Small talk

Small talk. Ik draaide er vroeger mijn hand niet voor om. Maar wat is het toch ingewikkeld, nu er zoiets ingrijpends is gebeurd als het overlijden van mijn zoontje.

Small talk. Ik draaide er vroeger mijn hand niet voor om. Maar wat is het toch ingewikkeld, nu er zoiets ingrijpends is gebeurd als het overlijden van mijn zoontje.

Bieb

Zaterdagmorgen. Ik ben met mijn meisje in de bieb. Voor het eerst sinds corona mocht ze weer eens mee. Na het boeken uitzoeken drinken we samen wat en eten we iets lekkers. We genieten er allebei van.

Er komt een mama met een dochter aanlopen. Het blijkt een oud-teamgenootje van me te zijn, van jaren terug.

‘Hé hoi! Lang niet gezien!’, begint ze. Ze gaat op een bankje even verderop zitten, en vraagt: ‘hoe is het nou met jou?’.

Zoals jullie hier konden lezen, vind ik dat een ingewikkelde vraag. Ik ben er inmiddels een beetje beter in dan een paar maanden geleden. Maar lastig blijft het. Want echt goed gaat het nog niet met me. Maar ik heb, daar op die zaterdagochtend in de bieb, nou ook niet echt zin om te vertellen waarom niet.

Ik antwoord een beetje lauw: ‘ja goed’. Ik denk te zien dat ze wel merkt dat het geen heel overtuigend antwoord is. Maar ze vraagt niet door.

Broer en zus

Inmiddels is Lumen dikke vriendinnen met de dochter. Er wordt verteld dat zij een grote broer en ook nog een grote zus heeft. ‘Wat een geluk’, antwoord ik. Ik verwacht half en half dat Lumen zal vertellen dat zij ook een broertje heeft, en dat hij dood is. Voor Lumen is dat zo ‘matter-of-factly’, ze zal echt geen moment nadenken dat onze situatie anders is dan die van dit gezin waar we nu mee praten, waar maar liefst 3 levende kinderen opgroeien. Maar ze noemt hem niet. En ik heb ook geen zin om dit grote, levensgrote iets hier zomaar op tafel te leggen.

Mijn oud-teamgenootje kletst nog wat door. Ik vertel dat ik moest stoppen met volleyballen door een ski-ongeval. Dat ik opnieuw moest leren lopen en dat ik zo’n 2 jaar aan het revalideren ben geweest. Er wordt een hoop afge-oh-ed en ah-ed. ‘Wat vreselijk!’. Ja, dat klopt. Dat was en is het ook. Dat dit maar één van de grote dingen was de afgelopen jaren vertel ik er maar even niet bij.

Ze noemt nog even dat ze nu dan wel weer volleybalt, maar dat haar lijf het toch ook wel pittig heeft gehad. ‘Ja, drie zwangerschappen, hè!’. Ik lach een beetje flauwtjes. Dat ik er 6 heb gehad, ook dat laat ik maar even in het midden.

Small talk is lastig

En zo kom ik enigszins beduusd thuis, na ons biebbezoekje. En trek maar weer eens de conclusie dat small talk nou eenmaal lastig is momenteel.

Een paar maanden terug zou ik echt totaal ondersteboven geweest zijn van deze ontmoeting. Inmiddels gaat het gelukkig kleine stukjes beter. En vind ik het vooral ongemakkelijk, zo’n gesprek. Mijn gespreksgenote kletst gewoon een beetje, bedoelt het op geen enkele manier rot, en beseft zich niet dat er in dat gesprek meerdere dingen naar voren komen die voor mij lastig, pijnlijk of moeilijk zijn. En ik heb geen zin om mijn hele hebben en houwen op tafel te leggen, bij iemand die ik niet meer echt ken, op een fijne ontspannen biebochtend. Dus ik praat er maar wat omheen, laat vanalles in het midden.

Het voelt ergens niet fijn: het voelt een beetje alsof ik Tieme niet het plekje geef wat hij verdient, door hem niet te noemen als mijn zoon. Maar ik moet nog zoeken naar een alternatief, waarin ik hem wel noem maar op zo’n manier dat ik niet mijn hele hebben en houwen op tafel hoef te leggen.

Stad vol ballonnen

Ik vraag me ineens af: hoeveel mensen komen zo eigenlijk small talk door? Femke van der Laan (de weduwe van Eberhart) schreef dit in het prachtige boek ‘Stad vol ballonnen’:

Al die herinneringen die zo aanwezig zijn dat ze wel zichtbaar moeten zijn. Als een grote ballon die met een touwtje aan mijn pols vastzit. Eentje die ik overal mee naartoe sleep. De stad is vol ballonnen. Met touwtjes vastgemaakt aan polsen.

En ze omschrijft zo heel mooi dat er heel veel mensen een ballon aan hun pols hebben. Soms zelfs meerdere ballonnen. Die ballonnen voelen dan wel alsof ze zichtbaar zijn, maar dat zijn ze natuurlijk niet.

Small talk is lastig. In groepen zijn is lastig, want dat vereist small talk. Gelukkig gaat het elke maand kleine stukjes beter. Hopelijk komt er ooit een tijd waarin ik small talk weer makkie vind.

Bron afbeelding: DOK Delft

In rouw geldt: wat je aandacht geeft, slinkt

In rouw geldt: wat je aandacht geeft, slinkt

Wat je aandacht geeft, groeit. Een uitspraak waar ik heel erg in geloof. Ik merk echter dat het bij rouw en verlies net anders werkt. Dat daar juist geldt: wat je aandacht geeft, slinkt.

Een wereld van verschil

22 augustus 2020, de avond voordat het een jaar geleden was dat we het slechte nieuws van de 20w echo kregen. Mijn man en ik spreken erover. Dat dat morgen een jaar geleden is. Hoe het vorig jaar was. Hoe anders ons leven er die avond, maar dan een jaar eerder, uitzag.

23 augustus 2020. De datum waar ik al weken kriebels van in m’n buik krijg als ik eraan denk. De dag zelf valt eigenlijk mee. We denken eraan, de dag van een jaar geleden gaat op allerlei manieren door ons hoofd, maar verder hebben we een fijne dag.

De dag voor mijn mans verjaardag. De dag waarop we vorig jaar hoorden dat het echt, echt heel erg mis was met Tieme. We zijn de hele dag bezig. Druk met de voorbereiding van de verkoop van ons huis. We ploffen ’s avonds moe op de bank. Kunnen geen boe of bah zeggen. En nemen niet de tijd om stil te staan bij het verdriet.

Mijn man’s verjaardag dit jaar. De dag zit ramvol met afspraken, werk en sport. Maar het verdriet slaat keihard in. Sijpelt overal tussendoor. Met flashbacks naar zijn verjaardag vorig jaar, wat de verdrietigste verjaardag ooit was. Het blijkt een moeilijke dag.

Bij het ene moment stonden we bewust stil. Hadden en namen we de rust voor ons verdriet en voor de gedachtes aan vorig jaar. Het andere moment namen we die tijd niet. We waren te moe, we dachten er niet aan. Of misschien ook wel, maar we hadden gewoon geen puf. Maar het al dan niet stilstaan bij de gevoelens die er toch wel zijn, maakt dus een wereld van verschil.

Ik heb dat de afgelopen maanden al vaker gemerkt. Als ik ruimte maak voor het verdriet op de dagen dat het m’n oren uit komt, dan is die dag een verdriet-dag, maar gaat het de dag erna alweer beter. De huilbui die weggestopt wordt, omdat het niet uitkomt op dat moment, om wat voor reden dan ook, die huilbui blijft hangen. Soms duurt het dagenlang voordat hij er dan alsnog uitkomt. In een random vorm: als huilbui, soms al boosheid op mensen of de wereld, of als algeheel chagrijn.   

Wat je aandacht geeft, slinkt

Ik ben koningin in het positieve zien. Blij zijn met wat ik wel heb. Opstaan en weer doorgaan. En heb daardoor de laatste jaren regelmatig maar weinig aandacht gegeven aan de verliezen die er waren.

Ik weet nog dat een 45+ collega van mij vertelde dat hij moest stoppen met volleybal, omdat z’n lijf het nu echt niet meer aan kon. Hij noemde terloops dat hij nu dan een rouwproces in ging. Ik was superverbaasd. Had me tot dan toe nog nooit gerealiseerd dat het moeten stoppen met je lievelingssport ook een vorm van rouw, van afscheid nemen van iets wat je lief is, was.

Tegelijkertijd vond ik het gek en vervelend en stom dat ik het nog zo moeilijk vond dat ik mijn lievelingssport niet meer kon en mocht doen. Terwijl ik op m’n 32e abrupt ermee op moest houden na een wintersportvakantie. Wat toch iets heel anders is dan +/- 15 jaar ouder zijn, en geleidelijk aan voelen dat je lijf je sport echt niet meer aan kan. Ik weet niet of aandacht geven aan dit verlies het enige is wat ik eraan kan doen, maar het is in ieder geval een begin.

Ik probeer nu dus continu ruimte te maken voor wat er is aan gebaal, verdriet, irritatie. Het niet weg te stoppen en snel over iets leuks te beginnen. Het de aandacht te geven die het blijkbaar nodig heeft. De aandacht die het nodig heeft om het uit eindelijk als kleiner en minder alomtegenwoordig te gaan ervaren. Omdat ik inmiddels oprecht geloof dat bij rouw en verlies geldt: wat je aandacht geeft, slinkt.

Meedobberen

Ergens in de afgelopen 10 maanden sprak ik met mezelf af dat ik voortaan wil proberen mee te dobberen. Meedobberen op de stroom van het leven. In m’n bootje gaan liggen en maar zien waar de stroom me heen voert. Mijn bootje dobbert een verrassende richting op.

Ergens in de afgelopen 10 maanden sprak ik met mezelf af dat ik voortaan wil proberen mee te dobberen. Meedobberen op de stroom van het leven. In m’n bootje gaan liggen en maar zien waar de stroom me heen voert. Mijn bootje dobbert een verrassende richting op.

Tegen de stroom in

Ik heb de afgelopen jaren heel veel tegen de stroom in gezwommen. Ik wilde graag een tweede kindje. Dat lukte niet. Miskraam na miskraam. En toch probeerden we het steeds opnieuw. Totdat mijn zesde zwangerschap geen miskraam werd. Ik bleef zwanger tot in de 31e week. Ik werd doodziek. En beviel van een dood jongetje.

Ook met het revalideren na mijn skiongeluk wilde ik zo snel mogelijk weer zo veel mogelijk kunnen. Het herstelproces duurde een jaar of twee. Dat duurde me allemaal veel te lang. Hetzelfde geldt voor het herstel na mijn zwangerschap van Lumen. Ook daar schoot het fysiek herstel niet op. En ook daar had ik het mentaal heel slecht mee.

Meedobberen dus

Meedobberen dus, sprak ik met mezelf af. Laat ik minder proberen te bedenken wat ik wil, hoe ik dingen zou verwachten of hopen. En maar zien wat er gebeurt.

Ik stuitte ook op dit artikel van de geweldige Leo Babauta: Be a hell yes to life. Leo inspireert me regelmatig met zijn prachtige blogs, en ook deze raakte me weer zeer.

“Love every experience, every moment, just as it is.”

En toen dobberde mijn bootje de afgelopen weken een verrassende kant uit.

Huizenspinsels

We hebben al heel lang het plan om onze benedenverdieping te verbouwen. Afgelopen zomer vroegen we ons ineens af of we die investering eigenlijk wel in dit huis wilden doen. Of dat we niet liever ergens anders een frisse start wilden maken.

We hebben zo veel verdrietigs meegemaakt in dit huis. Ook hele fijne dingen. Ik herinner me als de dag van gisteren dat we het huis gingen bezichtigen. Al in de hal waren we verkocht. Zo lekker ruim. Twee dagen later was het van ons. We voelden ons de koning te rijk.

En zo voelen we ons er eigenlijk nog steeds. Vanuit dit huis zijn we getrouwd. In dit huis hebben we onze dochter gekregen. Vele fijne momenten beleefd met vrienden en familie. En we hebben de tuin en de bovenverdiepingen volledig verbouwd, waardoor ze ons nu als een heerlijke jas passen.

Maar in dit huis kwam ik ook (slechts 3 maanden na de verhuizing) op de bank te zitten door dat skiongeluk. Maanden thuis, maanden revalideren. Drie jaar later zat ik weer langdurig thuis met een gekneusde stuit. Gelukkig ook met een prachtige dochter. Ik kreeg er 4 miskramen, en we kregen er ons dode zoontje Tieme.

Rare kamers

Met de verbouwing boven maakten we op zolder twee ruime kinderkamers. Beiden met wastafel, heerlijk zodra ze tieners zouden zijn. Een van die kamers toverden we vorig zomer om tot ‘grote meiden kamer’ voor Lumen. Ze vond het fantastisch. Sliep er een paar weken heerlijk. Maar na de dood van haar broertje werd ze na een paar nachten huilend wakker. En wilde ze weer in het kleine kamertje naast onze slaapkamer slapen. Dichterbij ons. Dat vonden wij eigenlijk ook wel een fijn idee, dus we verhuisden haar weer terug. We schilderden haar muur roze. Maar de kamer blijft voelen als het kamertje wat eigenlijk de babykamer had moeten zijn.

Haar ‘grote meiden kamer’ boven staat nu dus mooi te wezen, helemaal leeg. Ook dat doet me verdriet. ’t Is zo’n plaatje van een kamer. En de tweede zolderkamer, tja, die zal nooit Tieme’s tienerkamer worden. Van de 5 slaapkamers voelen er dus 3 raar.

Dit wil ik niet

In eerste instantie dacht ik over die verhuisplannen: Neeeeeeee, dit wil ik niet! Zo’n fijn huis, op een prachtige locatie. En op de benedenverdieping na alles geheel naar onze wens. Maar die reactie, het gevoel van ‘nee, dit wil ik niet’, wil ik dus proberen om te buigen. In plaats daarvan: meedobberen. Hell yes! En het idee van een frisse start sprak me toch ook wel aan.

We spraken af om ons een rustig te gaan oriënteren. Wat is er eigenlijk te koop? Wat willen we eigenlijk? Maar ineens ging het heel snel. We vonden een prachtig nieuwbouwhuis in een hele mooie wijk een dorp verderop. Met achtertuin aan het water 😍

Energie

Mijn grootste twijfel was of ik en we zo’n enorm verhuisproject wel moesten willen op dit moment. Ik ben nog lang niet top, zit nog midden in een psychotherapie traject, en ben ook nog eens net begonnen met re-integreren op mijn werk.

Gelukkig hadden we een paar weken de tijd om te bedenken of we het echt gingen doen. Ik begon rustig met ons huis verkoopklaar maken. Ruimde de ene kast op na de andere. De enorme hoeveelheid babyspullen werd afgevoerd. En we kregen ontzettend fijne hulp van mijn ouders, die allerlei achterstallige klussen en poetswerk kwamen inhalen.

Intensief natuurlijk. Maar: ik kreeg en krijg er eigenlijk vooral heel veel energie van. Het opruimen was fijn. Het ons huis zo mooi mogelijk maken voor de funda-foto’s was fijn. Het is fijn om een heel nieuw en leuk project te hebben samen. In plaats van alle verdrietige gebeurtenissen en besluiten waar we de afgelopen jaren doorheen gingen.

En ik had niet verwacht dat het vooruitzicht van een huis zonder die gevoelsmatige ‘tweede kindje’ labeltjes zo fijn zou zijn. We hebben niet minder ruimte dan in ons huidige huis. Maar we stappen er wel op een hele andere manier in. En dat blijkt een boel te schelen.

Nu staat ons huis dus binnenkort op funda. Hopen we op een prettige verkoop. Zijn we op zoek naar een huurhuisje voor in de tussentijd. En gaan we over 1,5-2 jaar in een prachtig nieuw huis wonen!

In mijn bootje liggen en me mee laten dobberen

Ik lig in mijn bootje en dobber mee. Het lukt tot nu toe aardig. En het bevalt me prima. Ik had niet verwacht dat ik er meteen een nieuw huis door zou krijgenu 😂 Maar dit is blijkbaar wat het leven me nu brengt. Dus ik vaar mee met de stroom. Op naar nieuwe woonavonturen.

Foto van Osman Rana via Unsplash

10 maanden

Afgelopen donderdag was het alweer 10 maanden geleden dat we ons zoontje definitief verloren. Veel aan gedacht, niet de rust gehad om even te gaan zitten voor een blog. Nu dan alsnog.

Afgelopen donderdag was het alweer 10 maanden geleden dat we ons zoontje definitief verloren. Veel aan gedacht, niet de rust gehad om even te gaan zitten voor een blog. Nu dan alsnog.

Afgelopen maand was er een met ups en downs. We gingen op vakantie en hadden het fijn. We zijn aan een nieuw project begonnen, wat heel intensief is maar ook leuk en wat energie geeft. Daarover binnenkort meer.

Pittig

Het herbeleven van de vreselijke 2,5e maand voorafgaand aan Tieme’s geboorte en dood is begonnen. Mijn man was jarig, en de dagen daaromheen waren pittig. Vorig jaar hoorden we de dag voor zijn verjaardag dat het echt helemaal mis was.

Na de 20w echo waren we al superbezorgd, maar op de een of andere manier praat je jezelf en elkaar dan toch moed in. ‘Hij is dan wel klein, maar als hij vanaf nu gewoon op z’n lijntje groeit komt het vast wel goed’. ‘Niet zo gek dat hij wat achterstand heeft, we hadden zo’n hectisch en gespannen begin van de zwangerschap’.

En toen kwam de echo 2 weken na die 20w echo. Tieme bleek überhaupt nauwelijks gegroeid. Dat was helemaal mis. Hij zou in mijn buik overlijden. Misschien nog niet deze week, daar was hij nog te bewegelijk voor. Maar ergens de komende weken zou dat gebeuren.

Voor de tweede keer sloeg de grond onder onze voeten vandaan. We hebben in de wc van het ziekenhuis staan huilen. Raar, dat je na zo’n bericht niet even een plekje krijgt waar je samen kan zijn. We durfden niet te rijden dus zijn maar net zo lang in de wc gebleven tot we dat wel weer durfden.

En de dag erna was mijn man dus jarig. Voor onze dochter hebben we taart gegeten. Gezongen. Maar het was echt de rotste verjaardag ooit. Waar we ons asgrauw en diepverdrietig doorheen geworsteld hebben.

In de weken die volgen vroeg ik me elke dag af of het kindje in mijn buik nog leefde, of dat hij inmiddels dood was. Een continue paraatheid om binnen een paar dagen te moeten bevallen, zodra hij overleden zou zijn. Inclusief vluchttas voor mij en opvangschema en logeertas voor Lumen. Het gekke was dat ik hem eigenlijk steeds beter ging voelen. Dat hij de komende 2 maanden niet dood zou gaan. Maar dat wisten we toen nog niet natuurlijk.

Bloemetje

En nu was het dus weer de verjaardag van mijn man. En kwam dat alles weer terug. Het seizoen en het weer hebben datzelfde effect: herfst, wind, regen en af en toe een herfstzonnetje brengen ook het gevoel van vorig jaar weer sterker terug.

Het viel me vorig jaar op dat tot diep in oktober er steeds nog één bloemetje bloeide in de tuin. Die bloemetjes wisselden elkaar af, en telkens als er eentje uitgebloeid was, bleek er weer een andere bloem van een andere struik toch nog open te gaan. Dat zie ik nu ook weer, en ook dat brengt me steeds weer terug naar een jaar geleden.

Haakjes

Ook waren er weer nieuwe haakjes en moeilijke dingen. Een verjaardagskaart uitzoeken in een kaartenmolen vind ik op dit moment echt vreselijk. Er staan namelijk altijd ‘hoera, zwanger!’ en ‘it’s a boy!’ kaarten in. Ik heb bedacht dat ik dat voorlopig maar niet meer doe, en eerst de enorme voorraad kaarten die ik nog heb op ga maken.

Pinterest, waarop ik toch maar posts voorbij blijf krijgen over baby’s en babynamen. Al 10 maanden niet op gezocht, cookies al meerdere malen verwijderd. Geen idee hoe ik ze weg kan houden. Ik wil een babyblocker.

Het is wat het is. Ook door deze tijd moeten we heen. Dag voor dag. Haakje voor haakje. Dus doen we dat. Gelukkig doen we het samen.  

Life is NOT a blank canvas

Life is NOT a blank canvas. Make do with the lines life gives you

‘Life is a blank canvas, it’s up to you how you want to paint it.’

Een quote die ik heel lang geleden op Pinterest tegenkwam. Die me wel aansprak ook. Klinkt fijn, toch? Je leven ligt voor je, je kan ervan maken wat je zelf wil.

De quote is er in allerlei uitvoeringen. Zie hierboven een husseltje voorbeelden (bron: Pinterest). Allemaal met hetzelfde idee.

Oneens

Inmiddels heb ik bedacht dat ik het eigenlijk ontzettend oneens ben met die quote. Het leven is geen leeg doek. Het leven is een doek waarop door het leven zelf al wat strepen gekwakt zijn. Waar je geboren wordt, hoe gezond je lijf is, hoe goed je hersens zijn, wat voor kansen je krijgt: allemaal strepen die door het leven gezet worden, niet door jou zelf.

En af en toe komt er ineens een dikke streep bij.

Poeplelijk

Wat voor strepen het precies zijn, daar heb je geen invloed op. Als je geluk hebt, zijn ze in een kleur die je mooi vindt. Van een formaat wat je aanstaat. Maar sommige strepen zijn donkerbruin of zwart. En die streep is er dan toch ineens. Daar zit je dan met je verder zo leuke frisse kleurenpalet. Je hebt maar te zorgen dat ook die donkerbruine streep in je schilderijtje gaat passen. Misschien wilde je eigenlijk stippen. En toch staat er dan ineens een poeplelijke dikke streep doorheen.

Het enige wat je kan doen

Het enige wat je kan doen is proberen die streep in te passen op je doek. Eromheen verder stippelen. Of misschien ga je toch maar over op streepjes of blokjes, omdat die streep dan minder uit de toon valt. Je kan wat andere kleuren aan je frisse palet toevoegen, om te zorgen dat die streep wat beter past bij het geheel. De invloed die je hebt is hoe je omgaat met de strepen.

Misschien zijn ze mooi, misschien zijn ze lelijk, de strepen. Maar leeg is je doek zeker niet.

Laten we

Laten we proberen zo mooi mogelijk om de strepen heen te schilderen. Laten we proberen te genieten van de passende strepen. Laten we proberen de minder mooie strepen zo goed mogelijk in ons schilderij te verweven. Maar laten we alsjeblieft stoppen met denken dat het leven maakbaar is.

Dus hier istie dan. Mijn eigen quote.  

“Life is NOT a blank canvas. Make do with the lines life gives you’

Het begin van het verlies van onze baby: vandaag een jaar geleden

Vandaag een jaar geleden hadden we de 20 weken echo van Tieme. En stortte onze wereld in. Deze echo markeert het begin van het verlies van onze baby.

Vandaag een jaar geleden hadden we de 20 weken echo van Tieme. En stortte onze wereld in. Deze echo markeert het begin van het verlies van onze baby.

Gister

Gisteravond stonden we er samen al even bij stil. Hoe anders ons leven er gisteren een jaar geleden uitzag. Onze dochter net een paar weken verhuisd naar haar nieuwe ‘grote meiden kamer’. Het kleine kamertje naast de onze nu leeg, klaar voor Tieme’s komst. Ik had al vanaf 12 weken last van bekkenpijn en moest toen al terug naar halve dagen werken. Dat vond ik lastig, maar ik zei gisteren een jaar geleden net tegen mijn manager dat ik nu wel een goed ritme gevonden had met die halve dagen, en dat ik het zo wel weer een tijd vol kon houden.

De nieuwe ‘grote meiden kamer’ van onze dochter

Echo

En toen de echo. Het was warm. Ik weet nog precies wat ik aanhad: mijn zwarte korte zwangerschapsbroek en mijn fijnste zwangerschapshemdje. Ik heb beiden na die dag nooit meer aangedaan.  

De echoscopiste vertelde wat er allemaal goed was. Dat was een boel. Alles zat erop en eraan bij ons mannetje. Ik begon er vertrouwen in te krijgen dat we met een goede 20w echo het ziekenhuis zouden verlaten. Tot ze aangaf dat ze zich zorgen maakte om zijn afmetingen. Volgens haar metingen liep hij zo’n 2 weken achter. Verder was er weinig vruchtwater, en leken zijn darmpjes echodens. Whatever that may be. We hadden geen idee.

Het was vrijdag. Maandag moesten we direct weer, voor een echo met een gespecialiseerde gynaecoloog met betere apparatuur. We probeerden onszelf gerust te stellen. Wat is nou twee weken achterstand? We konden ons er alles bij voorstellen dat hij wat achterliep, met alle stress en gedoe in het begin van de zwangerschap en onze grote zorgen over weer een miskraam.

Meer echo’s en onderzoeken

Maar de echo van die maandag bevestigde de zorgen alleen maar. De gynaecologe was direct heel bezorgd. Ze sprak uit dat we met grote kans ons baby’tje gingen verliezen. We gingen vrijdags weer terug, en de vrijdag erop ook. Onderzoeken, echo’s, gesprekken. Zo begon onze reis van 11,5e week, vanaf de 20 weken echo tot aan de geboorte en het verlies van onze baby Tieme. Een reis vol ziekenhuisbezoeken, allerlei ontzaglijk moeilijke beslissingen op leven en dood, telkens weer met eigenlijk onvoldoende informatie om de beslissing te nemen.

Een reis waarop we wekelijks minstens twee keer in het ziekenhuis waren. Steeds opvang regelden voor onze dochter. Steeds weer thuis kwamen met nieuws. Het was telkens weer anders dan wij of de doktoren gedacht hadden. We probeerden mee te bewegen met elke nieuwe en onverwachtse bocht in onze achtbaan. Ons karretje ging keihard, het enige wat wij konden doen was ons vastklampen, hopen dat we er niet uit zouden vallen, en op splitsingen een besluit nemen welke kant op. Geblinddoekt, want we hadden nooit alle informatie die nodig was om de richting te bepalen.

Vakantie

We zijn nu op vakantie. We hebben het fijn. Ook hier zijn haakjes. Zwangere vrouwen en baby’s. Ik lag op het strand en hoorde een puberjongen roepen tegen zijn moeder, met zware stem: ‘Yo, ma!’.  Ik besefte me dat mijn jongetje die zware stem nooit zal krijgen, me nooit zo zal roepen. Ik realiseer me weer dat die haakjes er zullen blijven zijn. Niet alleen nu Tieme een baby geweest zou zijn, maar ook als hij ooit puber zou zijn geworden.

Het gaat al beter met de haakjes. Ik barst niet meer in tranen uit bij elke kinderstoel die ik in een restaurant zie. Die kinderstoel die we nu zeker weten nodig hadden gehad als Tieme had mogen blijven leven.

Herbeleven van het verlies van onze baby

Het herbeleven van de hel van vorig jaar is begonnen. Het herbeleven startte al in mei, toen het een jaar geleden was dat ik ontdekte dat ik zwanger was. Maar de achtbaan startte vandaag een jaar geleden. Die periode staat op ons netvlies gegrift. Dus de komende periode zal dat herbeleven nog sterker zijn. We gaan lief voor onszelf zijn. En goed op elkaar passen. Stap voor stap en dag voor dag wandelen we ook de komende maanden door.

PS: ik had een afbeelding van de 20 weken echo boven dit blog willen zetten. Maar die liggen thuis. Dit is een echo van juli.

Haakjes – Rouwen is ook wennen aan de nieuwe realiteit

In mijn huis hangen 2 haakjes. Haakjes die me aan Tieme doen denken. En aan het levende baby’tje waar we zo ontzettend op gehoopt hebben de afgelopen jaren. En wat niet is gekomen.

In mijn huis hangen 2 haakjes. Haakjes die me aan Tieme doen denken. En aan het levende baby’tje waar we zo ontzettend op gehoopt hebben de afgelopen jaren. En wat niet is gekomen.

Letterlijke haakjes

Het ene haakje hangt in de badkamer. De wc-verkleiner hing erop. Ik borg de verkleiner op toen deze niet meer nodig was voor mijn dochter. Het haakje bleef hangen. Voor als ze ooit nog een broertje of zusje mocht krijgen.

Het andere haakje zit in ons plafond. Het is voor de hangwieg. De hangwieg waar ik straalverliefd op was toen Lumen erin lag. Het haakje heeft zelfs onze verbouwing boven overleefd. We zeiden tegen de aannemer: ‘laat maar hangen, de hangwieg komt toch op dezelfde plek als het broertje of zusje van Lumen op een gegeven moment komt’. Hij heeft eromheen gestuct.

Dat zijn de letterlijke haakjes. Dan zijn er nog oneindig veel figuurlijke haakjes die ik tegen kom. Dingen die me aan Tieme doen denken. Die een herinnering aan onze tijd met hem brengen. Of die het bewustzijn triggeren dat hij echt nooit meer levend wordt en voor altijd weg is.

Parkeerautomaat

Ik stond laatst met mijn man voor een parkeerautomaat. En had een genadeloze flashback naar alle keren dat we in ziekenhuizen voor zo’n automaat stonden vorig jaar. 23 keer, berekende ik hier een keer.

Als je net gehoord hebt dat de dokter zich ernstige zorgen maakt om je kindje.  Als je net gehoord hebt dat je kindje dood gaat. Als je net de mogelijkheden tot zwangerschapsafbreking besproken hebt. Als je net gehoord hebt dat je kindje grote kans heeft op een waslijst vol handicaps. Al die keren sta je daarna samen voor zo’n parkeerautomaat. Verdwaasd. Boos. Verdrietig. Zoiets futiels te doen als parkeergeld betalen. Ik denk dat ik nooit meer hetzelfde kijk naar mensen die voor de parkeerautomaat in het ziekenhuis staan. Ik zal me altijd even afvragen of zij misschien ook net gehoord hebben dat hun kindje dood gaat. Of zij zelf.

Tieme

Ik zag op LinkedIn laatst iemand voorbij komen die Tieme heette. Op zich is Tieme geen heel onbekende naam. Maar blijkbaar kom ik ‘m toch weinig tegen. Dit was de eerste keer. Au. Een enorme steek. Het besef dat er nooit een Tieme van D op LinkedIn zal staan sloeg als een mokerslag in. Nou bestaat LinkedIn over 18 jaar vast niet meer, dus de kans dat er daar een profiel met zijn naam was geweest was al niet groot 😉 Maar het deed me eens te meer beseffen dat hij gewoon echt geen leven op gaat bouwen.

Rouwen is ook wennen aan de nieuwe realiteit

In het boek van Manu Keirse staat dat een onderdeel van rouwen ook het wennen is aan de nieuwe realiteit. Je hebt je ingesteld op een leven met iemand, en ineens is die iemand dood. Dat wil je niet. Maar het is wel zo. Je hebt het ermee te doen. Het kost letterlijk veel tijd en veel energie om te wennen aan die nieuwe realiteit.

Ik ga het haakje in de badkamer er binnenkort maar afhalen. Hoewel ‘uit het oog, uit het hart’ zeker niet het gemis van Tieme oplost, is het wel fijn om wat confronterende dingen langzaam maar zeker op te bergen. Het haakje voor de hangwieg weghalen heeft niet veel zin, dan zit er een gat in het plafond. Dus dat laat ik maar hangen.

En het enige wat ik kan doen aan alle figuurlijke haakjes die ik tegenkom, is mezelf de ruimte geven om bij ze stil te staan. Verdrietig te zijn, als dat verdriet ineens naar boven komt door zo’n haakje. Even de tijd te nemen om het haakje te bekijken. Voordat ik doorloop, verder ga of om het haakje heen loop. Die haakjes zullen wel blijven komen. Misschien de rest van mijn leven. Ook daaraan zal ik dus maar proberen te wennen.  

9 maanden en trouwdag

Vandaag is het 9 maanden geleden dat Tieme geboren en overleden is. Het is ook onze trouwdag vandaag: 8 jaar geleden trouwden we!

Vandaag is het 9 maanden geleden dat Tieme geboren en overleden is. Het is ook onze trouwdag vandaag: 8 jaar geleden trouwden we!

Afgelopen maand

Ik beklom aardig wat bergen. Ik maakte weer een start met de ‘kraam’bezoeken. Dat ging me een stuk beter af dan in januari. Ik had wekelijkse psychotherapie sessies. Ik deed een eerste stap in het onveilige. En ik ben zelfs begonnen met héél rustig aan het werken weer opstarten.

Trouwdag

Vandaag zijn we 8 jaar getrouwd! We vieren ons bronzen huwelijksjubileum vandaag. Wat een 8 jaar hebben we gehad zeg. Ik heb al de hele dag het voor ons zo toepasselijke ‘Roller Coaster‘ van Danny Vera in mijn hoofd.

Maar we zijn er nog. Samen. Ons pad is niet makkelijk. We zijn ontzettend blij dat we dit pad samen lopen. Ik ben daar heel trots op. Er zijn huwelijken stuk gelopen op veel minder.

We gaan uit eten bij ons favoriete restaurant vanavond. En daarna suppen op de plas 😊

Het rad van fortuin

Laatst vertelde mijn man me over ‘het rad van fortuin’. Nog meer boekenwijsheid, dit keer van de geweldige schrijfster Thea Beckman.

Laatst vertelde mijn man me over ‘het rad van fortuin’. Nog meer boekenwijsheid, dit keer van de geweldige schrijfster Thea Beckman.

Het rad van fortuin

In het boek ‘Het rad van fortuin’ van Thea Beckman wordt in hoofdstuk 8: ‘Zet je schrap!’ uitgelegd wat dat rad van fortuin precies is:

“Het dochtertje van de kokkin vergeet hem te plagen als ze zijn verdrietig gezichtje ziet en probeert hem te troosten. Op de met meel bestoven, houten keukentafel tekent ze een onhandige cirkel met spaken, als een wagenwiel.

‘Kijk,’ zegt ze, ‘dat is het rad van fortuin. Vrouwe Tiphaine heeft me er over verteld. Alle mensen hebben zo’n rad en het wentelt. Dit ben jij.’

Ze legt een gedroogde paardeboon op een willekeurige plek op de cirkel, ‘en omdat het rad draait kom je de ene keer helemaal bovenaan en dan gaat het je goed. Maar het wiel wentelt verder en na een poosje zit je onderaan en dan gaat alles verkeerd.’

(…)

‘Wij zitten hier’. Haar vingertje prikt halverwege. ‘En nu kan er vanalles gebeuren. Het rad kan naar links draaien, dan kom je onderaan terecht en dat is verschrikkelijk. Of het wentelt terug, dan kom je weer omhoog en dat is fijn.’

Twijfelend kijkt Kleine Robert neer op de bestoven tafel en het primitieve rad. Hij overweegt Thérèses woorden.

‘Wat gebeurt er als het rad zover doordraait dat ik helemaal onderaan beland?’ vraagt hij angstig.

‘Dat… dat weet ik niet. Misschien krijg je een ongeluk of word je ziek. Maar weet je, je hoeft nooit te wanhopen heeft vrouwe Tiphaine gezegd, want het rad wentelt altijd en als je helemaal beneden bent en alles verkeerd gaat, kun je alleen nog maar stijgen en dat is een hele opluchting.’

Een mooie metafoor voor het leven, dat rad van fortuin.

Tegenspartelen

En dan komt er een voor mij heel herkenbaar stukje, over tegenspartelen.

Woedend veegt Kleine Robert met zijn hand over de tafel, het meel stuift op.

‘Ik wil het niet zien,’ roept hij. De gedachte dat hij willoos aan zijn noodlot zit vastgeklonken en dat dit noodlot gemene streken met hem kan uithalen, kan hij niet goed verdragen.

‘Doe niet zo kinderachtig’, zegt Thérèse. Koppig herstelt ze de vernielde tekening en legt het boontje weer halverwege. ‘Kijk’, zegt ze eigenwijs, ‘als jij dat boontje bent, vastgeplakt op het rad van fortuin dan kun je toch tegenspartelen? Als het rad de neiging heeft om zo te wentelen dat je naar beneden gaat, dan moet je je schrap zetten, protesteren, je ergens aan vastklampen zodat je niet helemaal onderaan terechtkomt.’

De kinderen denken nog wat na over of dat echt zou kunnen, dat tegenspartelen. Want ze zijn als boontjes maar zo klein, terwijl het rad zo groot is. Maar omdat dat ze nou eenmaal het fijnste idee lijkt, trekken ze de conclusie van wel.

Een rouwend boontje

En dan komt de man van Marie-Claire te overlijden. Zij is de hoofdrolspeelster in het boek en de pleegmoeder van Kleine Robert. Kleine Robert vertelt haar over het rad. Hij moedigt haar aan zich schrap te zetten, zodat haar rad zo snel mogelijk weer door draait en haar boontje wegdraait van het dieptepunt.

Maar Marie-Claire wil dat niet:

‘Nee kind, dat zou ik niet kunnen. Ik wil het ook niet, ik rouw. (…) Mijn boontje, zoals jullie kinderen dat noemen, mag nog even beneden blijven, helemaal onderaan het rad om te rusten. Als het is uitgerust zal het zich gaan verzetten en het rad weer in beweging brengen.’

(…)

Het kinderlijke gesprek met Kleine Robert heeft Marie-Claire goed gedaan. Ze gunt zich de tijd om het verdriet over Bertons dood te verwerken, om te wennen aan haar gemis, aan de eenzame nachten en de leegte om haar heen.

Ons rad van fortuin

Ergens begin dit jaar vertelde mijn man over dat rad van fortuin. Ik vond het moeilijk dat we al maanden thuis waren, nauwelijks de dag door kwamen, niets anders deden dan dat. Hij haalde Thea en dat rad erbij en vertelde dat ons boontje nu beneden zat. En dat we niet meteen heel hard hoefden te vechten om weer uit dat dal te komen. Dat we voorlopig mochten uitrusten. En dat er dan vanzelf een moment zou komen dat ons boontje weer in beweging kwam.

Dat niet vechten om verder te komen is niets voor mij. Mijn natuurlijke reactie is om zo snel mogelijk ‘op te staan en verder te gaan’. Ik herken me ontzettend in de kinderen in het verhaal: zij willen ook kunnen tegenspartelen zodat het rad hun boontje zo snel mogelijk weer omhoog draait.

Maar ik luisterde naar mijn man. Ik kon ook niet veel anders trouwens, ik was letterlijk niet in staat tot meer dan onderaan blijven hangen. Maar het hielp me dat hij dit zei. Het gaf me een ‘license to rest’. Hij noemde het ook wel ‘in de put blijven zitten’. ‘We zitten nu diep in de put. En blijven voorlopig hier op de bodem zitten. Totdat we merken dat we de energie gevonden hebben om een stapje omhoog te klimmen.’

Telkens als ik bij mezelf de aandrang bespeurde om iets weer te gaan doen waar ik misschien eigenlijk nog niet aan toe was (ergens heen, mensen zien, weer gaan werken) dacht ik aan dat rad van fortuin. Aan mijn boontje, wat nog niet voldoende uitgerust bleek om dat stapje te zetten. En dan bleef ik lekker zitten. En deed het niet.

In zijn oneindige wijsheid had hij gelijk. Ik volg nu veel meer m’n gevoel. Ik blijf zitten als de energie voor een stapje klimmen er niet is. En merk dat er af en toe ineens energie is voor een stapje. Energie voor een stapje wat een paar maanden of weken eerder nog niet gezet kon worden.

Haast

In het boek ‘Waar je ook gaat daar ben je’ van Jon Kabat-Zinn (de grondlegger van mindfulness) lees ik: ‘Haast helpt meestal niet en kan veel lijden teweeg brengen’. Ik heb de laatste jaren veel haast gehad. Ik wilde telkens zo snel mogelijk opstaan en weer verder gaan.  

In deze periode leer ik dat het soms beter is om in de put te blijven zitten. Dat zo snel mogelijk weer verder willen gaan niet altijd goed is. Dat dat tegenspartelen wat ik veel gedaan heb veel energie gekost heeft, maar niet altijd goed werkt.

Ik probeer de tijd te nemen die nodig is. Om bij te komen. Om te rusten. Om de energie op te doen die nodig is voor alle stapjes omhoog.

En zo heb ik weer een stukje wijsheid gehaald uit een kinderboek. Ik schreef hier al over de wijsheid in Harry Potter over rouwen. Toch maar goed dat mijn man en ik af en toe die boeken nog opnieuw lezen. Zodat we die wijsheid eruit kunnen halen, nu we ‘later groot zijn’.  

Credits afbeelding: boekwinkeltjes.nl

De bergen die er te beklimmen zijn

Ik probeer mijn wereld stapje voor stapje weer wat groter te maken. Ik kijk vooruit naar de komende maanden. Ik zie vele bergen die er te beklimmen zijn.

Ik probeer mijn wereld stapje voor stapje weer wat groter te maken. Ik kijk vooruit naar de komende maanden. Ik zie vele bergen die er te beklimmen zijn.

Woud

Het voelt alsof ik in een heel dichtbegroeid woud loop. Waarbij ik me een weg baan door alle bomen en struiken heen. Stap voor stap. Bij elke stap kijkend en voelend wat er nu weer ligt en overwonnen dient te worden. Welke takken ik opzij moet buigen voordat ik de stap gezet heb.

De al beklommen bergen

Mezelf een weg banen door een dicht woud. Zo voelt het al een hele tijd. Ik heb al ontzettend veel stappen gezet en bergen beklommen. Zoals ik eerder hier al schreef, kan ik niets meer ‘even’ doen. Op het schoolplein staan was ontzettend moeilijk. Vanwege de goedbedoelde vragen van ouders, waar ik geen energie voor had. Vanwege de zwangere moeders of moeders met baby’s. Het ophalen van mijn dochter gaat inmiddels wel beter, net als brood halen. De Hema blijft moeilijk, vanwege de altijd leuke babykleren. Ik probeer ze te ontwijken, maar ontkom er meestal niet aan om toch ergens, onverwachts op zo’n kopse kant, iets heel erg leuks tegen te komen.

Ik heb de afgelopen weken de ‘kraam’bezoeken weer opgepakt. Heel erg fijn. Vriendinnen die ik al bijna een jaar niet heb gezien en gesproken. Ik wil het verhaal en de foto’s van Tieme met ze delen. Tieme zo toch aan ze ‘voorstellen’. Hij is zo’n groot deel van me. Niet iets om zomaar aan voorbij te gaan. Maar ook elke keer weer moeilijk en verdrietig.

En natuurlijk de zoektocht naar een goede therapeut, waarbij het pas bij nummer 3 raak was. De fysiotherapie voor mijn knie. Alle wandelingen, fietstochten en yoga-sessies om fysiek weer fit te worden.

De bergen in de komende maanden

Ik ben hartstikke trots op al die stappen die ik al gezet heb. Als ik nu vooruit kijk naar de komende maanden, zakt de moed me wel een beetje in de schoenen. Er zijn nog zo veel meer bergen te beklimmen.

De 20 weken echo van Tieme is bijna een jaar geleden. De echo waarna onze wereld instortte. Waarmee onze hel begon. De start van de 2,5e maand onzekerheid, een periode die afgesloten werd door Tieme’s geboorte en overlijden. Het grote herbeleven was al begonnen, maar zal in de komende periode nog sterker zijn. Van die 20w echo tot aan Tieme’s overlijden 2,5e maand later. En waarschijnlijk ook nog wel een stuk verder door.

Verjaardagen

In die periode waren zowel mijn man als ik jarig. En dat zijn we dus komende herfst weer. Vorig jaar zagen we op de dag vóór de verjaardag van mijn man op de echo dat Tieme echt nauwelijks gegroeid was. Het was 2 weken na de 20w echo. Tot deze dag hadden we nog best veel hoop dat het allemaal goed kwam. Die hoop werd de dag voor mijn man’s verjaardag volledig de grond in geslagen. Het was de moeilijkste en verdrietigste verjaardag die we ooit ‘gevierd’ hebben. Voor Lumen hebben we nog taart gegeten en gezongen. Verder was het puur overleven. Met een grote brok verdriet en spanning in onze buik.

Tijdens die verjaardag hadden we nooit kunnen bedenken dat Tieme anderhalve maand later, tijdens mijn verjaardag, nog steeds in mijn buik zou zitten. Maar hij zat er nog. Ik verging inmiddels van de rugpijn. Mijn ouders kwamen. Ook die verjaardag bikkelden we door.

Dit jaar word ik 40. Iets wat natuurlijk fantastisch is. Er zijn mensen die dat niet halen. Dat realiseer ik me terdege, mijn hart bloedt voor de familie en vrienden van Lara van Ruijven, Paulien van Deutekom, Guusje Nederhorst. Eigenlijk vind ik dan ook dat kroonjaren flink gevierd moeten worden. Maar ik zou echt niet weten hoe, dit jaar.

En ik vind die 40 toch ook best een ding. Want mijn kinderwens is nog steeds niet geheel vervuld. En door die 40 kunnen we moeilijk zeggen: ‘we komen helemaal bij en verwerken het verlies van Tieme, en over een paar jaar proberen we het misschien nog eens’.

Werken

En dan heb ik besloten om heel voorzichtig de contacten met mijn werk op te gaan starten. Ik ben inmiddels bijna een jaar thuis. En ik begin dat wel zat te raken. Daarnaast denk ik dat het goed is als op een gegeven moment niet álles meer om verlies, verdriet, rouwen en verwerken draait. Als ik ook weer een beetje afleiding heb van iets wat daar niet zoveel mee te maken heeft.

Maar ik ben wel benieuwd naar hoe het zal gaan. Ik ben nog steeds vrij input-gevoelig. En ga mezelf natuurlijk onherroepelijk meer input geven als ik weer ga opstarten. We gaan het zien.

Daarnaast zie ik ook ontzettend op tegen de re-integratie. Het is nu de derde keer dat ik na lange afwezigheid weer moet re-integreren. En de vorige twee keer vond ik loodzwaar.

Het moeten starten met klusjes zonder druk en zonder deadline. Meestal niet de leukste dingen. Maar ja, als het een dag niet gaat moet daar ruimte voor zijn. En die ruimte is er niet bij onze reguliere projecten.

Het telkens moeten aftasten en analyseren: hoeveel heb ik deze week gewerkt? Ging dat? Zal ik volgende week al een beetje meer? Of toch maar niet?

De maandelijkse gesprekken met de bedrijfsarts. Een vriendelijke man. Maar hij brengt me verder weinig. In mijn ervaring komt er vanuit de kant van een bedrijfsarts geen richtlijnen in hoe je het beste herstelt en hoe je daarin je werk kan inbouwen. Dat moet je toch echt zelf uitzoeken. Dus die bezoekjes voelen voor mij als een ‘moetje’, en kosten me vooral tijd en energie.

Bakken vol kindjes

Het voor het eerst weer in de vriendengroep zijn, met kinderen erbij. Die hele bende kinderen, waar ik al jaren hoop nog een kindje aan toe te mogen voegen. Waar de andere stellen in die periode wel bakken vol kindjes aan toevoegden. De kring daarbuiten met een enorme lading aan baby’s en jonge kinderen. Iedereen krijgt maar kinderen.

Openbaar verlies

Het voor het eerst weer zien en spreken van allerlei mensen. Bij de volleybal. Voor het eerst weer naar kantoor. Familiedagen.

Met de miskramen heb ik kunnen kiezen met wie ik mijn verdriet deelde. Het verlies van Tieme is een heel openbaar verlies. Iedereen weet ervan. Al die ontmoetingen weer aangaan, ik zie er als een berg tegenop.

Hup ik

Daar ga ik dan. Stap voor stap. Iemand raadde me afgelopen week aan om echt met de dag te leven, zodat de bergen zo min mogelijk bergen lijken. Heel goed advies 😊 Dat probeer ik.

Ik kijk uit naar over een half jaar. Ik denk en hoop dat het gebergte waar ik nu tegenaan kijk dan al voor een groot deel achter me zal liggen. En tot die tijd probeer ik een beetje lief voor mezelf te zijn. En goed voor mezelf te zorgen. Ik boekte afgelopen week een fantastische massage bij Praktijk Roos. Dat was alvast een goed begin.              

Foto door Krivec Ales via Pexels