Haakjes – Rouwen is ook wennen aan de nieuwe realiteit

In mijn huis hangen 2 haakjes. Haakjes die me aan Tieme doen denken. En aan het levende baby’tje waar we zo ontzettend op gehoopt hebben de afgelopen jaren. En wat niet is gekomen.

In mijn huis hangen 2 haakjes. Haakjes die me aan Tieme doen denken. En aan het levende baby’tje waar we zo ontzettend op gehoopt hebben de afgelopen jaren. En wat niet is gekomen.

Letterlijke haakjes

Het ene haakje hangt in de badkamer. De wc-verkleiner hing erop. Ik borg de verkleiner op toen deze niet meer nodig was voor mijn dochter. Het haakje bleef hangen. Voor als ze ooit nog een broertje of zusje mocht krijgen.

Het andere haakje zit in ons plafond. Het is voor de hangwieg. De hangwieg waar ik straalverliefd op was toen Lumen erin lag. Het haakje heeft zelfs onze verbouwing boven overleefd. We zeiden tegen de aannemer: ‘laat maar hangen, de hangwieg komt toch op dezelfde plek als het broertje of zusje van Lumen op een gegeven moment komt’. Hij heeft eromheen gestuct.

Dat zijn de letterlijke haakjes. Dan zijn er nog oneindig veel figuurlijke haakjes die ik tegen kom. Dingen die me aan Tieme doen denken. Die een herinnering aan onze tijd met hem brengen. Of die het bewustzijn triggeren dat hij echt nooit meer levend wordt en voor altijd weg is.

Parkeerautomaat

Ik stond laatst met mijn man voor een parkeerautomaat. En had een genadeloze flashback naar alle keren dat we in ziekenhuizen voor zo’n automaat stonden vorig jaar. 23 keer, berekende ik hier een keer.

Als je net gehoord hebt dat de dokter zich ernstige zorgen maakt om je kindje.  Als je net gehoord hebt dat je kindje dood gaat. Als je net de mogelijkheden tot zwangerschapsafbreking besproken hebt. Als je net gehoord hebt dat je kindje grote kans heeft op een waslijst vol handicaps. Al die keren sta je daarna samen voor zo’n parkeerautomaat. Verdwaasd. Boos. Verdrietig. Zoiets futiels te doen als parkeergeld betalen. Ik denk dat ik nooit meer hetzelfde kijk naar mensen die voor de parkeerautomaat in het ziekenhuis staan. Ik zal me altijd even afvragen of zij misschien ook net gehoord hebben dat hun kindje dood gaat. Of zij zelf.

Tieme

Ik zag op LinkedIn laatst iemand voorbij komen die Tieme heette. Op zich is Tieme geen heel onbekende naam. Maar blijkbaar kom ik ‘m toch weinig tegen. Dit was de eerste keer. Au. Een enorme steek. Het besef dat er nooit een Tieme van D op LinkedIn zal staan sloeg als een mokerslag in. Nou bestaat LinkedIn over 18 jaar vast niet meer, dus de kans dat er daar een profiel met zijn naam was geweest was al niet groot 😉 Maar het deed me eens te meer beseffen dat hij gewoon echt geen leven op gaat bouwen.

Rouwen is ook wennen aan de nieuwe realiteit

In het boek van Manu Keirse staat dat een onderdeel van rouwen ook het wennen is aan de nieuwe realiteit. Je hebt je ingesteld op een leven met iemand, en ineens is die iemand dood. Dat wil je niet. Maar het is wel zo. Je hebt het ermee te doen. Het kost letterlijk veel tijd en veel energie om te wennen aan die nieuwe realiteit.

Ik ga het haakje in de badkamer er binnenkort maar afhalen. Hoewel ‘uit het oog, uit het hart’ zeker niet het gemis van Tieme oplost, is het wel fijn om wat confronterende dingen langzaam maar zeker op te bergen. Het haakje voor de hangwieg weghalen heeft niet veel zin, dan zit er een gat in het plafond. Dus dat laat ik maar hangen.

En het enige wat ik kan doen aan alle figuurlijke haakjes die ik tegenkom, is mezelf de ruimte geven om bij ze stil te staan. Verdrietig te zijn, als dat verdriet ineens naar boven komt door zo’n haakje. Even de tijd te nemen om het haakje te bekijken. Voordat ik doorloop, verder ga of om het haakje heen loop. Die haakjes zullen wel blijven komen. Misschien de rest van mijn leven. Ook daaraan zal ik dus maar proberen te wennen.  

Over een roze muur en afscheid nemen

Afscheid nemen gaat in stapjes. We verfden de muur van mijn dochtertjes kamer roze. Voor mij ook weer afscheid nemen van een stukje Tieme.

Afscheid nemen gaat in stukjes

We verfden de muur van mijn dochtertjes kamer roze. Heel leuk om samen te doen in de meivakantie. Daarnaast voor mij ook weer afscheid nemen van een stukje Tieme.

Het kamertje

Vanaf onze verbouwing 4 jaar terug hebben we een klein kamertje. Het is ongeveer 2x3m. Perfect als babykamertje: er past precies een ledikant, commode en klerenkast in. Lumen slaapt hier vanaf die verbouwing, ze was toen anderhalf. Inmiddels slaapt ze allang in een groot bed, en heeft ze ook geen commode meer nodig. Dat grote bed past ook net, veel speelruimte is er niet over.

Toen ik zwanger bleek van Tieme hebben we een van onze zolderkamers omgetoverd tot ‘grote meiden kamer’ voor Lumen. We ruimden hem uit, ik schilderde een kastje en een lamp, we kochten een kleerkast en wat moois voor aan de muur. In een paar weekenden maakten we er een prachtige kamer van, VT Wonen-waardig.

Dat deden we allemaal vóór de 20 weken echo. Aan de vroege kant. Maar toen ik tijdens Lumen’s zwangerschap met 28w zulke bekkenklachten kreeg dat ik alleen nog kon liggen, vond ik het vre-se-lijk dat de babykamer nog niet af was. Dat die helemaal gemaakt moest worden door mijn man en onze familie, terwijl ik vanaf de bank lag te ‘commanderen’ hoe ik het wilde hebben. Oh ja, en de babyuitzet bestelde ik allemaal online, schuin, liggend. Heel oncomfortabel. Maar vooral gewoon heel rottig dat ik het niet op een fijne manier bij elkaar kon regelen.

Dat zou me deze keer niet gebeuren. Toen we eenmaal de 13w voorbij waren, wilde ik het allemaal zo snel mogelijk klaar hebben. Zodat ik met een gerust hart om kon vallen, mocht dat nodig zijn. Zelfs als dat al eerder zou gebeuren dan bij die 28w in Lumen’s zwangerschap.

Grote meiden kamer

Dus we maakten Lumen’s grote meiden kamer klaar. Ze vond het prachtig. Ze verhuisde vast naar boven. Het wennen ging heel soepel, na een paar nachten sliep ze net zo goed als in haar oude kamertje.

Het kleine kamertje bleef leeg achter. Daar hoefde niet veel aan te gebeuren. Het ledikant stond er, nog uit elkaar. En alle boxen met kleertjes stonden netjes opgestapeld in de kleerkast.

Het is me nog wel door m’n hoofd geschoten. Zijn we niet te voorbarig? We hebben de 20w echo nog niet gehad. Maar ik heb die gedachte snel weggestopt: natuurlijk gaat alles goed. Het gaat bij bijna iedereen altijd goed. En als ik het op tijd af wil hebben, kan ik niet wachten tot na die echo. Dus: niet meer over nadenken, het komt allemaal goed.

Een lege kamer

Het kwam niet goed. Tieme ging dood. In de 2,5e maand die we in onzekerheid zaten, liep ik telkens met een zwaar hart langs dat kamertje. Zou er straks een klein jongetje in liggen? Of zou het kamertje leeg blijven?

Tieme werd geboren, dood. In de dagen na zijn overlijden werd Lumen soms huilend wakker. En al een paar dagen na zijn dood zij ze ineens, zichzelf wakker gehuild, nog half slapend: ik mis mijn oude kamer. Ik wil weer in mijn oude kamer slapen.

Toen mijn man en ik bespraken wat we daarvan vonden, bleek dat het ons beiden ook al door het hoofd geschoten was. Het kleine kamertje is pal naast onze slaapkamer, op zolder ligt ze een stuk verder weg. En op zolder moet ze een trap af als ze moet plassen. Eigenlijk ook veel praktischer als ze gewoon weer naast ons komt slapen. Dat kamertje staat toch leeg.

Dus we verhuisden haar weer terug. Een paar dagen na Tieme’s crematie tilde mijn man samen met de buurman haar bed weer een verdieping omlaag. We brachten alle boxen met babykleertjes naar een goed doel, zodat de klerenkast weer leeg was voor haar kleren.

Ik dacht nog heel naïef: zo, dan blijft dat kamertje tenminste niet leeg, opgelost. Want dat kamertje deed sinds de 20w echo steeds pijn. Als ik erlangs liep. Als ik erin keek. Maar dat ging natuurlijk niet zo makkelijk: er staat alsnog een kamer leeg nu. Maar dan op zolder. Een andere kamer, dezelfde pijn.

Roze muur

Dus ons meiske slaapt weer in haar ‘oude’ kamertje. Ze heeft nu twee kamers: een slaapkamer en op zolder een speelkamer. Lekker decadent. Niet dat zij of wij dat ooit gewild hebben. Ook dit is zoals het is.

Ik vind het vreselijk dat haar broertje dood is. Maar dit is nu de situatie. Zoals het nu is, slaapt ze weer in het kamertje naast ons. En zal ze dat waarschijnlijk nog wel een hele tijd blijven doen.

De muur in het kleine kamertje maakten we met de verbouwing een prachtige kleur groen-blauw-grijs. Ik vond de kleur zó mooi dat de muur ook voor Tieme die kleur wilde laten.

Ik merkte dat ik me er de laatste tijd niet goed bij voelde dat Lumen ‘op dat babykamertje’ sliep. Dat ze soort van terugverhuisd was in de oude situatie. Het voelde alsof ze in Tieme’s kamer sliep, of in haar oude kamer, maar in ieder geval niet alsof het een fijne slaapkamer voor haar was.

Dus ik bedacht dat het een goed idee was om daar iets aan te doen.

Lumen is helemaal gek van roze. Dat krijg je denk ik als je moeder je de eerste 4 jaar van je leven nooit roze aantrok 😉 Maar inmiddels heeft ze een mening over haar kleren en schoenen. En weet ik dat ik hoe dan ook goed zit als er roze, paars, glitters of een hartje in zit. Dus ga ik voor safe en koop roze crocs, een roze tandenborstel, roze teva’s, een jas met roze en paarse hartjes, enzovoort enzovoort.

Het leek me het beste om haar kamer echt de hare maken door die muur over te schilderen. Roze natuurlijk.

Afscheid nemen

We schilderden de muur samen. Ze vond het fantastisch dat ze bootjes, hartjes en een leeuw op de muur mocht schilderen. Ze was diep teleurgesteld toen ze ontdekte dat deze uiteindelijk overgeschilderd gingen worden en dus verdwenen. Maar na die hobbel hebben we heerlijk samen geverfd. Genieten hoor, dat lieve en leuke dametje van ons!

En ik nam van weer een stukje Tieme afscheid. Ik zei gedag tegen die prachtige kleur, die niet had misstaan op de babykamer voor ons kleine mannetje.

Zo gaat het afscheid nemen in honderdduizend kleine stapjes. Ik nam al afscheid van zijn babykleertjes. Want de ene helft was van zijn neef geweest, die inmiddels bijna 9 is. En de andere helft van Lumen, die ook al 5 is. Mocht er ooit nog een kindje komen, dan leek het me niet handig om al deze kleertjes nog langer bewaard te hebben. En vooral: alle babyzooi stond me in de weg. De afgelopen jaren al. Telkens als ik het tegenkwam, wat vaak is omdat babyzooi nou eenmaal massief is en veel ruimte inneemt, voelde ik een steek van pijn. En nu helemaal. Dus ik wil het allemaal weg hebben. Omdat in dit geval ‘uit het oog, uit het hart’ zeker niet alle pijn, verdriet en gemis wegneemt. Maar ergens toch wel een klein beetje helpt om de confrontatie er iets minder vaak te laten zijn. Ik nam afscheid van mijn zwangerschapskleren. En nu dus van zijn babykamertje, en zijn muur.

Het afscheid nemen gebeurt in mijn hart. En daarnaast ook letterlijk, met al die fysieke dingen waar we gedag tegen zeggen. Ik zal de komende tijd nog afscheid gaan nemen van onze traphekjes. Die we er eigenlijk vorig jaar af wilden halen, maar die we lieten hangen omdat ik ineens zwanger bleek. Afscheid nemen van de box, van de hangwieg, van de fietsstoeltjes.

Aanpassen aan de wereld na verlies

Eén van de rouwtaken die rouwdeskundige Manu Keirse in zijn prachtige boek Helpen bij verlies en verdriet beschrijft, is het aanpassen aan de wereld na verlies. Dit vergt aanpassingen op drie verschillende gebieden:

  1. Extern: Hoe het verlies je dagelijks leven in de wereld verandert. Letterlijk je leven, en je huis, inrichten zodat het geschikt is verder te leven zonder degene die je verloren bent
  2. Intern: Hoe het verlies je zelfgevoel bepaalt
  3. Spiritueel: hoe je geloof in het leven en de toekomst, je waarden en je veronderstellingen in vraag worden gesteld

Door de muur van het kamertje roze te verven, heb ik geprobeerd dat kamertje weer echt van Lumen te maken. Omdat dat nu de situatie is. Het was een klein stukje van alle externe aanpassingen die we doen om onze wereld aan te passen na het verlies van Tieme. Dag lief mannetje.

De nieuwe, frisse muur staat prachtig. Lumen is er blij mee. En voor mij voelt het nu weer een beetje meer als Lumen’s kamer. Ik hoop dat ze er nog heel lang heel lekker mag slapen.