De bergen die er te beklimmen zijn

Ik probeer mijn wereld stapje voor stapje weer wat groter te maken. Ik kijk vooruit naar de komende maanden. Ik zie vele bergen die er te beklimmen zijn.

Ik probeer mijn wereld stapje voor stapje weer wat groter te maken. Ik kijk vooruit naar de komende maanden. Ik zie vele bergen die er te beklimmen zijn.

Woud

Het voelt alsof ik in een heel dichtbegroeid woud loop. Waarbij ik me een weg baan door alle bomen en struiken heen. Stap voor stap. Bij elke stap kijkend en voelend wat er nu weer ligt en overwonnen dient te worden. Welke takken ik opzij moet buigen voordat ik de stap gezet heb.

De al beklommen bergen

Mezelf een weg banen door een dicht woud. Zo voelt het al een hele tijd. Ik heb al ontzettend veel stappen gezet en bergen beklommen. Zoals ik eerder hier al schreef, kan ik niets meer ‘even’ doen. Op het schoolplein staan was ontzettend moeilijk. Vanwege de goedbedoelde vragen van ouders, waar ik geen energie voor had. Vanwege de zwangere moeders of moeders met baby’s. Het ophalen van mijn dochter gaat inmiddels wel beter, net als brood halen. De Hema blijft moeilijk, vanwege de altijd leuke babykleren. Ik probeer ze te ontwijken, maar ontkom er meestal niet aan om toch ergens, onverwachts op zo’n kopse kant, iets heel erg leuks tegen te komen.

Ik heb de afgelopen weken de ‘kraam’bezoeken weer opgepakt. Heel erg fijn. Vriendinnen die ik al bijna een jaar niet heb gezien en gesproken. Ik wil het verhaal en de foto’s van Tieme met ze delen. Tieme zo toch aan ze ‘voorstellen’. Hij is zo’n groot deel van me. Niet iets om zomaar aan voorbij te gaan. Maar ook elke keer weer moeilijk en verdrietig.

En natuurlijk de zoektocht naar een goede therapeut, waarbij het pas bij nummer 3 raak was. De fysiotherapie voor mijn knie. Alle wandelingen, fietstochten en yoga-sessies om fysiek weer fit te worden.

De bergen in de komende maanden

Ik ben hartstikke trots op al die stappen die ik al gezet heb. Als ik nu vooruit kijk naar de komende maanden, zakt de moed me wel een beetje in de schoenen. Er zijn nog zo veel meer bergen te beklimmen.

De 20 weken echo van Tieme is bijna een jaar geleden. De echo waarna onze wereld instortte. Waarmee onze hel begon. De start van de 2,5e maand onzekerheid, een periode die afgesloten werd door Tieme’s geboorte en overlijden. Het grote herbeleven was al begonnen, maar zal in de komende periode nog sterker zijn. Van die 20w echo tot aan Tieme’s overlijden 2,5e maand later. En waarschijnlijk ook nog wel een stuk verder door.

Verjaardagen

In die periode waren zowel mijn man als ik jarig. En dat zijn we dus komende herfst weer. Vorig jaar zagen we op de dag vóór de verjaardag van mijn man op de echo dat Tieme echt nauwelijks gegroeid was. Het was 2 weken na de 20w echo. Tot deze dag hadden we nog best veel hoop dat het allemaal goed kwam. Die hoop werd de dag voor mijn man’s verjaardag volledig de grond in geslagen. Het was de moeilijkste en verdrietigste verjaardag die we ooit ‘gevierd’ hebben. Voor Lumen hebben we nog taart gegeten en gezongen. Verder was het puur overleven. Met een grote brok verdriet en spanning in onze buik.

Tijdens die verjaardag hadden we nooit kunnen bedenken dat Tieme anderhalve maand later, tijdens mijn verjaardag, nog steeds in mijn buik zou zitten. Maar hij zat er nog. Ik verging inmiddels van de rugpijn. Mijn ouders kwamen. Ook die verjaardag bikkelden we door.

Dit jaar word ik 40. Iets wat natuurlijk fantastisch is. Er zijn mensen die dat niet halen. Dat realiseer ik me terdege, mijn hart bloed voor de familie en vrienden van Lara van Ruijven, Paulien van Deutekom, Guusje Nederhorst. Eigenlijk vind ik dan ook dat kroonjaren flink gevierd moeten worden. Maar ik zou echt niet weten hoe, dit jaar.

En ik vind die 40 toch ook best een ding. Want mijn kinderwens is nog steeds niet geheel vervuld. En door die 40 kunnen we moeilijk zeggen: ‘we komen helemaal bij en verwerken het verlies van Tieme, en over een paar jaar proberen we het misschien nog eens’.

Werken

En dan heb ik besloten om heel voorzichtig de contacten met mijn werk op te gaan starten. Ik ben inmiddels bijna een jaar thuis. En ik begin dat wel zat te raken. Daarnaast denk ik dat het goed is als op een gegeven moment niet álles meer om verlies, verdriet, rouwen en verwerken draait. Als ik ook weer een beetje afleiding heb van iets wat daar niet zoveel mee te maken heeft.

Maar ik ben wel benieuwd naar hoe het zal gaan. Ik ben nog steeds vrij input-gevoelig. En ga mezelf natuurlijk onherroepelijk meer input geven als ik weer ga opstarten. We gaan het zien.

Daarnaast zie ik ook ontzettend op tegen de re-integratie. Het is nu de derde keer dat ik na lange afwezigheid weer moet re-integreren. En de vorige twee keer vond ik loodzwaar.

Het moeten starten met klusjes zonder druk en zonder deadline. Meestal niet de leukste dingen. Maar ja, als het een dag niet gaat moet daar ruimte voor zijn. En die ruimte is er niet bij onze reguliere projecten.

Het telkens moeten aftasten en analyseren: hoeveel heb ik deze week gewerkt? Ging dat? Zal ik volgende week al een beetje meer? Of toch maar niet?

De maandelijkse gesprekken met de bedrijfsarts. Een vriendelijke man. Maar hij brengt me verder weinig. In mijn ervaring komt er vanuit de kant van een bedrijfsarts geen richtlijnen in hoe je het beste herstelt en hoe je daarin je werk kan inbouwen. Dat moet je toch echt zelf uitzoeken. Dus die bezoekjes voelen voor mij als een ‘moetje’, en kosten me vooral tijd en energie.

Bakken vol kindjes

Het voor het eerst weer in de vriendengroep zijn, met kinderen erbij. Die hele bende kinderen, waar ik al jaren hoop nog een kindje aan toe te mogen voegen. Waar de andere stellen in die periode wel bakken vol kindjes aan toevoegden. De kring daarbuiten met een enorme lading aan baby’s en jonge kinderen. Iedereen krijgt maar kinderen.

Openbaar verlies

Het voor het eerst weer zien en spreken van allerlei mensen. Bij de volleybal. Voor het eerst weer naar kantoor. Familiedagen.

Met de miskramen heb ik kunnen kiezen met wie ik mijn verdriet deelde. Het verlies van Tieme is een heel openbaar verlies. Iedereen weet ervan. Al die ontmoetingen weer aangaan, ik zie er als een berg tegenop.

Hup ik

Daar ga ik dan. Stap voor stap. Iemand raadde me afgelopen week aan om echt met de dag te leven, zodat de bergen zo min mogelijk bergen lijken. Heel goed advies 😊 Dat probeer ik.

Ik kijk uit naar over een half jaar. Ik denk en hoop dat het gebergte waar ik nu tegenaan kijk dan al voor een groot deel achter me zal liggen. En tot die tijd probeer ik een een beetje lief voor mezelf te zijn. En goed voor mezelf te zorgen. Ik boekte afgelopen week een fantastische massage bij Praktijk Roos. Dat was alvast een goed begin.              

Foto door Krivec Ales via Pexels

Kaarsje branden

Kaarsje branden

Mijn lieve stoere neefje is afgelopen week geopereerd. Een hele grote operatie met grote risico’s. Het zoontje van mijn zusje is bijna 9. Het is ontzettend spannend en zwaar, voor hem en voor zijn ouders. Ze worstelen zich nu door het herstel. Dat gaat maanden duren. Met letterlijk veel pijn en moeite. We hebben de hele week een kaarsje voor ze gebrand. Veel meer konden we niet doen.

Wij zijn er ook goed van ondersteboven. Door de bezorgdheid, de spanning en het meeleven met hen. Hij heeft eerder al veel meer operaties gehad. Waarin we ook erg meeleefden. Maar deze keer was toch anders. We weten nu hoe het is om een kindje te verliezen. Om je eigen kind te moeten cremeren. En dat willen we echt echt echt niet voor hen.

Daarnaast komt er veel rondom Tieme terug. De continue buikpijn van de spanning op leven en dood. Terwijl je echt helemaal niets kan doen. Het in het ziekenhuis zijn onder zeer zorgelijke omstandigheden. Alle moeilijke besluiten die we hebben moeten nemen. Enzovoort, enzovoort.

We houden het kaarsje voorlopig aan. En hopen dat alles goed mag gaan. En dat onze stoere neef er uiteindelijk baat bij zal hebben.  

Rouwrituelen

In onze cultuur hebben we geen echte rouwrituelen meer. We weten niet meer goed hoe rouwen eigenlijk werkt. Wat mis ik het af en toe: rituelen hoe om te gaan met de dood.

In onze cultuur hebben we geen echte rouwrituelen meer. De dood is een beetje uit ons leven verdwenen. Er gaan (gelukkig!) nog maar weinig jonge mensen dood. Waardoor we niet meer goed weten hoe dat eigenlijk werkt. Rouwen. Maar wat mis ik het af en toe: rituelen hoe om te gaan met de dood. Hoe deze periode van rouw door te komen en vorm te geven. Voor mezelf. Maar ook als richtlijn voor anderen: hoe om te gaan met en wat te verwachten van mij en mijn gezin.

Rouwrituelen – Hoe hoort het eigenlijk?

In het etiquetteboek ‘Hoe hoort het eigenlijk?’ uit 1939 staat een duidelijke duur van de rouwperiode voorgeschreven: “Rouw voor echtgenooten, ouders en kinderen duurt 18 maanden, waarvan 6 maanden zware rouw, zes maanden halve rouw en zes maanden lichte rouw.” Rouwenden droegen rouwkleding, passend bij de rouwfase waar ze in zaten. Hierdoor waren ze duidelijk herkenbaar, kregen ze een speciale status, en konden ze rekenen op respect en steun van de omgeving.

De rouw zal echt niet per se over zijn na die eerste anderhalf jaar. Maar wat lijkt het me heerlijk: een collectief besef dat rouw gewoon lang duurt. Ik krijg nu af en toe verbaasde reacties. Over dat het nog helemaal niet goed met me gaat. Over dat ik mijn verdriet nog elke dag als een sluier bij me draag, dat dit een zwarte rand om zowat alles in mijn leven legt. Mensen beseffen dat niet. Wat lijkt het me fijn om dat niet uit te hoeven leggen. Dat men dit vanzelfsprekend vindt.  

Wat wel en niet te doen in de rouw?

Iets verderop in het etiquetteboek staat over de activiteiten wat omschreven: “Gedurende de eerste zes weken van zwaren rouw gaat men nergens heen buitenshuis behalve naar de kerk. Zakelijke vergaderingen kan men ten allen tijde bezoeken. Gedurende den halven rouw kan men slechts familiefeestdagen bezoeken, zooals verjaardagen bijv. (geen bruiloften). Ook een enkel concert kan men bijwonen.”

De halve rouw is het tweede half jaar. En het was dus volstrekt normaal dat je dan alleen familieaangelegenheden bezocht. Al het andere niet. Wow. Ik heb de afgelopen maanden regelmatig moeten uitleggen dat ik dingen nog niet aan kon. Ik schreef al eerder dat in groepen zijn momenteel niet goed lukt. Het vereist chit-chat, luchtige gesprekken over luchtige onderwerpen, en dat is nou eenmaal niet echt mijn specialiteit momenteel.

Wat lijkt het me heerlijk om gewoon voorgeschreven regels te hebben hierover. Die zowel voor mij als voor mijn omgeving duidelijk zijn. Voor mij zou dat een hoop nadenken schelen. Telkens weer de afweging: kan ik het al aan? Het zou daarnaast een hoop uitleggen schelen. Want de omgeving vindt het dan ook vanzelfsprekend dat we dat eerste jaar niet aansluiten bij wat dan ook. Mensen denken niet meer dat het na een paar maanden allemaal wel minder zal zijn, en dat we weer overal aan mee kunnen doen alsof er niets gebeurd is.

Het zal vroeger vast ook beklemmend geweest zijn soms. Misschien was een weduwe die haar man verloor al heel lang ongelukkig in haar huwelijk. Was ze na een jaar straalverliefd op de buurman, ook weduwnaar. Maar liep ze dan alsnog een half jaar in haar rouwkleding, te wachten tot ze verder mocht. Misschien was een kind zijn vader met de losse handjes en de kwade dronk wel liever kwijt dan rijk. Af en toe zullen al die regels ook juist beknellend gevoeld hebben. Maar wat had ik nu graag een paar van deze richtlijnen gehad, die deze periode voor zowel mij als mijn omgeving wat vanzelfsprekender maakten.

Rouwrituelen uit andere culturen

In dit artikel lees ik dat het opperhoofd van de indianen vroeger tegen mensen die iemand hadden verloren zei: ‘Jij bent nu in de rouw.’ En je was pas uit de rouw als het opperhoofd dat zei. Prachtig. Niet zelf hoeven te bedenken hoe het met je gaat, of je al toe bent aan dingen, wat je rouwstatus is.

De geïnterviewde in het artikel voegt eraan toe: “Ik heb bedacht dat ik mijn eigen opperhoofd moet zijn en de tijd moet nemen om in de rouw te zijn.” Heel mooi gezegd. En dat is ook precies hoe het nu is. We moeten het zelf doen en voor onszelf bedenken. Maar je moet al zo veel als rouwende, en je energie is zo laag. Wat zou het fijn zijn als iemand anders voor dit je besloot.

Manu Keirse vertelt in dit interview (2e link, vanaf 19:44) over een traditie in een oude volksstam: de vader van een overleden baby moest een boomstam naar de houtsnijder brengen. Die sneed daar een kindje uit. De mama van het kindje droeg dat houten kindje maandenlang op de rug.

Ook weer zo’n prachtige traditie. Want ik draag mijn kindje inderdaad overal met me mee. Als ik op het schoolplein sta, kom ik regelmatig de twee moeders tegen die rond dezelfde tijd bevallen zijn als ik. Zij hebben vaak hun baby’tje bij zich, nu een maand of 8 oud. Voor iedereen is duidelijk te zien dat zij een kindje hebben gekregen. Mijn kindje is onzichtbaar.

Huidige rouwrituelen

In de kerk worden eens per jaar alle overledenen genoemd. In sommige gemeentes wordt ook de overledene genoemd in de dienst rond een jaar na de sterfdatum. Ik ben niet gelovig. Als ik Tieme genoemd wil hebben, moet ik zelf bedenken waar. Door wie. Wanneer.

Er bestaat begin december een wereldlichtjesdag, de dag van het overleden kind. Vanuit de christelijke traditie is er Allerzielen en Allerheiligen, begin november. Tieme is op 10 november geboren. Ook op die dag zullen we vast iets willen doen qua herdenking. Maar hoe en wat, dat moeten/mogen we allemaal zelf bedenken.

In de documentaire ‘Kijken in de ziel’ wordt voorgesteld dat rouwenden weer een rouwband gaan dragen. Om aan te geven: ‘Ik ben verdrietig. Ik ben kwetsbaar. Wees een beetje voorzichtig met me’. Dat lijkt me wel wat. Je loopt nu in de supermarkt of staat op het schoolplein, en je hebt geen idee. Wie misschien ook wel rouwt. Wie misschien wel net zo verdwaasd rondloopt als ik. Aan wie je niet die vreselijk moeilijke vraag ‘Hoe gaat het?‘ moet stellen.

In onze cultuur draait alles om zelf sturen. Zelf kiezen. Zelf besluiten. Wat heel veel vrijheid geeft. Maar wat in situaties als rouw ook echt lastig kan zijn. Wij vogelen alles zelf uit. Bedenken wat wel en niet te doen, wat wel en niet te vertellen, hoe wel of niet te herdenken. Iets meer richtlijnen zou ik echt fijn vinden.

En jij? Ken jij nog mooie rouwrituelen die we nu niet (meer) gebruiken? Welke rituelen spreken je aan, of juist niet? Er lezen aardig wat mensen mee die ook met rouw te maken hebben. Ik ben erg benieuwd naar je gevoel over rouwrituelen. Laat het me weten in de reacties.

Afbeelding van Gaelle Boissonnard

8 maanden

8 maanden

Het is alweer 8 maanden geleden dat ons mannetje dood geboren werd.

De wereld wordt weer wat normaler

Lumen is weer helemaal naar school. Ik ben voor het eerst naar yoga geweest. Heb ’s avonds op het terras gezeten. We hebben onze ouders weer gezien.

Er mag weer meer, de wereld om ons heen begint weer een beetje normaler te lijken. Dat geeft ruimte. Ruimte om vorm te geven aan ons nieuwe normaal. Met ons dode zoontje. Wat natuurlijk volstrekt niet normaal is. Wennen aan ons nieuwe normaal zal ingewikkelder zijn dan wennen aan het nieuwe normaal wegens corona. Maar nu de wereld niet meer puur om corona draait, is er in ieder geval wat meer ruimte om daarmee aan de slag te gaan.

Niet zwanger

Ik ben vandaag 8 maanden niet meer zwanger. Zo lang ben ik al niet meer niet zwanger geweest sinds augustus 2017. Sinds de eerste miskraam na Lumen. Al die zwangerschappen daarna kwamen 3 tot 7 maanden na de vorige. Raar idee. Wat heb ik toch veel gevraagd van mijn lijf de laatste jaren.

Fysiek ben ik inmiddels weer aardig fit. Ik wandel 2x per week een uur. Ik yoga wekelijks. Ik doe om de dag knieoefeningen. ’s Morgens core oefeningen. En sinds deze maand probeer ik ook dagelijks te mediteren. Het is hard werken, dat herstel. Ook fysiek. Maar het begint z’n vruchten af te werpen. En dat is fijn.

Inzicht

Ik had vorige week een prachtig inzicht. Er zijn mensen met wie ik moeite heb. Die in het verleden dingen zeiden die me erg raakten. Ik baalde ervan dat ik zoveel moeite had ze te zien. Wilde dat dat snel over ging. Vond het vooral onhandig van mezelf. Maar, in gesprek met mijn man over of ik wel of niet zo’n ontmoeting aan zou gaan, kwam ik tot een fantastisch inzicht.

Er is nogal wat gebeurt natuurlijk. Noem het trauma, noem het verlies, noem het vreselijk. Hoe dan ook: mijn hele wezen wil me nu beschermen tegen nog meer onveilige situaties. Het is niet rationeel. Maar alles in mij vertelt me weg te blijven van dat wat niet veilig voelt. En ik voel me dus niet veilig bij die mensen. Als ik de ontmoeting aan ga, ga ik al met het gevoel: ‘wat zal er nu weer gezegd worden wat pijn doet?’.

Eigenlijk hartstikke mooi. Dat mijn hele wezen me nu afschermt voor dat wat ik nu niet aankan. Ik kan er vanalles over bedenken. ‘Je moet er gewoon doorheen’. ‘Ze bedoelen het niet zo’. ‘Het zal wel meevallen’. Maar dat is allemaal ratio. Mijn ziel wil niet. Kan het niet. En dat heeft een reden. Ik kan het gewoon nog niet aan.

Dus ik doe alleen dingen die fijn voelen. Zie de mensen bij wie ik me wèl fijn voel. En dat zijn er stiekem ook best veel. Zoals mijn man zei: de mensen die ik voor het eerst weer zie de afgelopen weken, de enorme berg dingen die ik voor het eerst weer doe, zijn al enorme stappen.

De rest laat ik nog even zitten. Tot later. Misschien tot ik in therapie bij die situatie stil heb kunnen staan. Of totdat mijn wezen me aangeeft dat ook dat wel weer kan. Ik ben nou eenmaal ongeduldig. Maar kan niet alles tegelijk. Nu al helemaal niet. Dus stap voor stap. En rustig aan.  

Zomerbakkie

Zomerbakkie

Ik ging naar Katwijk en ik nam mee terug…. Een emmertje zand. Voor in Tieme’s bakkie. We zochten de hele week de mooiste schelpen bij elkaar. En nu is het zomer in het bakkie.

In het bakkie lijkt het nu net of we met z’n vieren op het strand zijn… Met zand en schelpen van het strand, die plek waar we zo graag zijn.

PS: We gebruikten voor Tieme de watermethode. Op de foto zie je de glazen vaas waarin hij lag. Hierin doe ik steeds iets anders, zie categorie Zorgen voor je verdriet. Poppetjes via liefsvanlauren.nl.

‘Harry Potter’-wijsheid over verlies en rouw

Harry Potter wijsheid over verlies en rouw

Als Harry Potter-fan heb ik de boeken allemaal gelezen, en de films gezien. In deel 5 worden Thestrals geïntroduceerd. Dit zijn beesten die Harry wel kan zien maar zijn vrienden niet. Het Harry Potter verhaal bevat hiermee een wijsheid over verlies en rouw die ik eerder nooit zag. Maar waar ik, nu ik zelf ervaring heb met de dood zo ontzettend dichtbij, de laatste tijd vaak aan moet denken.

Harry Potter en de dood

Als Harry na de vakantie terugkomt op zijn toverschool, ziet hij ineens dat de tot dan toe altijd paardloze koetsen nu getrokken worden door rare beesten. Zie de foto bovenaan dit artikel (credits aan Seth Cooper vanuit de Harry Potter Fandom page). Hij vraagt zijn vrienden wat dat voor beesten zijn. Maar zijn vrienden blijken de beesten niet te kunnen zien. Op één meisje na. Ze verzekert Harry dat hij niet gek is. En dat zij ze al ziet sinds haar eerste dag op school.

Wat later legt dat meisje Harry uit dat de beesten Thestrals heten. ‘They can only be seen by people who have seen death’.

Harry heeft recent iemand dood zien gaan. Daarom ziet hij nu pas dat de koetsen, waarvan hij altijd dacht dat ze ‘horseless’ waren, eigenlijk getrokken worden door deze bijzondere dieren. Het meisje heeft haar moeder jong verloren. Daarom ziet zij de beesten altijd al. Voor haar zijn ze al lang niet vreemd of bijzonder meer.

En ineens zie ik het ook

Het is iets wat ik ook in het echte leven merk. Alleen mensen die een héél dichtbij verlies hebben meegemaakt, snappen echt wat dat verlies betekent. Mensen die iemand verloren met wie ze in één huis woonden, met wie ze kerst vierden. Iemand die een gapend gat achterlaat in je leven, in je huis, in zowel de feestdagen als de alledaagse dagen. Alleen mensen die de dood van zó dichtbij hebben gezien, voelen en zien echt de impact van zo’n verlies.

Ditzelfde geldt voor mij. Vóór Tieme kon ik proberen te bedenken hoe erg het moest zijn om iemand die je zeer na staat te verliezen. Proberen me in te leven in de persoon die dit verlies geleden heeft. Maar de grootte ervan, de alomtegenwoordigheid van het verlies, het gapende gat wat er in je leven geslagen is, had ik nooit kunnen omvatten. Pas nu, nu ik het zelf voel, begin ik het een beetje te begrijpen.

Mensen die de dood hebben gezien

Ik denk aan dat vriendinnetje wat in de brugklas haar vader verloor. Ik ben daar toen even verdrietig om geweest voor en met haar. Maar al snel ging het leven door. Dacht ik er niet meer zo vaak aan. Met terugwerkende kracht denk ik aan alle momenten waarop ze haar vader zo intens gemist moet hebben. Aan hoe ze als gezin geworsteld moeten hebben met het leven van dat leven zonder hun vader. Hoe ontzettend veel momenten met ondraaglijk gemis er geweest zullen zijn. Toen. En vast nu nog steeds.

Ik denk aan het gezin waar we vroeger mee op vakantie gingen. Kerstavond mee vierden. Waar ik logeerde toen mijn zusje en later mijn broertje geboren werd. Hun mama overleed toen we net studeerden. Dat was voor mij de eerste aanraking met veel te vroeg verlies, dichtbij. Ik was daar toen behoorlijk van ondersteboven. Maar ook weer niet. Want ik ging terug naar Delft. Leefde mijn leven door, en als ik thuis kwam, waren mijn ouders er beiden gewoon. Het verlies was niet zó dichtbij dat het míjn leven echt beïnvloede. Ik denk eraan dat ze die zomer op vakantie gingen. Met een hele club buren. Naar een camping waar wij ook ooit met ze zijn geweest. Toen dacht ik daar niet over na. Ze gingen gewoon. En fijn dat ze met een groep mensen gingen die ze kenden.

Nu pas kan ik me iets van de waas voorstellen die zo’n verlies met zich mee brengt. Nu pas vraag ik me af of ze zich het verlies toen überhaupt al echt realiseerden. Voor ons was de dood van hun moeder toen al een feit. Maar misschien zaten zij tijdens die vakantie nog wel in de roes van die eerste maanden, waarin je nog totaal niet beseft dat dood echt dood is, echt weg, voor altijd. Met terugwerkende kracht voel ik met ze mee. Denk ik hieraan.

Het verschil tussen het wel en niet zien

Gelukkig zijn er maar weinig mensen die zo’n groot en veel te vroeg verlies moeten dragen. En gelukkig zijn er ook mensen die de Thestrals nog niet zien, die zich wel in proberen te leven en meevoelen met mijn situatie.

Ik merk dat ik veel boosheid voel richting mensen die daar minder goed in zijn. Die gedachteloos dingen doen of zeggen die mij ontzettend raken. Die boosheid komt vooral omdat ik niet snap dat ze zich zelfs niet een beetje proberen in te leven. Als ze toch een beetje hun best zouden doen om zich voor te stellen hoe het zou zijn om…. Dan zouden ze dit niet doen of zeggen. Maar goed. Zij zien het niet. Zij zien de Thestrals niet. Dus probeer ik me er niet teveel van aan te trekken.

Zo blijkt er een diepere wijsheid te zitten in de Harry Potter verhalen. Het maakt gewoon echt uit of je de dood van dichtbij hebt meegemaakt. Daar is geen goed of fout aan. Het is alleen wel echt een duidelijk verschil. Een verschil in je beleving van verlies en rouw. In je voorstellingsvermogen richting iemand die een groot verlies heeft geleden.

Die Thestrals komen Harry op een gegeven moment te hulp, trouwens. Niet echt tof dat ik ze nu ook zie. Maar laat ik er maar vanuit gaan dat het feit dat ik ze nu zie, me vast ooit ook van pas zal komen.  

Wat rouwenden doen: het vergelijken van hun verlies

Wat rouwenden doen: het vergelijken van hun verlies

Ieder mens heeft de neiging tot vergelijken. Niet echt nuttig of handig. Maar ik denk dat het er bij ons gewoon ingebakken zit. Zelfs met rouw bespeur ik bij mezelf de gedachte dat het ene verlies me erger lijkt dan het andere. Ik merk dat ook andere rouwenden die denkstap maken. Onbewust, voordat we het weten, hebben we blijkbaar al een vergelijk gemaakt. Maar het verrast me hoe verschillend de uitkomsten van die denkstap zijn. 

Vergelijken van verlies: nòg erger

Vanaf de 20 weken echo wisten we dat het niet goed ging met ons kindje. Dat hij waarschijnlijk binnen een paar weken zou overlijden in mijn buik. De onzekerheid duurde uiteindelijk bijna 12 weken, in plaats van die paar weken die ons voorspeld waren. Weken waarin we de ene onmogelijke afweging na de andere moesten maken. Weken waarin ik elke dag meteen na het wakker worden probeerde te voelen of ik ons jongetje nog voelde bewegen. Als ik dat niet voelde, zou ik die dag extra goed op moeten letten. Als ik het die hele dag en de ochtend erna nog niet zou voelen, zou ik naar het ziekenhuis moeten om te controleren of hij al dood was. En dan op zeer korte termijn bevallen. Weken waarin we dus continu paraat stonden. Slopende weken.

Maar wij wisten tenminste dat ons kindje misschien dood zou gaan. Er zijn ook kindjes die met 38 weken plots overlijden in de buik. Dat leek me nog erger. Het kamertje thuis al helemaal klaar. Geboortekaartje uitgezocht. Alles voorbereid. En dan valt onverwachts je droom in duigen. Moet je bevallen van een dood kindje. Moet je dat kindje cremeren of laten begraven. Dat plotselinge leek me nòg erger dan onze situatie.

Ik sprak laatst een mama die haar eerste kindje precies zo verloren is. Onverwachts, aan het einde van de zwangerschap. We vertelden elkaar ons verhaal. Ook zij maakte het vergelijk. En zei tot mijn verrassing vol overtuiging: “Oh, hoe het bij jullie is gegaan, dat lijkt me nog zó veel erger!”. Ze was blij dat zij niet al die moeilijke beslissingen hadden moeten nemen. Niet zo’n ellendig lange tijd in onzekerheid hadden gezeten.

Op mijn tegenwerping over dat wij het tenminste nog soort van aan hadden zien komen, zei ze heel ferm: “Maar je kon toen toch nog niet beginnen met afscheid nemen? Er was al die tijd nog dat kleine beetje hoop. Zeker omdat hij tegen alle voorspellingen in toch niet dood ging al die weken. Nee hoor, dat maakt het echt op geen enkele manier makkelijker.”

Een totaal andere situatie

Ook is me de laatste tijd vaak door het hoofd geschoten dat het minstens net zo erg moet zijn om je partner te verliezen. Om door te moeten leven zonder je vriendje, je maatje. In het huis waar je samen geleefd hebt. Waar zijn spullen nog staan. Door te gaan met het leven waarin je zo lang zo veel samen hebt gedaan en gedeeld. Ik kan me er echt niets bij voorstellen hoe iemand dat ooit voor elkaar krijgt.  

Tieme is 7 maanden in mijn leven geweest. En natuurlijk al jaren en jaren daarvoor, als grote wens. Maar hij is niet levend in mijn leven geweest. Heeft hier niet geslapen, gehuild, gepoept, gedronken. Op de een of andere manier lijkt het me nog moeilijker als je iemand verliest aan wie je echt gewend bent in je leven. Met wie je jarenlang geleefd hebt, en zonder wie je dan door moet.

Mijn oom is zijn vrouw veel te vroeg verloren. Hij vond mijn verlies vele malen erger. Hij had tenminste herinneringen op kunnen bouwen. Kon terugkijken op een prachtige tijd samen.

Vergelijken biedt troost

Ergens is het mooi, dat elkaars verliezen ons blijkbaar nòg moeilijker lijken. Je eigen verlies heb je te dragen, er is nou eenmaal geen andere optie. Dus je vindt er een weg in. Ook al is het een ondraaglijk verlies. Het verlies van de ander maak je niet mee. En voelt dus blijkbaar nòg minder draaglijk.

Het zit misschien wel in onze natuur om altijd iets te zoeken wat je nóg erger lijkt. Op de een of andere manier verzacht het je eigen omstandigheden. Door te denken: het kan altijd nog erger.

En ergens vind ik het toch ook fijn om te horen dat die mensen, die ook zulke enorme verliezen hebben geleden, mijn verlies nòg erger vinden. Ik ben zo ontzettend onderuit geschoffeld. Het voelt als een soort erkenning. Als de bevestiging dat het niet gek is dat ik zoveel moeite heb met mijn verlies. Het verlies wat ik zelf af en toe probeer te verminderen door te denken: maar het was geen levend persoon die letterlijk een gat in mijn leven naliet. En: maar we zagen het tenminste al aankomen. Rationeel vind ik dat ik die erkenning niet nodig heb. Ik voel wat ik voel, en het is zo erg als dat het voelt. Maar toch. Een stukje extra bevestiging is fijn. Zeker voor het tuimelpoppetje wat ik momenteel ben.

Dat vergelijken is natuurlijk volstrekt zinloos. Welk vergelijk dan ook. Verliezen. Aantal kinderen. Banen. Wel of juist niet gepakte kansen. Het zou waarschijnlijk beter zijn het nooit meer te doen. Scheelt een hoop gedenk, gepieker en frustratie. Het is een goed streven het minder te doen. Maar het is menselijk. En gaat bijna automatisch.

Ieder verlies is anders. Iedere rouw is anders. Toch maken we dus blijkbaar onbewust een vergelijk. En zolang dit ons op de een of andere manier ook een beetje troost brengt, lijkt me dat ook eigenlijk volstrekt geen probleem. 

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay

Hoe gaat het?

Hoe gaat het? Rouw

Hoe gaat het? Deze vraag vind ik ontzettend moeilijk. Het is voor bijna iedereen de eerste vraag die men stelt. Automatisch, zonder na te denken. Maar wat is het een ontzettend ingewikkelde vraag als je in de rouw bent.

Hoe gaat het? De eerste maanden in rouw

Als ik deze vraag in de eerste maanden kreeg, kon ik alleen maar vol terror naar de vragensteller kijken. Met open mond en wijd gesperde ogen. Hoe kan je dit vragen? Het gaat NIET. Het gaat op geen enkele manier. Wat verwacht je dat ik antwoord? Ik wist echt niet wat ik moest zeggen. En antwoorde dat dan ook maar: ‘het gaat niet’. Om daarna stil te vallen. Want hoe moest ik uitleggen hoe ik me voelde? Wat een drama dit was?

Antwoord #2: het is hard werken

Na een maand of drie stapte ik over op een ander antwoord. ‘Het is hard werken’. Met daarna een uitleg over wat dat harde werken dan allemaal was. Dat antwoord kwam het dichtste bij hoe het voelde. Al was het toen ook echt letterlijk nog hard werken, met volle weken door meerdere ziekenhuisbezoeken, Lumen’s verjaardag en kinderfeestje, de eerste ‘kraambezoekjes’, de eerste therapeut. Allemaal emotionele dingen.

Dat er daarnaast ook nog ontzettend veel verdriet was, dat noemde ik niet per se. Dat het eigenlijk ook nog puur overleven was ook niet. Het was overleven om de dagen door te komen. Te zorgen dat we allemaal ’s ochtends opstonden, gewassen, aangekleed en getandenpoetst. Dan moesten we ook nog zorgen dat er eten in huis was, dat we dat opaten en dat we op een gegeven moment allemaal weer getandenpoetst in bed belandden.

Dat overleven deden we dus naast die gevulde agenda vol met emotionele dingen. Dat was dus hard werken.

En nu dan?

Inmiddels zijn we weer een paar maanden verder. En nog steeds vind ik ‘Hoe gaat het?’ een lastige vraag. Het is zó groot. Er speelt zó veel.

Het afscheid nemen van al die verschillende stukjes. De moeite die ik heb met onbedoeld onhandige opmerkingen. De therapie waarmee ik net gestart ben. De moeilijke weg daarheen waarop ik bij twee therapeuten begon en ook weer stopte, maar waarbij nummer 3 gelukkig wel prettig is. Het verdriet wat ik in de gezichten van mijn man en Lumen zie, en wat me dan verdrietig maakt voor hen. De fijnheid die ik gelukkig inmiddels ook af en toe weer voel, zoals op onze vakantie vorige week. Dat alles loopt door elkaar heen.

Hoe kan ik dat ‘even’ uitleggen? En daarnaast: ik heb niet altijd bij iedereen fut en/of zin om dit allemaal te vertellen.

Ik weet dus eigenlijk nog steeds niet goed wat ik moet antwoorden als iemand het me vraagt.

Hoe is je dag vandaag?

Ik weet dat ‘Hoe is het?’ in onze cultuur nou eenmaal de meeste gangbare vraag is om te stellen. Aan je vrienden. Maar ook aan je buurvrouw, de moeder van een vriendje van je kind, die kennis die je eigenlijk niet heel vaak spreekt. Dus ik voel me niet meer zo geïrriteerd als de eerste maanden als de vraag gesteld wordt. Ik snap inmiddels weer wat beter waarom de vraag gesteld wordt.

Maar ik ben er wel verbaasd over dat we met z’n allen dus niet weten dat dit echt een rotvraag is voor iemand die het moeilijk heeft. Wat weten we toch ontzettend weinig over rouw. In het boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ van Manu Keirse lees ik dat ik niet de enige ben die dit een vreselijke vraag vindt. Er wordt dan ook geadviseerd om de vraag niet te stellen aan een rouwende.

Ik vind een gerichtere vraag stukken fijner om te beantwoorden. Hoe is je dag vandaag? Hoe ben je de afgelopen weken doorgekomen? Hoe was je nieuwe therapeut/de vakantie/moederdag? Dan hoef ik niet alles te vertellen. Mijn hersenen gaan niet hard rondtollen om te bedenken wat ik allemaal wel en niet vertel over hoe het is. De helft van de tijd wéét ik eigenlijk niet eens hoe het nou eigenlijk is. Dus een gerichte vraag is fijner. Dan kan ik die beantwoorden en zien we daarna wel verder.

Aangezien de ‘Hoe is het?’ vraag zeker blijft komen, broed ik verder op het meest geschikte antwoord voor nu. Het kortste antwoord is ‘moeizaam’. En toch omschrijft dat de situatie best accuraat. Misschien ga ik dat antwoord eens een tijdje testen de komende tijd.

Nieuwe buren

We hebben nieuwe buren. Ze hebben het voor elkaar gekregen om binnen een week zo’n enorme ruzie te krijgen dat 8 man politie nodig was om de boel rustig te krijgen. En daarna om hun huis in brand te laten vliegen. We zijn ontzettend bang geweest. Op meerdere manieren.

De brand is gelukkig niet overgeslagen naar ons huis, maar het duurde een uur voordat dat duidelijk was. Ons gevoel van veiligheid in huis is totaal verdwenen. Dit blog had ik ervoor al klaar staan. Misschien schrijf ik nog wel een keer wat uitgebreider over deze nieuwe situatie die een behoorlijke impact heeft op ons. Maar voor nu hou ik het even bij dit blog over weer een facet van het rouwproces.

7 maanden, en het herbeleven van vorig jaar rond deze tijd

Het is vandaag alweer 7 maanden geleden dat ons mannetje geboren werd. Hij is nu ongeveer even lang uit mijn buik als dat hij in mijn buik is geweest. Onvoorstelbaar. En het grote herbeleven van een jaar geleden gaat door.

Het is vandaag alweer 7 maanden geleden dat ons mannetje geboren werd. Hij is nu ongeveer even lang uit mijn buik als dat hij in mijn buik is geweest. Onvoorstelbaar.

Herbeleven van een jaar geleden

Vandaag een jaar geleden kwamen we terug van onze reis naar California. Overmorgen een jaar geleden hadden we de eerste echo. Ik was ongeveer 9 weken zwanger. Nog moe van de jetlag, uberhaupt doodmoe van de zwangerschap, gingen we vol spanning naar het ziekenhuis. De echo was goed. Kloppend hartje, en het juiste formaat embryo te zien. Dit gaf me ontzettend veel vertrouwen. Die combinatie was ons eerder alleen bij Lumen overkomen, dus ik kreeg er vanaf nu langzaam vertrouwen in dat het allemaal goed kwam. Er waren nog een aantal echo’s nodig om er echt vertrouwen in het hebben, maar ik haalde al wat rustiger adem dan voor deze 9w echo. Het herbeleven is in volle gang.

En vandaag is het dus alweer 7 maanden geleden dat ik ons dode zoontje voor het eerst in mijn armen hield. Wat een ontzettende tegenstelling toch.

Vakantie

De afgelopen maand gingen we voor het eerst op vakantie. Weekje naar zee. Ik heb er erg van genoten. Meer dan ik had durven hopen. Er waren natuurlijk ook vlagen van verdriet. Bij momenten ‘zag’ ik mijn man met een zoontje. Alsof hij hem ineens levensecht in het voorzitje van de fiets had. Of in een draagzak.

Het was niet alleen onze eerste vakantie na de zwangerschap en het verlies van Tieme. Het was ook onze eerste vakantie waarin we ineens toch weer met z’n drieën waren. In plaats van met vier. Die vlagen van verdriet kwamen natuurlijk ook voorbij.

Maar ik ben blij dat ik vooral genoten heb. Van het heerlijke weer, van het fantastische uitzicht op zee vanuit ons bed (zie de foto’s in dit blog), van het er even helemaal lekker uit zijn.

Het uitzicht op zee bij het wakker worden

En verder, de afgelopen maand

De afgelopen maand ontdekte ik ook dat ik nog een ontzettend tuimelpoppetje ben. Dat de afzondering van corona voor mij eigenlijk heel fijn is geweest. En dat ik, nu de wereld weer opengaat, vaker nee zal moeten zeggen. Omdat nog niet zoveel lukt en kan.

Sinds deze week is Lumen weer volledig naar school. We hebben het heerlijk gehad in de 3 maanden dat ze thuis was. Maar het is voor ons alle drie goed dat ze weer naar school kan. Het geeft mij ook weer wat meer ruimte voor andere dingen. Voor rouw. Voor therapie. Voor mezelf.

Het was een maand van tuimelen, herbeleven, er heerlijk tussenuit op vakantie. En sinds deze week weer een stapje dichterbij ‘normaal’, met onze dochter die weer lekker naar school gaat. Op naar de volgende maand.

Tuimelpoppetje

Ik ben een tuimelpoppetje. Ik kan niets hebben. De wereld wordt door de versoepelde corona-maatregelen weer langzaam groter en dat vind ik heel moeilijk.

Ik ben een tuimelpoppetje. Ik kan niets hebben. De wereld wordt door de versoepelde corona-maatregelen weer langzaam groter en dat vind ik heel moeilijk.

De wereld wordt weer groter en dat vind ik heel moeilijk

Nu de maatregelen rondom corona weer wat versoepelen, gaat de wereld langzaam weer open. Ik mag weer bij de fysio langs. Ik kan starten bij een nieuwe therapeute. Beiden hartstikke fijn. Maar ook energievretend. En mensen zoeken weer contact. Vragen hoe het gaat. Willen afspreken.

Er komt ineens vanalles bij. Lumen is nog het merendeel thuis. Ze is nu in totaal 3 dagen naar school geweest. Er is dus nog niet zoveel af. Dat wringt. Ik slaap slecht. Ik ben nog steeds niet toe aan die mensen zien of spreken. Maar ik krijg de vragen wel. Moet er dus wel steeds over nadenken. De knoop doorhakken: wil ik er iets mee, of niet? Nee zeggen.  

Hoe gaat het?

Mensen vragen me hoe het gaat. Dat is een vraag die ik ontzettend moeilijk vind. Ik weet niet hoe ik ‘m moet beantwoorden. Het is zó groot. Zó veelomvattend. Hoe moet ik dat nou uitleggen. Ik weet het niet. Het zijn dan soms ook nog mensen die de afgelopen jaren regelmatig hebben laten zien in mijn boze buitenwereld te horen. Dus ik durf eigenlijk niet met ze in gesprek te gaan. Pure zelfbescherming. Straks zeggen ze weer iets wat me raakt. Ik heb momenteel echt geen huid. Geen filter. Alles komt keihard binnen. Dus ik durf het niet aan. En geef dus maar geen antwoord. Spreek niet met ze af.  

Werk

Daarnaast sprak ik vorige week de bedrijfsarts. Hij gaf aan dat we over een aantal weken eens moeten gaan kijken hoe werk weer naast al het andere past. Dat doet me meer dan ik wil.

Ik dacht een paar maanden geleden ook dat ik tegen deze tijd al wel zou willen beginnen met werken. Maar toen kwam corona. Kwam Lumen thuis te zitten. Gingen alle moeilijke dingen die ik nog rondom Tieme wilde regelen on hold: een ontwerp maken voor een herinneringsdoos. Een foto uit laten vergroten en aan zijn opa’s en oma’s geven. Zorgen dat zijn foto’s niet alleen hier in huis opgeslagen zijn, maar ook op andere plekken. Een urn uitzoeken. De ‘kraambezoeken’, die me al zo zwaar vielen, stopten helemaal. Ik heb een aantal mensen nog steeds niet gezien en gesproken na het overlijden van Tieme. En ook de tweede therapeut bleek erg tegen te vallen. Waardoor ik nog steeds niet kon beginnen met het therapie-traject wat ik zo ontzettend hard nodig heb.

Weer iets wat erbij komt dus. Terwijl dat voor m’n gevoel nog totaal niet past. Ik wil graag mijn vriendinnen en broertje eerst spreken over Tieme. Voordat ik er met collega’s over moet spreken. Ik wil eerst een goede start gemaakt hebben met die therapie. De therapeute is fijn trouwens. Daar ben ik ontzettend opgelucht over. Maar ze verwacht een traject van ongeveer een jaar. En de eerste 3-4 keer is puur intake, daarna beginnen we pas echt.

Huilen om mezelf

Ik moest gisteravond ontzettend huilen. Ik dacht terug aan vorig jaar koningsdag. We waren in de tent op het grasveld bij ons achter. Met een aantal vriendenstellen. Die allemaal 2 of meer kinderen hebben. Lumen vond het fantastisch. Zoveel kindjes om mee te spelen. Maar op een gegeven moment kwam ze naar me toe. Verdrietig. “Mama, wanneer krijg ik nou eindelijk een broertje of zusje?” Ik kreeg ook tranen. “Ik weet het niet meisje. Ik hoop dat je ooit nog een broertje of zusje krijgt.”. Ik dacht gisteravond aan hoe ik me toen voelde. Hoe moeilijk ik het vond dat niet alleen mijn man en ik, maar ook mijn dochtertje zo duidelijk het gemis van een broertje of zusje voelde. Aan hoe onzeker ik me voelde, of dat ooit nog zou komen. Aan hoe ik me maar een paar weken later voelde, toen ik zwanger bleek te zijn.

En toen dacht ik aan nu. Aan hoe ik de situatie toen al moeilijk vond. Maar hoe de situatie het afgelopen jaar nog zo ontzettend veel moeilijker is geworden. Zwanger. Wel een broertje krijgen. Maar een broertje wat niet bleef leven. Waar we afscheid van moesten nemen. Wat we moesten cremeren. Een papa en mama die totaal onderuit geschoffeld zijn. Door dat verlies. Door de achtbaan ervoor. Door alle kindjes waar ze eerder al afscheid van hebben moeten nemen.

Toen moest ik huilen om mezelf. Ik ben al ontzettend verdrietig geweest om het verlies van Tieme. Om het feit dat Lumen nu alsnog als enig kind opgroeit. Ik heb al heel veel gehuild om dat ik mijn man niet meer dan één levend kindje heb kunnen geven.  Maar gisteravond huilde ik voor het eerst om mezelf.

Hoe heb ik het toch voor elkaar gekregen dat ik nu WEER zo totaal uit de running ben? Dat ik WEER een ontzettend lange tijd niet werk? Dat ik fysiek WEER helemaal opnieuw moet beginnen? Gewicht wat er weer af moet, conditie erbij. Dat ik straks voor de derde keer een re-integratie moet doen op mijn werk, wat ik de vorige twee keer zo ONTZETTEND zwaar heb gevonden? Waarom? Waarom is dit zo?

En hoe moet ik het in hemelsnaam voor elkaar te krijgen ooit weer een beetje normaal te kunnen leven? Enigszins normaal te kunnen functioneren?

Elastiekje

Ik ben een elastiekje waar geen rek meer in zit. Ik heb het gevoel dat ik gek aan het worden ben. Ik vind het ontzettend lastig dat ik maar zo weinig aan kan.

Uit deze periode zal ik ongetwijfeld meerdere lessen leren. Ik denk dat één van de belangrijkste lessen die er te leren zijn is: van weerstand naar accepteren.

Ik heb de afgelopen jaren al ontzettend vaak gedacht: dit heb ik zo niet gewild. Ik had niet gewild dat ik moest stoppen met beachvolleyballen. Dat ik niet meer kan rennen. Ik had niet gewild dat ik door de zwangerschap van Lumen weer 2 jaar bezig was met herstellen. Na die 2 jaar knie-revalidatie. Ik had nooit maar 3 dagen per week willen werken. Ik wou 4. Maar na anderhalf jaar re-integreren lukte 3 maar net. En gaf ik het op om ook die 4e er nog bij te willen. Ik had geen 4 miskramen gewild.

En over Tieme heb ik natuurlijk wel 1000 dingen die ik niet zo gewild had.

Er is dus heel veel weerstand in mij. Logisch misschien, met alles wat er gebeurd is. Maar niet constructief. Ik wil dat niet meer. Ik word er verdrietig en boos en moe van. En het brengt me niets. Het leven is nou eenmaal niet te sturen. Dus ik ga op zoek naar aanvaarding. Naar acceptatie van wat ik toch niet kan veranderen.  

Ik google erop, hoe dat dan moet, van weerstand naar acceptatie. Ik vind dommige voorbeelden. Accepteren dat het regent, in plaats van daarvan balen. Tja. Nogal wiedes. Ik geloof niet dat ik ooit veel van het weer gebaald heb. Dàt accepteren lukt me dus prima. Ik vind de dingen die ik te accepteren heb van een andere orde. Maar goed. Het idee is hetzelfde. Het zal zeker niet makkelijk zijn. Maar ik ga toch proberen deze les te leren.

Bron: Instagram, @Phillysextherapy

Zorgen voor mezelf

Mijn wijze mama zei al heel snel nadat Tieme geboren en overleden was: “Je bent je eigen heelmeester. Jij weet het beste wat goed voor je is”. Ook de nieuwe therapeute, waar ik pas 1x geweest ben, zei iets in die strekking: “Jij moet heel goed voor jezelf gaan zorgen”.

Ik wilde dat we een jaar verder waren. Dat ik gewoon weer lekker aan het werk was. Dat ik dat vreselijke re-integreren gehad had. Maar daar ben ik nog niet. Dus tot die tijd zal ik proberen mijn eigen heelmeester te zijn. Te blijven luisteren naar wat ìk wil en kan. En dan maar ‘nee’ te zeggen. Omdat dat, volgens onderstaande Pinterest-tegeltjes-wijsheid, ook een vorm van zorgen voor mezelf is.

Bron: rianbowbright.blogspot.com

En dan over dat accepteren. Het is nu eenmaal zo dat ik momenteel een tuimelpoppetje ben. Dat kan ik vervelend vinden. Ik kan ervan balen. Ik kan wensen dat ik alweer veel meer aan kon. Maar dat helpt allemaal niets. En dat brengt me niets. Ik ben een tuimelpoppetje. En dat is nu eenmaal wat het is. Het wordt vast ooit wel beter. Maar voor nu is het wat het is. Dat zal ik proberen te accepteren.