Bont en blauw (2/2)

Bont en blauw

Dit is deel 2 van de serie ‘Dóór het verdriet’. Ik voel me bont en blauw geslagen door het leven. Fysiek, en mentaal. In dit blog het mentale deel. Over het fysieke stuk heb ik hier geschreven.

Even Lumen naar school brengen en brood halen

Ik breng mijn dochter naar school. Op het schoolplein kom ik beide moeders tegen die tegelijkertijd met mij zwanger waren. Hun zoontjes zullen de komende jaren groter worden. Mee naar school komen. Mijn zoontje niet.

Au.

Ik ga erna even naar de bakker om brood te halen. Ik bestel brood en kijk terloops in de vitrine. Ik zie de tompoezen waar ik tijdens mijn zwangerschap enorme trek in had. Maar die ik toen niet elke keer van mezelf mee mocht nemen. Toen, toen ik nog dacht dat ik een levend kindje kreeg. Toen de wereld nog mooi was. Toen ik nog opzag tegen al die zwangerschapskilo’s, en vooral tegen de bijbehorende bekkenklachten. Toen ik dus nog vond dat ik enigszins moest opletten wat ik at.

Au.

Ik loop terug naar buiten. Ik loop langs de etalage van de Hema. Waarop een schattig roze rompertje staat geprint waar ik, toen ik net zwanger was, helemaal weg van was. Ik had mezelf beloofd dat, als we een meisje zouden krijgen, ik dat rompertje voor haar mocht kopen. Nu loop ik erlangs en voel ik een steek van pijn. Er kwam geen meisje. Maar ook geen jongetje waar ik rompertjes en andere babyzut voor mocht kopen.

Au.

Het ‘even Lumen naar school brengen en brood halen’ is nu niet ‘even’. Er zijn zo veel dingen die moeilijk zijn. Die pijn doen. Die voelen alsof mijn blauwe plekken heel hard ingedrukt worden.

Eigenlijk is überhaupt niets ‘even’ momenteel. Overal liggen herinneringen. Die op de meest onverwachtse momenten naar boven komen. Blauwe plekken, die telkens weer ingedrukt worden.

Zusjes

De twee dochtertjes van vrienden van ons komen een ochtendje spelen. De ochtend wordt een dagje. Na de lunch zijn ze moe, en zetten we ze even achter een filmpje om bij te komen. Mijn man maakt er een foto van en deelt die in de groepsapp met onze vrienden. Als ik de foto zie, zie ik drie meisjes op de bank. Twee zusjes, die heerlijk tegen elkaar aan hangen. Een klein beetje ruimte ertussen. En dan Lumen.

Au. Lumen heeft geen broertje of zusje om zo lekker vertrouwd tegenaan te liggen. Hoe dierbaar die twee vriendinnetjes voor haar ook zijn, het zijn geen zusjes van haar. Dat zie ik op die foto. En daarom raakt die foto me enorm.

Nou heb ik zelf een zusje waar ik altijd ruzie mee had. Waar ik nooit zo lekker mee op de bank heb gehangen. Misschien trouwens wel, toen we echt jong waren. Maar in ieder geval niet meer toen we ouder waren.

Toch herken ik het gevoel wel heel sterk. Ik heb namelijk nòg een zusje, en nog een broertje. We schelen respectievelijk 6 en 9 jaar. Met hen heb ik heel veel geknuffeld. Bijna meer als een moedertje dan als zusje. Maar toch. Dat ongecompliceerde lekker bij elkaar weg kunnen kruipen. Heerlijk.

Au. Dat heeft Lumen dus niet. En mijn hart huilt daarom voor haar.

Pop

25 dagen nadat Tieme geboren was, was het Sinterklaas. We hadden totaal geen energie of zin om het te vieren. En natuurlijk al helemaal geen inspiratie voor kadootjes. Lumen vroeg al maanden om een Baby Born pop. Ik vond het eigenlijk ontzettende onzin: ze had al 2 poppen waar ze nauwelijks mee speelde. Maar goed, aangezien er dus ook geen inspiratie was voor betere ideeën werd het toch die pop.

Lumen was door het dolle heen. Ze knuffelde haar pop. Zorgde voor haar. Kleertjes aan, kleertjes uit, flesje geven, luiertje om. Mijn man en ik werden echt gek van verdriet. Ze was zó ontzettend lief voor die pop. Zo zorgzaam. Zo lief was ze ook voor Tieme geweest als hij was blijven leven.

Au. Wat deed dat een pijn. Wat was het ontzettend confronterend om ons meisje zo te zien opgaan in die verzorgende grote-zussen-rol. Want die pop, dat was haar kleine babyzusje natuurlijk.

En Au. Die hadden we niet aan zien komen. Geen moment erbij stil gestaan dat het ons zoveel verdriet zou doen om haar met een pop in de weer te zien. Die onverwachtste dingen zijn misschien wel het moeilijkste.

Mijn man is een echte speelpapa. Kan de hele dag spelen met onze dochter. Op avontuur gaan, spelletjes spelen, nieuwe spelletjes verzinnen. Maar die pop, die trekt hij nog steeds heel slecht.

Corona

Op de persconferentie afgelopen week werd aangekondigd dat je nog met maximaal 3 personen bij iemand op bezoek mag. Mijn eerste reactie is hier als grapje over maken: oh, dan mogen wij wel onze vrienden op bezoek, maar zij niet bij ons. Het moment daarna realiseer ik me dat dit niet zo had moeten zijn. Dat wij ook met z’n vieren hadden moeten zijn.

Au.

Nou zijn Lumen en ik al weken verkouden, dus mogen we momenteel überhaupt nergens naartoe. Maar toch. Au.

Zwanger of net een miskraam gehad

Ik ben in de afgelopen 6 jaar 6 keer zwanger geweest. In de afgelopen 3 jaar zelfs 4 keer. Ik merk de laatste tijd dat ik bij ontzettend veel herinneringen denk: toen was er iets. Iets niet normaals, iets spannends, of iets moeilijks. Ik was net zwanger. Of had net een miskraam gehad.

Stefan’s 30e verjaardag; ik was nèt zwanger. De allereerste keer. Dus nog vol vertrouwen, en heerlijk onbezorgd. Hij vierde het in de kroeg. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. De sfeer, de opblaasdertig. En: dat gevoel van “er was toen iets”. Een paar weken laten zouden we horen dat we onze eerste miskraam zouden krijgen.

Op vakantie bij familie in Denemarken. Dat weekendje weg in Amsterdam. Die spannende meeting op mijn werk. Dat feestje. Er was toen iets. Was ik nou net zwanger? Of had ik net een miskraam gehad?

Stefan’s 35e verjaardag. We vieren het bij ons thuis met een flinke club. Ik had wéér net een miskraam gehad. De 4e. Ik werd er inmiddels bedreven in. Niet echt hoor. Ik was het vooral zat om steeds weer vanalles af te zeggen. Door zoiets verdrietigs gaat er vaak een hoop, wat eigenlijk leuk had moeten zijn, ook direct niet door. Daar was ik een beetje klaar mee. Dus ik zette een glimlach op en bikkelde me door de dag.

De herinneringen lopen door elkaar. Ik denk minstens één keer per week aan iets terug, met dan dus die gedachte: er was toen iets. Maar ik weet vaak niet meer wat precies. Ik weet niet meer of ik nou net zwanger was, of juist net een miskraam had gehad.

Dat maakt ook niet uit. Het geeft vooral aan hoe vaak ons leven door elkaar geschud is de laatste jaren. Hoe we steeds gingen van klein geluk, toch weer beetjes hoop – al durfden we dat al snel nauwelijks meer te hebben -, via afwachten in spanning, naar wéér de volgende teleurstelling verwerken. Fysiek opkrabbelen, maar ook zeker mentaal.

Blauwe plekken

We hebben een heleboel blauwe plekken. Ze worden ingedrukt door herinneringen, die ik soms aan zie komen, maar die vaak ook totaal onverwachts komen. Ik hoop dat dat geduw erin op een gegeven moment verandert in een speldenprik. En ooit misschien zelfs in zachtjes wrijven. Of aaien. Iets wat minder pijn doet in ieder geval.

PS: Bovenstaande foto nam ik 2,5e weken geleden. Toen de wereld nog niet plat lag door corona, en ik mijn dochtertje op de fiets naar school bracht. Ik fietste langs deze magnolia. En besloot toen ik er al voorbij was alsnog af te stappen om er een foto van te maken. Tè mooi om dat niet te doen. Een heel ander bont en blauw 😉

Nòg meer lente

Ik was nog niet helemaal tevreden over Tieme’s plekje. Het was me nog niet lente-achtig genoeg. Maar wat dan? Lenteplantje erbij in zijn bakje? Dat wordt een beetje druk. En het is een enigzins donker hoekje, dus dat plantje zou het vast niet lang doen. Zoals ik hier al schreef zag ik het dus maar als een oefening in OK zijn met het imperfecte.

En toen lag er gisteren ineens een prachtige verrassing voor de deur. Met onderstaand briefje erbij. Wat een verwennerij. Een erg mooi initiatief.

Ik liet de tak blij aan Lumen zien. Die zei meteen: voor Tieme!

Wat een goed idee. Daar staat ‘ie dan. Hij fleurt het plekje helemaal op. En ineens is het plekje wèl echt lente-achtig. En ben ik er helemaal tevreden mee.

Hoe een corona-initiatief, ongetwijfeld uit nood geboren bij de kweker, zoiets moois kan brengen. Ik kreeg niet alleen de mooie Cymbidium-tak, maar ook voor altijd het idee hoe ik het lente kan laten zijn op het plekje van ons mannetje. Enorm bedankt, Present Orchids!  

Bont en blauw (1/2)

Magnolia

Dit is deel 1 van de serie ‘Dóór het verdriet’. Daar ga ik dan.

Ik voel me bont en blauw geslagen door het leven. Fysiek, en mentaal. In dit blog het fysieke deel. Het mentale deel komt in het volgende.

Miskramen

In de laatste 6,5 jaar ben ik 6 keer zwanger geweest. Vier van deze zwangerschappen eindigden in een miskraam. Twee keer vrij vroeg, één keer in een dramatische miskraam die startte op 9,5e week en uiteindelijk een maand duurde, één keer met elf weken.

Elke keer is mijn lijf zwanger geweest. Werden vanaf het begin de zwangerschapshormonen aangemaakt. En elke keer moest mijn lijf daar weer van herstellen. De boel op orde brengen. De hormonen mijn lijf uit. De conditie weer opbouwen.

Au.

Zwangerschap van Tieme

De laatste weken van mijn zwangerschap van Tieme waren fysiek ontzaglijk zwaar. Ik had heel veel rugpijn. Iets in mijn rug verrekt tijdens een zwangerschapsmassage op zo’n tafel met een gat erin. Dit lost je lijf normaal natuurlijk gewoon op, maar dat kreeg mijn lijf niet meer voor elkaar. Ik denk door de zwangerschap, de stress, de spanning en het verdriet. Hoe dan ook, ik heb 5 weken lang heel erg veel pijn gehad.

Ik slikte de maximaal toegestane hoeveelheid paracetamol: 4x per dag 2 stuks. Dat betekende dat ik elke 6 uur een nieuwe dosis mocht. Na zo’n dosis ging het de eerste 2 uur redelijk. Maar daarna was het puur afzien. Ik kon niet goed zitten, liggen of staan. Dus ik wisselde alles maar af. Ging ’s avonds verplicht een stukje buiten lopen, zodat ik nog even bewogen had voordat ik de avond en nacht in ging. Kreeg het dan voor elkaar om een uur op de bank tv te kijken, voordat ik het niet meer hield van de pijn. Dus maar naar bed, in de hoop in slaap te vallen. Slapen lukte steeds maar uurtjes, en alleen op een bank, zodat ik half tegen de achterleuning aan kon hangen. En dus elk uur wakker, pijn, omdraaien en hopen dat ik weer een uur verder kon slapen.

De fysio kon er niets mee, maakte het alleen maar erger door de boel even los te willen maken. Na die paar dagen extra pijn dus maar geen fysiobehandelingen meer gedaan. De huisarts schreef me een slaapmiddel voor. Zo eentje die gevaarlijk is voor je ongeboren kindje, dus ik mocht het maximaal 1 nacht nemen en dan minimaal 2 nachten niet. Voelt niet heel lekker om dat te nemen, kan ik je vertellen. Wel geprobeerd, maar ik sliep er de eerste 3u op door en daarna niet anders dan zonder. Dus ook maar mee gestopt, het bracht me te weinig in verhouding tot de risico’s die het voor Tieme had.

Au. Wat heb ik ontzettend veel pijn gehad.

En wat was het zwaar om dat te hebben, gecombineerd met de immense mentale uitdagingen die we te verduren kregen: de angst dat het mis zou gaan met ons jongetje. Dagelijks voelen of hij nog leefde. De moeilijke beslissingen die we moesten nemen over zijn leven en zijn dood, waarbij we volstrekt niet alle info wisten, dus steeds 100% moesten besluiten met maar 50% van de informatie (om de woorden van onze meneer Rutte maar eens te gebruiken). Dat is heel erg pittig, als het gaat over het leven en dood van je eigen kindje.

En gecombineerd met de praktische zaken: zorgen dat we thuis allemaal gegeten, gewassen en aangekleed waren. Zorgen dat onze dochter van en naar school ging. Haar begeleiden in deze onzekere tijd, waarin ze het door haar zo gewenste broertje mogelijk ging verliezen. 1 tot 2 ziekenhuisbezoeken per week. Steeds oppas regelen voor onze dochter. Nadenken over het waarschijnlijk naderende afscheid.

De bevalling

Toen werd ik hartstikke ziek. Kreeg ernstige pre-eclampsie, met nier- en leverfunctiestoornissen en hard stukgaande bloedplaatjes. In de volksmond heet dit zwangerschapsvergiftiging met HELLP syndroom. Dat betekende dat ik zodra ik buiten gevaar was zou moeten bevallen. Bij alle scenario’s en keuzes die we hadden moeten maken, was dit een mogelijkheid waar we niet over nagedacht hadden. Maar die bevalling moest starten, volgens de artsen liever vandaag dan morgen.

Ik kreeg een medicijn-cocktail van jewelste om de bloeddruk omlaag te brengen. Wat de eerste paar uur niet lukte, waardoor de hoeveelheid medicatie maar opgeschroefd bleef worden. Ik werd ook heel misselijk, waardoor ik geen eten binnen hield. Maar aangezien ik ergens de komende dagen zou moeten bevallen, en dus niet nòg zwakker moest worden, was dat ook vrij problematisch. Dus kreeg ik anti-misselijkheidsmedicatie. Twee verschillende soorten om precies te zijn, want beiden waren zo sterk dat ik ze maar maximaal 2x per 2u mocht. Dus maar 2 soorten door elkaar mixen (?!). En tijdens de bevalling, die verder gelukkig natuurlijk en zonder complicaties verliep, kreeg ik morfine.

Au. Wat heeft mijn lijf een hoop te verduren gehad. Dagenlang een extreem hoge bloeddruk. Ernstige pre-eclampsie. Nierfunctiestoornissen. Leverfunctiestoornissen. Allerlei andere dingen die op het randje raakten, zoals bloedplaatjes. Alle medicatie-troep. Bevallen. Au. Arm lijf.

Knie

Nou had ik dus 8 jaar geleden al een ski-ongeval gehad, waarbij mijn knie ontzettend stuk is gegaan. Binnenband ingescheurd, buitenband ingescheurd, voorste kruisband afgescheurd, en meniscus zo erg beschadigd dat ze meer dan de helft ervan hebben moeten weghalen. Naast dit alles kon ik mijn knie niet meer buigen. Ik moest een kruisbandreconstructie, maar voordat dat kon moest ik eerst mijn knie weer kunnen buigen. Dat koste 6 maanden aan mobilisatie-oefeningen, wat een ander woord is voor ontzettend pijnlijke k*t-oefeningen. Na die 6 maanden kreeg ik dan toch eindelijk die kruisbandreconstructie. Normale revalidatietermijn van die operatie is al 9 maanden, maar iedereen die weleens langere tijd haar been of arm niet gebruikt heeft, weet hoe snel die spieren weg zijn. Je kan na 2-3 weken al nauwelijks meer lopen of iets vastpakken, en moet dat helemaal terug trainen. Bij mij duurde de revalidatie dus 1,5 jaar. In totaal 2 jaar bezig geweest.

Au. Wat een impact heeft dat stukje blauwe piste gehad.

Bekkenklachten

Toen ik 29 weken zwanger was van Lumen kreeg ik ontzettende bekkenklachten. Mogelijk door die knie: mijn benen hebben sinds het ongeval een andere stand, dus ik sta altijd een beetje scheef. Ik denk zelf dat mijn lijf dat normaal gezien redelijk aan kan, maar in die zwangerschap, met extra kilo’s en slapper wordende banden en pezen, niet meer. Ik kon niet meer zitten en lopen. Ik heb de laatste 11 weken van de zwangerschap plat gelegen. Ergens in die periode, of tijdens de bevalling, heb ik een zogenaamde ‘gekneusde stuit’ opgelopen. Zitten bleef ook na de bevalling heel veel pijn doen. Ik probeerde het op te bouwen. Maar na een jaar kon ik nog steeds maar maximaal een half uur achter elkaar zitten. Met pijn. En pijn kost energie. Dus echt heel zwaar. En ook heel onhandig dat ik een zittend beroep heb. Dus heel lang heel beperkt was in werken.

Toen ik zwanger was van Tieme, kreeg ik na 12 weken alweer last van bekkenklachten. Echt heel vroeg in de zwangerschap. Daar schrok ik me natuurlijk een hoedje van. Ik was heel erg bang dat ik niet de laatste 11 weken, maar misschien wel de laatste 5 maanden plat zou moeten liggen. Tja, daar was ik toen nog bang voor. Nu zou ik wat geven voor dat scenario, als er dan een gezond en levend jongetje geboren was.

Ik ben toen op advies van de bekkenfysio halve dagen gaan werken. Dat lukte soort van. Maar dat bekken blijft een zwak punt. Vanaf de 20w echo heb ik nauwelijks meer gewerkt. Dat reden daarvoor is natuurlijk immens verdrietig. Maar het had wel een gunstig effect op mijn bekkenklachten. Als ik niet werk, zit ik ook maar weinig op een dag. Eigenlijk alleen 3 keer per dag, tijdens het eten. Verder rommel ik rond, hang of vouw ik een wasje, doe wat klusjes, en tussendoor rust ik uit op de bank, liggend. En ’s avonds op de bank tv kijken doe ik als sinds Lumen’s zwangerschap liggend. De bekkenklachten verergerden dus niet. En werden zelfs minder. Maar goed, wel weer zwanger geweest. Dus banden en pezen slapper. Ook dat moet weer herstellen.

Au.

Het herstel

Na de geboorte van Tieme was ik natuurlijk ontzettend moe en ziek van de pre-eclampsie. En daarbovenop het verdriet. Ik heb wekenlang alleen maar in bed gelegen. Ik kon niets anders. En wilde dat ook niet. Het liefst de deken over me heen, om de wereld waarin ik nu leefde buiten te sluiten.

Na een week of 4 begon ik met in huis rond rommelen: vaatwassertje uitpakken, wasje ophangen. En met een blokje om het huis lopen. Na een week of 6 zat ik voor het eerst weer op de fiets. Ik had nog vrij zware bloeddrukmedicatie, 4 pillen per dag. Die moest ik afbouwen, maar ook dat trok een aardige wissel op mijn lijf: elke 2 weken mocht er een pil af als de bloeddruk goed was. Met één pil minder ging de bloeddruk steeds weer omhoog, en dat moet je lijf dan weer zien te reguleren. Dat kostte steeds een paar dagen. Hoofdpijn, en nog wat meer vermoeidheid dan normaal. En dat 5 keer, want de laatste pil moest eerst nog met een halve afgebouwd worden. Al met al koste dit 2,5 maand, maar gelukkig ben ik sinds januari van de medicatie-troep af. En de bloeddruk blijft netjes, wat ook echt fijn is, bij sommige vrouwen blijft na pre-eclampsie de bloeddruk te hoog.

Eind januari ging ik ook voor het eerst weer naar yoga. Ik was natuurlijk stram en stijf, maar verder was het heerlijk om weer te bewegen, en om even uit huis te zijn zonder ‘praat- of vertelverplichting’.

Ik ben ook sinds januari aan het opletten, om weer op mijn normale gewicht te komen. Ik ben er nog niet, maar val zo’n halve kilo per week af, dus daar ben ik zeker niet ontevreden over.

En ik ben vorige week begonnen met een lesje in de sportschool. Ik vind sportscholen stom. Maar ik wil wel wat meer conditie- en spiertraining gaan doen. En aangezien ik met mijn knie niet meer pijnvrij kan rennen, vallen zo’n beetje alle opties buiten de sportschool af. Dus ik ga er toch aan.

Het lesje ging me fysiek prima af. Maar er stond muziek op, wat mijn input-emmer weer aardig snel deed vol lopen. Ach, wegens de corona kan dat de komende periode toch niet. En daarna ga ik het eens proberen met oordoppen in. Al moet ik de juf wel kunnen verstaan natuurlijk, want de oefeningen vond ik niet heel vanzelfsprekend 😉

Ik ben nu vooral nog erg moe. En ik kan slecht tegen input, veel geluid om me heen, drukte. De dokters zeggen dat dit allemaal nawerkingen zijn van de pre-eclampsie. De gemiddelde hersteltijd is een jaar. Het zou mooi zijn als ik aan de goede kant van dat gemiddelde uitkom.

Al denk dat het ook minstens net zo hard door het verdriet komt. En door de opstapeling van dingen de afgelopen jaren.

Risicogroepen

Wat ik heel heftig vind aan dit alles, is dat ik inmiddels in allerlei risicogroepen val. Door de pre-eclampsie heb ik 7-8 keer meer kans op hart- en vaatziekten. Dat betekent de rest van mijn leven jaarlijkse checkups. Nu nog in het ziekenhuis, op termijn waarschijnlijk bij de huisarts. En dit is ook een van de redenen dat ik naar dat sportschoollesje ben gegaan. Fitheid helpt in het voorkomen van al die ellende.

Mijn knie doet het nu weer aardig, maar aangezien veel dagelijkse dingen zoals traplopen pijn doen, ben ik bang dat hij een stuk sneller zal slijten dan een gezonde knie. En dat ik dan ooit een nieuwe knie moet. Zo’n kunstknie gaat momenteel zo’n 15 jaar mee. Dus ben ik bang dat ik daarna in een rolstoel terecht kom. Ik ben al een tijd van plan terug te gaan naar de fysio die me toen heeft helpen revalideren, voor een setje spierversterkende oefeningen. Om maar te zorgen dat die knie het zo lang mogelijk uithoudt.  Dit bedacht ik me ongeveer een jaar terug, toen mijn knie door een gekke beweging weer eens een paar dagen überhaupt met elke stap pijn deed. Alleen kwam het er tot nu toe niet van, door alles wat er gebeurde. En voor nu vind ik de bezoeken aan de psycholoog, bedrijfsarts en ziekenhuis wel even voldoende. Maar wanneer daar op een gegeven moment weer ruimte voor komt, ga ik dat doen.

Dan nog de dingen die zijn ontdekt in het onderzoek naar mijn miskramen: ik heb vrij grote vleesbomen in mijn baarmoeder. Die kunnen op zich geen kwaad, maar kunnen kwaadaardig worden. De gynaecoloog wil ze minstens eens per jaar monitoren, liefst halfjaarlijks.

En ik heb schildklier antistoffen. De medische wereld doet daar vrij makkelijk over. Het kan een voorloper zijn van een slecht functionerende schildklier. Dus wederom iets wat jaarlijks gecheckt moet worden. Maar verder kunnen en doen ze er niets mee. Ik sta zelf wat holostischer in het leven: iets in mijn lijf vindt dat het antistoffen moet aanmaken tegen mijn eigen lijf. Dat kan niet de bedoeling zijn, en vind ik gewoon ook geen tof gevoel. Ik wil daarom, ook wanneer daar ooit weer ruimte voor komt, naar een acupuncturist. Kijken of die hier wat mee kan. En meer in het algemeen: of die me kan helpen de energieblokkades van het verdriet, en de stress en de fysieke traumas die zich ongetwijfeld opgehoopt hebben in mijn lijf de afgelopen jaren, kan helpen oplossen. En de balans in mijn lijf zo goed mogelijk herstellen.

Werk aan de winkel

Tja. Dat is dus wat ik bedoel met dat ik me fysiek bont en blauw geslagen voel.

Een hoop werk aan de winkel. Waarbij mijn grootste valkuil is alles het liefst tegelijk te willen. Maar dat lukt niet. Niet als je in je normale doen bent, als je geen grote dingen hebt, maar je gewone leventje lijdt met gezin, werk, hobby’s, sociale gezelligheid. En al helemaal niet nu, in deze periode van rouw, verdriet en herstel.

Dus ook hier weer: stap voor stap. Het wordt een meerjarenplan. En dat is oké. Op naar een zo gezond mogelijk lijf.

PS: Bovenstaande foto nam ik twee weken geleden. Toen de wereld nog niet plat lag door corona, en ik mijn dochtertje op de fiets naar school bracht. Ik fietste langs deze magnolia. En besloot toen ik er al voorbij was alsnog af te stappen om er een foto van te maken. Tè mooi om dat niet te doen. Een heel ander bont en blauw 😉

Dóór het verdriet

Let it all just rain on me

Ik lees op verschillende plekken over rouw dat verdriet niet weggaat als je je ervan af keert. Dat verdriet alleen minder, of draaglijker, wordt als je het toelaat. Het verdriet echt doorvoelt. In steeds iets andere woorden, maar ik kom het telkens opnieuw tegen: alleen als je verdriet de ruimte geeft, als je dóór je verdriet heen gaat in plaats van er omheen, wordt het ooit beter te hanteren.

En laat dat nou volledig de tegengestelde reactie zijn van mijn (en ik denk van vele mensen met mij) natuurlijk reactie. Als er iets naars gebeurt, wil ik zo snel mogelijk weer verder. Opstaan en weer doorgaan. Want het is wel heel naar, maar er is ook zoveel goeds om dankbaar voor te zijn. Tja, op zich een zegen om met een positieve mindset geboren te zijn. Maar op verdrietige momenten niet altijd even handig 😉

Het is natuurlijk ook gewoon fijner om blij te zijn dan verdrietig. Dus focus ik me het liefst op de dingen waar ik blij van word. En vergeet ik het verdrietige liefst zo snel mogelijk. Het is echt geen bewuste keuze, en het is ook geen prestatie om maar weer zo snel mogelijk ‘normaal’ mee te kunnen draaien. Het is eerder een basisreactie.

Tieme’s dood heeft me nu echter op een punt gebracht dat dat niet meer werkt. De grond is totaal onder me vandaan geslagen, ik ben volledig onderuit geschoffeld. Door zijn dood. Maar ook door alle gebeurtenissen in de jaren ervoor. Het voelt als een opstapeling, die nu zo hoog is geworden dat alles omgeknikkerd is.

Dus daar gaan we dan. Ik ga in de komende blogs aandacht besteden aan een aantal dingen die me verdriet doen. Die zeer doen. Die moeilijk zijn.

Ik merk dat ik me er echt toe moet zetten. Omdat ik moeite heb met het steeds over vervelende dingen te hebben hier op dit blog. Dan wordt voor mijn gevoel een tè negatieve bedoeling. Maar ja, de hele reden dat ik met dit blog gestart ben, is om over mijn rouw en verdriet mijn ei kwijt te kunnen. Dus ik ga proberen me niet teveel aan te trekken van mijn gevoel hier teveel negatiefs neer te zetten. En doen waarom ik gestart ben: van me af schrijven wat me bezig houdt. Of wat nodig is, in deze reis door rouw en verdriet. Hup ik 🙂

Toevoeging mei 2020: alle berichten uit de serie ‘Door het verdriet’ lees je hier.

De foto

De foto van Tieme

Het is gelukt: we hebben een foto van ons lieve mannetje ingelijst in onze woonkamer staan. Dat plan was er al vanaf november. Maar zoals ik al eerder schreef bleek dat nogal een project. Want:

  • Hoe groot moet de foto worden? Eerst wilde ik joekeloekesgroot, maar dat veranderde naar een iets bescheidener formaat
  • Waar dan? Bij de andere foto’s van ons gezin aan de muur, of toch een eigen plekje?
  • En natuurlijk: welke foto dan?

Ook toen bovenstaande vragen beantwoord waren, was ik er nog niet helemaal uit: de eerste fotolijst die ik bestelde bleek alleen te kunnen hangen en niet rechtop te kunnen staan. Van het tweede, kleinere exemplaar bleek het passe partout van een heel andere verhouding dan de foto zelf, waardoor ons mannetje er maar net helemaal op te zien was.

Maar nu staat ‘ie. Prachtig op z’n eigen plekje. Met een kaars ervoor, die hem ’s avonds heel mooi belicht. We zijn er helemaal blij mee.  

4 maanden

4 maanden

Vandaag is het 4 maanden geleden dat Tieme geboren werd.

Toen Lumen 4 maanden was, gingen we voor het eerst met haar op vakantie. We hadden het heerlijk. Ze begon wat te rollen. We genoten 200% van ons lieve kleine baby’tje. En van op vakantie zijn als gezinnetje.

Ik zie er vandaag tegenop haar naar school te brengen. Ik heb zo genoten van de mamadagen van voordat ze naar school ging. Die helemaal vrije dagen, waarop ze de hele dag bij me was. We kuierden de dag door. Deden een boodschapje. Ze was gezellig bij me op zolder, als ik de was deed.

Wat is er toch een hoop te missen nu ons lieve baby-zoontje dood is. Die eerste vakantie. Die mamadagen, waar ik zo ontzettend naar uit keek. Zucht. Ik mis je, Tieme.

De afgelopen maand voelde nog steeds als heel heftig en druk. Ik maakte een start met therapie. Nog niet zo succesvol, ik heb niet zo’n goeie klik met mijn psychologe. Dus ik weet het nog niet zo. Maar ik heb ook weinig trek in nieuwe zoeken – weer 3-4 maanden wachtlijst – weer het hele verhaal opnieuw doen. Matige situatie.

Verder gingen we nog twee keer terug naar het Erasmus voor nagesprekken en nacontroles. Beide keren weer heftig: om terug te zijn op de plek waar we ons zoontje verloren. Maar ook omdat er toch weer nieuwe apen uit mouwen kwamen. Gelukkig waren de bloeduitslagen allemaal goed, en hoef ik nu pas in november weer terug. En met de dagelijkse dingen erbij was het dus weer een volle maand.

Ik voel me verdoofd. De dagen gaan voorbij. Ik doe elke dag wel wat. Maar niets is echt leuk, en het is al snel te veel. Ik probeer elke dag te voelen wat ik nodig heb. Waar ik behoefte aan heb. Zoals Alana me geleerd heeft. De zon schijnt af en toe. Dat is fijn. Op naar de volgende maand.

Niets is leuk

We proberen weer af en toe de buitenwereld in te trekken. Ik kan niet zeggen dat ik er zin in heb. Maar ik zit al zo lang thuis, dat ik er wel een soort van behoefte aan begin te hebben. Het blijkt alleen lang niet mee te vallen.

We kunnen allebei nog niet veel input aan. Het lijkt alsof we een input-emmertje hebben wat na één tot twee uur vol loopt. En dan is het klaar. Eén op één gesprekken of activiteiten gaan inmiddels redelijk. Zo schreef ik hier al dat we met Valentijn lekker samen op date geweest zijn. Uurtje darten, uurtje biertje drinken, naar huis. Kan net.

Input

Met meerdere mensen is het lastiger. We zijn inmiddels ook alweer een keer naar de kroeg geweest met vrienden. We probeerden een rustige locatie te zoeken. Het eerste uur heb ik het fijn. Fijn om wat mensen te zien, fijn om te horen hoe het in de buitenwereld is. Die natuurlijk gewoon doordraait, ook al staat onze wereld al maanden stil. Maar na dat uur is het alsof ik ‘uitcheck’. Het rumoer op de achtergrond klinkt vanaf dan als harde herrie en is ineens ontzettend aanwezig. Ik kan geen gesprekken meer volgen en kan nauwelijks meer praten. Snel naar huis dus.

Feestje

Een tijd geleden kocht een vriend van ons voor een ‘Back to the 90s’ feestje veel kaartjes voor weinig. Ik zou eigenlijk niet meegaan (want ik zou net bevallen zijn van ons kindje). Maar dat liep anders. En toen ik in januari wat meer energie had, en daardoor behoefte aan wat anders dan alleen maar tv kijken op de bank, leek het me een goed idee toch mee te gaan. Ik wil al jaren naar zo’n Back to the 90s feestje. Pure nostalgie 😉 En het feestje was toen nog zó ver weg, tegen die tijd zou het vast wel beter gaan met de input.

Niet echt dus. We kopen oordoppen. Ik bedenk me in de week ervoor wel 10 keer dat ik misschien beter niet kan gaan. Maar bedenk steeds weer: we gaan het zien, en als het niet gaat zijn we ook zo weer weg. We zijn met een groep hele leuke en lieve mensen. De muziek brengt veel ‘o ja’-momentjes terug. Veel beter dan dit kunnen de omstandigheden voor een feestje niet zijn. Maar toch voel ik me ontheemd. Midden in de mensenmassa sta ik te denken: “Ik heb 3,5e maand geleden mijn zoontje gecremeerd. En dat weten jullie allemaal niet. Wat gek”. Die zwarte sluier van verdriet hangt ook nu weer over alles heen. Het gaat een uur en een kwartier goed. Daarna wordt het overleven en bikkel ik door tot ook mijn man er even later klaar mee is. En we gaan naar huis. Op zich goed dat we gegaan zijn denk ik. Maar echt leuk geweest? Nee.

Museum

Lumen had deze week vakantie. Heerlijk om haar meer thuis te hebben. Maar omdat mijn man en ik allebei zo laag in onze energie zitten, komt het er meestal op naar dat we haar als een soort estafettestokje doorgeven op een dag. Ik de ochtend en mijn man de middag, of andersom. We wilden ook graag 1 keer iets met z’n drietjes doen. Er zou veel regen vallen, dus we gingen voor een binnenactiviteit. Het werd het Naturalis in Leiden. Daar blijkt het ontzettend druk. File lopen door het hele museum. Er is niet echt een kinderspeurtocht ofzo, dus we moeten zelf echt aan de bak om Lumen door het museum te kletsen.

Er zijn heel veel gezinnetjes met meerdere kinderen. En heel veel baby’s. Erg moeilijk en confronterend. Nou is dat gevoel al bekend van de afgelopen jaren, met alle miskramen. Baby’s en zwangere vrouwen zijn gewoon moeilijk. Maar dit is de eerste keer dat we er na Tieme zo mee geconfronteerd worden. Bij elke baby probeer ik in te schatten hoe oud hij is. En denk ik: zo oud was Tieme nu geweest als hij nog geleefd had. Of: zou groot was Tieme ongeveer geweest als hij op z’n normale tijd geboren was. Natuurlijk zijn er wel kleine momentjes dat ik van onze dochter geniet. Als ze helemaal weg is van een nep-herdershond. Als ze enthousiast voor de zoveelste keer in een rij aansluit om door een verrekijker te kijken. Maar het is vooral weer overleven. En het duurt allemaal langer dan onze input-emmer aankan.

Koorddansen

’s Avonds liggen we uitgeput op de bank. Ik trek hardop de conclusie dat het momenteel gewoon echt moeilijk is om iets als ‘leuk’ te ervaren. Het is één grote koorddans-act, waarbij we rekening moeten houden met hoeveel energie we hebben, welke activiteit geschikt is (feestjes en musea dus nog even niet), en of het niet teveel is in combinatie met de therapie waar we inmiddels allebei mee begonnen zijn, de ziekenhuisbezoeken (waar we er in januari/februari alweer 3 van hadden, gelukkig nu hopelijk tot november niet), en de normale dagelijkse dingen. We proberen de act zo goed mogelijk te doen. Maar knikkeren ook regelmatig keihard van het koord af. Omdat we een inschattingsfoutje maken over de activiteit. Omdat we onszelf overschatten. We zullen af en toe een misstap maken.

Het is niet gek. Het is pure rouw. En dat is gewoon vermoeiend en heftig. Ik denk dat het wel gaat helpen om nu in ieder geval ook te beseffen dat op dit moment gewoon niets leuk is. Scheelt weer in de verwachtingen vooraf.

Het is trouwens lente vandaag. Daar zijn we wel aan toe.