Rouwrituelen

In onze cultuur hebben we geen echte rouwrituelen meer. We weten niet meer goed hoe rouwen eigenlijk werkt. Wat mis ik het af en toe: rituelen hoe om te gaan met de dood.

In onze cultuur hebben we geen echte rouwrituelen meer. De dood is een beetje uit ons leven verdwenen. Er gaan (gelukkig!) nog maar weinig jonge mensen dood. Waardoor we niet meer goed weten hoe dat eigenlijk werkt. Rouwen. Maar wat mis ik het af en toe: rituelen hoe om te gaan met de dood. Hoe deze periode van rouw door te komen en vorm te geven. Voor mezelf. Maar ook als richtlijn voor anderen: hoe om te gaan met en wat te verwachten van mij en mijn gezin.

Rouwrituelen – Hoe hoort het eigenlijk?

In het etiquetteboek ‘Hoe hoort het eigenlijk?’ uit 1939 staat een duidelijke duur van de rouwperiode voorgeschreven: “Rouw voor echtgenooten, ouders en kinderen duurt 18 maanden, waarvan 6 maanden zware rouw, zes maanden halve rouw en zes maanden lichte rouw.” Rouwenden droegen rouwkleding, passend bij de rouwfase waar ze in zaten. Hierdoor waren ze duidelijk herkenbaar, kregen ze een speciale status, en konden ze rekenen op respect en steun van de omgeving.

De rouw zal echt niet per se over zijn na die eerste anderhalf jaar. Maar wat lijkt het me heerlijk: een collectief besef dat rouw gewoon lang duurt. Ik krijg nu af en toe verbaasde reacties. Over dat het nog helemaal niet goed met me gaat. Over dat ik mijn verdriet nog elke dag als een sluier bij me draag, dat dit een zwarte rand om zowat alles in mijn leven legt. Mensen beseffen dat niet. Wat lijkt het me fijn om dat niet uit te hoeven leggen. Dat men dit vanzelfsprekend vindt.  

Wat wel en niet te doen in de rouw?

Iets verderop in het etiquetteboek staat over de activiteiten wat omschreven: “Gedurende de eerste zes weken van zwaren rouw gaat men nergens heen buitenshuis behalve naar de kerk. Zakelijke vergaderingen kan men ten allen tijde bezoeken. Gedurende den halven rouw kan men slechts familiefeestdagen bezoeken, zooals verjaardagen bijv. (geen bruiloften). Ook een enkel concert kan men bijwonen.”

De halve rouw is het tweede half jaar. En het was dus volstrekt normaal dat je dan alleen familieaangelegenheden bezocht. Al het andere niet. Wow. Ik heb de afgelopen maanden regelmatig moeten uitleggen dat ik dingen nog niet aan kon. Ik schreef al eerder dat in groepen zijn momenteel niet goed lukt. Het vereist chit-chat, luchtige gesprekken over luchtige onderwerpen, en dat is nou eenmaal niet echt mijn specialiteit momenteel.

Wat lijkt het me heerlijk om gewoon voorgeschreven regels te hebben hierover. Die zowel voor mij als voor mijn omgeving duidelijk zijn. Voor mij zou dat een hoop nadenken schelen. Telkens weer de afweging: kan ik het al aan? Het zou daarnaast een hoop uitleggen schelen. Want de omgeving vindt het dan ook vanzelfsprekend dat we dat eerste jaar niet aansluiten bij wat dan ook. Mensen denken niet meer dat het na een paar maanden allemaal wel minder zal zijn, en dat we weer overal aan mee kunnen doen alsof er niets gebeurd is.

Het zal vroeger vast ook beklemmend geweest zijn soms. Misschien was een weduwe die haar man verloor al heel lang ongelukkig in haar huwelijk. Was ze na een jaar straalverliefd op de buurman, ook weduwnaar. Maar liep ze dan alsnog een half jaar in haar rouwkleding, te wachten tot ze verder mocht. Misschien was een kind zijn vader met de losse handjes en de kwade dronk wel liever kwijt dan rijk. Af en toe zullen al die regels ook juist beknellend gevoeld hebben. Maar wat had ik nu graag een paar van deze richtlijnen gehad, die deze periode voor zowel mij als mijn omgeving wat vanzelfsprekender maakten.

Rouwrituelen uit andere culturen

In dit artikel lees ik dat het opperhoofd van de indianen vroeger tegen mensen die iemand hadden verloren zei: ‘Jij bent nu in de rouw.’ En je was pas uit de rouw als het opperhoofd dat zei. Prachtig. Niet zelf hoeven te bedenken hoe het met je gaat, of je al toe bent aan dingen, wat je rouwstatus is.

De geïnterviewde in het artikel voegt eraan toe: “Ik heb bedacht dat ik mijn eigen opperhoofd moet zijn en de tijd moet nemen om in de rouw te zijn.” Heel mooi gezegd. En dat is ook precies hoe het nu is. We moeten het zelf doen en voor onszelf bedenken. Maar je moet al zo veel als rouwende, en je energie is zo laag. Wat zou het fijn zijn als iemand anders voor dit je besloot.

Manu Keirse vertelt in dit interview (2e link, vanaf 19:44) over een traditie in een oude volksstam: de vader van een overleden baby moest een boomstam naar de houtsnijder brengen. Die sneed daar een kindje uit. De mama van het kindje droeg dat houten kindje maandenlang op de rug.

Ook weer zo’n prachtige traditie. Want ik draag mijn kindje inderdaad overal met me mee. Als ik op het schoolplein sta, kom ik regelmatig de twee moeders tegen die rond dezelfde tijd bevallen zijn als ik. Zij hebben vaak hun baby’tje bij zich, nu een maand of 8 oud. Voor iedereen is duidelijk te zien dat zij een kindje hebben gekregen. Mijn kindje is onzichtbaar.

Huidige rouwrituelen

In de kerk worden eens per jaar alle overledenen genoemd. In sommige gemeentes wordt ook de overledene genoemd in de dienst rond een jaar na de sterfdatum. Ik ben niet gelovig. Als ik Tieme genoemd wil hebben, moet ik zelf bedenken waar. Door wie. Wanneer.

Er bestaat begin december een wereldlichtjesdag, de dag van het overleden kind. Vanuit de christelijke traditie is er Allerzielen en Allerheiligen, begin november. Tieme is op 10 november geboren. Ook op die dag zullen we vast iets willen doen qua herdenking. Maar hoe en wat, dat moeten/mogen we allemaal zelf bedenken.

In de documentaire ‘Kijken in de ziel’ wordt voorgesteld dat rouwenden weer een rouwband gaan dragen. Om aan te geven: ‘Ik ben verdrietig. Ik ben kwetsbaar. Wees een beetje voorzichtig met me’. Dat lijkt me wel wat. Je loopt nu in de supermarkt of staat op het schoolplein, en je hebt geen idee. Wie misschien ook wel rouwt. Wie misschien wel net zo verdwaasd rondloopt als ik. Aan wie je niet die vreselijk moeilijke vraag ‘Hoe gaat het?‘ moet stellen.

In onze cultuur draait alles om zelf sturen. Zelf kiezen. Zelf besluiten. Wat heel veel vrijheid geeft. Maar wat in situaties als rouw ook echt lastig kan zijn. Wij vogelen alles zelf uit. Bedenken wat wel en niet te doen, wat wel en niet te vertellen, hoe wel of niet te herdenken. Iets meer richtlijnen zou ik echt fijn vinden.

En jij? Ken jij nog mooie rouwrituelen die we nu niet (meer) gebruiken? Welke rituelen spreken je aan, of juist niet? Er lezen aardig wat mensen mee die ook met rouw te maken hebben. Ik ben erg benieuwd naar je gevoel over rouwrituelen. Laat het me weten in de reacties.

Afbeelding van Gaelle Boissonnard

8 maanden

8 maanden

Het is alweer 8 maanden geleden dat ons mannetje dood geboren werd.

De wereld wordt weer wat normaler

Lumen is weer helemaal naar school. Ik ben voor het eerst naar yoga geweest. Heb ’s avonds op het terras gezeten. We hebben onze ouders weer gezien.

Er mag weer meer, de wereld om ons heen begint weer een beetje normaler te lijken. Dat geeft ruimte. Ruimte om vorm te geven aan ons nieuwe normaal. Met ons dode zoontje. Wat natuurlijk volstrekt niet normaal is. Wennen aan ons nieuwe normaal zal ingewikkelder zijn dan wennen aan het nieuwe normaal wegens corona. Maar nu de wereld niet meer puur om corona draait, is er in ieder geval wat meer ruimte om daarmee aan de slag te gaan.

Niet zwanger

Ik ben vandaag 8 maanden niet meer zwanger. Zo lang ben ik al niet meer niet zwanger geweest sinds augustus 2017. Sinds de eerste miskraam na Lumen. Al die zwangerschappen daarna kwamen 3 tot 7 maanden na de vorige. Raar idee. Wat heb ik toch veel gevraagd van mijn lijf de laatste jaren.

Fysiek ben ik inmiddels weer aardig fit. Ik wandel 2x per week een uur. Ik yoga wekelijks. Ik doe om de dag knieoefeningen. ’s Morgens core oefeningen. En sinds deze maand probeer ik ook dagelijks te mediteren. Het is hard werken, dat herstel. Ook fysiek. Maar het begint z’n vruchten af te werpen. En dat is fijn.

Inzicht

Ik had vorige week een prachtig inzicht. Er zijn mensen met wie ik moeite heb. Die in het verleden dingen zeiden die me erg raakten. Ik baalde ervan dat ik zoveel moeite had ze te zien. Wilde dat dat snel over ging. Vond het vooral onhandig van mezelf. Maar, in gesprek met mijn man over of ik wel of niet zo’n ontmoeting aan zou gaan, kwam ik tot een fantastisch inzicht.

Er is nogal wat gebeurt natuurlijk. Noem het trauma, noem het verlies, noem het vreselijk. Hoe dan ook: mijn hele wezen wil me nu beschermen tegen nog meer onveilige situaties. Het is niet rationeel. Maar alles in mij vertelt me weg te blijven van dat wat niet veilig voelt. En ik voel me dus niet veilig bij die mensen. Als ik de ontmoeting aan ga, ga ik al met het gevoel: ‘wat zal er nu weer gezegd worden wat pijn doet?’.

Eigenlijk hartstikke mooi. Dat mijn hele wezen me nu afschermt voor dat wat ik nu niet aankan. Ik kan er vanalles over bedenken. ‘Je moet er gewoon doorheen’. ‘Ze bedoelen het niet zo’. ‘Het zal wel meevallen’. Maar dat is allemaal ratio. Mijn ziel wil niet. Kan het niet. En dat heeft een reden. Ik kan het gewoon nog niet aan.

Dus ik doe alleen dingen die fijn voelen. Zie de mensen bij wie ik me wèl fijn voel. En dat zijn er stiekem ook best veel. Zoals mijn man zei: de mensen die ik voor het eerst weer zie de afgelopen weken, de enorme berg dingen die ik voor het eerst weer doe, zijn al enorme stappen.

De rest laat ik nog even zitten. Tot later. Misschien tot ik in therapie bij die situatie stil heb kunnen staan. Of totdat mijn wezen me aangeeft dat ook dat wel weer kan. Ik ben nou eenmaal ongeduldig. Maar kan niet alles tegelijk. Nu al helemaal niet. Dus stap voor stap. En rustig aan.  

Zomerbakkie

Zomerbakkie

Ik ging naar Katwijk en ik nam mee terug…. Een emmertje zand. Voor in Tieme’s bakkie. We zochten de hele week de mooiste schelpen bij elkaar. En nu is het zomer in het bakkie.

In het bakkie lijkt het nu net of we met z’n vieren op het strand zijn… Met zand en schelpen van het strand, die plek waar we zo graag zijn.

PS: We gebruikten voor Tieme de watermethode. Op de foto zie je de glazen vaas waarin hij lag. Hierin doe ik steeds iets anders, zie categorie Zorgen voor je verdriet. Poppetjes via liefsvanlauren.nl.

‘Harry Potter’-wijsheid over verlies en rouw

Harry Potter wijsheid over verlies en rouw

Als Harry Potter-fan heb ik de boeken allemaal gelezen, en de films gezien. In deel 5 worden Thestrals geïntroduceerd. Dit zijn beesten die Harry wel kan zien maar zijn vrienden niet. Het Harry Potter verhaal bevat hiermee een wijsheid over verlies en rouw die ik eerder nooit zag. Maar waar ik, nu ik zelf ervaring heb met de dood zo ontzettend dichtbij, de laatste tijd vaak aan moet denken.

Harry Potter en de dood

Als Harry na de vakantie terugkomt op zijn toverschool, ziet hij ineens dat de tot dan toe altijd paardloze koetsen nu getrokken worden door rare beesten. Zie de foto bovenaan dit artikel (credits aan Seth Cooper vanuit de Harry Potter Fandom page). Hij vraagt zijn vrienden wat dat voor beesten zijn. Maar zijn vrienden blijken de beesten niet te kunnen zien. Op één meisje na. Ze verzekert Harry dat hij niet gek is. En dat zij ze al ziet sinds haar eerste dag op school.

Wat later legt dat meisje Harry uit dat de beesten Thestrals heten. ‘They can only be seen by people who have seen death’.

Harry heeft recent iemand dood zien gaan. Daarom ziet hij nu pas dat de koetsen, waarvan hij altijd dacht dat ze ‘horseless’ waren, eigenlijk getrokken worden door deze bijzondere dieren. Het meisje heeft haar moeder jong verloren. Daarom ziet zij de beesten altijd al. Voor haar zijn ze al lang niet vreemd of bijzonder meer.

En ineens zie ik het ook

Het is iets wat ik ook in het echte leven merk. Alleen mensen die een héél dichtbij verlies hebben meegemaakt, snappen echt wat dat verlies betekent. Mensen die iemand verloren met wie ze in één huis woonden, met wie ze kerst vierden. Iemand die een gapend gat achterlaat in je leven, in je huis, in zowel de feestdagen als de alledaagse dagen. Alleen mensen die de dood van zó dichtbij hebben gezien, voelen en zien echt de impact van zo’n verlies.

Ditzelfde geldt voor mij. Vóór Tieme kon ik proberen te bedenken hoe erg het moest zijn om iemand die je zeer na staat te verliezen. Proberen me in te leven in de persoon die dit verlies geleden heeft. Maar de grootte ervan, de alomtegenwoordigheid van het verlies, het gapende gat wat er in je leven geslagen is, had ik nooit kunnen omvatten. Pas nu, nu ik het zelf voel, begin ik het een beetje te begrijpen.

Mensen die de dood hebben gezien

Ik denk aan dat vriendinnetje wat in de brugklas haar vader verloor. Ik ben daar toen even verdrietig om geweest voor en met haar. Maar al snel ging het leven door. Dacht ik er niet meer zo vaak aan. Met terugwerkende kracht denk ik aan alle momenten waarop ze haar vader zo intens gemist moet hebben. Aan hoe ze als gezin geworsteld moeten hebben met het leven van dat leven zonder hun vader. Hoe ontzettend veel momenten met ondraaglijk gemis er geweest zullen zijn. Toen. En vast nu nog steeds.

Ik denk aan het gezin waar we vroeger mee op vakantie gingen. Kerstavond mee vierden. Waar ik logeerde toen mijn zusje en later mijn broertje geboren werd. Hun mama overleed toen we net studeerden. Dat was voor mij de eerste aanraking met veel te vroeg verlies, dichtbij. Ik was daar toen behoorlijk van ondersteboven. Maar ook weer niet. Want ik ging terug naar Delft. Leefde mijn leven door, en als ik thuis kwam, waren mijn ouders er beiden gewoon. Het verlies was niet zó dichtbij dat het míjn leven echt beïnvloede. Ik denk eraan dat ze die zomer op vakantie gingen. Met een hele club buren. Naar een camping waar wij ook ooit met ze zijn geweest. Toen dacht ik daar niet over na. Ze gingen gewoon. En fijn dat ze met een groep mensen gingen die ze kenden.

Nu pas kan ik me iets van de waas voorstellen die zo’n verlies met zich mee brengt. Nu pas vraag ik me af of ze zich het verlies toen überhaupt al echt realiseerden. Voor ons was de dood van hun moeder toen al een feit. Maar misschien zaten zij tijdens die vakantie nog wel in de roes van die eerste maanden, waarin je nog totaal niet beseft dat dood echt dood is, echt weg, voor altijd. Met terugwerkende kracht voel ik met ze mee. Denk ik hieraan.

Het verschil tussen het wel en niet zien

Gelukkig zijn er maar weinig mensen die zo’n groot en veel te vroeg verlies moeten dragen. En gelukkig zijn er ook mensen die de Thestrals nog niet zien, die zich wel in proberen te leven en meevoelen met mijn situatie.

Ik merk dat ik veel boosheid voel richting mensen die daar minder goed in zijn. Die gedachteloos dingen doen of zeggen die mij ontzettend raken. Die boosheid komt vooral omdat ik niet snap dat ze zich zelfs niet een beetje proberen in te leven. Als ze toch een beetje hun best zouden doen om zich voor te stellen hoe het zou zijn om…. Dan zouden ze dit niet doen of zeggen. Maar goed. Zij zien het niet. Zij zien de Thestrals niet. Dus probeer ik me er niet teveel van aan te trekken.

Zo blijkt er een diepere wijsheid te zitten in de Harry Potter verhalen. Het maakt gewoon echt uit of je de dood van dichtbij hebt meegemaakt. Daar is geen goed of fout aan. Het is alleen wel echt een duidelijk verschil. Een verschil in je beleving van verlies en rouw. In je voorstellingsvermogen richting iemand die een groot verlies heeft geleden.

Die Thestrals komen Harry op een gegeven moment te hulp, trouwens. Niet echt tof dat ik ze nu ook zie. Maar laat ik er maar vanuit gaan dat het feit dat ik ze nu zie, me vast ooit ook van pas zal komen.  

Wat rouwenden doen: het vergelijken van hun verlies

Wat rouwenden doen: het vergelijken van hun verlies

Ieder mens heeft de neiging tot vergelijken. Niet echt nuttig of handig. Maar ik denk dat het er bij ons gewoon ingebakken zit. Zelfs met rouw bespeur ik bij mezelf de gedachte dat het ene verlies me erger lijkt dan het andere. Ik merk dat ook andere rouwenden die denkstap maken. Onbewust, voordat we het weten, hebben we blijkbaar al een vergelijk gemaakt. Maar het verrast me hoe verschillend de uitkomsten van die denkstap zijn. 

Vergelijken van verlies: nòg erger

Vanaf de 20 weken echo wisten we dat het niet goed ging met ons kindje. Dat hij waarschijnlijk binnen een paar weken zou overlijden in mijn buik. De onzekerheid duurde uiteindelijk bijna 12 weken, in plaats van die paar weken die ons voorspeld waren. Weken waarin we de ene onmogelijke afweging na de andere moesten maken. Weken waarin ik elke dag meteen na het wakker worden probeerde te voelen of ik ons jongetje nog voelde bewegen. Als ik dat niet voelde, zou ik die dag extra goed op moeten letten. Als ik het die hele dag en de ochtend erna nog niet zou voelen, zou ik naar het ziekenhuis moeten om te controleren of hij al dood was. En dan op zeer korte termijn bevallen. Weken waarin we dus continu paraat stonden. Slopende weken.

Maar wij wisten tenminste dat ons kindje misschien dood zou gaan. Er zijn ook kindjes die met 38 weken plots overlijden in de buik. Dat leek me nog erger. Het kamertje thuis al helemaal klaar. Geboortekaartje uitgezocht. Alles voorbereid. En dan valt onverwachts je droom in duigen. Moet je bevallen van een dood kindje. Moet je dat kindje cremeren of laten begraven. Dat plotselinge leek me nòg erger dan onze situatie.

Ik sprak laatst een mama die haar eerste kindje precies zo verloren is. Onverwachts, aan het einde van de zwangerschap. We vertelden elkaar ons verhaal. Ook zij maakte het vergelijk. En zei tot mijn verrassing vol overtuiging: “Oh, hoe het bij jullie is gegaan, dat lijkt me nog zó veel erger!”. Ze was blij dat zij niet al die moeilijke beslissingen hadden moeten nemen. Niet zo’n ellendig lange tijd in onzekerheid hadden gezeten.

Op mijn tegenwerping over dat wij het tenminste nog soort van aan hadden zien komen, zei ze heel ferm: “Maar je kon toen toch nog niet beginnen met afscheid nemen? Er was al die tijd nog dat kleine beetje hoop. Zeker omdat hij tegen alle voorspellingen in toch niet dood ging al die weken. Nee hoor, dat maakt het echt op geen enkele manier makkelijker.”

Een totaal andere situatie

Ook is me de laatste tijd vaak door het hoofd geschoten dat het minstens net zo erg moet zijn om je partner te verliezen. Om door te moeten leven zonder je vriendje, je maatje. In het huis waar je samen geleefd hebt. Waar zijn spullen nog staan. Door te gaan met het leven waarin je zo lang zo veel samen hebt gedaan en gedeeld. Ik kan me er echt niets bij voorstellen hoe iemand dat ooit voor elkaar krijgt.  

Tieme is 7 maanden in mijn leven geweest. En natuurlijk al jaren en jaren daarvoor, als grote wens. Maar hij is niet levend in mijn leven geweest. Heeft hier niet geslapen, gehuild, gepoept, gedronken. Op de een of andere manier lijkt het me nog moeilijker als je iemand verliest aan wie je echt gewend bent in je leven. Met wie je jarenlang geleefd hebt, en zonder wie je dan door moet.

Mijn oom is zijn vrouw veel te vroeg verloren. Hij vond mijn verlies vele malen erger. Hij had tenminste herinneringen op kunnen bouwen. Kon terugkijken op een prachtige tijd samen.

Vergelijken biedt troost

Ergens is het mooi, dat elkaars verliezen ons blijkbaar nòg moeilijker lijken. Je eigen verlies heb je te dragen, er is nou eenmaal geen andere optie. Dus je vindt er een weg in. Ook al is het een ondraaglijk verlies. Het verlies van de ander maak je niet mee. En voelt dus blijkbaar nòg minder draaglijk.

Het zit misschien wel in onze natuur om altijd iets te zoeken wat je nóg erger lijkt. Op de een of andere manier verzacht het je eigen omstandigheden. Door te denken: het kan altijd nog erger.

En ergens vind ik het toch ook fijn om te horen dat die mensen, die ook zulke enorme verliezen hebben geleden, mijn verlies nòg erger vinden. Ik ben zo ontzettend onderuit geschoffeld. Het voelt als een soort erkenning. Als de bevestiging dat het niet gek is dat ik zoveel moeite heb met mijn verlies. Het verlies wat ik zelf af en toe probeer te verminderen door te denken: maar het was geen levend persoon die letterlijk een gat in mijn leven naliet. En: maar we zagen het tenminste al aankomen. Rationeel vind ik dat ik die erkenning niet nodig heb. Ik voel wat ik voel, en het is zo erg als dat het voelt. Maar toch. Een stukje extra bevestiging is fijn. Zeker voor het tuimelpoppetje wat ik momenteel ben.

Dat vergelijken is natuurlijk volstrekt zinloos. Welk vergelijk dan ook. Verliezen. Aantal kinderen. Banen. Wel of juist niet gepakte kansen. Het zou waarschijnlijk beter zijn het nooit meer te doen. Scheelt een hoop gedenk, gepieker en frustratie. Het is een goed streven het minder te doen. Maar het is menselijk. En gaat bijna automatisch.

Ieder verlies is anders. Iedere rouw is anders. Toch maken we dus blijkbaar onbewust een vergelijk. En zolang dit ons op de een of andere manier ook een beetje troost brengt, lijkt me dat ook eigenlijk volstrekt geen probleem. 

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay

Hoe gaat het?

Hoe gaat het? Rouw

Hoe gaat het? Deze vraag vind ik ontzettend moeilijk. Het is voor bijna iedereen de eerste vraag die men stelt. Automatisch, zonder na te denken. Maar wat is het een ontzettend ingewikkelde vraag als je in de rouw bent.

Hoe gaat het? De eerste maanden in rouw

Als ik deze vraag in de eerste maanden kreeg, kon ik alleen maar vol terror naar de vragensteller kijken. Met open mond en wijd gesperde ogen. Hoe kan je dit vragen? Het gaat NIET. Het gaat op geen enkele manier. Wat verwacht je dat ik antwoord? Ik wist echt niet wat ik moest zeggen. En antwoorde dat dan ook maar: ‘het gaat niet’. Om daarna stil te vallen. Want hoe moest ik uitleggen hoe ik me voelde? Wat een drama dit was?

Antwoord #2: het is hard werken

Na een maand of drie stapte ik over op een ander antwoord. ‘Het is hard werken’. Met daarna een uitleg over wat dat harde werken dan allemaal was. Dat antwoord kwam het dichtste bij hoe het voelde. Al was het toen ook echt letterlijk nog hard werken, met volle weken door meerdere ziekenhuisbezoeken, Lumen’s verjaardag en kinderfeestje, de eerste ‘kraambezoekjes’, de eerste therapeut. Allemaal emotionele dingen.

Dat er daarnaast ook nog ontzettend veel verdriet was, dat noemde ik niet per se. Dat het eigenlijk ook nog puur overleven was ook niet. Het was overleven om de dagen door te komen. Te zorgen dat we allemaal ’s ochtends opstonden, gewassen, aangekleed en getandenpoetst. Dan moesten we ook nog zorgen dat er eten in huis was, dat we dat opaten en dat we op een gegeven moment allemaal weer getandenpoetst in bed belandden.

Dat overleven deden we dus naast die gevulde agenda vol met emotionele dingen. Dat was dus hard werken.

En nu dan?

Inmiddels zijn we weer een paar maanden verder. En nog steeds vind ik ‘Hoe gaat het?’ een lastige vraag. Het is zó groot. Er speelt zó veel.

Het afscheid nemen van al die verschillende stukjes. De moeite die ik heb met onbedoeld onhandige opmerkingen. De therapie waarmee ik net gestart ben. De moeilijke weg daarheen waarop ik bij twee therapeuten begon en ook weer stopte, maar waarbij nummer 3 gelukkig wel prettig is. Het verdriet wat ik in de gezichten van mijn man en Lumen zie, en wat me dan verdrietig maakt voor hen. De fijnheid die ik gelukkig inmiddels ook af en toe weer voel, zoals op onze vakantie vorige week. Dat alles loopt door elkaar heen.

Hoe kan ik dat ‘even’ uitleggen? En daarnaast: ik heb niet altijd bij iedereen fut en/of zin om dit allemaal te vertellen.

Ik weet dus eigenlijk nog steeds niet goed wat ik moet antwoorden als iemand het me vraagt.

Hoe is je dag vandaag?

Ik weet dat ‘Hoe is het?’ in onze cultuur nou eenmaal de meeste gangbare vraag is om te stellen. Aan je vrienden. Maar ook aan je buurvrouw, de moeder van een vriendje van je kind, die kennis die je eigenlijk niet heel vaak spreekt. Dus ik voel me niet meer zo geïrriteerd als de eerste maanden als de vraag gesteld wordt. Ik snap inmiddels weer wat beter waarom de vraag gesteld wordt.

Maar ik ben er wel verbaasd over dat we met z’n allen dus niet weten dat dit echt een rotvraag is voor iemand die het moeilijk heeft. Wat weten we toch ontzettend weinig over rouw. In het boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ van Manu Keirse lees ik dat ik niet de enige ben die dit een vreselijke vraag vindt. Er wordt dan ook geadviseerd om de vraag niet te stellen aan een rouwende.

Ik vind een gerichtere vraag stukken fijner om te beantwoorden. Hoe is je dag vandaag? Hoe ben je de afgelopen weken doorgekomen? Hoe was je nieuwe therapeut/de vakantie/moederdag? Dan hoef ik niet alles te vertellen. Mijn hersenen gaan niet hard rondtollen om te bedenken wat ik allemaal wel en niet vertel over hoe het is. De helft van de tijd wéét ik eigenlijk niet eens hoe het nou eigenlijk is. Dus een gerichte vraag is fijner. Dan kan ik die beantwoorden en zien we daarna wel verder.

Aangezien de ‘Hoe is het?’ vraag zeker blijft komen, broed ik verder op het meest geschikte antwoord voor nu. Het kortste antwoord is ‘moeizaam’. En toch omschrijft dat de situatie best accuraat. Misschien ga ik dat antwoord eens een tijdje testen de komende tijd.

Nieuwe buren

We hebben nieuwe buren. Ze hebben het voor elkaar gekregen om binnen een week zo’n enorme ruzie te krijgen dat 8 man politie nodig was om de boel rustig te krijgen. En daarna om hun huis in brand te laten vliegen. We zijn ontzettend bang geweest. Op meerdere manieren.

De brand is gelukkig niet overgeslagen naar ons huis, maar het duurde een uur voordat dat duidelijk was. Ons gevoel van veiligheid in huis is totaal verdwenen. Dit blog had ik ervoor al klaar staan. Misschien schrijf ik nog wel een keer wat uitgebreider over deze nieuwe situatie die een behoorlijke impact heeft op ons. Maar voor nu hou ik het even bij dit blog over weer een facet van het rouwproces.

7 maanden, en het herbeleven van vorig jaar rond deze tijd

Het is vandaag alweer 7 maanden geleden dat ons mannetje geboren werd. Hij is nu ongeveer even lang uit mijn buik als dat hij in mijn buik is geweest. Onvoorstelbaar. En het grote herbeleven van een jaar geleden gaat door.

Het is vandaag alweer 7 maanden geleden dat ons mannetje geboren werd. Hij is nu ongeveer even lang uit mijn buik als dat hij in mijn buik is geweest. Onvoorstelbaar.

Herbeleven van een jaar geleden

Vandaag een jaar geleden kwamen we terug van onze reis naar California. Overmorgen een jaar geleden hadden we de eerste echo. Ik was ongeveer 9 weken zwanger. Nog moe van de jetlag, uberhaupt doodmoe van de zwangerschap, gingen we vol spanning naar het ziekenhuis. De echo was goed. Kloppend hartje, en het juiste formaat embryo te zien. Dit gaf me ontzettend veel vertrouwen. Die combinatie was ons eerder alleen bij Lumen overkomen, dus ik kreeg er vanaf nu langzaam vertrouwen in dat het allemaal goed kwam. Er waren nog een aantal echo’s nodig om er echt vertrouwen in het hebben, maar ik haalde al wat rustiger adem dan voor deze 9w echo. Het herbeleven is in volle gang.

En vandaag is het dus alweer 7 maanden geleden dat ik ons dode zoontje voor het eerst in mijn armen hield. Wat een ontzettende tegenstelling toch.

Vakantie

De afgelopen maand gingen we voor het eerst op vakantie. Weekje naar zee. Ik heb er erg van genoten. Meer dan ik had durven hopen. Er waren natuurlijk ook vlagen van verdriet. Bij momenten ‘zag’ ik mijn man met een zoontje. Alsof hij hem ineens levensecht in het voorzitje van de fiets had. Of in een draagzak.

Het was niet alleen onze eerste vakantie na de zwangerschap en het verlies van Tieme. Het was ook onze eerste vakantie waarin we ineens toch weer met z’n drieën waren. In plaats van met vier. Die vlagen van verdriet kwamen natuurlijk ook voorbij.

Maar ik ben blij dat ik vooral genoten heb. Van het heerlijke weer, van het fantastische uitzicht op zee vanuit ons bed (zie de foto’s in dit blog), van het er even helemaal lekker uit zijn.

Het uitzicht op zee bij het wakker worden

En verder, de afgelopen maand

De afgelopen maand ontdekte ik ook dat ik nog een ontzettend tuimelpoppetje ben. Dat de afzondering van corona voor mij eigenlijk heel fijn is geweest. En dat ik, nu de wereld weer opengaat, vaker nee zal moeten zeggen. Omdat nog niet zoveel lukt en kan.

Sinds deze week is Lumen weer volledig naar school. We hebben het heerlijk gehad in de 3 maanden dat ze thuis was. Maar het is voor ons alle drie goed dat ze weer naar school kan. Het geeft mij ook weer wat meer ruimte voor andere dingen. Voor rouw. Voor therapie. Voor mezelf.

Het was een maand van tuimelen, herbeleven, er heerlijk tussenuit op vakantie. En sinds deze week weer een stapje dichterbij ‘normaal’, met onze dochter die weer lekker naar school gaat. Op naar de volgende maand.

Tuimelpoppetje

Ik ben een tuimelpoppetje. Ik kan niets hebben. De wereld wordt door de versoepelde corona-maatregelen weer langzaam groter en dat vind ik heel moeilijk.

Ik ben een tuimelpoppetje. Ik kan niets hebben. De wereld wordt door de versoepelde corona-maatregelen weer langzaam groter en dat vind ik heel moeilijk.

De wereld wordt weer groter en dat vind ik heel moeilijk

Nu de maatregelen rondom corona weer wat versoepelen, gaat de wereld langzaam weer open. Ik mag weer bij de fysio langs. Ik kan starten bij een nieuwe therapeute. Beiden hartstikke fijn. Maar ook energievretend. En mensen zoeken weer contact. Vragen hoe het gaat. Willen afspreken.

Er komt ineens vanalles bij. Lumen is nog het merendeel thuis. Ze is nu in totaal 3 dagen naar school geweest. Er is dus nog niet zoveel af. Dat wringt. Ik slaap slecht. Ik ben nog steeds niet toe aan die mensen zien of spreken. Maar ik krijg de vragen wel. Moet er dus wel steeds over nadenken. De knoop doorhakken: wil ik er iets mee, of niet? Nee zeggen.  

Hoe gaat het?

Mensen vragen me hoe het gaat. Dat is een vraag die ik ontzettend moeilijk vind. Ik weet niet hoe ik ‘m moet beantwoorden. Het is zó groot. Zó veelomvattend. Hoe moet ik dat nou uitleggen. Ik weet het niet. Het zijn dan soms ook nog mensen die de afgelopen jaren regelmatig hebben laten zien in mijn boze buitenwereld te horen. Dus ik durf eigenlijk niet met ze in gesprek te gaan. Pure zelfbescherming. Straks zeggen ze weer iets wat me raakt. Ik heb momenteel echt geen huid. Geen filter. Alles komt keihard binnen. Dus ik durf het niet aan. En geef dus maar geen antwoord. Spreek niet met ze af.  

Werk

Daarnaast sprak ik vorige week de bedrijfsarts. Hij gaf aan dat we over een aantal weken eens moeten gaan kijken hoe werk weer naast al het andere past. Dat doet me meer dan ik wil.

Ik dacht een paar maanden geleden ook dat ik tegen deze tijd al wel zou willen beginnen met werken. Maar toen kwam corona. Kwam Lumen thuis te zitten. Gingen alle moeilijke dingen die ik nog rondom Tieme wilde regelen on hold: een ontwerp maken voor een herinneringsdoos. Een foto uit laten vergroten en aan zijn opa’s en oma’s geven. Zorgen dat zijn foto’s niet alleen hier in huis opgeslagen zijn, maar ook op andere plekken. Een urn uitzoeken. De ‘kraambezoeken’, die me al zo zwaar vielen, stopten helemaal. Ik heb een aantal mensen nog steeds niet gezien en gesproken na het overlijden van Tieme. En ook de tweede therapeut bleek erg tegen te vallen. Waardoor ik nog steeds niet kon beginnen met het therapie-traject wat ik zo ontzettend hard nodig heb.

Weer iets wat erbij komt dus. Terwijl dat voor m’n gevoel nog totaal niet past. Ik wil graag mijn vriendinnen en broertje eerst spreken over Tieme. Voordat ik er met collega’s over moet spreken. Ik wil eerst een goede start gemaakt hebben met die therapie. De therapeute is fijn trouwens. Daar ben ik ontzettend opgelucht over. Maar ze verwacht een traject van ongeveer een jaar. En de eerste 3-4 keer is puur intake, daarna beginnen we pas echt.

Huilen om mezelf

Ik moest gisteravond ontzettend huilen. Ik dacht terug aan vorig jaar koningsdag. We waren in de tent op het grasveld bij ons achter. Met een aantal vriendenstellen. Die allemaal 2 of meer kinderen hebben. Lumen vond het fantastisch. Zoveel kindjes om mee te spelen. Maar op een gegeven moment kwam ze naar me toe. Verdrietig. “Mama, wanneer krijg ik nou eindelijk een broertje of zusje?” Ik kreeg ook tranen. “Ik weet het niet meisje. Ik hoop dat je ooit nog een broertje of zusje krijgt.”. Ik dacht gisteravond aan hoe ik me toen voelde. Hoe moeilijk ik het vond dat niet alleen mijn man en ik, maar ook mijn dochtertje zo duidelijk het gemis van een broertje of zusje voelde. Aan hoe onzeker ik me voelde, of dat ooit nog zou komen. Aan hoe ik me maar een paar weken later voelde, toen ik zwanger bleek te zijn.

En toen dacht ik aan nu. Aan hoe ik de situatie toen al moeilijk vond. Maar hoe de situatie het afgelopen jaar nog zo ontzettend veel moeilijker is geworden. Zwanger. Wel een broertje krijgen. Maar een broertje wat niet bleef leven. Waar we afscheid van moesten nemen. Wat we moesten cremeren. Een papa en mama die totaal onderuit geschoffeld zijn. Door dat verlies. Door de achtbaan ervoor. Door alle kindjes waar ze eerder al afscheid van hebben moeten nemen.

Toen moest ik huilen om mezelf. Ik ben al ontzettend verdrietig geweest om het verlies van Tieme. Om het feit dat Lumen nu alsnog als enig kind opgroeit. Ik heb al heel veel gehuild om dat ik mijn man niet meer dan één levend kindje heb kunnen geven.  Maar gisteravond huilde ik voor het eerst om mezelf.

Hoe heb ik het toch voor elkaar gekregen dat ik nu WEER zo totaal uit de running ben? Dat ik WEER een ontzettend lange tijd niet werk? Dat ik fysiek WEER helemaal opnieuw moet beginnen? Gewicht wat er weer af moet, conditie erbij. Dat ik straks voor de derde keer een re-integratie moet doen op mijn werk, wat ik de vorige twee keer zo ONTZETTEND zwaar heb gevonden? Waarom? Waarom is dit zo?

En hoe moet ik het in hemelsnaam voor elkaar te krijgen ooit weer een beetje normaal te kunnen leven? Enigszins normaal te kunnen functioneren?

Elastiekje

Ik ben een elastiekje waar geen rek meer in zit. Ik heb het gevoel dat ik gek aan het worden ben. Ik vind het ontzettend lastig dat ik maar zo weinig aan kan.

Uit deze periode zal ik ongetwijfeld meerdere lessen leren. Ik denk dat één van de belangrijkste lessen die er te leren zijn is: van weerstand naar accepteren.

Ik heb de afgelopen jaren al ontzettend vaak gedacht: dit heb ik zo niet gewild. Ik had niet gewild dat ik moest stoppen met beachvolleyballen. Dat ik niet meer kan rennen. Ik had niet gewild dat ik door de zwangerschap van Lumen weer 2 jaar bezig was met herstellen. Na die 2 jaar knie-revalidatie. Ik had nooit maar 3 dagen per week willen werken. Ik wou 4. Maar na anderhalf jaar re-integreren lukte 3 maar net. En gaf ik het op om ook die 4e er nog bij te willen. Ik had geen 4 miskramen gewild.

En over Tieme heb ik natuurlijk wel 1000 dingen die ik niet zo gewild had.

Er is dus heel veel weerstand in mij. Logisch misschien, met alles wat er gebeurd is. Maar niet constructief. Ik wil dat niet meer. Ik word er verdrietig en boos en moe van. En het brengt me niets. Het leven is nou eenmaal niet te sturen. Dus ik ga op zoek naar aanvaarding. Naar acceptatie van wat ik toch niet kan veranderen.  

Ik google erop, hoe dat dan moet, van weerstand naar acceptatie. Ik vind dommige voorbeelden. Accepteren dat het regent, in plaats van daarvan balen. Tja. Nogal wiedes. Ik geloof niet dat ik ooit veel van het weer gebaald heb. Dàt accepteren lukt me dus prima. Ik vind de dingen die ik te accepteren heb van een andere orde. Maar goed. Het idee is hetzelfde. Het zal zeker niet makkelijk zijn. Maar ik ga toch proberen deze les te leren.

Bron: Instagram, @Phillysextherapy

Zorgen voor mezelf

Mijn wijze mama zei al heel snel nadat Tieme geboren en overleden was: “Je bent je eigen heelmeester. Jij weet het beste wat goed voor je is”. Ook de nieuwe therapeute, waar ik pas 1x geweest ben, zei iets in die strekking: “Jij moet heel goed voor jezelf gaan zorgen”.

Ik wilde dat we een jaar verder waren. Dat ik gewoon weer lekker aan het werk was. Dat ik dat vreselijke re-integreren gehad had. Maar daar ben ik nog niet. Dus tot die tijd zal ik proberen mijn eigen heelmeester te zijn. Te blijven luisteren naar wat ìk wil en kan. En dan maar ‘nee’ te zeggen. Omdat dat, volgens onderstaande Pinterest-tegeltjes-wijsheid, ook een vorm van zorgen voor mezelf is.

Bron: rianbowbright.blogspot.com

En dan over dat accepteren. Het is nu eenmaal zo dat ik momenteel een tuimelpoppetje ben. Dat kan ik vervelend vinden. Ik kan ervan balen. Ik kan wensen dat ik alweer veel meer aan kon. Maar dat helpt allemaal niets. En dat brengt me niets. Ik ben een tuimelpoppetje. En dat is nu eenmaal wat het is. Het wordt vast ooit wel beter. Maar voor nu is het wat het is. Dat zal ik proberen te accepteren.

Moederdag & een half jaar

Gisteren was het moederdag. En een half jaar geleden dat Tieme is geboren en overleden.

Gisteren was het moederdag. En een half jaar geleden dat Tieme is geboren en overleden.

Moederdag

Ik ben ontzettend verwend door mijn man en dochter. Ik moest ’s ochtends boven blijven tot ze klaar waren met alle verrassingen beneden. Mijn dochter vond het leuk om slingers op te hangen en mijn stoel te versieren. Ze hadden een heerlijke brunch geregeld, afgehaald bij ons favoriete restaurantje. We konden die brunch heerlijk in het zonnetje buiten opeten. Daarna mocht ik op speurtocht naar verstopte kadootjes. Waaronder de cd van Danny Vera, met het prachtige en voor ons zo toepasselijke ‘Roller Coaster‘.

De eerste keer dat ik moest huilen was het puur geluk. Wat een bof dat ik zo’n lieve man heb. Zo’n fantastische dochter. Dat ik zo verwend word op moederdag.

Door de dag heen volgen nog een aantal tranendallen. Want ons jongetje is niet bij ons. We missen hem elke dag. Maar rond dit soort dagen, die je zo overduidelijk met je gezin viert, is het zo mogelijk nòg duidelijk dat ons gezin niet compleet is.

Een half jaar

En dan was het gisteren ook een half jaar geleden dat ons jongetje geboren en overleden is. Wat klinkt dat lang geleden. Zo voelt het nog totaal niet. Ik kan eigenlijk niet geloven dat er alweer een half jaar voorbij is.

November en december: totale shock. We kunnen niets. Allemaal in een waas voorbij gegaan. Er zijn dingen gebeurt die we nauwelijks meer weten. Mijn man bedacht zich laatst dat de eerste kerst zonder Tieme hem ontzettend moeilijk leek. Om daarna te bedenken dat we die eerste kerst al gehad hadden. Vergeten. En ergens is het ook niet zo. De eerste ‘normale’ kerst, waarin we kerst ook daadwerkelijk (proberen) te vieren zoals we dat normaal zouden doen, moet nog komen. Die eerste twee maanden was het puur overleven, de dagen doorkomen. Of het dan Sint, kerst of Oud & Nieuw was maakte weinig uit.

Januari & februari: we proberen wat dingen te doen. Sporten. Erop uit. Dat eerste lukt aardig, dat laatste is heel moeizaam. En het is eigenlijk allemaal te veel. Maar blijkbaar is er toch een drive om niet in bed onder de dekens te blijven liggen. Dus we proberen wat, en doen het met vallen en opstaan.

Maart & april: en toen was er Corona. Ging Lumen niet meer naar school. Hield de yoga op, en het sportschoolklasje waar ik net mee begonnen was. Stopte ik met de psycholoog, omdat ik niet blij met haar was. Onze wereld stond al op z’n kop. Maar nu kantelt hij weer een stuk een andere richting in. We zetten alle zeilen bij om zo goed en fijn mogelijk door deze rare periode te komen.

Een moeder van een vriendinnetje van Lumen is ook haar baby’tje verloren. We hadden het erover toen ik een maand of drie zwanger was. Zij vertelde me dat ze daarna een half jaar niet gewerkt had. Dat leek me toen heel lang. Ik vergelijk het denk ik onbewust met een miskraam. En na mijn miskramen was ik meestal na een week of twee wel weer aan het werk.

Little did I know then. Hoe anders het verlies van een baby’tje is. Waar je echt van bevalt. Wat je in je armen houdt. Wat al helemaal af is, maar zo ontzettend klein. Wat je moet cremeren, tegen al je gevoelens en basisreacties in, omdat een dood lijfje nou eenmaal niet bij je kan blijven.

Het eerste half jaar na Tieme’s geboorte en dood nu voorbij. Maar ik kan me nog totaal niet voorstellen dat ik weer aan het werk zou gaan. Alle lieve collega’s ontmoeten. M’n verhaal vele malen doen. Of niet, maar hoe dan ook die mensen onder ogen komen. De boze buitenwereld in. En op de een of andere manier weer de concentratie op kunnen brengen om na te denken, werk te verzetten. Met mijn input-emmer die momenteel na een half uur videobellen ongeveer volgelopen is zie ik het voorlopig gewoon niet gebeuren.

Gelukkig was de bedrijfsarts hier ontzettend begripvol in. Waar ik nog zei dat ik geen idee had waar de vermoeidheid en concentratie-problemen vandaan kwamen, dat het de pre-eclampsie kan zijn maar ook rouw en totale uitputting, drukte hij me op het hart de nawerkingen van de pre-eclampsie niet te onderschatten. Dat het ongetwijfeld van alles een beetje is, maar dat pre-eclampsie nou eenmaal heel lang vermoeidheidsklachten en concentratiestoornissen kan veroorzaken. Fijn dat hij mij daarvan ging overtuigen, in plaats van andersom.

En verder de afgelopen maand

Herkenning

We lazen in het prachtige boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ van Manu Keirse. Het bracht heel veel herkenning. En het geeft me op een bepaalde manier ook ‘toestemming’ om een aantal dingen die ik voel of merk, ook te mógen voelen of merken. Bijvoorbeeld dat het in groepen zijn niet fijn is momenteel. In het boek lees ik dat in groepen zijn vervelend is als je rouwt. Het vereist namelijk chit-chat, luchtige gesprekken, en daar ben je nou eenmaal momenteel niet goed in. Hij adviseert om de intimiteit van een-op-een contact op te zoeken.

Het zou misschien eigenlijk niet nodig moeten zijn om die ‘toestemming’ van iemand anders te moeten krijgen om gewoon m’n gevoel te volgen hierin. Maar het helpt me toch. En blijf gewoon oefenen in dat ook te doen zonder toestemming 😉

Golven van vermoeidheid en verdriet

De golven van vermoeidheid en verdriet komen en gaan. Vorige week kwam er weer een. Een dag of vijf achter elkaar voel ik het al als ik ’s ochtends m’n ogen open doe. Moe. Verdrietig. Ellendig. Gelukkig kon mijn man die dagen de ‘ochtend-shift’ met Lumen doen. Probeerde ik nog even verder te slapen. Wat soms lukte, en soms niet. Ik probeer lief voor mezelf te zijn. Te doen wat goed voelt. Een stuk wandelen. Een boekje lezen. Schrijven. En niet te balen van wat niet lukt: de dagelijkse oefeningen. Dat telefoontje wat ik eigenlijk wilde plegen. Dat stuk wandelen of schrijven wat ik eigenlijk bedacht had te doen.

Het is de dagen doorkomen, tot de golf voorbij is. Als het me maar lukt die ruimte te pakken, dan gaat de golf na een aantal dagen weer liggen. Ik word ineens weer beter wakker. Ben overdag minder moe. En voel me minder lamlendig.

Het fysieke werk aan de winkel

Omdat de psycholoog wegviel, en de wachtlijsten ervoor zorgen dat het starten bij een nieuwe nog wel een tijdje zou duren, probeerde ik te zoeken naar wat dan wel ging. Binnen de huidige Corona-grenzen. Ik nam contact op met één van de fysio’s die me begeleid heeft tijdens mijn knie-revalidatie. Ik had de laatste tijd meer pijn aan mijn knie, dus wil een setje oefeningen wat de spieren sterker maakt en wat ik wekelijks thuis kan doen. Dat lukte prima via videobellen. En inmiddels ben ik alweer een aantal weken een opbouwschema aan het doen met om de dag oefeningen. De andere dagen doe ik via een app spierversterkende oefeningen voor de rest van m’n lijf. Lekker bezig dus.

Genieten & ongeduld

Het lukte me zelfs om af en toe te genieten. Van alle fijne momenten thuis met z’n drietjes. Van mijn lieve dochtertje, die me echt elke dag wel kleine geniet- en verwondermomentjes brengt. Van mijn man. Van afgelopen weekend eindelijk weer eens een BBQ bij onze lieve vrienden. Van een fijn telefoongesprek met een vriendin.

Ik bespeurde de afgelopen weken voor het eerst een soort ongeduld bij mezelf. Wanneer is dat rouwen klaar? Wanneer houdt het verdrietig zijn op? Wanneer kan ik weer meer? Wanneer hoef ik mezelf niet meer te verstoppen voor de buitenwereld, omdat ik alle input weer gewoon aankan?

Dat ongeduld is me niet vreemd. Tijdens mijn knie-revalidatie en de revalidatie na mijn zwangerschap voelde ik het continue. Wilde ik steeds meer dan ik kon. Ging ik ook zo snel mogelijk weer aan het werk. Dus ergens verbaasd het me dat dit ongeduld nu pas de kop op komt zetten.

Aan dat soort dingen merk ik dat er wel vooruitgang in zit. Ook al heb ik nog een lange weg te gaan.

De komende tijd

Meer fysio-afspraken om dat schema op te bouwen. Dat mag vanaf deze week zelfs weer in de praktijk. Daarnaast werd ik vorige week gebeld dat ik deze week terecht kan bij een van de psychologen waar ik op de wachtlijst sta. Sneller dan ik had durven hopen. Echt hartstikke fijn. Dat zal ook weer heel intensief en emotioneel zijn.

Die combinatie van zowel fysiek als mentaal met mezelf aan het werk is wel weer genoeg hooi op de vork voor de komende tijd. Dus alle andere dingen die op mijn to do lijst staan moeten nog maar een tijdje wachten. Want alhoewel Lumen vanaf deze week weer 2 dagen naar school gaat, is ze voorlopig ook nog 3 dagen per week meer thuis dan ‘normaal’. En al merk ik dat sommige dingen beter gaan, het is ook nog steeds heel snel te veel. De input-emmer raakt nog snel vol. Dus ook al mogen we straks weer wat meer, qua sociale contacten hou ik het nog heel klein. En dat is OK. Want dat voelt voor nu nou eenmaal het beste.

Herbeleven: Vandaag een jaar geleden…

Herbeleven: vandaag een jaar geleden ontdekte ik dat ik zwanger was. Daarmee begint het grote herbeleven. Weer een stuk rouwarbeid wat ons te doen staat.

… ontdekte ik dat ik zwanger was. Daarmee begint het grote herbeleven. Van die ontdekking. De eerste weken. De eerste echo’s. En van alle maanden erna. Het herbeleven van al die momenten die in een zwangerschap in je geheugen gegrift staan. Omdat een zwangerschap nou eenmaal een van de speciaalste en bijzonderste periodes in je leven is.

Herbeleven: Een jaar geleden…

… werd ik vanmorgen enorm vroeg wakker. Gisteren bedacht ik me dat ik eigenlijk al 3 dagen over tijd was. En dat ik me eigenlijk ook wel een klein beetje zwanger voelde. Maar ik kon toch niet zwanger zijn? Ik vond ergens achter in de klerenkast nog een verdwaalde zwangerschapstest. En  bedacht dat ik die morgenochtend maar eens zou doen.

Ik werd natuurlijk supervroeg wakker. Mijn liefies sliepen nog. Ik deed de test. En ja hoor: zwanger! Ik maakte mijn man wakker. Om 6u. Ik kon echt niet langer wachten. Omdat het zo ontzettend onverwachts was, kreeg ik het ook op geen enkele manier verpakt, en zei ik gewoon: ik ben zwanger! Hij was aardig verbaasd.

Gedoe

Het was een maandag. Op vrijdag zouden we in het vliegtuig stappen naar California, voor een vakantie van een maand.

In de onderzoeken naar mijn herhaalde miskramen was ik in het ziekenhuis in Delft 2x positief getest op het Antifosfolipidensyndroom (AFS). De tweede keer op de grenswaarde, dus niet overtuigd. Ik was inmiddels doorverwezen naar de herhaalde miskraam poli in Leiden, waar ze deze test nog een derde keer deden. Ik zou de uitslag nog krijgen.

Maar omdat ik er voor nu positief op getest was, moest ik vanaf de dag van de zwangerschapstest medicatie gaan inspuiten. Aangezien ik de test 4 dagen later deed dan had gekund, en dus eigenlijk al 4 dagen eerder had kunnen/moeten beginnen met medicatie, wilde ik dus wel direct die dag aan de medicatie. Alles om weer een miskraam te voorkomen. Daarnaast had ik niet heel veel tijd om het te regelen, want over 4 nachten vertrokken we op vakantie.

Dat regelen was gedoe. Omdat ik bij twee ziekenhuizen onder behandeling was, wist ik niet welke ik moest bellen. Ik belde allebei maar. Bij allebei hadden de telefoon-juffies die ik aan de lijn kreeg geen idee van hoe dat werkte met AFS, en hoe ik dan diezelfde dag nog aan medicatie zou kunnen komen. Bij allebei zou ik teruggebeld worden. Leiden was het eerst, ik werd teruggebeld door een oude gynaecoloog, en de vroegst mogelijke optie om langs te komen was de ochtend erna. Ik moest namelijk ook instructie krijgen hoe mezelf in te spuiten.

Aan het einde van de middag belde toch ook mijn gynaecoloog uit Delft nog terug. Ik mocht direct langskomen in het ziekenhuis, als het me lukte om er binnen een half uur te zijn. Dan was het 17u, en ging de poli Gynaecologie dicht. Als het me lukte er op tijd te zijn, zou zij het recept daar voor me klaarleggen, kon ik zelf de medicatie in de apotheek van het ziekenhuis ophalen, en kon ik vervolgens naar de afdeling Verloskunde om daar van een zuster het spuiten te leren.

Gelukt maar niet nodig

Het lukte. Het was een hele rare dag. De dag ervoor nog overtuigd dat ik vast heus niet zwanger zou zijn. Die morgen de ontdekking dat het wel zo was, de hele dag besteed aan bellen en mediactie regelen, en uiteindelijk liep ik om 16:58 in de verlaten gangen van het Reinier de Graaf ziekenhuis van poli naar apotheek naar verloskunde. Ik kreeg een tas vol spuiten mee. Ik moest ook nog bedenken hoe ik die langs de douane in het vliegtuig ging krijgen. Maar dat ging ik morgen wel bedenken, genoeg indrukken en gedoe vandaag.

De dag erna belde ik Leiden af. Vijf minuten later werd ik teruggebeld door die oude gynaecoloog. Ik was bang dat hij boos was dat ik zo laat afgebeld had. Maar hij belde om te vertellen dat de test op AFS daar negatief was geweest. En aangezien je wel vals positief schijnt te kunnen testen, maar niet vals negatief, zou ik het dus toch niet hebben. Vooral die medicatie niet gaan gebruiken dus, zei hij. Zeker niet in Amerika. Want stel dat ik dan toch een miskraam zou krijgen, dan móest ik daar naar een ziekenhuis, vanwege verhoogde kans op hevige bloedingen. En  in de gebieden waar wij doorheen gingen trekken waren nou niet per se overal ziekenhuizen in de buurt. Ok dan. Geen spuiten mee op reis dus.

Het grote herbeleven

Ik denk er deze dagen veel aan. Herbeleef het allemaal weer. Ik denk aan die week. Aan hoe het vanaf dag 1 dat ik wist dat ik zwanger was stress was. Door die medicatie. Door de lange vlucht. De vermoeidheid daarna. De jetlag. Die jetlag ging voor m’n gevoel eigenlijk niet meer weg, ik was vanaf toen ontzettend moe. Hoe we bezorgd waren op vakantie, over weer een miskraam. En geen ziekenhuizen in de buurt.

Ik denk over hoe ik me zo moe en beroerd voelde tijdens die vakantie. Over hoe dat me ergens ook wel wat vertrouwen gaf dat het goed zat. Over de lange terugreis, weer heel vermoeiend, weer jetlag. Hoe ik toen nog gezegd heb: als deze zwangerschap goed gaat, dan moet het wel een heel sterk kindje zijn. Want man, wat heb ik veel van mijn lijf gevraagd die weken.

Ook al probeerde ik gezond en genoeg te eten. Ook al sliep ik elke middag. Mijn man zei na de vakantie voor de grap dat ik eigenlijk maar een halve vakantie heb gehad. De ochtenden kon ik wat, na de lunch ging ik slapen. Soms lukte het me om na een paar uurtjes slaap dan nog wakker te worden, maar er waren ook dagen dat ik wel rechtop in een stoel zat, maar dat je dat niet echt wakker kon noemen. Ik probeerde tot 20u wakker te blijven, en viel dan weer als een blok in slaap.

En ik denk over hoe ik me nog steeds afvraag of die hectische en vermoeiende start impact heeft gehad op hoe het uiteindelijk gelopen is.

Vanaf vandaag begint het grote herbeleven van mijn zwangerschap. Het herbeleven van eerst de spanning, daarna de vreugde, de opluchting die toch maar liefst een week of drie heeft mogen duren. En dan onvermijdelijk ook van het verlies.

Niet makkelijk. Maar als ik erop google blijkt het herbeleven wel bij rouw te horen. Weer een stuk rouwarbeid wat ons te doen staat. Dus laten we ook hier maar weer vol doorheen proberen te gaan.

PS: ik vond toevallig vorige week de zwangerschapstest terug, achter in een kastje. Past wel mooi als foto bij dit stukje. Dan eens bedenken of ik ‘m weggooi, of bewaar. Ook dit soort keuzes zijn zo veel makkelijker als je een gezond kindje krijgt na je zwangerschap… Dan zijn beide keuzes goed. Nu voelen ze allebei juist niet goed. Misschien laat ik ‘m wel per ongeluk weer verdwijnen, achterin een ander laadje of kastje.