien nog wel groter. Lumen vraagt inmiddels ook regelmatig of ze een keer een broertje of zusje krijgt. We wensen dit inmiddels niet meer met z’n tweeën maar met z’n drieën.

Weer ben ik snel zwanger. Weer in augustus, precies dezelfde timing als bij zwangerschap 3. Tijdens een weekendje weg in Amsterdam begin ik weer heel licht te vloeien. Weer hopen we dat het niets is. Weer gaan we op jacht naar kraamverband. Dit is in Amsterdam gelukkig wat makkelijker te krijgen dan in Zeeland. De miskraam zet door. Gaat heel soepel. Het was weer een vroege, rond de 6 weken dit keer. Die blijken ‘rustiger’ dan als je al een paar weken verder bent. Diezelfde week wordt mijn man 35. Hij heeft teamgenoten en hun gezinnen, en onze eigen gezinnen, uitgenodigd voor de dag. Huis vol.

Ik heb geen zin dit af te blazen. Een miskraam betekent steeds weer: hetgene wat je het allerliefst wil gaat niet door. Maar daarnaast gaat heel veel ander leuks ook niet door. Want je moet miskramen, herstellen, verdrieten. Dus feestjes/afspraken/uitjes/vakanties gaan niet door, of zijn tenminste heel beladen.  Daar was ik inmiddels wel een beetje klaar mee. Dus ik zet een grote glimlach op, we vertellen niemand over onze miskraam, en maken het beste van zijn 35e verjaardag. Ook gaan we de week erna ‘gewoon’ op vakantie naar Zeeland. Stond al gepland. Dus we gingen maar. En proberen er het beste van te maken. Al voelt dat niet echt als vakantie hebben. Weer niet.

Daarna kwam Tieme. Ons zesje kindje. Hoe dat verliep kan je hier lezen.

Ik heb bij elk van deze kindjes de blijdschap gevoeld toen ik me zwanger voelde. Iets wat ik altijd heel goed voel, al een paar dagen voordat ik kan testen. De blijdschap als de zwangerschapstest positief bleek te zijn. Het uitrekenen wanneer het kindje geboren zou worden. Het bedenken of dat een leuke maand/seizoen/periode is. Alles erop en eraan, dat kreeg ik niet tegengehouden. Dus het is er allemaal geweest. En daar mag ik verdriet om hebben. Beter laat dan nooit.

Herdenken

Eigenlijk hebben we dus 6 kindjes. Waarvan er gelukkig, gelukkig, gelukkig eentje bij ons is. Ons lieve meiske.

In mijn yogastudio staat een prachtige kandelaar. Dezelfde avond dat het besef van die 6 kindjes me overvalt, bedenk ik me dat dat een prachtige manier zou zijn om die kindjes te herdenken. Een kandelaar met 5 kaarsen erin. Eén voor elk kindje wat niet bij ons mocht blijven. De kandelaar van mijn yogajuf heeft niet het juiste aantal kaarsen. Maar het idee is wel ontstaan. Ik google me suf maar vind niets naar mijn zin. Dus laat het rusten.

Pas vorige week praat ik er voor het eerst over met mijn man. Over hoe die miskramen nu anders voelen dan vóór Tieme. Over mijn idee van de kandelaar. Hij vindt het een goed idee. En bij zijn eerste 1e google poging vindt hij meteen een hele mooie. En daarna nog een paar. Maar ik heb mijn hart al verloren aan die eerste. Vijf kaarsen, allemaal een beetje anders. En toch samen.

Je ziet ‘m op de foto hierboven. Het is de Link kandelaar van Duo Design. Ik bestelde ‘m hier. Hij werd eergisteren bezorgd. Ik vind ‘m in het echt nog mooier dan gehoopt. Kleiner, en tegelijk ook steviger.

Ik heb die eerste avond heel bewust één voor één de kaarsen aangestoken. En elk kindje en het bijbehorende verhaal herdacht. Het is heel moeilijk. En tegelijkertijd ben ik er blij mee. Wat heel gek is, zeggen dat ik hier ‘blij’ mee ben. Voor zoverre je blij kan zijn in zo’n situatie natuurlijk. Datzelfde gevoel had ik toen ik over de foto van Tieme typte, en neerschreef dat we er ‘heel blij’ mee waren. Echt gek, hoe je dus blij kan zijn met iets wat in een situatie is die je nooit hebt gewild, en waar je op geen enkele manier blij om kan zijn. Maar goed. Dat blijkt dus te kunnen.

Dit is deel 3 van de serie Door het verdriet, waarin ik probeer het verdriet aan te kijken. Uit te spreken wat moeilijk is. Waar ik verdriet van heb. Dat te voelen. De eerste twee delen lees je hier (over mijn fysieke blauwe plekken) en hier (over mijn mentale blauwe plekken).

23 keer ziekenhuis

23 keer ziekenhuis

Voor de belastingaangifte van 2019 zoek ik de ziekte-gerelateerde parkeerkosten bij elkaar. Ik hark alle kwitanties bij elkaar en zet ze op een lijstje. We zijn in 2019 maar liefst 23 keer in het ziekenhuis geweest.

Januari tot en met april: 3x naar het ziekenhuis in Delft, voor onderzoeken naar de herhaalde miskramen. 2x naar de herhaalde miskraam poli in Leiden.

Mei, juni, juli: 4 keer naar Delft vanwege mijn zwangerschap. Steeds vol spanning en angst, op de laatste keer in juli na: met 16 weken ziet alles er nog steeds goed uit op de echo. We durven eindelijk opgelucht adem te halen. Het is lang nog niet altijd te zien op die termijn, maar bij ons wel: we krijgen overduidelijk een jongetje. We zijn blij. We zien de rest van de zwangerschap dan eindelijk met vertrouwen tegemoet.

En toen. Drie weken later. Het tweede half jaar. Onze hel begint.

Nog 14 keer. 10 keer Delft, 4 keer Rotterdam. Waar ons jongetje uiteindelijk dood geboren wordt.

En dat is 2019. In de maanden vóór 2019 zit ik al 2x bij de huisarts en 2x in het ziekenhuis in Delft, voor de start van die onderzoeken naar de herhaalde miskramen. En in 2020 hebben we inmiddels ook alweer 4 keer ziekenhuis en 2x huisarts gehad, voor allerlei nacontroles en nagesprekken.

Vind je het gek dat we er zo helemaal kapot van zijn…

Bont en blauw (2/2)

Bont en blauw

Dit is deel 2 van de serie ‘Dóór het verdriet’. Ik voel me bont en blauw geslagen door het leven. Fysiek, en mentaal. In dit blog het mentale deel. Over het fysieke stuk heb ik hier geschreven.

Even Lumen naar school brengen en brood halen

Ik breng mijn dochter naar school. Op het schoolplein kom ik beide moeders tegen die tegelijkertijd met mij zwanger waren. Hun zoontjes zullen de komende jaren groter worden. Mee naar school komen. Mijn zoontje niet.

Au.

Ik ga erna even naar de bakker om brood te halen. Ik bestel brood en kijk terloops in de vitrine. Ik zie de tompoezen waar ik tijdens mijn zwangerschap enorme trek in had. Maar die ik toen niet elke keer van mezelf mee mocht nemen. Toen, toen ik nog dacht dat ik een levend kindje kreeg. Toen de wereld nog mooi was. Toen ik nog opzag tegen al die zwangerschapskilo’s, en vooral tegen de bijbehorende bekkenklachten. Toen ik dus nog vond dat ik enigszins moest opletten wat ik at.

Au.

Ik loop terug naar buiten. Ik loop langs de etalage van de Hema. Waarop een schattig roze rompertje staat geprint waar ik, toen ik net zwanger was, helemaal weg van was. Ik had mezelf beloofd dat, als we een meisje zouden krijgen, ik dat rompertje voor haar mocht kopen. Nu loop ik erlangs en voel ik een steek van pijn. Er kwam geen meisje. Maar ook geen jongetje waar ik rompertjes en andere babyzut voor mocht kopen.

Au.

Het ‘even Lumen naar school brengen en brood halen’ is nu niet ‘even’. Er zijn zo veel dingen die moeilijk zijn. Die pijn doen. Die voelen alsof mijn blauwe plekken heel hard ingedrukt worden.

Eigenlijk is überhaupt niets ‘even’ momenteel. Overal liggen herinneringen. Die op de meest onverwachtse momenten naar boven komen. Blauwe plekken, die telkens weer ingedrukt worden.

Zusjes

De twee dochtertjes van vrienden van ons komen een ochtendje spelen. De ochtend wordt een dagje. Na de lunch zijn ze moe, en zetten we ze even achter een filmpje om bij te komen. Mijn man maakt er een foto van en deelt die in de groepsapp met onze vrienden. Als ik de foto zie, zie ik drie meisjes op de bank. Twee zusjes, die heerlijk tegen elkaar aan hangen. Een klein beetje ruimte ertussen. En dan Lumen.

Au. Lumen heeft geen broertje of zusje om zo lekker vertrouwd tegenaan te liggen. Hoe dierbaar die twee vriendinnetjes voor haar ook zijn, het zijn geen zusjes van haar. Dat zie ik op die foto. En daarom raakt die foto me enorm.

Nou heb ik zelf een zusje waar ik altijd ruzie mee had. Waar ik nooit zo lekker mee op de bank heb gehangen. Misschien trouwens wel, toen we echt jong waren. Maar in ieder geval niet meer toen we ouder waren.

Toch herken ik het gevoel wel heel sterk. Ik heb namelijk nòg een zusje, en nog een broertje. We schelen respectievelijk 6 en 9 jaar. Met hen heb ik heel veel geknuffeld. Bijna meer als een moedertje dan als zusje. Maar toch. Dat ongecompliceerde lekker bij elkaar weg kunnen kruipen. Heerlijk.

Au. Dat heeft Lumen dus niet. En mijn hart huilt daarom voor haar.

Pop

25 dagen nadat Tieme geboren was, was het Sinterklaas. We hadden totaal geen energie of zin om het te vieren. En natuurlijk al helemaal geen inspiratie voor kadootjes. Lumen vroeg al maanden om een Baby Born pop. Ik vond het eigenlijk ontzettende onzin: ze had al 2 poppen waar ze nauwelijks mee speelde. Maar goed, aangezien er dus ook geen inspiratie was voor betere ideeën werd het toch die pop.

Lumen was door het dolle heen. Ze knuffelde haar pop. Zorgde voor haar. Kleertjes aan, kleertjes uit, flesje geven, luiertje om. Mijn man en ik werden echt gek van verdriet. Ze was zó ontzettend lief voor die pop. Zo zorgzaam. Zo lief was ze ook voor Tieme geweest als hij was blijven leven.

Au. Wat deed dat een pijn. Wat was het ontzettend confronterend om ons meisje zo te zien opgaan in die verzorgende grote-zussen-rol. Want die pop, dat was haar kleine babyzusje natuurlijk.

En Au. Die hadden we niet aan zien komen. Geen moment erbij stil gestaan dat het ons zoveel verdriet zou doen om haar met een pop in de weer te zien. Die onverwachtste dingen zijn misschien wel het moeilijkste.

Mijn man is een echte speelpapa. Kan de hele dag spelen met onze dochter. Op avontuur gaan, spelletjes spelen, nieuwe spelletjes verzinnen. Maar die pop, die trekt hij nog steeds heel slecht.

Corona

Op de persconferentie afgelopen week werd aangekondigd dat je nog met maximaal 3 personen bij iemand op bezoek mag. Mijn eerste reactie is hier als grapje over maken: oh, dan mogen wij wel onze vrienden op bezoek, maar zij niet bij ons. Het moment daarna realiseer ik me dat dit niet zo had moeten zijn. Dat wij ook met z’n vieren hadden moeten zijn.

Au.

Nou zijn Lumen en ik al weken verkouden, dus mogen we momenteel überhaupt nergens naartoe. Maar toch. Au.

Zwanger of net een miskraam gehad

Ik ben in de afgelopen 6 jaar 6 keer zwanger geweest. In de afgelopen 3 jaar zelfs 4 keer. Ik merk de laatste tijd dat ik bij ontzettend veel herinneringen denk: toen was er iets. Iets niet normaals, iets spannends, of iets moeilijks. Ik was net zwanger. Of had net een miskraam gehad.

Stefan’s 30e verjaardag; ik was nèt zwanger. De allereerste keer. Dus nog vol vertrouwen, en heerlijk onbezorgd. Hij vierde het in de kroeg. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. De sfeer, de opblaasdertig. En: dat gevoel van “er was toen iets”. Een paar weken laten zouden we horen dat we onze eerste miskraam zouden krijgen.

Op vakantie bij familie in Denemarken. Dat weekendje weg in Amsterdam. Die spannende meeting op mijn werk. Dat feestje. Er was toen iets. Was ik nou net zwanger? Of had ik net een miskraam gehad?

Stefan’s 35e verjaardag. We vieren het bij ons thuis met een flinke club. Ik had wéér net een miskraam gehad. De 4e. Ik werd er inmiddels bedreven in. Niet echt hoor. Ik was het vooral zat om steeds weer vanalles af te zeggen. Door zoiets verdrietigs gaat er vaak een hoop, wat eigenlijk leuk had moeten zijn, ook direct niet door. Daar was ik een beetje klaar mee. Dus ik zette een glimlach op en bikkelde me door de dag.

De herinneringen lopen door elkaar. Ik denk minstens één keer per week aan iets terug, met dan dus die gedachte: er was toen iets. Maar ik weet vaak niet meer wat precies. Ik weet niet meer of ik nou net zwanger was, of juist net een miskraam had gehad.

Dat maakt ook niet uit. Het geeft vooral aan hoe vaak ons leven door elkaar geschud is de laatste jaren. Hoe we steeds gingen van klein geluk, toch weer beetjes hoop – al durfden we dat al snel nauwelijks meer te hebben -, via afwachten in spanning, naar wéér de volgende teleurstelling verwerken. Fysiek opkrabbelen, maar ook zeker mentaal.

Blauwe plekken

We hebben een heleboel blauwe plekken. Ze worden ingedrukt door herinneringen, die ik soms aan zie komen, maar die vaak ook totaal onverwachts komen. Ik hoop dat dat geduw erin op een gegeven moment verandert in een speldenprik. En ooit misschien zelfs in zachtjes wrijven. Of aaien. Iets wat minder pijn doet in ieder geval.

PS: Bovenstaande foto nam ik 2,5e weken geleden. Toen de wereld nog niet plat lag door corona, en ik mijn dochtertje op de fiets naar school bracht. Ik fietste langs deze magnolia. En besloot toen ik er al voorbij was alsnog af te stappen om er een foto van te maken. Tè mooi om dat niet te doen. Een heel ander bont en blauw 😉

Mijn lijf

mijn zwangere lijf

Door de zwangerschap heb ik nu echt nog een zwanger lijf. Dat is al confronterend als je een levend en gezond kindje hebt gekregen. Maar nu voelt het echt heel wrang. En nutteloos. Toch heb ik een heel dubbel gevoel over mijn lijf: het is ook zo enorm sterk en krachtig.

Zwangerschapslijf

De extra kilo’s die eraan gekomen zijn tijdens de 7 maanden zwangerschap zijn er niet direct af. Ook kon ik het vanaf de 20w echo niet meer aan om met andere zwangere moeders in yoga- of zwangerfitlessen te zijn. Er was zoveel bezorgdheid en onzekerheid rondom Tieme, dat ik er niet aan moest denken om met de onbezorgdheid en onschuldige zwangerschapskwaaltjes van andere moeders geconfronteerd te worden. Met als gevolg dat ik ook heel stram was na de zwangerschap.

En dat is behoorlijk confronterend. Toen ik mijn dochter kreeg was ik erna ook verre van fit. En bleef ik vrij lang een kilo of 6 te zwaar. Maar dat vond ik prima. Ik gaf tenslotte borstvoeding. Ik had slechte nachten. Het voelde als het beetje reserve wat ik nodig had om dat eerste jaar door te komen. Het was ‘voor het goede doel’. En die kilo’s zijn er na dat jaar ongemerkt afgegaan.

Nu voelt dat totaal anders. Ik pas mijn normale broeken nog niet. Shirtjes zitten te strak om mijn buik. En het zit me deze keer echt in de weg. Naast alles wat mis is gegaan, het zoontje wat ik verloren heb, voelt het alsof ik dan in ieder geval toch maar zo snel mogelijk mijn eigen lijf weer terug wil. Ik wil weer soepel zijn.  De kilo’s eraf. De conditie op peil. Zo snel mogelijk terug naar vóór deze zwangerschap. Die zo ontzettend verdrietig afliep. Het zwangerschapslijf confronteert me met wat had moeten zijn. Met wat er niet is. Deze keer is ‘het goede doel’ dood.

Sterk

Tegelijkertijd ben ik zo ontzettend trots op mijn lijf. Het lijf wat 6 weken na de pre-eclampsie alweer ontzettend goede bloedwaarden produceerde. De nier- en leverfunctiestoornissen waren alweer bijna helemaal opgelost. De bloedplaatjes aangevuld. Het lijf wat na afbouw van de bloeddrukmedicatie zelf de bloeddruk weer prima houdt.

En ook het lijf wat tijdens mijn knie-revalidatie 8 jaar geleden zonder morren 8 maanden op de bank zat, zonder enige vorm van rugpijn of andere pijn. Dit tot grote verbazing van mijn omgeving, uit hun reacties leek het alsof iedereen in die situatie rugpijn zou krijgen. Maar mijn lijf niet.

Het lijf wat naast 2 zwangerschappen ook nog 4 miskramen te verwerken kreeg. En wat na elke miskraam fysiek vrij snel weer herstelde en fit was.

Ongelooflijk eigenlijk, hoeveel mijn lijf de laatste jaren heeft verdragen en gedragen. Wat een sterk lijf.

Dubbel

Het voelt dus heel erg dubbel. Of eigenlijk driedubbel. Want naast dit alles voelt het ook nog heel erg moeilijk dat mijn lijf niet zo geschikt blijkt voor zwangerschappen. Mijn lijf, wat heel snel zwanger wordt. Maar wat die zwangerschappen vaak niet goed in stand weet te houden, waarschijnlijk door de schildklierantistoffen. En wat het waarschijnlijk niet goed voor elkaar heeft gekregen Tieme voldoende voeding te geven tijdens zijn zwangerschap. Dat doet pijn. Heel veel pijn.

En nu dan?

Aan de zwangerschapsproblematiek kan ik helaas niets doen. Voor nu probeer ik me te focussen op wat ik wèl kan doen. Gezond eten. Zoveel mogelijk fietsen. Naar yoga. Voldoende slapen. En ik denk dat er ook mentaal nog wel wat te winnen is in hoe ik over mijn lijf denk. Dus heb ik als voornemen om mijn lijf te eren. Op een voetstuk te plaatsen. Te bedenken voor hoe sterk het is geweest, en hopelijk nog heel lang blijft. Want gezond zijn en blijven, dat is misschien wel het belangrijkste goede doel.