5 maanden

Paasboom

Gisteren was het 5 maanden geleden dat ons jongetje dood geboren werd.

Het was een fijne dag. Zonnig. Overdag rustig. ’s Avonds kwam een vriendin van ons, alleenwonend en daardoor niet heel blij met de isolatie, eten en een spelletje doen. Heerlijk gegeten, gezellig gehad.

Vorige maand schreef ik nog dat ik de mama-dagen met Lumen de hele dag om me heen zo miste. Vanaf de week erna is ze thuis wegens corona. Carefull what you wish for 😉 Het was de eerste twee weken natuurlijk wennen. Het is hartstikke intensief. En we moesten onze draai vinden in het thuisonderwijs: lesjes vinden, een schema zoeken wat werkt. Dat is gelukt. En eigenlijk heb ik het idee dat het vele thuis zijn haar goed doet. Ze rust lekker uit, geniet van het bij ons zijn, is veel met haar broertje bezig.

Toen we daarin net onze draai hadden gevonden, kreeg Lumen eerst een weekend koorts, en drie dagen daarna een enorme allergische reactie. À la brandnetels, maar dan alsof ze een half uur erin had liggen rollen. Met plekken van 10 bij 20 cm over haar hele bovenlijf tot gevolg. ’s Avonds zoveel jeuk en pijn, dat ik via de spoedpost medicatie ben gaan ophalen in de apotheek van het ziekenhuis. De laatste keer dat ik daar was, was ik net zwanger van Tieme. Bezorgd, in grote spanning, maar vooral blij. Raar en niet makkelijk er, bijna een jaar later, weer te zijn. In zulke andere omstandigheden.

We zijn uiteindelijk drie dagen met die nare plekken bezig. We houden Lumen binnen, halen alles waar ze misschien op kan reageren uit haar dieet, wisselen wasmiddel en handzeep om voor Neutral, en ik doe 10 wassen om haar kleding allemaal te ontdoen van de mogelijke boosdoener. We zijn continue nieuwe plekken aan het koelen. ’s Nachts slapen we matig. De medicatie helpt, maar niet genoeg om nieuwe uitbraken te voorkomen.

Tussendoor gebeurde ook nog het akkefietje met het geboortekaartje waar ik een paar dagen totaal van ondersteboven was. Vooral omdat het me deed beseffen dat de buitenwereld gewoon niet in de gaten heeft hoe moeilijk veel dingen voor ons zijn, hoe gevoelig dingen nog liggen voor ons. Hierdoor besefte ik me dat het nog een lange weg te gaan is voordat ik weer gere-integreerd ben in die buitenwereld. Voordat ik weer durf aan te sluiten bij de maandelijkse vriendinnenborrel, durf te gaan werken, familiedagen durf te bezoeken.

En nu. Lumen is weer helemaal opgeknapt. We weten de oorzaak van de reactie nog niet, maar ze mag inmiddels de meeste dingen weer: buiten spelen, zuivel drinken, paprika, meloen en tomaat. Het is heerlijk weer. We zijn weer bijgeslapen. We hebben de paasboom opgetuigd, iets wat ik de afgelopen jaren met Lumen doe, en waar ik ontzettend blij van word.

Natuurlijk is het intensief om ons meisje hele weken thuis te hebben door corona. Maar het helpt haar dus ook. En voor mij betekent het een gedwongen uitstel van die boze buitenwereld. Een hoop dingen waarvan ik anders over na had moeten denken of ik het al aandurfde, gaan nu gewoon niet door. En dat is stiekem ook best lekker.

Het voelt als golven. Steeds als we ons ingesteld hebben op de nieuwe situatie, als we weer een beetje energie over beginnen te hebben, komt er weer iets. Iets stoms, vervelends, of lastigs. Waar we dan van kopje onder raken. Sommige golven zouden we normaal gesproken makkelijk boven blijven maar, nu we gewoon niets over hebben, overspoelen ze ons volledig. Andere golven zouden altijd intensief zijn, in welke toestand ook. ’t Zal wel zo blijven gaan.

We zitten nu alweer een paar dagen op een lekkere golf. Ik geniet ervan. Vrolijk pasen 🙂

Lumen en Tieme

Lumen en Tieme

Over blauwe plekken gesproken. Alleen al dit zo op mogen schrijven hier. De namen van mijn twee kinderen. Namen die ik hoopte onder duizenden kaarten te mogen schrijven, en in vele formulieren in te mogen vullen. Voor ouders van levende kinderen iets wat ze regelmatig doen. Maar iets wat voor mij zelden of nooit voorkomt. Au.

Heftig

Ook voor ons meiske is het heel heftig geweest. Eerst horen dat haar lang gekoesterde wens uit zou komen. Een zusje was wel beter geweest vond ze. Maar na even wennen was een broertje ook best tof.

Dan ineens het bericht dat het niet goed gaat met het broertje. Dat hij niet goed groeit. ‘Maar dan moet jij gewoon meer eten, mama’. ‘Dat helpt niets, lieverd. Jammer hè…’.

Twee weken later: ‘Lieverdje, de dokter denkt dat het echt niet goed gaat met je broertje. Dat hij binnenkort dood gaat in mijn buik’.

Verdriet. Geen idee hebben wat dood eigenlijk betekent. Het superknap in de kring vertellen op school. En ondertussen steeds maar weer een papa en mama die naar het ziekenhuis gaan. Die gespannen zijn, en verdrietig. Opa en oma’s die op komen passen. 

Weten dat je elk moment van school gehaald kan worden door iemand anders dan je verwacht. Je logeerkoffertje staat gepakt.

Toch niet?

Broertje gaat niet dood. Ziekenhuisbezoeken gaan door. Papa en mama op hun tandvlees. Logeerkoffertje raakt langzaam uitgepakt. Want wekenlang een koffertje klaar hebben staan zonder er iets uit te pakken is best moeilijk.

Net als je denkt: het zal misschien wel meevallen. Broertje gaat al weken niet dood, ook al zeggen papa, mama en de dokters het. Net dan, word je na een lange dag op school ineens opgehaald door de papa van je twee vriendinnetjes. Mag daar eten. Daarna ga je met opa en oma mee om te logeren. Mama en papa moeten in het ziekenhuis blijven. Éen nachtje. Twee nachtjes. Drie nachtjes.

Dood broertje

Dan bellen papa en mama vanuit het ziekenhuis. ‘Je broertje is geboren. En hij is dood, lieverdje….’.

Diezelfde dag kom je naar het ziekenhuis. Kennis maken met je broertje. Je ziet een dood baby’tje. Gelukkig is de fotografe er ook, die zowel jou als ons op ons gemak weet te stellen, en ons laat zien hoe fijn we alsnog ons jongetje kunnen vastpakken en knuffelen. Daarna weer mee terug met opa en oma.

Na nog een paar nachtjes mag mama eindelijk naar huis. En jij dus gelukkig ook. Fijn om thuis te zijn. Maar wat zijn we verdrietig. We eten met z’n 4en pizza op de bank. Raar dat één van die vier niets eet. Koud is. En stil.

De dood

De crematie. Alle grote mensen om je heen huilen de ogen uit hun hoofd. Iedereen die normaal jouw veilige haven is, is zo ontzettend verdrietig. Je kijkt er met grote ogen naar. Probeert ons te troosten.

De dood. Iets waarmee de meeste mensen pas veel later in aanraking komen. En waarmee de meesten mogen oefenen bij een opa of oma. In ieder geval bij iemand die ruim ouder is dan jij, bij iemand die eerder dood hoort te gaan dan jij.

Niet voor jou. Op 4-jarige leeftijd komt de dood al in je gezin. Bij je kleine broertje. Maak je een crematie mee. En onvoorstelbaar veel verdriet, bij alle mensen die jouw veilige wereld vormen.

We vertellen je dat Tieme een ster geworden is. Dat zijn lijfje dan wel “in de oven” gegaan is, maar dat zijn zieltje, zijn geestje (tja, dit concept blijft moeilijk uitleggen) een ster is geworden. Dat hij zo toch nog bij ons is, en dat we ‘m in de nacht kunnen zien.

Daarna

In de weken daarna zijn papa en mama uitgeput. Je gaat naar school. Je speelt bij vriendjes en vriendinnetjes. Nog even niet bij jou thuis, dat is nog te druk voor mama en papa. We vieren samen kerst. Nou ja, niet helemaal samen. We missen Tieme.

We vieren je verjaardag. We maken er het beste van. Je hebt het leuk. Tijdens het eten ben je ineens verdrietig. Je mist Tieme.

Je loopt regelmatig naar het raam wanneer het donker is. Kijken of je Tieme kan zien.

We vieren je eerste kinderfeestje. Heerlijke dag met veel zon, en dat begin februari. Je geniet. En wij genieten met je mee.

Moe

Je hebt voorjaarsvakantie. Voor papa en mama nog steeds aanpoten, zoals ik eerder hier schreef. Voor jou hard nodig. Je bent hartstikke moe. Ook na die week zeggen je vader en ik tegen elkaar: ze is nog steeds heel moe. Wat wil je, met zo’n gekke en verdrietige periode achter de rug.

Corona

En nu is er corona. Waardoor je wekenlang thuis bent. Je gaat hier naar de thuisschool, die je de ‘Eenhoornschool’ gedoopt hebt. Je doet werkjes, en hebt de ochtenden juf mama en de middagen meester papa, of andersom.

En je denkt ontzettend veel aan Tieme.

’s Nachts ben je wakker. We doen wat we dan vaker doen: we spreken een plek af waar we allebei naartoe zullen gaan in onze dromen, zodat we elkaar daar zien. Meestal spreken we in de speeltuin af ofzo. Nu: “We gaan naar het raket, mam! Om dan samen naar Tieme te gaan!”.

Pap vindt een wimper op je wang. Hij legt uit dat je hem weg mag blazen, en dan een wens mag doen. Je blaast je wimper weg, en wenst een broertje.

We hebben het over de baard in de keel. Papa legt uit wat dat is, en dat jongetjes dat op een gegeven moment krijgen. “Zou Tieme dat ook krijgen?” vraag je. Het is even stil. Misschien realiseer je je ineens dat Tieme nooit groter wordt. “Daarboven? In de hemel?” voeg je eraan toe.

Je bent ontzettend veel met je broertje bezig. Je tekent hem, als ster. Ook al zijn sterren ECHT heel moeilijk om te tekenen. Je praat over hem. Je bent verdrietig om hem.

In normale schoolweken heb je 2 lange dagen. Van de drie middagen dat je om 14u klaar bent op school, heb je één middag zwemles. De andere twee middagen speel je het liefst met vriendjes of vriendinnetjes. Hartstikke druk dus.

Ik hoop dat deze surrealistische corona periode je rust brengt, lief meiske van me. En stukjes verwerking. Tieme en de hele situatie om hem heen komen nu soms wel 10 keer voorbij op een dag. Blijkbaar heb je daar nu de rust en de ruimte voor. Misschien was dit wel precies wat je nodig had.

De boze buitenwereld

Foto door Chait Goli via Pexels

Mensen zeggen dingen. Niet verkeerd bedoelt. Meestal juist lief. Maar regelmatig zo pijnlijk. Het raakt me enorm. Zo erg, dat ik inmiddels bang ben voor ‘de boze buitenwereld’.

De dingen die mensen zeggen en doen

Na mijn eerste miskraam. Een vriendin van me is wèl zwanger. Ik heb al een hele tijd niets laten horen, vind het te moeilijk. Uiteindelijk vind ik dat ik, als haar verlof begonnen is, nog één keer wat moet laten horen vóór haar bevalling. Ik raap mijn moed bij elkaar, en stuur haar een appje. “Hoe gaat het?” “Nou, het is wel zwaar hoor. Ik ben het wel een beetje zat inmiddels.” Dat snap ik. Maar ik had zo graag in haar situatie gezeten.

Na Lumen’s geboorte was de wens voor een tweede al direct heel groot. Maar ik had zo veel last van mijn bekken de jaren erna, dat we heel lang niet wisten of een tweede kindje wel een mogelijkheid was. Ondertussen raakten mensen om ons heen wel zwanger van de tweede. Terwijl wij met pijn in ons hart daar niet aan konden beginnen. Aan het hopen waren dat ik ooit voldoende zou herstellen om het überhaupt een mogelijkheid te laten zijn. Tegen ons werd gezegd: “Het is wel veel drukker hoor, twee kinderen!” Joh. Dat snap ik. Maar ik zou er wat voor geven die drukte te mogen hebben. En ik denk ook dat jij een miljoen keer liever die drukte hebt, dan het gemis van een tweede kindje. Een broertje of zusje voor je eerste kind.

Twee dagen nadat we hoorden dat Tieme zeer waarschijnlijk in mijn buik zou overlijden: “Heb je het al een plekje kunnen geven?” SERIOUSLY? Een plekje kunnen geven? We zijn totaal in shock. Ons kindje leeft nog hoor. Hoe kan je nou denken dat we zijn aanstaande verlies na twee dagen al een plekje hebben kunnen geven!?

Ik sta met mijn 5,5e maand zwangere buik op Lumen’s school. De juf weet van onze verdrietige situatie, en komt als troostende opmerking maken: “Er is niets wat je tegenhoudt om het hierna nog eens te proberen”. WAT? Mijn zoontje zit nog in mijn buik. Hij leeft nog. Hoe kan je dit nu al zeggen? En bovendien: na 4 miskramen, nu mogelijk een doodgeboren kindje, en met mijn 39e verjaardag toen binnen een paar weken, is het echt niet zo dat er niets is om ons tegen te houden. Alsjeblieft zeg…

Diezelfde opmerking kreeg ik trouwens ook in het ziekenhuis, op de dag van de geboorte en dood van Tieme. Van de schoonmaakster die mijn badkamer kwam schoonmaken. Ik was net bevallen van mijn dode zoontje. Nog doodziek van de pre-eclampsie. En dan krijg je zo’n opmerking om je oren. Van iemand die je niet kent, waar je geen behoefte aan hebt. Die in je meest kwetsbare moment je eigen miniterritoriumpje binnendringt. Waar mijn zoontje dood lag te liggen in zijn waterbakkie.

Onze hulp komt niet, vanwege Corona. Ze werkt ook bij een aantal andere gezinnen in ons dorp, en woont zelf in een stadje in de buurt. Omdat ik niet wil dat ze nu wekenlang zonder inkomsten zit, app ik naar die gezinnen dat ze, mochten ze haar door willen betalen, dat in een envelopje bij ons in de bus kunnen doen, zodat wij het haar in één keer kunnen brengen. In eén van die gezinnen is ook net een kindje geboren. Ik ben blij voor hen. Maar vind het wel moeilijk. De mama en ik zouden een klein stukje overlappend verlof hebben. Zij heeft nu verlof en een levend kindje. Mijn verlof is inmiddels afgelopen, maar ik voel me na Tieme’s dood nog niet in staat te werken. Als ik hun envelopje in de bus vind, herken ik het. Het is van hun geboortjekaartje. Ze hebben het geld bij het geboortekaartje van hun dochtertje gedaan. Zo vragen ze ons dus om het geboortekaartje van hun levende kindje naar onze hulp te brengen. AU.

Ik ben er totaal door van slag. Ze bedoelen het niet verkeerd. Staan er waarschijnlijk niet bij stil hoe hard sommige (de meeste) dingen nu bij me aankomen.

Bang

Ik kan niet zeggen dat ik het ze niet kwalijk neem. Hoe erg je ook in je eigen wereldje zit, je kan echt wel even nadenken wat je zegt of doet bij iemand die net zo’n enorm verlies heeft geleden. Maar ik wìl het ze niet kwalijk nemen. Ik weet dat ze het niet doen om mij te kwetsen.

Ik heb momenteel maar contact met heel weinig mensen. Mensen die de juiste dingen zeggen. En die rekening houden met hoe ik me voel en met wat ik wel, maar vooral nu ook gewoon even niet, kan horen. Eigenlijk ben ik gewoon bang voor alles daarbuiten. Ik ben bang voor de boze buitenwereld.

Ik wéét namelijk dat er situaties als hierboven gaan komen. Misschien nog wel vaker en pijnlijker. Het verdriet om Tieme nu is namelijk echt niet te vergelijken met hoe ik me voelde na mijn eerste miskraam. Dus misschien zal alles nòg wel harder aankomen dan toen.

Een moeder in mijn online lotgenoten groep omschreef het mooi: ze voelde zich gescalpeerd, zonder huid, waardoor alles veel harder binnenkomt. Ja. Dat dus.

Misschien moet ik ook gewoon niet meer de open vraag “Hoe gaat het?” stellen. Want de kans dat er een antwoord komt wat ik moeilijk vind (over hoe druk/zwaar/moeilijk het nu is met de kinderen, hoe erg ze elkaar in de weg zitten) is, zeker nu in deze Corona-tijden, natuurlijk heel groot. Ik moet er niet op hopen dat diegene na zal denken over dat ik dit misschien nu even liever niet hoor. Dat het wel lastig is dat je kinderen elkaar in de haren vliegen. Maar dat je dat waarschijnlijk een miljoen keer liever kiest, dan ongewenst maar één (levend) kindje hebben. Ik moet er niet op hopen dat die ander mij zal ontzien in het antwoord.

Ons veilige kleine wereldje

Ik hoop dat het me ooit weer lukt om begrip te hebben voor de uitdagingen van anderen. Want ieder heeft zijn uitdagingen. Dat weet ik. Als ik wèl meerdere kindjes had gehad, had ik dat nu ook zwaar gevonden. En waarschijnlijk was/ben ik ook niet altijd even tactisch naar andere mensen.

Bron: Instagram, @jijalsbron

Dat dus, wat hierboven staat. Daar wil ik graag komen.

Voor nu ben ik daar nog niet. Helaas. Voor nu ben ik nog de prinses op de erwt. Ben ik een tuimelpoppetje, wat niets kan hebben. Wat bij het minste of geringste uit balans is. Op dit moment moet ik met fluwelen handschoenen aangepakt worden.

Ik wil dat niet. Ik baal ervan. Maar het is nu zoals het is. Die combinatie van mijn overgevoeligheid en de boze buitenwereld doet me de moed in de schoenen zakken. Maakt me echt bang. Ik zal meer olifantenhuid moeten kweken. Ik hoop dat de tijd daarbij gaat helpen. Een misschien een psycholoog. Als ik na deze corona crisis ooit nog eens door een wachtlijst kom van eentje die ik wel fijn vind.

Tot die tijd hou ik het maar bij dat kleine groepje mensen. Blijf ik lekker in ons veilige wereldje. In ons eigen tentje. En daar helpt corona dan weer wel bij.  

Bont en blauw (2/2)

Bont en blauw

Dit is deel 2 van de serie ‘Dóór het verdriet’. Ik voel me bont en blauw geslagen door het leven. Fysiek, en mentaal. In dit blog het mentale deel. Over het fysieke stuk heb ik hier geschreven.

Even Lumen naar school brengen en brood halen

Ik breng mijn dochter naar school. Op het schoolplein kom ik beide moeders tegen die tegelijkertijd met mij zwanger waren. Hun zoontjes zullen de komende jaren groter worden. Mee naar school komen. Mijn zoontje niet.

Au.

Ik ga erna even naar de bakker om brood te halen. Ik bestel brood en kijk terloops in de vitrine. Ik zie de tompoezen waar ik tijdens mijn zwangerschap enorme trek in had. Maar die ik toen niet elke keer van mezelf mee mocht nemen. Toen, toen ik nog dacht dat ik een levend kindje kreeg. Toen de wereld nog mooi was. Toen ik nog opzag tegen al die zwangerschapskilo’s, en vooral tegen de bijbehorende bekkenklachten. Toen ik dus nog vond dat ik enigszins moest opletten wat ik at.

Au.

Ik loop terug naar buiten. Ik loop langs de etalage van de Hema. Waarop een schattig roze rompertje staat geprint waar ik, toen ik net zwanger was, helemaal weg van was. Ik had mezelf beloofd dat, als we een meisje zouden krijgen, ik dat rompertje voor haar mocht kopen. Nu loop ik erlangs en voel ik een steek van pijn. Er kwam geen meisje. Maar ook geen jongetje waar ik rompertjes en andere babyzut voor mocht kopen.

Au.

Het ‘even Lumen naar school brengen en brood halen’ is nu niet ‘even’. Er zijn zo veel dingen die moeilijk zijn. Die pijn doen. Die voelen alsof mijn blauwe plekken heel hard ingedrukt worden.

Eigenlijk is überhaupt niets ‘even’ momenteel. Overal liggen herinneringen. Die op de meest onverwachtse momenten naar boven komen. Blauwe plekken, die telkens weer ingedrukt worden.

Zusjes

De twee dochtertjes van vrienden van ons komen een ochtendje spelen. De ochtend wordt een dagje. Na de lunch zijn ze moe, en zetten we ze even achter een filmpje om bij te komen. Mijn man maakt er een foto van en deelt die in de groepsapp met onze vrienden. Als ik de foto zie, zie ik drie meisjes op de bank. Twee zusjes, die heerlijk tegen elkaar aan hangen. Een klein beetje ruimte ertussen. En dan Lumen.

Au. Lumen heeft geen broertje of zusje om zo lekker vertrouwd tegenaan te liggen. Hoe dierbaar die twee vriendinnetjes voor haar ook zijn, het zijn geen zusjes van haar. Dat zie ik op die foto. En daarom raakt die foto me enorm.

Nou heb ik zelf een zusje waar ik altijd ruzie mee had. Waar ik nooit zo lekker mee op de bank heb gehangen. Misschien trouwens wel, toen we echt jong waren. Maar in ieder geval niet meer toen we ouder waren.

Toch herken ik het gevoel wel heel sterk. Ik heb namelijk nòg een zusje, en nog een broertje. We schelen respectievelijk 6 en 9 jaar. Met hen heb ik heel veel geknuffeld. Bijna meer als een moedertje dan als zusje. Maar toch. Dat ongecompliceerde lekker bij elkaar weg kunnen kruipen. Heerlijk.

Au. Dat heeft Lumen dus niet. En mijn hart huilt daarom voor haar.

Pop

25 dagen nadat Tieme geboren was, was het Sinterklaas. We hadden totaal geen energie of zin om het te vieren. En natuurlijk al helemaal geen inspiratie voor kadootjes. Lumen vroeg al maanden om een Baby Born pop. Ik vond het eigenlijk ontzettende onzin: ze had al 2 poppen waar ze nauwelijks mee speelde. Maar goed, aangezien er dus ook geen inspiratie was voor betere ideeën werd het toch die pop.

Lumen was door het dolle heen. Ze knuffelde haar pop. Zorgde voor haar. Kleertjes aan, kleertjes uit, flesje geven, luiertje om. Mijn man en ik werden echt gek van verdriet. Ze was zó ontzettend lief voor die pop. Zo zorgzaam. Zo lief was ze ook voor Tieme geweest als hij was blijven leven.

Au. Wat deed dat een pijn. Wat was het ontzettend confronterend om ons meisje zo te zien opgaan in die verzorgende grote-zussen-rol. Want die pop, dat was haar kleine babyzusje natuurlijk.

En Au. Die hadden we niet aan zien komen. Geen moment erbij stil gestaan dat het ons zoveel verdriet zou doen om haar met een pop in de weer te zien. Die onverwachtste dingen zijn misschien wel het moeilijkste.

Mijn man is een echte speelpapa. Kan de hele dag spelen met onze dochter. Op avontuur gaan, spelletjes spelen, nieuwe spelletjes verzinnen. Maar die pop, die trekt hij nog steeds heel slecht.

Corona

Op de persconferentie afgelopen week werd aangekondigd dat je nog met maximaal 3 personen bij iemand op bezoek mag. Mijn eerste reactie is hier als grapje over maken: oh, dan mogen wij wel onze vrienden op bezoek, maar zij niet bij ons. Het moment daarna realiseer ik me dat dit niet zo had moeten zijn. Dat wij ook met z’n vieren hadden moeten zijn.

Au.

Nou zijn Lumen en ik al weken verkouden, dus mogen we momenteel überhaupt nergens naartoe. Maar toch. Au.

Zwanger of net een miskraam gehad

Ik ben in de afgelopen 6 jaar 6 keer zwanger geweest. In de afgelopen 3 jaar zelfs 4 keer. Ik merk de laatste tijd dat ik bij ontzettend veel herinneringen denk: toen was er iets. Iets niet normaals, iets spannends, of iets moeilijks. Ik was net zwanger. Of had net een miskraam gehad.

Stefan’s 30e verjaardag; ik was nèt zwanger. De allereerste keer. Dus nog vol vertrouwen, en heerlijk onbezorgd. Hij vierde het in de kroeg. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. De sfeer, de opblaasdertig. En: dat gevoel van “er was toen iets”. Een paar weken laten zouden we horen dat we onze eerste miskraam zouden krijgen.

Op vakantie bij familie in Denemarken. Dat weekendje weg in Amsterdam. Die spannende meeting op mijn werk. Dat feestje. Er was toen iets. Was ik nou net zwanger? Of had ik net een miskraam gehad?

Stefan’s 35e verjaardag. We vieren het bij ons thuis met een flinke club. Ik had wéér net een miskraam gehad. De 4e. Ik werd er inmiddels bedreven in. Niet echt hoor. Ik was het vooral zat om steeds weer vanalles af te zeggen. Door zoiets verdrietigs gaat er vaak een hoop, wat eigenlijk leuk had moeten zijn, ook direct niet door. Daar was ik een beetje klaar mee. Dus ik zette een glimlach op en bikkelde me door de dag.

De herinneringen lopen door elkaar. Ik denk minstens één keer per week aan iets terug, met dan dus die gedachte: er was toen iets. Maar ik weet vaak niet meer wat precies. Ik weet niet meer of ik nou net zwanger was, of juist net een miskraam had gehad.

Dat maakt ook niet uit. Het geeft vooral aan hoe vaak ons leven door elkaar geschud is de laatste jaren. Hoe we steeds gingen van klein geluk, toch weer beetjes hoop – al durfden we dat al snel nauwelijks meer te hebben -, via afwachten in spanning, naar wéér de volgende teleurstelling verwerken. Fysiek opkrabbelen, maar ook zeker mentaal.

Blauwe plekken

We hebben een heleboel blauwe plekken. Ze worden ingedrukt door herinneringen, die ik soms aan zie komen, maar die vaak ook totaal onverwachts komen. Ik hoop dat dat geduw erin op een gegeven moment verandert in een speldenprik. En ooit misschien zelfs in zachtjes wrijven. Of aaien. Iets wat minder pijn doet in ieder geval.

PS: Bovenstaande foto nam ik 2,5e weken geleden. Toen de wereld nog niet plat lag door corona, en ik mijn dochtertje op de fiets naar school bracht. Ik fietste langs deze magnolia. En besloot toen ik er al voorbij was alsnog af te stappen om er een foto van te maken. Tè mooi om dat niet te doen. Een heel ander bont en blauw 😉

Nòg meer lente

Ik was nog niet helemaal tevreden over Tieme’s plekje. Het was me nog niet lente-achtig genoeg. Maar wat dan? Lenteplantje erbij in zijn bakje? Dat wordt een beetje druk. En het is een enigzins donker hoekje, dus dat plantje zou het vast niet lang doen. Zoals ik hier al schreef zag ik het dus maar als een oefening in OK zijn met het imperfecte.

En toen lag er gisteren ineens een prachtige verrassing voor de deur. Met onderstaand briefje erbij. Wat een verwennerij. Een erg mooi initiatief.

Ik liet de tak blij aan Lumen zien. Die zei meteen: voor Tieme!

Wat een goed idee. Daar staat ‘ie dan. Hij fleurt het plekje helemaal op. En ineens is het plekje wèl echt lente-achtig. En ben ik er helemaal tevreden mee.

Hoe een corona-initiatief, ongetwijfeld uit nood geboren bij de kweker, zoiets moois kan brengen. Ik kreeg niet alleen de mooie Cymbidium-tak, maar ook voor altijd het idee hoe ik het lente kan laten zijn op het plekje van ons mannetje. Enorm bedankt, Present Orchids!  

Bont en blauw (1/2)

Magnolia

Dit is deel 1 van de serie ‘Dóór het verdriet’. Daar ga ik dan.

Ik voel me bont en blauw geslagen door het leven. Fysiek, en mentaal. In dit blog het fysieke deel. Het mentale deel komt in het volgende.

Miskramen

In de laatste 6,5 jaar ben ik 6 keer zwanger geweest. Vier van deze zwangerschappen eindigden in een miskraam. Twee keer vrij vroeg, één keer in een dramatische miskraam die startte op 9,5e week en uiteindelijk een maand duurde, één keer met elf weken.

Elke keer is mijn lijf zwanger geweest. Werden vanaf het begin de zwangerschapshormonen aangemaakt. En elke keer moest mijn lijf daar weer van herstellen. De boel op orde brengen. De hormonen mijn lijf uit. De conditie weer opbouwen.

Au.

Zwangerschap van Tieme

De laatste weken van mijn zwangerschap van Tieme waren fysiek ontzaglijk zwaar. Ik had heel veel rugpijn. Iets in mijn rug verrekt tijdens een zwangerschapsmassage op zo’n tafel met een gat erin. Dit lost je lijf normaal natuurlijk gewoon op, maar dat kreeg mijn lijf niet meer voor elkaar. Ik denk door de zwangerschap, de stress, de spanning en het verdriet. Hoe dan ook, ik heb 5 weken lang heel erg veel pijn gehad.

Ik slikte de maximaal toegestane hoeveelheid paracetamol: 4x per dag 2 stuks. Dat betekende dat ik elke 6 uur een nieuwe dosis mocht. Na zo’n dosis ging het de eerste 2 uur redelijk. Maar daarna was het puur afzien. Ik kon niet goed zitten, liggen of staan. Dus ik wisselde alles maar af. Ging ’s avonds verplicht een stukje buiten lopen, zodat ik nog even bewogen had voordat ik de avond en nacht in ging. Kreeg het dan voor elkaar om een uur op de bank tv te kijken, voordat ik het niet meer hield van de pijn. Dus maar naar bed, in de hoop in slaap te vallen. Slapen lukte steeds maar uurtjes, en alleen op een bank, zodat ik half tegen de achterleuning aan kon hangen. En dus elk uur wakker, pijn, omdraaien en hopen dat ik weer een uur verder kon slapen.

De fysio kon er niets mee, maakte het alleen maar erger door de boel even los te willen maken. Na die paar dagen extra pijn dus maar geen fysiobehandelingen meer gedaan. De huisarts schreef me een slaapmiddel voor. Zo eentje die gevaarlijk is voor je ongeboren kindje, dus ik mocht het maximaal 1 nacht nemen en dan minimaal 2 nachten niet. Voelt niet heel lekker om dat te nemen, kan ik je vertellen. Wel geprobeerd, maar ik sliep er de eerste 3u op door en daarna niet anders dan zonder. Dus ook maar mee gestopt, het bracht me te weinig in verhouding tot de risico’s die het voor Tieme had.

Au. Wat heb ik ontzettend veel pijn gehad.

En wat was het zwaar om dat te hebben, gecombineerd met de immense mentale uitdagingen die we te verduren kregen: de angst dat het mis zou gaan met ons jongetje. Dagelijks voelen of hij nog leefde. De moeilijke beslissingen die we moesten nemen over zijn leven en zijn dood, waarbij we volstrekt niet alle info wisten, dus steeds 100% moesten besluiten met maar 50% van de informatie (om de woorden van onze meneer Rutte maar eens te gebruiken). Dat is heel erg pittig, als het gaat over het leven en dood van je eigen kindje.

En gecombineerd met de praktische zaken: zorgen dat we thuis allemaal gegeten, gewassen en aangekleed waren. Zorgen dat onze dochter van en naar school ging. Haar begeleiden in deze onzekere tijd, waarin ze het door haar zo gewenste broertje mogelijk ging verliezen. 1 tot 2 ziekenhuisbezoeken per week. Steeds oppas regelen voor onze dochter. Nadenken over het waarschijnlijk naderende afscheid.

De bevalling

Toen werd ik hartstikke ziek. Kreeg ernstige pre-eclampsie, met nier- en leverfunctiestoornissen en hard stukgaande bloedplaatjes. In de volksmond heet dit zwangerschapsvergiftiging met HELLP syndroom. Dat betekende dat ik zodra ik buiten gevaar was zou moeten bevallen. Bij alle scenario’s en keuzes die we hadden moeten maken, was dit een mogelijkheid waar we niet over nagedacht hadden. Maar die bevalling moest starten, volgens de artsen liever vandaag dan morgen.

Ik kreeg een medicijn-cocktail van jewelste om de bloeddruk omlaag te brengen. Wat de eerste paar uur niet lukte, waardoor de hoeveelheid medicatie maar opgeschroefd bleef worden. Ik werd ook heel misselijk, waardoor ik geen eten binnen hield. Maar aangezien ik ergens de komende dagen zou moeten bevallen, en dus niet nòg zwakker moest worden, was dat ook vrij problematisch. Dus kreeg ik anti-misselijkheidsmedicatie. Twee verschillende soorten om precies te zijn, want beiden waren zo sterk dat ik ze maar maximaal 2x per 2u mocht. Dus maar 2 soorten door elkaar mixen (?!). En tijdens de bevalling, die verder gelukkig natuurlijk en zonder complicaties verliep, kreeg ik morfine.

Au. Wat heeft mijn lijf een hoop te verduren gehad. Dagenlang een extreem hoge bloeddruk. Ernstige pre-eclampsie. Nierfunctiestoornissen. Leverfunctiestoornissen. Allerlei andere dingen die op het randje raakten, zoals bloedplaatjes. Alle medicatie-troep. Bevallen. Au. Arm lijf.

Knie

Nou had ik dus 8 jaar geleden al een ski-ongeval gehad, waarbij mijn knie ontzettend stuk is gegaan. Binnenband ingescheurd, buitenband ingescheurd, voorste kruisband afgescheurd, en meniscus zo erg beschadigd dat ze meer dan de helft ervan hebben moeten weghalen. Naast dit alles kon ik mijn knie niet meer buigen. Ik moest een kruisbandreconstructie, maar voordat dat kon moest ik eerst mijn knie weer kunnen buigen. Dat koste 6 maanden aan mobilisatie-oefeningen, wat een ander woord is voor ontzettend pijnlijke k*t-oefeningen. Na die 6 maanden kreeg ik dan toch eindelijk die kruisbandreconstructie. Normale revalidatietermijn van die operatie is al 9 maanden, maar iedereen die weleens langere tijd haar been of arm niet gebruikt heeft, weet hoe snel die spieren weg zijn. Je kan na 2-3 weken al nauwelijks meer lopen of iets vastpakken, en moet dat helemaal terug trainen. Bij mij duurde de revalidatie dus 1,5 jaar. In totaal 2 jaar bezig geweest.

Au. Wat een impact heeft dat stukje blauwe piste gehad.

Bekkenklachten

Toen ik 29 weken zwanger was van Lumen kreeg ik ontzettende bekkenklachten. Mogelijk door die knie: mijn benen hebben sinds het ongeval een andere stand, dus ik sta altijd een beetje scheef. Ik denk zelf dat mijn lijf dat normaal gezien redelijk aan kan, maar in die zwangerschap, met extra kilo’s en slapper wordende banden en pezen, niet meer. Ik kon niet meer zitten en lopen. Ik heb de laatste 11 weken van de zwangerschap plat gelegen. Ergens in die periode, of tijdens de bevalling, heb ik een zogenaamde ‘gekneusde stuit’ opgelopen. Zitten bleef ook na de bevalling heel veel pijn doen. Ik probeerde het op te bouwen. Maar na een jaar kon ik nog steeds maar maximaal een half uur achter elkaar zitten. Met pijn. En pijn kost energie. Dus echt heel zwaar. En ook heel onhandig dat ik een zittend beroep heb. Dus heel lang heel beperkt was in werken.

Toen ik zwanger was van Tieme, kreeg ik na 12 weken alweer last van bekkenklachten. Echt heel vroeg in de zwangerschap. Daar schrok ik me natuurlijk een hoedje van. Ik was heel erg bang dat ik niet de laatste 11 weken, maar misschien wel de laatste 5 maanden plat zou moeten liggen. Tja, daar was ik toen nog bang voor. Nu zou ik wat geven voor dat scenario, als er dan een gezond en levend jongetje geboren was.

Ik ben toen op advies van de bekkenfysio halve dagen gaan werken. Dat lukte soort van. Maar dat bekken blijft een zwak punt. Vanaf de 20w echo heb ik nauwelijks meer gewerkt. Dat reden daarvoor is natuurlijk immens verdrietig. Maar het had wel een gunstig effect op mijn bekkenklachten. Als ik niet werk, zit ik ook maar weinig op een dag. Eigenlijk alleen 3 keer per dag, tijdens het eten. Verder rommel ik rond, hang of vouw ik een wasje, doe wat klusjes, en tussendoor rust ik uit op de bank, liggend. En ’s avonds op de bank tv kijken doe ik als sinds Lumen’s zwangerschap liggend. De bekkenklachten verergerden dus niet. En werden zelfs minder. Maar goed, wel weer zwanger geweest. Dus banden en pezen slapper. Ook dat moet weer herstellen.

Au.

Het herstel

Na de geboorte van Tieme was ik natuurlijk ontzettend moe en ziek van de pre-eclampsie. En daarbovenop het verdriet. Ik heb wekenlang alleen maar in bed gelegen. Ik kon niets anders. En wilde dat ook niet. Het liefst de deken over me heen, om de wereld waarin ik nu leefde buiten te sluiten.

Na een week of 4 begon ik met in huis rond rommelen: vaatwassertje uitpakken, wasje ophangen. En met een blokje om het huis lopen. Na een week of 6 zat ik voor het eerst weer op de fiets. Ik had nog vrij zware bloeddrukmedicatie, 4 pillen per dag. Die moest ik afbouwen, maar ook dat trok een aardige wissel op mijn lijf: elke 2 weken mocht er een pil af als de bloeddruk goed was. Met één pil minder ging de bloeddruk steeds weer omhoog, en dat moet je lijf dan weer zien te reguleren. Dat kostte steeds een paar dagen. Hoofdpijn, en nog wat meer vermoeidheid dan normaal. En dat 5 keer, want de laatste pil moest eerst nog met een halve afgebouwd worden. Al met al koste dit 2,5 maand, maar gelukkig ben ik sinds januari van de medicatie-troep af. En de bloeddruk blijft netjes, wat ook echt fijn is, bij sommige vrouwen blijft na pre-eclampsie de bloeddruk te hoog.

Eind januari ging ik ook voor het eerst weer naar yoga. Ik was natuurlijk stram en stijf, maar verder was het heerlijk om weer te bewegen, en om even uit huis te zijn zonder ‘praat- of vertelverplichting’.

Ik ben ook sinds januari aan het opletten, om weer op mijn normale gewicht te komen. Ik ben er nog niet, maar val zo’n halve kilo per week af, dus daar ben ik zeker niet ontevreden over.

En ik ben vorige week begonnen met een lesje in de sportschool. Ik vind sportscholen stom. Maar ik wil wel wat meer conditie- en spiertraining gaan doen. En aangezien ik met mijn knie niet meer pijnvrij kan rennen, vallen zo’n beetje alle opties buiten de sportschool af. Dus ik ga er toch aan.

Het lesje ging me fysiek prima af. Maar er stond muziek op, wat mijn input-emmer weer aardig snel deed vol lopen. Ach, wegens de corona kan dat de komende periode toch niet. En daarna ga ik het eens proberen met oordoppen in. Al moet ik de juf wel kunnen verstaan natuurlijk, want de oefeningen vond ik niet heel vanzelfsprekend 😉

Ik ben nu vooral nog erg moe. En ik kan slecht tegen input, veel geluid om me heen, drukte. De dokters zeggen dat dit allemaal nawerkingen zijn van de pre-eclampsie. De gemiddelde hersteltijd is een jaar. Het zou mooi zijn als ik aan de goede kant van dat gemiddelde uitkom.

Al denk dat het ook minstens net zo hard door het verdriet komt. En door de opstapeling van dingen de afgelopen jaren.

Risicogroepen

Wat ik heel heftig vind aan dit alles, is dat ik inmiddels in allerlei risicogroepen val. Door de pre-eclampsie heb ik 7-8 keer meer kans op hart- en vaatziekten. Dat betekent de rest van mijn leven jaarlijkse checkups. Nu nog in het ziekenhuis, op termijn waarschijnlijk bij de huisarts. En dit is ook een van de redenen dat ik naar dat sportschoollesje ben gegaan. Fitheid helpt in het voorkomen van al die ellende.

Mijn knie doet het nu weer aardig, maar aangezien veel dagelijkse dingen zoals traplopen pijn doen, ben ik bang dat hij een stuk sneller zal slijten dan een gezonde knie. En dat ik dan ooit een nieuwe knie moet. Zo’n kunstknie gaat momenteel zo’n 15 jaar mee. Dus ben ik bang dat ik daarna in een rolstoel terecht kom. Ik ben al een tijd van plan terug te gaan naar de fysio die me toen heeft helpen revalideren, voor een setje spierversterkende oefeningen. Om maar te zorgen dat die knie het zo lang mogelijk uithoudt.  Dit bedacht ik me ongeveer een jaar terug, toen mijn knie door een gekke beweging weer eens een paar dagen überhaupt met elke stap pijn deed. Alleen kwam het er tot nu toe niet van, door alles wat er gebeurde. En voor nu vind ik de bezoeken aan de psycholoog, bedrijfsarts en ziekenhuis wel even voldoende. Maar wanneer daar op een gegeven moment weer ruimte voor komt, ga ik dat doen.

Dan nog de dingen die zijn ontdekt in het onderzoek naar mijn miskramen: ik heb vrij grote vleesbomen in mijn baarmoeder. Die kunnen op zich geen kwaad, maar kunnen kwaadaardig worden. De gynaecoloog wil ze minstens eens per jaar monitoren, liefst halfjaarlijks.

En ik heb schildklier antistoffen. De medische wereld doet daar vrij makkelijk over. Het kan een voorloper zijn van een slecht functionerende schildklier. Dus wederom iets wat jaarlijks gecheckt moet worden. Maar verder kunnen en doen ze er niets mee. Ik sta zelf wat holostischer in het leven: iets in mijn lijf vindt dat het antistoffen moet aanmaken tegen mijn eigen lijf. Dat kan niet de bedoeling zijn, en vind ik gewoon ook geen tof gevoel. Ik wil daarom, ook wanneer daar ooit weer ruimte voor komt, naar een acupuncturist. Kijken of die hier wat mee kan. En meer in het algemeen: of die me kan helpen de energieblokkades van het verdriet, en de stress en de fysieke traumas die zich ongetwijfeld opgehoopt hebben in mijn lijf de afgelopen jaren, kan helpen oplossen. En de balans in mijn lijf zo goed mogelijk herstellen.

Werk aan de winkel

Tja. Dat is dus wat ik bedoel met dat ik me fysiek bont en blauw geslagen voel.

Een hoop werk aan de winkel. Waarbij mijn grootste valkuil is alles het liefst tegelijk te willen. Maar dat lukt niet. Niet als je in je normale doen bent, als je geen grote dingen hebt, maar je gewone leventje lijdt met gezin, werk, hobby’s, sociale gezelligheid. En al helemaal niet nu, in deze periode van rouw, verdriet en herstel.

Dus ook hier weer: stap voor stap. Het wordt een meerjarenplan. En dat is oké. Op naar een zo gezond mogelijk lijf.

PS: Bovenstaande foto nam ik twee weken geleden. Toen de wereld nog niet plat lag door corona, en ik mijn dochtertje op de fiets naar school bracht. Ik fietste langs deze magnolia. En besloot toen ik er al voorbij was alsnog af te stappen om er een foto van te maken. Tè mooi om dat niet te doen. Een heel ander bont en blauw 😉

Dóór het verdriet

Let it all just rain on me

Ik lees op verschillende plekken over rouw dat verdriet niet weggaat als je je ervan af keert. Dat verdriet alleen minder, of draaglijker, wordt als je het toelaat. Het verdriet echt doorvoelt. In steeds iets andere woorden, maar ik kom het telkens opnieuw tegen: alleen als je verdriet de ruimte geeft, als je dóór je verdriet heen gaat in plaats van er omheen, wordt het ooit beter te hanteren.

En laat dat nou volledig de tegengestelde reactie zijn van mijn (en ik denk van vele mensen met mij) natuurlijk reactie. Als er iets naars gebeurt, wil ik zo snel mogelijk weer verder. Opstaan en weer doorgaan. Want het is wel heel naar, maar er is ook zoveel goeds om dankbaar voor te zijn. Tja, op zich een zegen om met een positieve mindset geboren te zijn. Maar op verdrietige momenten niet altijd even handig 😉

Het is natuurlijk ook gewoon fijner om blij te zijn dan verdrietig. Dus focus ik me het liefst op de dingen waar ik blij van word. En vergeet ik het verdrietige liefst zo snel mogelijk. Het is echt geen bewuste keuze, en het is ook geen prestatie om maar weer zo snel mogelijk ‘normaal’ mee te kunnen draaien. Het is eerder een basisreactie.

Tieme’s dood heeft me nu echter op een punt gebracht dat dat niet meer werkt. De grond is totaal onder me vandaan geslagen, ik ben volledig onderuit geschoffeld. Door zijn dood. Maar ook door alle gebeurtenissen in de jaren ervoor. Het voelt als een opstapeling, die nu zo hoog is geworden dat alles omgeknikkerd is.

Dus daar gaan we dan. Ik ga in de komende blogs aandacht besteden aan een aantal dingen die me verdriet doen. Die zeer doen. Die moeilijk zijn.

Ik merk dat ik me er echt toe moet zetten. Omdat ik moeite heb met het steeds over vervelende dingen te hebben hier op dit blog. Dan wordt voor mijn gevoel een tè negatieve bedoeling. Maar ja, de hele reden dat ik met dit blog gestart ben, is om over mijn rouw en verdriet mijn ei kwijt te kunnen. Dus ik ga proberen me niet teveel aan te trekken van mijn gevoel hier teveel negatiefs neer te zetten. En doen waarom ik gestart ben: van me af schrijven wat me bezig houdt. Of wat nodig is, in deze reis door rouw en verdriet. Hup ik 🙂

Toevoeging mei 2020: alle berichten uit de serie ‘Door het verdriet’ lees je hier.

De foto

De foto van Tieme

Het is gelukt: we hebben een foto van ons lieve mannetje ingelijst in onze woonkamer staan. Dat plan was er al vanaf november. Maar zoals ik al eerder schreef bleek dat nogal een project. Want:

  • Hoe groot moet de foto worden? Eerst wilde ik joekeloekesgroot, maar dat veranderde naar een iets bescheidener formaat
  • Waar dan? Bij de andere foto’s van ons gezin aan de muur, of toch een eigen plekje?
  • En natuurlijk: welke foto dan?

Ook toen bovenstaande vragen beantwoord waren, was ik er nog niet helemaal uit: de eerste fotolijst die ik bestelde bleek alleen te kunnen hangen en niet rechtop te kunnen staan. Van het tweede, kleinere exemplaar bleek het passe partout van een heel andere verhouding dan de foto zelf, waardoor ons mannetje er maar net helemaal op te zien was.

Maar nu staat ‘ie. Prachtig op z’n eigen plekje. Met een kaars ervoor, die hem ’s avonds heel mooi belicht. We zijn er helemaal blij mee.  

4 maanden

4 maanden

Vandaag is het 4 maanden geleden dat Tieme geboren werd.

Toen Lumen 4 maanden was, gingen we voor het eerst met haar op vakantie. We hadden het heerlijk. Ze begon wat te rollen. We genoten 200% van ons lieve kleine baby’tje. En van op vakantie zijn als gezinnetje.

Ik zie er vandaag tegenop haar naar school te brengen. Ik heb zo genoten van de mamadagen van voordat ze naar school ging. Die helemaal vrije dagen, waarop ze de hele dag bij me was. We kuierden de dag door. Deden een boodschapje. Ze was gezellig bij me op zolder, als ik de was deed.

Wat is er toch een hoop te missen nu ons lieve baby-zoontje dood is. Die eerste vakantie. Die mamadagen, waar ik zo ontzettend naar uit keek. Zucht. Ik mis je, Tieme.

De afgelopen maand voelde nog steeds als heel heftig en druk. Ik maakte een start met therapie. Nog niet zo succesvol, ik heb niet zo’n goeie klik met mijn psychologe. Dus ik weet het nog niet zo. Maar ik heb ook weinig trek in nieuwe zoeken – weer 3-4 maanden wachtlijst – weer het hele verhaal opnieuw doen. Matige situatie.

Verder gingen we nog twee keer terug naar het Erasmus voor nagesprekken en nacontroles. Beide keren weer heftig: om terug te zijn op de plek waar we ons zoontje verloren. Maar ook omdat er toch weer nieuwe apen uit mouwen kwamen. Gelukkig waren de bloeduitslagen allemaal goed, en hoef ik nu pas in november weer terug. En met de dagelijkse dingen erbij was het dus weer een volle maand.

Ik voel me verdoofd. De dagen gaan voorbij. Ik doe elke dag wel wat. Maar niets is echt leuk, en het is al snel te veel. Ik probeer elke dag te voelen wat ik nodig heb. Waar ik behoefte aan heb. Zoals Alana me geleerd heeft. De zon schijnt af en toe. Dat is fijn. Op naar de volgende maand.

Niets is leuk

We proberen weer af en toe de buitenwereld in te trekken. Ik kan niet zeggen dat ik er zin in heb. Maar ik zit al zo lang thuis, dat ik er wel een soort van behoefte aan begin te hebben. Het blijkt alleen lang niet mee te vallen.

We kunnen allebei nog niet veel input aan. Het lijkt alsof we een input-emmertje hebben wat na één tot twee uur vol loopt. En dan is het klaar. Eén op één gesprekken of activiteiten gaan inmiddels redelijk. Zo schreef ik hier al dat we met Valentijn lekker samen op date geweest zijn. Uurtje darten, uurtje biertje drinken, naar huis. Kan net.

Input

Met meerdere mensen is het lastiger. We zijn inmiddels ook alweer een keer naar de kroeg geweest met vrienden. We probeerden een rustige locatie te zoeken. Het eerste uur heb ik het fijn. Fijn om wat mensen te zien, fijn om te horen hoe het in de buitenwereld is. Die natuurlijk gewoon doordraait, ook al staat onze wereld al maanden stil. Maar na dat uur is het alsof ik ‘uitcheck’. Het rumoer op de achtergrond klinkt vanaf dan als harde herrie en is ineens ontzettend aanwezig. Ik kan geen gesprekken meer volgen en kan nauwelijks meer praten. Snel naar huis dus.

Feestje

Een tijd geleden kocht een vriend van ons voor een ‘Back to the 90s’ feestje veel kaartjes voor weinig. Ik zou eigenlijk niet meegaan (want ik zou net bevallen zijn van ons kindje). Maar dat liep anders. En toen ik in januari wat meer energie had, en daardoor behoefte aan wat anders dan alleen maar tv kijken op de bank, leek het me een goed idee toch mee te gaan. Ik wil al jaren naar zo’n Back to the 90s feestje. Pure nostalgie 😉 En het feestje was toen nog zó ver weg, tegen die tijd zou het vast wel beter gaan met de input.

Niet echt dus. We kopen oordoppen. Ik bedenk me in de week ervoor wel 10 keer dat ik misschien beter niet kan gaan. Maar bedenk steeds weer: we gaan het zien, en als het niet gaat zijn we ook zo weer weg. We zijn met een groep hele leuke en lieve mensen. De muziek brengt veel ‘o ja’-momentjes terug. Veel beter dan dit kunnen de omstandigheden voor een feestje niet zijn. Maar toch voel ik me ontheemd. Midden in de mensenmassa sta ik te denken: “Ik heb 3,5e maand geleden mijn zoontje gecremeerd. En dat weten jullie allemaal niet. Wat gek”. Die zwarte sluier van verdriet hangt ook nu weer over alles heen. Het gaat een uur en een kwartier goed. Daarna wordt het overleven en bikkel ik door tot ook mijn man er even later klaar mee is. En we gaan naar huis. Op zich goed dat we gegaan zijn denk ik. Maar echt leuk geweest? Nee.

Museum

Lumen had deze week vakantie. Heerlijk om haar meer thuis te hebben. Maar omdat mijn man en ik allebei zo laag in onze energie zitten, komt het er meestal op naar dat we haar als een soort estafettestokje doorgeven op een dag. Ik de ochtend en mijn man de middag, of andersom. We wilden ook graag 1 keer iets met z’n drietjes doen. Er zou veel regen vallen, dus we gingen voor een binnenactiviteit. Het werd het Naturalis in Leiden. Daar blijkt het ontzettend druk. File lopen door het hele museum. Er is niet echt een kinderspeurtocht ofzo, dus we moeten zelf echt aan de bak om Lumen door het museum te kletsen.

Er zijn heel veel gezinnetjes met meerdere kinderen. En heel veel baby’s. Erg moeilijk en confronterend. Nou is dat gevoel al bekend van de afgelopen jaren, met alle miskramen. Baby’s en zwangere vrouwen zijn gewoon moeilijk. Maar dit is de eerste keer dat we er na Tieme zo mee geconfronteerd worden. Bij elke baby probeer ik in te schatten hoe oud hij is. En denk ik: zo oud was Tieme nu geweest als hij nog geleefd had. Of: zou groot was Tieme ongeveer geweest als hij op z’n normale tijd geboren was. Natuurlijk zijn er wel kleine momentjes dat ik van onze dochter geniet. Als ze helemaal weg is van een nep-herdershond. Als ze enthousiast voor de zoveelste keer in een rij aansluit om door een verrekijker te kijken. Maar het is vooral weer overleven. En het duurt allemaal langer dan onze input-emmer aankan.

Koorddansen

’s Avonds liggen we uitgeput op de bank. Ik trek hardop de conclusie dat het momenteel gewoon echt moeilijk is om iets als ‘leuk’ te ervaren. Het is één grote koorddans-act, waarbij we rekening moeten houden met hoeveel energie we hebben, welke activiteit geschikt is (feestjes en musea dus nog even niet), en of het niet teveel is in combinatie met de therapie waar we inmiddels allebei mee begonnen zijn, de ziekenhuisbezoeken (waar we er in januari/februari alweer 3 van hadden, gelukkig nu hopelijk tot november niet), en de normale dagelijkse dingen. We proberen de act zo goed mogelijk te doen. Maar knikkeren ook regelmatig keihard van het koord af. Omdat we een inschattingsfoutje maken over de activiteit. Omdat we onszelf overschatten. We zullen af en toe een misstap maken.

Het is niet gek. Het is pure rouw. En dat is gewoon vermoeiend en heftig. Ik denk dat het wel gaat helpen om nu in ieder geval ook te beseffen dat op dit moment gewoon niets leuk is. Scheelt weer in de verwachtingen vooraf.

Het is trouwens lente vandaag. Daar zijn we wel aan toe.